Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: Thomas75 - 7 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Hoofdstuk 15: Traumatisch hersenletsel
Traumatisch hersenletsel (THL) wordt gekenmerkt door een klinisch divers beeld met een
breed spectrum van cognitieve, emotionele en gedragsstoornissen en een uitkomst die kan
variren van volledig herstel tot de dood.
- Het directe gevolg van traumatisch hersenletsel is een stoornis in het bewustzijn, die
voor het merendeel van de patinten van voorbijgaande aard is.
- THL kan zowel sensomotorische als neuropsychologische stoornissen tot gevolg
hebben. Hierbij zijn geheugenstoornissen een veelvoorkomend kenmerk.
- De amnesie die kan optreden kan onderverdeeld worden in retrograde
amnesie (RA) dat betrekking heeft op de tijd voor het ongeval, en
anterograde amnesie (AA) dat betrekking heeft op het niet kunnen opslaan
van nieuwe informatie.
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen twee mechanismen die resulteren in de
pathofysiologie van hersenletsel: (1) de onmiddellijke schade door biomechanische krachten
die inwerken op de schedel en de hersenen, en (2) de secundaire schade die ontstaat door
complicaties.
1. Primaire schade: deze schade kan onderverdeeld worden in open en gesloten
schedelletsels. Open letsels zijn vaak focaal gelokaliseerd. Gesloten schedelletsels
komen vaker voor en resulteren in het algemeen in diffuser verspreide schade.
- Wittestofletsels zijn vaak het gevolg van roterende krachten, waardoor
axonen afscheuren of beschadigd raken. Deze effecten zijn vaak het
opvallendst in de dieper gelegen hersengebieden.
- Grijzestofbeschadigingen (contusiehaarden) vinden vaak plaats in de orbito
frontale en temporale gebieden.
- Bij een coup-contrecoup letsel ontstaat er zowel aan de voorkant als
de achterkant corticale schade.
2. Secundaire schade: vaak zijn ook andere lichaamsdelen beschadigd, wat kan leiden
tot falende autoregulatie, waardoor de hersenen te weinig zuurstof krijgen (hypoxie)
en hersenweefsel afsterft (ischemie).
- Ook kunnen secundaire complicaties het gevolg zijn van intracranile schade,
zoals beschadiging van kleine bloedvaten, waardoor een zwelling ontstaat of
bloedingen.
- Een algemeen gevolg van de secundaire processen is een verhoogde
intracraniale druk. behandeling van traumatisch hersenletsel in het acute
stadium zal dan ook altijd gericht zijn op het beperken van de effecten van
deze secundaire processen.

Diagnostiek
Het klinisch beeld van de patint wordt bepaald door de locatie en ernst van het hersenletsel,
de herstelfase en de aanwezigheid van cognitieve, emotionele en gedragsstoornissen.
Ten aanzien van de herstelfase kan onderscheid gemaakt worden tussen de:
- Acute fase: tot 1 maand.
- Subacute fase: tot 6 maanden.
- Chronische fase.
Wanneer er sprake is van een coma zal bij een deel van de patinten na verloop van tijd
verbetering van de bewustzijnstoestand ontstaan. De coma gaat dan over in een toestand van
posttraumatische amnesie (PTA). Een patint verkeert zich in PTA wanneer hij
gedesorinteerd is en niet in staat is tot het opslaan van nieuwe informatie in zijn geheugen.
- De duur van de PTA wordt beschouwd als de beste indicator voor de ernst en het
herstel van het hersenletsel.
- Een ander deel van de patinten komen in een vegetatieve, ofwel laagbewuste
toestand terecht. Deze toestand wordt gekarakteriseerd door een algemene
afwezigheid van zelf- of omgevingsbewustzijn, waarbij autonome functies wel weer
zodanig hersteld zijn dat de patint niet meer beademd hoeft te worden en de ogen
geopend zijn.
Bij patinten met middelzwaar tot ernstig hersenletsel is vrijwel altijd sprake van blijvende
neuropsychologische restverschijnselen. Ook komen gedrags- en emotionele problemen voor.
- Informatieverwerking: mentale traagheid is een van de best gedocumenteerde
gevolgen van THL. Ook ervaren veel patinten hierdoor mentale vermoeidheid.
- Aandacht: aandachtsstoornissen komen ook vaak voor, en zijn gerelateerd aan
mentale traagheid. Typische problemen na THL zijn problemen met het richten van de
aandacht onder afleiding, het verdelen van aandacht en het volhouden van aandacht.
- Executieve functies: aangezien er bij veel patinten schade is in de PFC is er vaak
sprake van executieve tekorten.
- Geheugen: geheugenstoornissen komen in het acute en in de chronische fase na het
hersenletsel veel voor, kunnen blijven bestaan na herstel van cognitieve functies in
andere domeinen, en kunnen zowel het onthouden van verbale als non-verbale
informatie betreffen. Onderzoek heeft aangetoond dat vooral het aanleren, dus het
inprenten van informatie, maar ook het opdiepen van informatie gestoord is.
- Taal en spraak: de klassieke afasiesyndromen komen weinig voor na THL, maar
kunnen wel ontstaan. Dysartrie wordt vaker gezien en subtielere taalstoornissen
komen ook frequent voor.

