Gebruik de 34 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen1. Chomsky beweert dat het leren van een taal gebeurt met het aangeboren taalvermogen. Ieder kind wordt geboren met een aangeboren taalvermogen en naarmate zij hun moedertaal verwerven passen zij daar de regels op aan. Bij welke theorie hoort deze benadering?
2. Welke drie theorieën zeggen iets over hoe kinderen een taal verwerven?
Het behaviorisme, de generatieve taalkunde en de cognitieve taalkunde
input text value
3. ‘Poverty of the stimulus’, wat houdt dat eigenlijk in?
De stimulus en de taalinput zijn te arm om het complexe systeem van taal te verwerven.
input text value
4. Hoe noem je het als je de vraag (vraag 3) op deze manier stelt?
5. Welke type taalkennis is groter de actieve of passieve taalkennis? En leg uit hoe dat komt.
De passieve kennis is groter, want je moet eerst iets kennen voordat je het kunt gebruiken. Passief gaat voor actief.
input text value
6. Noem een ontwikkeling in de voortalige periode waaraan je kan zien dat een baby vooruitgaat in zijn taalbeheersing.
Halverwege de voortalige periode maakt een baby nog klanken die in de eigen taal niet voorkomen. Aan het einde van de voortalige periode beperkt een baby zich tot de klanken uit zijn of haar moedertaal.
input text value
7. Wat is de éénwoordfase en wat houdt deze fase in?
Betekenis toe gaan kennen aan klankreeksen en het ontstaan van echte worden.
input text value
8. Wat houdt het begrip ‘overgeneralisatie’ in? Licht je antwoord toe met een voorbeeld.
Grammaticale regels worden toegepast waar ze niet horen.
Voorbeeld: gebedankt.
input text value
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 34 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen maken
Hierbij 34 oefenvragen om te oefenen voor het tentamen Taalverwerving en NT2. Zo haal je zeker een goed cijfer!
De volgende onderwerpen worden behandeld:
- Hoe verwerven kinderen taal?
- Wat is er nodig voor taalverwerving?
- Hoe verloopt eerstetaalverwerving?
- Hoe verloopt tweedetaalverwerving?
- Welke factoren beïnvloeden tweedetaalverwerving?
- Wat zijn de voor- en nadelen van tweetaligheid?
- Is Nederlands een moeilijke taal?
34 oefenvragen
2x verkocht
Nederlands
24-06-2021
HBO / HAN University of Applied Sciences / Leraar 2e graad Nederlands / Nederlands
1. Chomsky beweert dat het leren van een taal gebeurt met het aangeboren taalvermogen. Ieder kind wordt geboren met een aangeboren taalvermogen en naarmate zij hun moedertaal verwerven passen zij daar de regels op aan. Bij welke theorie hoort deze benadering?
Generatieve taalkunde2. Welke drie theorieën zeggen iets over hoe kinderen een taal verwerven?
Het behaviorisme, de generatieve taalkunde en de cognitieve taalkunde3. ‘Poverty of the stimulus’, wat houdt dat eigenlijk in?
De stimulus en de taalinput zijn te arm om het complexe systeem van taal te verwerven.4. Hoe noem je het als je de vraag (vraag 3) op deze manier stelt?
Topicalisatie5. Welke type taalkennis is groter de actieve of passieve taalkennis? En leg uit hoe dat komt.
De passieve kennis is groter, want je moet eerst iets kennen voordat je het kunt gebruiken. Passief gaat voor actief.6. Noem een ontwikkeling in de voortalige periode waaraan je kan zien dat een baby vooruitgaat in zijn taalbeheersing.
Halverwege de voortalige periode maakt een baby nog klanken die in de eigen taal niet voorkomen. Aan het einde van de voortalige periode beperkt een baby zich tot de klanken uit zijn of haar moedertaal.7. Wat is de éénwoordfase en wat houdt deze fase in?
Betekenis toe gaan kennen aan klankreeksen en het ontstaan van echte worden.8. Wat houdt het begrip ‘overgeneralisatie’ in? Licht je antwoord toe met een voorbeeld.
Grammaticale regels worden toegepast waar ze niet horen.9. De 4-jarige Bob komt thuis na zijn eerste dag op de basisschool. Vol enthousiasme vertelt hij zijn ouders wat hij die dag gedaan heeft: ‘Ik heb met juf Moniek mogen puzzelen! En toen kwamen Annie en Pelle en zij hebben me toen meegebracht naar Joris. Hij wilde me nog een kaartje geven omdat ik vorige week jarig was. Ik mocht iemand meenemen om de klassen rond te gaan en ik heb Mabel meegenomen, want zij stak als eerste haar vinger op.’
Annie en Pelle blijken twee docenten te zijn, Joris is blijkbaar de directeur en Mabel is een van zijn klasgenootjes. Dit heeft Bob de ouders niet verteld.
Het kind heeft nog niet de theory of mind. Leg dit uit aan de hand van deze casus.
