Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Hoofdstuk 1: Soorten en rassen
1.1 Begrippenlijst
Hieronder staan een aantal begrippen die je regelmatig tegenkomt in dit hoofdstuk. Deze begrippen
moet je kennen.
Domesticatie: het proces waarbij mensen de eigenschappen van dieren zo veranderen dat ze nut-
tiger worden voor de mens en makkelijker in onze buurt kunnen leven.
Soort: dieren behoren tot dezelfde soort als ze zich onderling kunnen voortplanten en dan vrucht-
bare nakomelingen krijgen.
Ras: een groep dieren die qua uiterlijk en gedrag op elkaar lijken.
1.2 Domesticatie
Diersoorten die als huisdier worden gehouden, zijn meestal door de mens (jaren geleden) getemd en
aangepast aan de wensen van de mens. Deze dieren heten gedomesticeerde diersoorten. Honden, kat-
ten, cavias, maar ook paarden, koeien en schapen zijn gedomesticeerd.
Gedomesticeerde dieren kunnen meestal niet meer in de natuur overleven. Een spierwit konijn bijvoor-
beeld zal in onze natuur als eerste door een roofdier worden gepakt. Niet alleen vanwege de kleur, maar
ook omdat het niet meer schuw is. Een Perzische kat zal moeite hebben om een prooi te vangen en te
overleven. Een deel van het vanginstinct is bij de Pers verdwenen. Door het fokken van een korte snuit
kan het gebit zijn werk niet meer goed doen. Een prooi doden en opeten is veel moeilijker geworden.
Sommige dieren die als huisdier worden gehouden, zijn (nog) niet gedomesticeerd. Deze dieren hebben
nog steeds dezelfde eigenschappen als hun verwanten die in het wild leven. Reptielen en veel vogels (ook
de papegaai!) zijn niet gedomesticeerd. Ook sommige knaagdieren zijn (nog) niet gedomesticeerd. Denk
hierbij bijvoorbeeld aan de boeroendoek.
Gedomesticeerde diersoorten kunnen zich vaak niet meer in de natuur handhaven. De voortplanting
wordt door mensen bepaald. Heel duidelijk is dat bij de hond. Duizenden jaren geleden hebben mensen
wolven in huis genomen. Door het benvloeden van de voortplanting en deze te selecteren op gewenste
eigenschappen, is de hedendaagse hond ontstaan.
Tegenwoordig kennen we ongeveer 375 hondenrassen, varirend van de Saarlooswolfshond tot de chi-
huahua en de pekinees. Al deze honden stammen af van de wolf, hoewel het moeilijk voor te stellen is
dat ook een pekinees afstamt van de wolf.
1.3 Soorten en rassen
In de biologie wordt gesproken over diersoorten en -rassen. Een diersoort is een groep dieren die met
elkaar kunnen paren en dan voor vruchtbare nakomelingen kunnen zorgen. Een paard en een pony kun-
nen met elkaar paren en er komen vruchtbare nakomelingen uit. Paarden en ponys horen dan ook tot
dezelfde soort.
6 Biologie, voeding en voortplanting
Ook wolven en honden kunnen elkaar bevruchten. Wolf en hond horen dan ook tot dezelfde soort. Hazen
en konijnen kunnen elkaar echter niet bevruchten. Zij behoren dan ook tot verschillende diersoorten.
Een vreemd geval is een kruising van een paard en ezel. Ze kunnen elkaar wel bevruchten, maar de na-
komelingen zijn niet vruchtbaar.
Een ras is een groep dieren die sterk op elkaar lijken. Het uiterlijk en de eigenschappen van dieren van
hetzelfde ras lijken op elkaar. Als twee dieren van een ras met elkaar paren, hebben de nakomelingen
weer dezelfde eigenschappen en uiterlijk. Bij onze huisdieren zijn er zeer veel verschillende rassen ont-
wikkeld. Denk maar aan alle raskatten en rashonden. Ook bij boerderijdieren kennen we verschillende
rassen.
1.4 Honden en katten
1.4.1 Hondenrassen
Hondenrassen zijn in te delen in verschillende rasgroepen. De Raad van Beheer hanteert de volgende
indeling, samengesteld door de FCI:
Groep 1 herdershonden en veedrijvers
Groep 2 pinchers, schnauzers, molossers en sennenhonden
Groep 3 terrirs
Groep 4 dashonden
Groep 5 spitsen en oertypen
Groep 6 lopende honden en zweethonden
Groep 7 voorstaande honden
Groep 8 retrievers, spaniels en waterhonden
Groep 9 gezelschapshonden
Groep 10 edom
Ga voordat je verder leest naar de website houdenvanhonden.nl. Deze website geeft voorbeelden bij iedere
rasgroep. Klik op de FCI rasgroepen onder aan de pagina en bekijk de fotos van de honden die erbij horen. Als
dierverzorger is het belangrijk dat je de verschillende rassen kent.
