Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: sadiasannoh - 6 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: relatief situeren = doe je altijd met woorden- windrichtingen, referentiepunten-
en lijnen

absoluut situeren = doe je door middel van cordinaten in het
wereldgradennet
geografische cordinaten = cordinaten waarmee een locatie op aarde
numeriek wordt vastgelegd met breedte- en lengtegraad en eventueel hoogte
fysischgeografische elementen:
klimaatzone
vegetatiezone
zee
oceaan
continent
rivier
meer
relifeenheid
sociaal-economische elementen:
stad
staat
land
natie
werelddeel
wereldblok
samenwerkingsverbanden: VN, EU, G8, G20

mentale kaarten = geeft aan hoe een persoon de omgeving bekijkt en
interpreteert op basis van eerdere ervaringen en standpunten
bevolking en ontwikkelingsgraad:
natuurlijke aangroei
geboortecijfer= aantal geboortes in een land/regio per 1000 inw. per jaar
sterftecijfer= aantal sterftes in een land/regio per 1000 inw. per jaar
Formule: geboortecijfer - sterftecijfer = natuurlijke aangroei
migratiesaldo
emigratie = als mensen weg van hun huidige woonplaats verhuizen

daling van bevolkingsaantal in hun oorspronkelijke woonplaats

immigratie = als mensen naar een nieuwe woonplaats verhuizen
stijging van bevolkingsaantal in hun nieuwe woonplaats

Formule: immigratie - emigratie = migratiesaldo
bevolkingsevolutie
bevolkingsevolutie = verandering v/h bevolkingsaantal doorheen een
bepaalde periode
Formule: natuurlijke aangroei + migratiesaldo = bevolkingsevolutie
ontwikkelingsgraad
ontwikkelingsgraad = mate waarin een land is ontwikkeld
Human Development Index (HDI)= een getal met een waarde tussen 0 en
1
deze index bevat een aantal ontwikkelingskenmerken:
levensstandaard of gemiddelde inkomen
kennis en scholingsgraad
de volksgezondheid en levensverwachting
landen met lage ontwikkelingsgraad <0,5
landen in transitie tussen 0,5 en 0,8
landen met een hoge ontwikkelingsgraad >0,8

leeftijdshistogram
leeftijdsstructuur = verdeling van de bevolking per leeftijd
je kunt de leeftijdsstructuur van een land aflezen op een leeftijdshistogram

demografische transitiemodel
het demografische transitiemodel bestaat uit 5 fasen. Verschillende landen
doorlopen deze fasen op verschillende momenten.

fase 1: geboorte- en sterftecijfer liggen hoog en zijn ong. aan elkaar gelijk. Het
land kent een lage natuurlijk aangroei
fase 2: sterftecijfer begint te dalen terwijl geboortecijfer hoog blijft. Er is een
grote aandeel jongeren. Hierdoor stijgt de natuurlijke aangroei.

fase 3: het geboortecijfer begint te dalen. het sterftecijfer blijft verder dalen
maar minder sterk. de natuurlijke aangroei neemt eerst nog toe en daarna af
fase 4: sterfte- en geboortecijfer liggen nu beide lager. de natuurlijke aangroei
daalt geleidelijk tot 0 (de nulgroei)
fase 5: sterftecijfer wordt groter dan geboortecijfer. Er is een groter aandeel
ouderen. Het land kent een negatieve natuurlijke aangroei.
vergrijzing = het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe. Daardoor stijgt
de gemiddelde leeftijd.
Het verband tussen de bevolkingsevolutie en de benvloedende factoren:
de benvloedende factoren:
klimaat
bodemkwaliteit
politieke situatie
oorlogssituatie
geboortebeleid
welvaart en welzijn
familiestructuren
armoede
geboortebeleid = het geboortecijfer proberen te benvloeden.
de 5 ps:
1. people
2. planet
3. prosperity
4. peace
5. partnerschip

Stad, platteland en verstedelijking
stad en platteland
begrippen:
stad
landelijke bevolking
stedelijke bevolking
verstedelijkingsgraad = een getal dat verhouding aangeeft tussen aantal inw.
in stedelijk gebied en aantal inw. in landelijk gebied

hirarchie= manier om personen, objecten of gegevens te ordenen volgens
asymmetrische relaties daartussen, waarbij meerderen met minderen worden
verbonden
de patronen in steden:
sociale segregatie = wanneer je in een andere land verhuisd naar een
buurt met mensen van dezelfde afkomst
multiculturaliteit = verschillende culturen bij elkaar
functiewijzigingen = de hoofdfunctie van een bepaald gebouw wordt
gewijzigd
verstedelijking
verstedelijking = proces waarbij platteland zich omvormt tot stedelijk gebied
ontvolking = de sterke afname van de bevolking in een bepaald gebied
mobiliteit = het geheel van verplaatsing, vervoermiddelen en infrastructuur
stadslandbouw = de productie van voedsel in en om de stad

economische processen
ontginning en energiewinning
ontginning = grond geschikt maken voor bouw- of akkerland