10. Hoe kan het dat mensen uit Azië de klank 'R' en de klank 'L' niet van elkaar kunnen onderscheiden?
11. In welke fase van taalverwerving worden morfologische vaardigheden en het metalinguïstisch bewustzijn ontwikkeld?
12. Wat is overextensie? En geef hier een voorbeeld bij.
13. Wat betekent passieve woordenschat?
14. Hoe komt het dat bijvoorbeeld een baby uit Duitsland met een andere intonatie huilt dan een baby uit Frankrijk?
15. In welke fase van de taalverwerving van kinderen worden de pragmatische vaardigheden ontwikkeld?
16. Wat zijn de drie verwervingsstadia zijn er binnen woordenschatverwerving en wat houden zij in?
17. De differentiatiefase begint rond de leeftijd van twee jaar en zes maanden, en duurt tot ongeveer het vijfde jaar. In deze fase wordt ook begonnen met de ontwikkeling van morfologische vaardigheden.
Wat houden deze vaardigheden in deze fase in?
18. De kritische periode binnen de Cognitieve taalkunde is de periode waarin je het vermogen hebt die taal te imiteren. Juist of onjuist?
19. Veronique is geboren in Nederland, maar ze heeft twee Franse ouders. Ze spreekt voornamelijk Nederlands, maar wanneer Veronique thuis komt, schakelt ze direct over naar het Frans. In dit geval is er sprake van codewisseling. Juist of onjuist?
20. Bij expliciet verbeteren wordt een leerling nadrukkelijk op fouten gewezen, wat voor hem of haar erg frustrerend kan zijn. Wat is een effectievere manier om een leerling te verbeteren? Leg ook uit wat deze manier van verbeteren inhoudt.
21. Binnen de tweede taalverwerving zijn er verschillende hypotheses waaronder de creatieveconstructiehypothese. Wat zijn ontwikkelingsfouten volgens de creatieveconstructiehypothese?
22. Emma woont in Maastricht en praat dialect met haar ouders. Wanneer Emma 4 jaar oud is, gaat ze naar de basisschool. Daar wordt Nederlands gesproken. Op school leert Emma pas het Standaardnederlands. Emma spreekt vanaf dat moment Nederlands met haar juffrouw en klasgenoten. Thuis spreekt ze Maastrichts.
Hoe heet deze vorm van tweede taalverwerving?
23. Louise zit op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en volgt een cursus Spaans. Dit wordt vreemdetaalverwerving genoemd. Waarom?
24. Wat is de rol van output in de output-hypothese van het taalverwervingsproces? Noem drie rollen.
25. Naarmate een T2-leerder vordert met het verwerven/leren van een taal, stelt hij (onbewust) hypotheses op. Het kan zijn dat deze hypotheses fout zijn. Hoe noem je de volgende hypothese? “Ik keekte net niet goed en toen valde ik.”
26. Wat is het verschil tussen een tweede taal en een vreemde taal?
27. Foreigner talk is vaak ongrammaticaal. Waarom is het gebruik van Foreigner Talk (FT) niet goed voor de verwerving van de taal voor T2-leerders?
28. Welke twee verschillen kan je aangeven over de T2-verwerving tussen volwassenen en kinderen?
29. Bekijk het volgende gesprek tussen een leerling en een leraar.
Leraar: Gaat dat veel kosten?
Leerling: Ja, een auto kost duur.
Leraar: Ja, een auto is duur.
Dit gesprek is een voorbeeld van modeling, juist of onjuist? Licht toe.
30. Het ongrammaticale aanbod van T1-sprekers wordt Foreigner Talk (FT) genoemd. Leg uit waarom dit geen goede manier is om T2-leerders te benaderen tijdens het leren van een T2.
31. Tot de jaren 70 van de vorige eeuw hield men het idee er op na dat taalleren in principe niet verschillend is van ander leren/behaviorisme. Taalleren is gewoontevorming, imitatie en bekrachtiging, oefening volgens de tweede taalverwerving. Hoe noemen we deze hypothese?
32. De interferentiehypothese kun je vergelijken met het behaviorisme. Juist of onjuist? Licht toe.
33. Wat is het verband tussen de creatieveconstructiehypothese en de generatieve taalkunde?
34. Amerikaanse kinderen en Nederlandse kinderen hebben dezelfde algemene taalkennis wanneer ze 1 jaar zijn. Juist of onjuist?
Momenteel volg ik de lerarenopleiding aan de HAN voor leraar Nederlands. Vanaf jongs af aan heb ik een interesse in taal. Ik vind het mooi hoe je met woorden zinnen kunt maken en hoe je met taal gevoelens, gedachten en ideeën kunt uiten. Vroeger schreef ik veel in dagboeken en nu schrijf ik nog steeds af en toe mijn hersenspinsels op.
Zeker de kost waard om dit uit proberen. Heel leerrijke documenten die helemaal voldoen aan je verwachtingen.
Prettig en duidelijke website. Je kunt altijd wel een samenvatting vinden die aansluit bij wat je zoekt.
Handige samenvattingen voor goedkope prijs. Zeker aan te raden voor drukke studenten.
Erg handig dat je samenvatting kan vinden van bijna elk boek, heeft mij erg geholpen met het leren voor het tentamen!
Goede, veilige en mooie website. Erg overzichtelijk veel aanbod en precies wat ik zocht.
Duidelijk en overzichtelijk. Ik gebruik het voor samenvattingen maar ook bij het schrijven van papers.
De website is erg duidelijk en er zijn veel verschillende samenvattingen te koop voor een goede prijs.
Knoowy is zeker een aanrader. Ze hebben tot nu toe iedere paper kunnen leveren die ik nodig had. Ik heb hierdoor alleen maar hoge cijfers en nog nooit een onvoldoende gehad.