Gebruik de 80 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenWat is de juiste omschrijving van 'de functie van het centraal zenuwstelsel' ?
A.De spieren op het juiste moment en in de juiste combinatie versterken.
B. De spieren op het juiste moment en in de juiste combinatie laten groeien.
C. De spieren op het juiste moment en in de juiste combinatie activeren.
Wat is Functional Movement Screening (FMS)?
A. Een test om te kijken welke sport het beste past bij de persoon.
B. Een instrument dat door middel van eenvoudige testen aangeeft of een fysiek probleem ligt aan stabiliteit, mobiliteit en/of flexibiliteit van de romp en extremiteiten.
C. Een middel om ouderen te beoordelen op hun geschiktheid om deel te nemen aan een trainingsprogramma.
Welk van de volgende beïnvloed de propriocepsis sensoriek?
A. Uithoudingsvermogen
B. Coördinatie
C. Vermoeidheid
Wat is Propriocepsis?
A. De regulatie van de hartslag en ademhaling.
B. De regulatie van lichaamshouding en beweging.
C. De regulatie van herstel en spiergroei.
Wat is geen functie van de kleine hersenen?
A. Het evenwicht bewaren.
B. Nieuwe vaardigheden aanleren.
C. Spraak.
Wat is een neurotransmitter?
A. Een chemische stof die als signaal tussen synapsen wordt overgedragen.
B. Een elektrisch signaal die tussen synapsen wordt overgedragen.
C. Een chemische stof die als signaal tussen de hersenen en het ruggenmerg wordt overgedragen.
Hoe wordt het volgende genoemd: 'Een verbinding tussen twee neuronen waar het signaal van een neuron kan worden overgedragen via een elektrisch signaal of via chemische stoffen.'
A. Neuron
B. Synaps
C. Neurotransmitter
Wat is een neuroon?
A. Een verbinding tussen twee cellen.
B. Een stof die een bepaalde werking stimuleren.
C. Een zenuwcel.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 80 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen maken
80 vragen om je klaar te stomen voor het theorie examen. Kun jij ze allemaal goed beantwoorden? Dan haal je gegarandeerd het examen met vlag en wimpel!
80 oefenvragen
4x verkocht
Nederlands
10-01-2025
Wat is de juiste omschrijving van 'de functie van het centraal zenuwstelsel' ?
A.De spieren op het juiste moment en in de juiste combinatie versterken.
B. De spieren op het juiste moment en in de juiste combinatie laten groeien.
C. De spieren op het juiste moment en in de juiste combinatie activeren.
Wat is Functional Movement Screening (FMS)?
A. Een test om te kijken welke sport het beste past bij de persoon.
B. Een instrument dat door middel van eenvoudige testen aangeeft of een fysiek probleem ligt aan stabiliteit, mobiliteit en/of flexibiliteit van de romp en extremiteiten.
C. Een middel om ouderen te beoordelen op hun geschiktheid om deel te nemen aan een trainingsprogramma.
Welk van de volgende beïnvloed de propriocepsis sensoriek?
A. Uithoudingsvermogen
B. Coördinatie
C. Vermoeidheid
Wat is Propriocepsis?
A. De regulatie van de hartslag en ademhaling.
B. De regulatie van lichaamshouding en beweging.
C. De regulatie van herstel en spiergroei.
Wat is geen functie van de kleine hersenen?
A. Het evenwicht bewaren.
B. Nieuwe vaardigheden aanleren.
C. Spraak.
Wat is een neurotransmitter?
A. Een chemische stof die als signaal tussen synapsen wordt overgedragen.
B. Een elektrisch signaal die tussen synapsen wordt overgedragen.
C. Een chemische stof die als signaal tussen de hersenen en het ruggenmerg wordt overgedragen.
Hoe wordt het volgende genoemd: 'Een verbinding tussen twee neuronen waar het signaal van een neuron kan worden overgedragen via een elektrisch signaal of via chemische stoffen.'
A. Neuron
B. Synaps
C. Neurotransmitter
Wat is een neuroon?
A. Een verbinding tussen twee cellen.
B. Een stof die een bepaalde werking stimuleren.
C. Een zenuwcel.
Welk van de volgende hoort bij de omschrijving: 'Brengt informatie over van het centrale zenuwstelsel naar de spieren en klieren'?
