Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: Kittywalet - 11 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Hoofdstuk 1, inleiding op het jeugddomein
Opvoeding; iedere invloed die mensen bedoeld of onbedoeld, uitoefenen op de ontwikkeling van
een kind. Opvoeding is dus mensenwerk. Opvoeders zijn alle mensen die invloed uitoefenen op
kinderen.
Opvoeden is een alledaags verschijnsel: gebeurd in een relatie (ouder- kind relatie),
Opvoedrelaties= de relatie tussen ouders (of andere opvoeders) en het kind
Opvoedintenties= de intenties van ouders en andere opvoeders om invloed uit te oefenen op een
kind en het daarmee te begeleiden op weg naar volwassenheid
Opvoedingsdoelen:
- Zelfstandigheid en autonomie
- Persoonlijkheidsontwikkeling
- Een kind leren om op eigen benen te staan en volwassen worden
Horizontale blik= je kijkt over de grenzen van verschillende ontwikkelingsstadia heen
Verticale blik= hierbij kijk je ook naar de pedagogische milieus van het kind, zoals; gezin, school,
alles daarbuiten
Socialisatie binnen opvoeding-> het totale leerproces waardoor jeugdigen zich ontwikkelen tot
volwaardige deelnemers aan de samenleving
Primaire socialisatie= thuis, in gezin
Secundaire socialisatie= op school, kinderopvang of jeugdwerk
vier pedagogische milieus:
1. Gezin
2. School
3. Alles daarbuiten (activiteiten in de buurt, sportvereniging, activiteiten met leeftijdsgenoten)
4. Virtuele ruimte
medeopvoeders= de volwassenen uit het netwerk van het gezin die vanuit een informele of formele
rol betrokken zijn bij het opgroeien en opvoeden van jeugdigen
Niet iedereen zijn ontwikkeling verloopt normaal, een gemiddeld kind bestaat niet
Een achterstand in de ontwikkeling is alleen verontrustend als die wordt veroorzaakt door
een onderliggend probleem en als dit van negatieve invloed is op de verdere ontwikkeling
van het kind; dan is professionele hulp noodzakelijk
De problemen kunnen zijn: problemen in relatie met ouders, psychische of psychosociale
problematiek, gedragsproblemen van allerlei aard, gezondheidsproblemen, problemen met
leren of met school, met vrienden of problemen met vinden van werk
Kinderen met meervoudige ontwikkelingsproblematiek, onderscheid tussen:
1. Gedragsproblemen (agressief gedrag, druk en impulsief gedrag, antisociaal gedrag). Hierbij
externaliseren hun problemen-> ze gooien het als het ware naar buiten
2. Emotionele problemen (teruggetrokkenheid, internaliserend probleemgedrag, angsten,
depressiviteit, stemmingsstoornissen, hypergevoeligheid). Hierbij internaliseren ze hun
problemen-> ze richten het naar binnen
3. Somatische problemen (astma, allergien, eczeem). Die belemmeren het normaal
functioneren
4. Leerproblemen (zwakbegaafdheid, verstandelijke beperking, dyslexie, rekenblindheid,
aandachtsproblemen) ontstaan doordat jeugdigen onvoldoende (kunnen) profiteren van het
onderwijsaanbod
5. Spraak- en taalproblemen (stotteren)
6. Motorische problemen (lopen, springen, werpen-> grove. Schrijven, tekenen-> fijne)
7. Psychiatrische problemen (autisme, schizofrenie, tics) psychiatrische ziektebeelden die
psychisch leiden tot gevolg hebben. oorzaak is niet of slechts gedeeltelijk bekend
Zorgwekkende opvoedsituatie: is bijvoorbeeld sprake als een of beide ouders opvoedvaardigheden
missen of niet competent zijn als opvoeder, waardoor ze meer problemen kunnen ervaren bij het
opvoeden
Ouderschap= exclusief voor de ouder
Opvoedschap= delen met anderen die ook verantwoordelijk kunnen zijn zonder dat het de
verantwoordelijkheid van de ouder schaaft.
Balansmodel= de risico- en beschermende factoren
Risicofactoren= eigenschappen, gebeurtenissen of omstandigheden die de ontwikkeling en
opvoeding van jeugdigen bedriegen
Beschermende factoren= eigenschappen, gebeurtenissen en omstandigheden die de kans
vergroten dat de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen goed verlopen
Drie contexten en taken van de pedagogisch professional:
1. Versterken van de opvoedomgeving -> systemisch werken: balansmodel
2. Versterken van de opvoedrelaties
3. Het zo nodig herstellen van opvoedingsrelaties -> specialistische hulp
Competenties-> flexibiliteit, actieve inbreng, ouders en netwerk de regie geven, jeugdigen serieus
nemen, lef en autonomie, kosten- en effectiviteitsbewustzijn
Meer competenties op blz. 46 van boek samen opvoeden
Gedownload door:. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document