Bouvier des Flandres Border collie Duitse herdershond
Biologie, voeding en voortplanting 7
Rasgroep 1: herdershonden en veedrijvers
Tot deze groep behoren veedrijvers, zoals de border collie, maar ook honden die de kudde bewaken,
zoals de bouvier des Flandres en de Duitse herdershond.
Veedrijvers
De meeste veedrijvers zijn middelgrote honden die alert en waakzaam zijn. Ze zijn erg aan hun baas ge-
hecht. Veedrijvers zijn actieve honden die graag leren en hun energie kwijt moeten. Een voorbeeld van
een veedrijver is de Border Collie.
Kuddebewakers
De meeste herdershonden die gebruikt worden als beschermer, zijn grotere, dog-achtige honden. Deze
honden zijn waakzaam en trouw aan hun baas, maar afwachtend naar vreemden. Voorbeelden van kud-
debewakers zijn de Duitse herdershond en de Bouvier des Flandres. Van de Duitse herdershond bestaan
twee soorten: de stokhaar en de langstokhaar.
Ga naar de website houdenvanhonden.nl en bekijk de fotos van de volgende honden. Leer deze honden
herkennen.
Mechelse herder
Border collie
Duitse herdershond
Hollandse herdershond
Rasgroep 2: pinchers, schnauzers, molosseres en sennenhonden
Pinchers en schnauzers zijn van oorsprong waakhonden die werden gebruikt om ongedierte te verdel-
gen. Pinchers, zoals de dobermann pinscher, zijn gladharig en schnauzers zijn ruwharig. Deze honden
zijn erg trouw, moedig en levendig.
Dobermann Schnauzer Boxer
Molossers
Tot de molossers behoren de verschillende doggen, zoals de bullmastiff en de Duitse dog. Deze honden
hebben allemaal zeer zware beenderen, een brede schedel en meestal een korte snuit. Het zijn honden
die in de eerste plaats waak- en verdedigingshonden zijn.
Sennenhonden
De Zwitserse sennenhonden zijn veedrijvers uit Zwitserland. Dit zijn veelzijdige honden. Ze werden niet
alleen gebruikt voor het drijven van vee, maar ook als trek- en waakhond. De meest voorkomende Zwit-
serse sennenhond is de Berner sennenhond.
8 Biologie, voeding en voortplanting
Ga naar de website houdenvanhonden.nl en bekijk de fotos van de volgende honden. Leer deze honden
herkennen.
Bullmastiff
Duitse dog
Middenslagschnauzer
Engelse bulldog
Newfoundlander
Rottweiler
Berner sennenhond
Rasgroep 3: terrirs
Terrirs zijn meestal moedige honden. Zij werden van oorsprong gehouden als verdelgers van kleinwild
en als jagers voor boven en onder de grond. Er zijn hoog- en laagbenige terrirs. Laagbenige terrirs
werken van oorsprong onder de grond, hoogbenige boven de grond. Een voorbeeld van een hoogbenige
terrir is een Airedaleterrir, een laagbenige is bijvoorbeeld de West Highland white terrir.
West Highland white terrir Airedale terrir
In totaal zijn er 34 terrirrassen erkend. Oorspronkelijk komen de meeste rassen uit Engeland en Ierland.
Dat is ook aan hun namen af te lezen. De afzonderlijke gebieden in deze landen hadden vaak hun eigen
terrir, vandaar de Skyeterrir, de Borderterrir en de Yorkshire terrir.
Terrirs hebben meestal veel energie en moeten die ook kwijt kunnen. Lange wandelingen, lopen naast
de fiets en sporten als behendigheid en flyball zijn dan ook goede bezigheden voor veel van deze hon-
den. Vaak zijn deze honden goede en vrolijke gezinshonden.
Ga naar de website houdenvanhonden.nl en bekijk de fotos van de volgende honden. Leer deze honden
herkennen.