A. Afferent/Sensorisch systeem
B. Efferent/Motorisch systeem
C. Somatisch systeem
Welk van de volgende hoort bij de omschrijving: 'Brengt informatie over van de sensorische receptoren naar het centraal zenuwstelsel'?
A. Afferent/Sensorisch systeem
B. Efferent/Motorisch systeem
C. Somatisch systeem
Wat is geen risicofactor van hart- en vaatziekten?
A. Geslacht
B. Gebrek aan lichaamsbeweging
C. Spiermassa
Welke van de volgende is een effect van ouderdom op de motorische grondeigenschappen?
A. Afname maximaal hartvolume.
B. De snelheid verbetert.
C. De coördinatie en lenigheid gaan vooruit.
Welke van de volgende is geen effect van ouderdom op de motorische grondeigenschappen?
A. Aerobe uithoudingsvermogen gaat achteruit.
B. Verlies van spiermassa.
C. Toename aantal neuronen in het ruggenmerg
Door de hartslag te inventariseren met een hartslagmeter kan de trainer/coach:
A. Aangeven en adviseren wat het juiste trainingsschema is om het gewenste trainingsdoel te bereiken.
B. Aangeven en adviseren wat de juiste intensiteit is om het gewenste trainingsdoel te bereiken.
C. Aangeven en adviseren wat de juiste sport is om het gewenste trainingsdoel te bereiken.
Welk van de volgende is geen verandering die in rust tot uiting komt als trainingseffect?
A. Lagere hartfrequentie.
B. Verandering in spierskelet weefsel.
C. Omzetting van de spiervezel types.
Welk van de volgende is een verandering die in rust tot uiting komt als training seffect?
A. Hogere hartfrequentie.
B. Lagere hartfrequentie.
C. Kleiner slagvolume van het hart.
Wat is geen Biochemische anaerobe aanpassing als trainings effect?
A. Verbetering van de spiercelmitose.
B. Verbetering van het fosfaat systeem (ATP-CP).
Toename in de voorraad ATP en CP in de spier.
C. Verbetering van de anaerobe glycolyse (melkzuursysteem).
Wat is geen Biochemische aerobe aanpassing als trainingseffect?
A. Toename van het myoglobine gehalte.
B. Toename van insuline.
C. Toename oxidatie van vetten.
Waar kan personal branding niet voor zorgen?
A. ‘Top-of-mind’ status.
B. Leidende positie.
C. Je beroemd maken.
Wat is de definitie van Sales?
A. De manier waarop de deal gesloten wordt.
B. Het beïnvloeden van potentiële klanten.
C. Het creëren van een markt.
Welk van de volgende is niet waar over 'de interactie tussen energie-inname en energieverbruik':
A. Inname eiwitten zorgt voor verhoging thermogenese en vergt meer energie voor metabolisering.
B. Een verhoging van de energie inname zorgt voor een evenredig energieverbruik door het lichaam.
C. Een drastische daling van de energie-inname zorgt voor verlies van vet- en spiermassa. Dit brengt de ruststofwisseling omlaag.
Wat is comorbiditeit?
A. Verhoogd risico op een aandoening.
B. Verlaagd risico op een aandoening.
C. Verhoogd risico op meerdere aandoeningen.
Waarvoor staat de afkorting BOO?
A. Bescheiden Onder Onsje
B. Begeleider oorzaak onderzoek
C. Begeleider obesitas en overgewicht
Wat is geen methode om te bepalen of iemand obesitas heeft?
A. Weegschaal
B. BMI
C. Dexa Scan
Hoe wordt er in de medische wereld onderscheid gemaakt tussen niet-aangeboren letsel?
A. Aangeboren en niet-aangeboren letsel.
B. Traumatisch en niet-traumatisch letsel.
C. Fataal en niet-fataal letsel.
Wanneer spreken we van Diabetes mellitus II?
A. Wanneer de pancreas onvoldoende insuline produceert om de bloedsuikerspiegel binnen normale grenzen te houden.
B. Wanneer de pancreas teveel insuline produceert om de bloedsuikerspiegel binnen normale grenzen te houden
C. Wanneer de pancreas geen insuline produceert om de bloedsuikerspiegel binnen normale grenzen te houden
Waar is het bijhouden van een sport/dieet logboek een voorbeeld van?
