Gebruik de 80 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenDe dichtheid wordt berekend door het volume te delen door de massa.
Onjuist.
Dichtheid is massa delen door volume.
Je berekent namelijk de hoeveelheid massa per 1 volume-eenheid.
input text value
Als een stof wordt verwarmd, gaan de deeltjes sneller bewegen.
Als een stof wordt verwarmd, bewegen de deeltjes verder uit elkaar.
Door het verhogen van de druk wordt het smeltpunt hoger.
Een mengsel heeft een smeltpunt en geen smelttraject.
Water verdampt bij elke temperatuur vanaf 100 graden Celsius.
Onjuist.
Alleen bij 100 graden Celsius verdampt water. Water kan niet warmer worden dan 100 graden, dan is het waterdamp.
input text value
Hoe warmer water is, hoe verder het uitzet.
Onjuist
Als water van 0 naar 4 graden Celsius gaat, krimpt het eerst in, daarna zet het pas uit.
input text value
De faseovergang van gas naar vaste stof heet desublimeren.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 80 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen maken
Oefenvragen behorende bij het vijfde hoofdstuk van Natuuronderwijs Inzichtelijk.
De oefenvragen zijn zowel reproductief als inzichtelijk.
Geef per vraag aan of de stelling juist of onjuist is of geef antwoord op de vraag die er staat.
80 oefenvragen
57x verkocht
Nederlands
17-04-2022
HBO / Thomas More Hogeschool / Leraar Basisonderwijs / Natuur & Techniek
Natuuronderwijs inzichtelijk - Carla Kersbergen, Amito Haarhuis
De dichtheid wordt berekend door het volume te delen door de massa.
Onjuist.Als een stof wordt verwarmd, gaan de deeltjes sneller bewegen.
JuistAls een stof wordt verwarmd, bewegen de deeltjes verder uit elkaar.
JuistDoor het verhogen van de druk wordt het smeltpunt hoger.
OnjuistEen mengsel heeft een smeltpunt en geen smelttraject.
OnjuistWater verdampt bij elke temperatuur vanaf 100 graden Celsius.
Onjuist.Hoe warmer water is, hoe verder het uitzet.
OnjuistDe faseovergang van gas naar vaste stof heet desublimeren.
JuistDe faseovergang van vloeistof naar vaste stof heet bevriezen.
De faseovergang van gas naar vloeistof is verdampen.
De faseovergang vervluchtigen is van hoge druk naar weinig druk.
Een afkoelende stof wordt kouder naarmate de stof een hogere dichtheid krijgt.
IJs drijft op water.
Hiermee kun je aantonen dat ijs een kleinere dichtheid heeft dan water heeft.
Water is een goed oplosmiddel.
Een mengsel van metalen is een legering.
Een legering is een suspensie.
Een legering is een mengsel.
Kraanwater bestaat uit kalk en water. Dit is een oplossing, want het kraanwater is tot aan de bouwstenen gemengd.
Olie en water kun je niet goed mengen. Door een andere stof toe te voegen, kun je deze (tijdelijk) wel goed mengen. Er is hier sprake van een suspensie.
Een suspensie kun je scheiden door middel van filteren.
Bezinken kun je gebruiken bij een suspensie en bij een mengsel van verschillende dichtheden.
Wat je overhoudt bij filteren, heet het filtraat.
Bij centrifugeren maak je gebruik van het verschil in dichtheid van twee stoffen.
Het verschil tussen indampen en destilleren is dat bij het indampen er een stof verloren gaat. Bij destilleren is dit niet het geval.
Indampen is makkelijker dan destilleren.
Bij indampen gaat de stof met het hoogste kookpunt verloren.
Een kubus van 5 cm3 zal eerder zinken dan een blok van 5 cm3.
De oppervlaktespanning van water is groter dan de oppervlaktespanning van waterdamp.
De oppervlaktespanning is de kracht waarmee de afzonderlijke deeltjes in een vloeistof aan elkaar trekken.
Oppervlaktespanning kun je goed illustreren aan de hand van een glas met water dat steeds voller wordt gegoten.
Een lagedrukgebied heeft minder lucht dan gemiddeld.
Een kompasnaald is altijd naar het geografische noorden gericht.
Ferromagnetische metalen zijn metalen die altijd magnetisch zijn.
De noord- en zuidpool van twee afzonderlijke magneten stoten elkaar af.