grondstof = een grondstof is een materiaal dat gebruikt wordt om iets te
maken.
Wat is energie winning?
het winnen van grondstoffen die gebruikt kunnen worden voor
energieopwekking. Het betreft zowel brandstoffen (bv. hout, aardolie, aardgas)
als splijtstoffen (zoals uraan).
industrie
productie = het maken (produceren) van goederen of diensten met als doel ze
te verkopen.
industrie = de productie van economische goederen, en het geheel van
producerende bedrijven behoudens mijnbouw, bouwnijverheid en
nutsbedrijven. De industrie is opgedeeld in verschillende industrietakken die
ieder een specifieke gedeelte van de economische productie leveren, zoals
kledingindustrie, voedingsindustrie,...
consumptie (synoniem: verbruik) = het gebruik van goederen en diensten voor
behoeftebevrediging.
vraag en aanbod = De gevraagde hoeveelheid van een product is de
hoeveelheid die de mensen bereid zijn te kopen tegen een bepaalde prijs. Het
aanbod geeft aan hoeveel de markt kan bieden
afzetmarkt = de plaats waar een bedrijf zijn producten (of diensten) verkoopt
bbp (bruto binnenlands product) = het totaal v/d geproduceerde goederen en
diensten in een land. Dus alles wat de mensen in een land bij elkaar verdiend
hebben.
het verschil tussen traditionele en moderne industrie:
met handen werken = traditioneel
met machines en veel technologie= modern

- duurzame productie = het milieu wordt tijdens de productie zo min
mogelijk belast.
- duurzame consumptie = consumeren zonder dat dit nadelig is voor
mens en milieu vb. scheiden van afval, duurzaam wonen, groene
stroom gebruiken,...

industrialisatie = als een regio meer industrie aantrekt
de-industrialisatie =
reconversie = bestaande gebouwen/terreinen moeten worden aangepast aan
de behoeften v/e nieuwe markt.
leegstand = als een woning of gebouw minstens 1 jaar niet bewoond of
effectief niet gebruikt wordt

landbouw
landbouw = het gebruik van land voor de productie van planten en dieren
voor menselijk gebruik

de productiewijzen in de landbouw:
traditioneel vs modern
traditioneel is meer met de hand en modern is met machines
intensief vs extensief
intensieve landbouw= landbouw productiesysteem met inzet van
productiemiddelen om de productie en zo ook de winst te
maximaliseren (door middel van machines)
extensieve landbouw= landbouw vorm waarbij er minimaal wordt
ingegrepen in de natuur
milieueffect = Effecten ontstaan door het ingrijpen van de mens in het milieu.
bodemerosie = het wegwaaien/wegspelen v/d bovenste (toplaag) door wind of
(regen)water. Dit gebeurt meestal als de bodem onbegroeid is. gevolg:
kwaliteit van de bodem vermindert= bodemdegradatie
bodemdegradatie = de vermindering v/d bodemkwaliteit door verschillende
(voornamelijk door de mens veroorzaakte) processen.
de milieueffecten als gevolg van landbouwactiviteiten:

ontbossing vermesting

bodemerosie bodemdegradatie

duurzame landbouw = landbouw die milieu, klimaat en natuur ontziet, dieren
niet uitbuit en een normaal rendement oplevert.

handel en diensten
handel = het uitwisselen van producten tegen directe of uitgestelde betaling
diensten = arbeid die men ten behoeve van anderen verrichten vb. de
behandeling van een patint (arts)
toerisme = reizen met recreatieve of zakelijke doeleinden

stromen

goederenstromen = De stroom van goederen op de verschillende trajecten
tussen de inkoop van materialen en grondstoffen en de levering van gerede
producten aan externe afnemers.
geldstromen = het gaan van geld van de ene naar de andere (rechts)persoon
of organisatie
datastromen = Gegevens die zich over een verbinding verplaatsen van het
ene systeem naar het andere
migratiestromen = De richting waarin mensen verhuizen.
globaliseringsindex = de mate waarin een land internationaal verbonden is
kan worden gemeten met de globaliseringsindex. Dat is een score van 0-1
(0= weinig verbonden met de rest van de wereld, 1= zeer sterk verbonden)
Aan de hand van deze index wordt er op basis van verschillende indicatoren
een score gegeven aan hoe geglobaliseerd een land is.
economische elementen: internationale handelsstromen en
buitenlandse investeringen
sociaal-culturele elementen: het beluisteren van engelstalige
popmuziek, de aanwezigheid van grote ketens zoals Starbucks en
Mcdonalds
politieke elementen: internationale samenwerkingsverbanden en
vrijhandelszones
mondialisering = het doorgaande proces van internationale uitwisseling van
mensen, goederen, geld, en informatie (zoals kennis en cultuur).
goederen als informatie raken sneller van de ene plek naar de andere. deze
kleiner woonende wereld maakt deel uit van een wereldwijd proces =
mondialisering of globalisering (netwerk)

het versterkte broeikaseffect
- geosfeer = alle gesteente waaruit de aarde bestaat

- biosfeer = woonplaats voor alle levende organismen
- atmosfeer = dampkring mengsel van gassen rond de aarde
- hydrosfeer = al het aanwezige water op aarde

broeikaseffect = houd de aarde van nature op temperatuur
stralingsbalans = een evenwicht tussen inkomende zonnestraling en
uitgaande aardse straling.
energieomzetting = het veranderen van de ene energiedrager naar de andere
albedo = het percentage licht dat door een bepaald object weerkaatst wordt.
broeikasgassen = de gassen in het atmosfeer van de aarde
global warming potential = het opwarmingsvermogen over een bepaalde
periode van 1 kg van een gas in verhouding tot co2
soorten broeikasgassen:
- waterdamp
- koolstofdioxide
- methaan
- lachgas. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 25.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document