A. Hobby
B. Zelfdocumentatie
C. Zelfregulatie
Richtlijnen geven aan dat 0.8gr eiwitten per kg lichaamsgewicht voor een gemiddeld volwassen persoon genoeg is. Hoeveel wordt aangeraden voor krachtsporters?
A. 1 tot 2 gram
B. 2 tot 3 gram
C. 3 tot 4 gram
Welk van de volgende worden gebruikt als bouwstof, hormoon, neurotransmitter of enzym in het lichaam?
A. Vetten
B. Koolhydraten
C. Eiwitten
Welk van de volgende leidt vaak tot een groter gewichtsverlies?
A. Alleen reductie in energie-inname.
B. Aleen gezond voedsel nuttigen.
C. Alleen fysieke inspanning.
Waar is het volgende een definitie van?
'Het creëren van een markt door het verzenden van berichten via verschillende kanalen, gericht op de doelgroep om zo bewustwording, sympathie en begrip te creëren.'
A. Marketing
B. Branding
C. Sales
Wat ontstaat niet door verstoring van de energiebalans?
A. Overgewicht
B. Ondergewicht
C. Evenwicht
Wat is het doel van Periodisering?
A. Het inplannen van oefeningen op basis van de voorkeuren van de sporter.
B. Het maximaal stimuleren van de trainingsprikkels.
C. Het balanceren en inplannen van trainingen, adaptie en herstel.
Wat is het principe van overbelasting bij krachttraining?
A. De belasting van spieren moet na verloop van tijd worden vergroot.
B. De belasting van spieren moet na verloop van tijd worden verkleind.
C. De belasting van spieren moet hetzelfde blijven.
Wat is de juiste volgorde van een transfer/complex training?
A. Sport specifieke prikkel, Veelzijdig doelgerichte prikkel, Algemene prikkel.
B. Algemene prikkel, Veelzijdig doelgerichte prikkel, Sport specifieke prikkel.
C. Algemene prikkel, Complexe prikkel, Sport specifieke prikkel.
Waarvoor kun je de methode van Karvonen gebruiken?
A. C. Om de streefwaarde te bepalen van de bloedsuikerspiegel tijdens de training.
B. Om de streefwaarde te bepalen van het hartvolume tijdens de training.
C. Om de streefwaarde te bepalen van de hartslagfrequentie tijdens de training.
Wat is geen grondbeginsel van training?
A. Op basis van het principe van overload een trainingsprogramma opstellen waarmee een energiesysteem wordt verbeterd.
B. Door middel van inzicht in de kwaliteiten van de sporter een plan opstellen.
C. Inzicht verkrijgen in het energiesysteem dat ten aanzien van een bepaalde te verrichten activiteit het meest wordt geactiveerd.
Wat is een grondbeginsel van training?
A.Inzicht verkrijgen in het energiesysteem dat ten aanzien van een bepaalde te verrichten activiteit het meest wordt geactiveerd.
B. Inzicht verkrijgen in de bewegingsuitslag dat ten aanzien van een bepaalde te verrichten activiteit het meest wordt gebruikt.
C. Inzicht verkrijgen in de talenten van de sporter.
Wat is een beroerte?
A. B. Een acute verstoring van de bloedvoorziening naar de lever.
B. Een acute verstoring van de bloedvoorziening naar de hersenen.
C. Een acute verstoring van de bloedvoorziening naar het hart.
Wat is een risicofactor van hart- en vaatziekten?
A. Drinken
B. Roken
C. Onbeschermde sex
Welke stelling is juist?
A. Stelling I: Het is vaak meer zinvol om te coachen op het onzichtbare gedrag om het zichtbare gedrag te veranderen.
B. Stelling II: Het is vaak meer zinvol om te coachen op het zichtbare gedrag om het onzichtbare gedrag te veranderen.
C. Stelling III: Het is vaak minder zinvol om te coachen op het onzichtbare gedrag om het zichtbare gedrag te veranderen.
Wat moet je weten, in het kader van gedrag, voordat je een klant kan begeleiden met een stappenplan?