Statische elektriciteit ontstaat als er een positieve of negatieve lading ontstaat bij een molecuul.
Een bliksemschicht is een positieve of negatieve ontlading.
Elektronen zijn positief geladen
Neutronen zijn negatief geladen.
Plastic is een geleider
Jan heeft rubberen laarzen aan en staat in een plas water waar net de bliksem inslaat.
Hierdoor zal Jan vooral last hebben van de elektrische lading.
Jan heeft rubberen laarzen aan en staat in een plas water waar net de bliksem inslaat.
Hierdoor zal Jan vooral last hebben van de hitte die hierbij vrijkomt.
Elektriciteit is het overspingen van een elektron.
Als een stroomkring gesloten is zal het licht uitgaan.
Plastic biedt te veel weerstand voor elektriciteit om doorheen te trekken.
Koper is een goede geleider.
Uit een normaal stopcontact komt 230 A
Bij een hoge spanning en een lage stroomsterkte zal de stroomsterkte hoog zijn.
Bij een lage spanning en een lage stroomsterkte zal de stroomsterkte hoog zijn.
kWh staat voor kilowattuur
Energieverbruik = tijd x vermogen
Vermogen = Energieverbruik : Tijd
Het vermogen = stroomsterkte : spanning
Geluid verplaatst zich als drukgolf.
Geluid met een grote amplitude is harder dan geluid met een kleine amplitude.
De amplitude is de 'afstand van de lijn tot de middellijn'.
Hoe meer trillingen per minuut, hoe lager de toon is.
Geluid wordt gemeten in dB.
De frequentie van geluid bepaalt het volume.
Een dun gordijn zal geluid doorlaten.
Een raam zal geluid weerkaatsen.
Een rubberen plaat zal geluid absorberen.
Een trui zal geluid absorberen.
Jan loopt een kamer binnen met enkel groen licht. Hij heeft een groene trui aan. Jan ziet de trui nu als zwart.
Pim loopt een kamer binnen met enkel rood licht. Hij heeft een blauwe trui aan. Jan ziet de trui nu als paars.
Sanne loopt een kamer binnen met enkel groen licht. Hij heeft een witte trui aan. Jan ziet de trui nu als groen.
Tim loopt een kamer binnen met enkel geel licht. Hij heeft een blauwe trui aan. Jan ziet de trui nu als zwart.
De maan is een natuurlijke, indirecte lichtbron.
Je hebt alleen kernschaduw als er meer dan één lichtbron is.
Er schijnt van links- en van rechtsboven licht op de tafel. De kernschaduw bevindt zich in het midden.
De hoek van inval is gelijk aan de negatieve hoek van terugkaatsing.
Licht beweegt zich, net als geluid, rechtlijnig.
Een bolle lens laat het brandpunt dichter bij de lens vallen en heb je nodig bij verziendheid.
Een holle lens laat het brandpunt dichter bij de lens vallen en heb je nodig bij bijziendheid.
De primaire kleuren in licht zijn groen, blauw en rood.
De massa van een kat is ongeveer 8 kg.
De gravitatieconstante op de maan is 1,6 N/kg.
De massa van een voorwerp is 5.
Geef aan wat het gewicht van dit voorwerp is op de maan.
Een fietser heeft profijt van de rolweerstand.
Een fietser heeft last van de luchtweerstand.
De rolweerstand is minder bij hard opgepompte fietsbanden.
Een bal rolt naar beneden.
De bal zal met een constante snelheid naar beneden rollen.
Een beker zakt niet door de tafel heen, omdat de tafel kracht uitoefent op de beker. Dit is de zwaartekracht.
Knoowy zorgt voor overzichtelijke samenvattingen. Voor een kleine prijs krijg je een uitgebreide samenvatting. Ik zeg doen.
Makkelijk en zonder gedoe! Veel aanbod door veel verschillende aanbieders. Het sluit allemaal goed aan op de lesmethodes!
Het is erg handig om Knoowy te gebruiken voor het leren voor tentamens.
De website is erg duidelijk en er zijn veel verschillende samenvattingen te koop voor een goede prijs.
Handige site. Ik gebruik het voor het laten controleren van teksten.
Echt een super website, heel blij mee dat studenten elkaar zo kunnen helpen.
Makkelijk zoeken naar documenten voor je studie. Er is veel aanbod.
Positief en overzichtelijke website met ruime keuze aan samenvattingen die je kunnen helpen met je studie.