American Staffordshire terrir
Bull terrir
Jack Russell terrir
West Highland white terrir
Yorkshire terrir
Rasgroep 4: teckels
Dashonden, meestal teckels genoemd, zijn oorspronkelijk gefokt om te jagen op dieren die onder de
grond - in holen - leven, zoals dassen en vossen. Er zijn negen soorten dashonden, die verschillen in for-
maat en vachtstructuur.
Biologie, voeding en voortplanting 9
Dit zijn de dashonden die je moet leren via de website houdenvanhonden.nl:
dashond korthaar
dashond ruwhaar
dashond langhaar
De kleinste soort, de kaninchenteckel, werd oorspronkelijk gebruikt voor de konijnenjacht. Verder is er
ook nog de dwergteckel en de teckel.
Dashond korthaar
Dashonden zijn werklustig en volhardend. Als ze hun prooi hebben gevonden, blaffen ze luid. Ze hebben
een uitstekende neus, waardoor ze ook geschikt zijn voor speurwerk. Hun uithoudingsvermogen is groot
en ze maken dan ook graag lange wandelingen. Het zijn van oorsprong echte werkhonden. Als zij hun
energie niet kwijt kunnen, kunnen ze in huis erg vervelend worden.
Rasgroep 5: spitsen en oertypen
De groep spitsen en oertypen bevat diverse honden, zoals de poolhonden, de Noorse honden, een aan-
tal jachthonden uit het Verre Oosten, keesachtigen en diverse oertypen. De honden in deze groep ogen
over het algemeen natuurlijk en het zijn vaak zeer oude rassen.
Ga naar de website houdenvanhonden.nl, bekijk de fotos van de volgende soorten en lees de bijbeho-
rende tekst. Leer deze honden herkennen.
Grote keeshond
Alaska malamute
Siberische husky
Poolhonden
Poolhonden, als de Alaska malamute en de Siberische husky, zijn honden die gebruikt worden als trek-
en lastdier. Deze honden hebben ook een grote jachtpassie. In de streken waar zij veel worden gebruikt,
moeten zij vaak gedeeltelijk voor zichzelf zorgen. Dan komt hun jachtpassie van pas.
Poolhonden kunnen over het algemeen goed met andere honden omgaan, maar de omgang met andere
diersoorten zal goed moeten worden begeleid. Het zijn honden die veel beweging nodig hebben. Fietsen
en sledehondensporten zijn dan ook geschikte bezigheden.
10 Biologie, voeding en voortplanting
Alaska malamute Siberische husky
Keeshonden
De verschillende keeshonden komen oorspronkelijk uit Duitsland. Van oorsprong zijn het hofhonden, die
hun hof (erf en huis) bewaakten en ongedierte vingen. Deze honden blaffen dan ook snel en zijn trouw
aan hun baas en het gezin. Ze leren graag en hebben veel energie.
Rasgroep 6: lopende honden en zweethonden
Rasgroep 6 bestaat uit 78 jachthondenrassen. Veel van deze rassen zijn de zogenaamde brakken. Ook
worden bij deze groep een paar outsiders ondergebracht.
Ga naar de website houdenvanhonden.nl, bekijk de fotos van de volgende soorten en lees de bijbeho-
rende tekst. Leer deze honden herkennen.
Beagle
Dalmatische hond
Brakken
Brakken zijn jachthonden, zoals de beagle en de bassethound. Ze hebben allemaal een uitzonderlijk
goede neus. Brakken volgen het spoor van het wild vaak in een groep (een meute) en blaffen op een
speciale manier als ze het wild gevonden hebben.
Beagle (pup) Bassethound
Brakken zijn vaak vriendelijke, aanhankelijke honden, zowel voor mensen als voor andere honden. Ze
hebben veel energie en kunnen eigenzinnig zijn als ze een spoor ruiken. Jachttraining, behendigheid en
lange wandelingen zijn goede bezigheden voor deze rassen omdat ze veel beweging nodig hebben.
Omdat brakken van oorsprong meutehonden zijn, zijn sommige brakken niet geschikt om als huisdier te
houden. Ze leven liever in een roedel in een kennel. Ook rassen die wel als huishond gehouden kunnen
worden, zoals de beagle, zijn erg gesteld op een andere hond als maatje.
Biologie, voeding en voortplanting 11
Veel brakken zijn ook uitstekende zweethonden. Zweet is in het jagersjargon een benaming voor bloed
van aangeschoten wild. Een zweethond is dan ook een hond die heel goed een bloedspoor kan volgen naar
het aangeschoten wild. Zij worden ook nog wel eens gebruikt voor het opsporen van aangereden wild.