A. In welke fase de persoon zich bevind.
B. Hoeveel geld de persoon wilt uitgeven.
C. Of de persoon zelfvertrouwen heeft.
Wat is de juiste definitie van Self-efficacy?
A. De overtuiging van een persoon in anderen hun capaciteiten en persoonlijke, sociale en omgevings-barrières te overwinnen en niet van invloed te zijn op de gedragsverandering.
B. De overtuiging van een persoon dat hij zelf zijn eigen advocaat kan spelen in de rechtzaal.
C. De overtuiging van een persoon in zijn eigen capaciteiten en persoonlijke, sociale en omgevings-barrières te overwinnen en niet van invloed te zijn op de gedragsverandering.
Welk van de volgende punten hoort bij het 6-fasenmodel van M.K.F. Balm?
A. Koppig zijn, Onbegrip, Apathie, Onkunde, Passiviteit, Opgeven.
B. Openstaan, Begrijpen, Willen, Kunnen, Doen, Volhouden.
C. Openstaan, Begrijpen, Willen, Kunnen, Passiviteit, Volhouden.
Wat wordt bedoeld met 'ziektewinst'?
A. Geld verdienen door te doen alsof je ziek bent.
B. Geld inzamelen voor goede doelen of zieke mensen door middel van een sportevenement.
C. Het worden ontheven van vervelende taken en verplichtingen door het hebben van klachten of slechte gewoontes.
Wat is geen reden dat mensen hun gedrag niet aan willen passen?
A. De noodzaak ontbreekt.
B. Ze zijn te lui.
C. Onvoldoende uitleg gekregen.
Wat is volgens McClelland onderdeel van het onzichtbare gedrag?
A. Kennis
B. Zelfbeeld
C. Vaardigheden
Wat is volgens het Ijsbergmodel van McClelland geen onderdeel van zichtbaar gedrag?
A. Kennis
B. Persoonlijkheid
C. Vaardigheden
Wat is KLUCS?
A. Kracht, Lenigheid, Uithoudingsvermogen, Coordinatie, Spierkracht
B. Kracht, Lenigheid, Uithoudingsvermogen, Coordinatie, Snelheid
C. Kracht, Lenigheid, Uithoudingsvermogen, Controle, Snelheid
Hoe noemen we mensen die al de intentie hebben om te veranderen ?
A. Haantje de voorste
B. Te enthousiast
C. Zelf-veranderaars
Wat is geen testeis die gesteld moet worden aan sportgerichte testen?
A. Betrouwbaarheid
B. Duur van de test.
C. Testniveau.
Het bijhouden van het eetgedrag en trainingen in een logboek heet?
A. Zelfregulatie
B. Zelfobservatie
C. Zelfconfrontatie
Wat is thermogenese?
A. Een ander woord voor thermometer.
B. Het afkoelen van het lichaam in de kou.
C. Het produceren van lichaamswarmte door het verbranden van voedingsstoffen.
Welk van de volgende rekenen we niet tot een reflex?
A. Huilen.
B. Begroeten.
C. Boosheid.
Leptine wordt geproduceerd door welk van de volgende?
A. De hersenschors.
B. De hypofyse.
C. De lever.
De naam van het hormoon dat een gevoel van verzadiging afgeeft heet:
A. Ghreline.
B. Insuline.
C. Leptine.
Wat is een symptoom van Hyperglykemie?
A. Vermoeidheid.
B. Veel plassen.
C. Flauw gevoel.
Welk van de volgende is GEEN symptoom van Hypoglykemie.
A. Tekort aan bloedsuiker.
B. Transpireren.
C. Dorst.
Hoe noemt men een verhoogde zuurstofopname en energiegebruik in rust om het lichaam te herstellen?
A. EPO
B. KLUCS
C. EPOC
Wat is een ander woord voor Complex training?
A. Circuit training
B. Transfer training
C. Duurtraining
Wat test je met de Quebec-10-seconde-test?
A. Maximale aerobe capacitiet.
B. Anaerobe capaciteit.
C. Sub-maximale aerobe capaciteit.
Waar is het volgende een definitie van?