- Sociale cognitie: bij veel mensen met ernstig THL worden veranderingen in gedrag
en emoties gezien. Patinten zijn vaak egocentrischer, emotioneel vervlakt en niet
meer goed in staat zich in anderen te kunnen verplaatsen.
- Deze veranderingen komen voort uit stoornissen in de sociale cognitie.
Patinten blijken niet meer goed in staat te zijn sociale informatie waar te
nemen. Ze hebben moeite met ToM en kunnen gedrag slecht inhiberen.
- Overige klachten: naast de hiervoor genoemde stoornissen kunnen patinten ook
klachten hebben met betrekking tot verminderde belastbaarheid, emotionele
labiliteit en verminderde prikkel tolerantie. Ook zijn zorgen over het verlies van
vaardigheden, rollen in het leven en autonomie veel voorkomende stressfactoren.
In ruim 80% van de gevallen van THL gaat het om licht hersenletsel en is de prognose
gunstig. Bij het merendeel van de patinten zijn de neuropsychologische gevolgen van
tijdelijke aard en is er sprake van goed herstel binnen drie maanden van het letsel. Echter, ook
na langere tijd na het oplopen van het lichte hersenletsel worden (lichte) cognitieve tekorten
geobjectiveerd.
- Aanhoudende klachten na lichte THL: wanneer de klachten langer dan drie
maanden aanhouden wordt gesproken van een postcommotioneel syndroom.
Tegenwoordig wordt het aanhoudende klachtenpatroon verklaard vanuit een
biopsychosociaal model.
- Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat letsel gerelateerde
variabelen als coma en PTA-duur deze chronische klachten niet kunnen
voorspellen, terwijl psychologische factoren als het hebben van weinig
klachten en stress wel voorspellend zijn voor een vlot herstel.
- Ook blijken bepaalde premorbide persoonlijkheidskenmerken en
stemmingsproblemen sterk gerelateerd te zijn aan het hebben van cognitieve
klachten na licht THL. Grofweg zijn er twee groepen patinten te
onderscheiden met aanhoudende klachten na licht THL.
- De eerste groep wordt gekenmerkt door een snel herstel waarbij
weinig aandacht is voor de mogelijke gevolgen van het THL, tot dat de
patint zijn normale bezigheden hervat en merkt dat er toch gevolgen
zijn.
- De tweede groep wordt gekenmerkt door het gepreoccupeerd zijn met
het hersenletsel en de gevolgen hiervan, waarbij patinten een
hoeveelheid klachten rapporteren die niet in verhouding staan tot de
ernst van het letsel. Deze patinten zijn vaak angstig en lopen eerder
vast.
Door angst. spanning, somberheid en vermoeidheid zullen de meeste patinten niet maximaal
kunnen presteren en soms zelf onderpresteren. Symptoomvaliditeit taken dienen daarom
altijd deel uit te maken van het neuropsychologisch onderzoek.

- Sommige patinten kunnen een cogniforme stoornis laten zien waarbij de klachten
die de patint aangeeft niet in verhouding staan tot de ernst van het letsel, en zij eerder
bestaande problematiek ook aan het letsel toeschrijven. Dit hoeft niet bewust te zijn,
maar wanneer er sprake is van het bewust en intentioneel aandikken of simuleren van
symptomen dan is de diagnose malingering het waarschijnlijkst.
Whiplash heeft betrekking op de beweging van het hoofd wanneer men in de auto van
achteren wordt aangereden, namelijk het plotseling naar achteren slingeren (extensie) en
vervolgens naar voren (flexie). Wanneer na een whiplash klachten ontstaan, spreekt men van
whiplash gerelateerde stoornissen. Deze stoornissen kunnen geclassificeerd worden in
verschillende gradaties van ernst en chroniciteit.
- Bij het grootste deel van de patinten herstellen de klachten binnen zes weken. Toch
houdt 20% klachten in de vorm van een chronisch post whiplash syndroom. Deze
patinten hebben klachten als visuele stoornissen, duizeligheid, spierzwakte,
concentratie- en geheugenstoornissen, stemmingsstoornissen en angst.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document