Outsiders
Tot deze groep behoort ook een aantal outsiders, zoals de Dalmatische hond en de Rhodesian ridgeback.
Deze honden zijn niet zo makkelijk onder te brengen in een bepaalde groep.
Dalmatische hond
De Dalmatische hond is van oorsprong een hond die werd gefokt om met koetsen mee te lopen en om
de stallen te bewaken. Het zijn over het algemeen vriendelijke gezinshonden die veel energie hebben en
hebben veel beweging nodig. Ze vinden het dan ook heerlijk om naast de fiets te rennen, te zwemmen
en lange wandelingen te maken.
Rasgroep 7: voorstaande honden
Staande honden zijn jachthonden die het wild voorstaan. Dat wil zeggen dat ze, als ze wild ruiken, dood-
stil staan en met hun hoofd en soms met hun poot de plaats van het wild aan de jager wijzen. Bekende
staande honden zijn de Duitse staande hond en de Ierse setter.
Ga naar de website houdenvanhonden.nl, bekijk de fotos van de volgende soorten en lees de bijbeho-
rende tekst. Leer deze honden herkennen.
Drentsche patrijshond
Ierse setter
Duitse staande hond
Weimaraner Duitse staande hond
12 Biologie, voeding en voortplanting
Over het algemeen zijn voorstaande honden gehoorzaam en aanhankelijk. Zolang ze buiten hun energie
kwijt kunnen, zijn het in huis vaak rustige honden. Ze zijn leergierig en moeten wel wat te doen hebben.
Rasgroep 8: retrievers, spanils en waterhonden
Ook in rasgroep 8 zitten voornamelijk jachthonden. Bekende honden als de labrador retriever en de
golden retriever behoren tot deze rasgroep. Ook allerlei spanils en setters maken deel uit van deze
rasgroep.
Ga naar de website houdenvanhonden.nl, bekijk de fotos van de volgende soorten en lees de bijbeho-
rende tekst. Leer deze honden herkennen.
Golden retriever
Labrador retriever
Engelse cockerspanil
De groep bestaat uit jachthonden die verschillende functies hebben:
honden die het wild apporteren: de retrievers;
honden die het wild opstoten voor de jager: de spanils;
honden die het wild uit het water apporteren: de waterhonden.
Kooikerhondje Labrador retriever
In de groep zitten twee Nederlandse rassen: het kooikerhondje en de wetterhoun. Veel van deze honden
zwemmen graag en kunnen ook aangeschoten waterwild apporteren.
Retrievers en waterhonden werken graag voor hun baas. Ze zijn meestal dan ook erg trouw en hebben
een grote will to please. Veel van deze honden zijn goede gezinshonden, maar moeten wel hun energie
kwijt kunnen.
Rasgroep 9: gezelschapshonden
De groep van gezelschapshonden is een zeer diverse groep. Er komen allerlei honden in voor: honden die
van oorsprong gezelschapshonden zijn, maar ook kleine variteiten van honden uit andere rasgroepen.
Veel oorspronkelijke gezelschapshonden zijn kleine honden die niet dagelijks uren hoeven te lopen. Ze
zijn aanhankelijk, speels en vrolijk.
Biologie, voeding en voortplanting 13
Ga naar de website houdenvanhonden.nl, bekijk de fotos van de volgende soorten en lees de bijbeho-
rende tekst. Leer deze honden herkennen.
Cavalier King Charles spanil
Chihuahua
Chinese naakthond
Franse bulldog
Poedel
Mopshond
Ook de grote of standaard poedel behoort tot de gezelschapshonden. Dit is opmerkelijk, want van oor-
sprong is deze hond een jachthond voor in het water. Bij sommige indelingen wordt hij dan ook bij de
waterhonden ingedeeld. Zijn kleinere familieleden, de middenslag, dwerg- en toypoedel, behoren in ie-
der geval wel tot de groep gezelschapshonden.
Tot slot behoort een aantal dwergdoggen en kleine spanilrassen tot deze groep. Een voorbeeld van een
dwergdog is het mopshondje. De Cavalier King Charles spanil is dan weer een voorbeeld van een kleine
spanil.
Poedel King Charles spanil (pup)
Rasgroep 10: windhonden
Zowel de Russische wolfshond als het Italiaanse windhondje en de Engelse greyhound behoren tot deze
rasgroep. Met hun lange poten, diepe borstkas en smalle heupen zijn windhonden gebouwd op snelheid
en wendbaarheid. Dat maakt ze uitermate geschikt voor de jacht, bijvoorbeeld op hazen, gazellen en
wolven, maar ook voor hondenraces.