"Het creëren van een brand-identity die bepaalde percepties, emoties en gevoelens in associatie brengt met de identiteit en het beïnvloeden van potentiële klanten. Zonder een sterk merk is marketing en sales ineffectief."
A. Marketing
B. Branding
C. Sales
Wat is 'analoge communicatie'?
A. Communicatie via de vaste telefoon.
B. Feitelijke woorden.
C. Gezichtsuitdrukkingen, intonatie, etc.
Tot welke van de volgende behoren 'feitelijke woorden'?
A. Analoge communicatie
B. Digitale communicatie
C. Non-verbale communicatie
Wat zijn de Behoeften en Doelstellingen in het gastvrijheidsmodel van de hogeschool Den Haag?
A. Het aanbod van de gastheer.
B. De verwachtingen van de gast.
C. De beleving.
Waarvoor staat PGO in het gastvrijheids model van de Hogeschool Den Haag ?
A. (P)roduct/service, (G)edrag van personeel en (O)mgeving waar het plaatsvindt.
B. (P)roduct/service, (G)edrag van personeel en (O)plevering.
C. (P)laats, (G)edrag van personeel en (O)plevering.
Wat is de juiste omschrijving van gastheerschap?
A. Het managen van gasten en beleving van de gast door hem tegen betaling te dienen als een slaaf.
B. Het managen van verwachtingen en beleving van de gast door hem tegen betaling te onthalen en verzorgen.
C. Het managen van verwachtingen en beleving van de gast door hem tegen betaling te informeren.
Wat is geen test van antropometrie?
A. BMI
B. Snelheid
C. Bloeddruk
Wat betekent antropometrie letterlijk?
A. Het meten van dieren.
B. Het meten van mensen.
C. Het meten van statistische probabiliteiten.
Wat is de belangrijkste voorwaarde om blessurevrij te sporten?
A. Verstand.
B. Zelfvertrouwen.
C. Coördinatie.
Wat is de Als-Dan keten?
A. Kettingreactie van de beweging van spieren.
B. Psychologische truc om keuzes te rationaliseren.
C. Methode om het probleem van een klant te beschrijven tijdens het maken van een stappenplan.
Wat test je met de Ästrand-test?
A. Maximale aerobe capaciteit.
B. Anaerobe capaciteit.
C. Sub-maximale capaciteit.
Wat test je met de 6-minuten loop?
A. Sub-maximale aerobe capaciteit.
B. Anaerobe capaciteit.
C. Maximale aerobe capaciteit.
Wat is geen test voor het testen van lenigheid?
A. Sit-and-reach-test.
B. Been in de nek leggen.
C. Schouder stretch.
Waar is lenigheid niet van afhankelijk?
A. Elasticiteit van de spieren.
B. De anatomie van de gewrichten.
C. Het zenuwstelsel.
Hoe noemen we de bewegingsmogelijkheid van een gewricht waarover een spier loopt?
A. Lenigheid
B. Coordinatie
C. Aanleg
Wat test verspringen uit stand?
A. Kracht
B. Uithoudingsvermogen
C. Techniek
Welk van de volgende is geen test voor het testen van kracht?
A. Omgekeerde pushup
B. Stoelzit
C. 100 meter-sprint
Welke vorm van kracht hoort bij: Het snel en herhaaldelijk overwinnen van behoorlijke weerstanden?
A. Explosieve kracht
B. Snelkracht
C. Krachtuithoudingsvermogen
Welke vorm van kracht levert de grootst mogelijke willekeurige kracht in een zo kort mogelijke periode?
A. Maximaal kracht
B. Snel kracht
C. Explosieve kracht
Top, handig voor al je toetsen/tentamens. Fijn in gebruik en te betalen, andere sites zijn duurder.
Knoowy is een aanwinst voor studenten met namen anderstaligen voor hun school schrijfwerk.
Top platform.
Site met goede samenvattingen. Helpt mij erg met mijn studie! Ik zou het zeker aanraden.
De studiehulp beviel me prima. Alles netjes geregeld op de website.
Zeer handig als je tijd wil besparen. Zeker aan te raden!
Prettige site met veel verschillende bestanden. Ik heb er veel aan.
Knoowy is handig als je er niet helemaal uitkomt hoe een opdracht eruit moet zien.