Windhonden komen oorspronkelijk uit het Midden-Oosten. Later zijn andere landen windhonden gaan
fokken die aangepast werden aan het daar heersende klimaat. Ook in Engeland en Ierland worden al
eeuwenlang windhonden gefokt.
Ga naar de website houdenvanhonden.nl, bekijk de fotos van de volgende soort en lees de bijbehorende
tekst. Leer deze hond herkennen.
Afghaanse windhond
14 Biologie, voeding en voortplanting
1.4.2 Kattenrassen
Veel Nederlanders hebben een kat als huisdier. Een kat is zelfstandiger en vraagt doorgaans minder tijd
dan een hond. Het merendeel van de kattenpopulatie is stamboomloos. Meestal worden deze katten
Europese kortharen genoemd.
Ongeveer zes procent van de Nederlandse kattenpopulatie behoort tot een speciaal ras, zoals de Perzi-
sche langhaar of de Britse korthaar. Wereldwijd zijn er meer dan zeventig kattenrassen bekend. Onder
deze rassen bestaat veel variatie in kleuren en aftekeningen.
De meest gebruikte indeling van de diverse rassen is die in:
langharen
halflangharen
kortharen
katten met een bijzondere vachtstructuur
Langharen
Tot de langharen behoort eigenlijk alleen de Perzische langhaar. Perzische langharen werden in de zes-
tiende eeuw naar Europa gebracht. De Pers is over het algemeen een introverte, kalme en vriendelijke
kat. Een Pers houdt meestal van rust.
De Pers is in de loop van de tijd heel erg veranderd. Zo is de kop steeds platter geworden, de oren steeds
kleiner en de ogen steeds groter. Ook hebben deze katten steeds minder neus gekregen. Dit zorgt vaak
voor oog- en ademhalingsproblemen.
Perzische langhaar
Perzen zijn er in veel kleuren en patronen. Zo zijn er effen, tabby en zelfs colourpoint Perzen. Bijna alle
vachtkleuren en -patronen zijn bij Perzen mogelijk.
De verzorging van deze katten kost veel tijd. De lange, zijdeachtige vacht is erg gevoelig voor klitten en
moet elke dag geborsteld en gekamd worden. Gebruik hiervoor twee metalen kammen: een grove en
een fijne kam. Gebruik geen borstel, omdat je dan vaak alleen de bovenkant van de vacht kamt en er dan
klitten aan de onderkant van de vacht ontstaan.
Biologie, voeding en voortplanting 15
De grove kam gebruik je voor het uitkammen van de poten, buik, rug, borst en hals. De fijne kam gebruik
je voor de kop.
Houd altijd een vaste volgorde aan bij het verzorgen van de vacht, dan vergeet je nooit een onderdeel.
Het makkelijkste is om van voren naar achteren te werken, dus je begint bij de kop en eindigt bij de staart.
Verder hebben deze katten vaak last van verstopte traanbuizen, of hebben ze zelfs helemaal geen traan-
buizen. Hierdoor hebben zij vaak uitvloeiing uit hun ogen (traanstrepen). De ogen moeten daarom gere-
geld worden schoongemaakt. Dit doe je met afgekoeld, gekookt water. Met een watje en het afgekoelde
water maak je de ogen en het gezicht schoon.
Halflangharen
Tot de halflangharen behoren rassen als de Turkse Van, de Noorse boskat en de ragdoll. Van deze groep
moet je de volgende rassen kennen:
Noorse boskat
Maine Coon
Noorse boskat
De vacht van deze katten is niet zo lang als die van de Pers. De vacht is ook anders van structuur; hij is
stugger en raakt daardoor minder snel in de klit. Maar toch moet de vacht regelmatig geborsteld worden.
Per kat kan dit verschillen van n tot drie keer per week. Gebruik hiervoor een grove en een fijne kam,
net als bij de Pers.
Als de halflangharige kat in de rui is, moet je hem elke dag borstelen. Anders blijven de losse haren in de
vacht hangen. Die kunnen dan makkelijk gaan klitten.
Kortharen
De Brits korthaar en de Europese korthaar zijn kortharige katten uit de westerse wereld. Ze stammen
oorspronkelijk af van de gewone huiskat, maar door verschil in wensen van de fokkers hebben deze ras-
sen zich verschillend ontwikkeld.
Van deze rasgroep moet je de volgende rassen kennen:
Brits korthaar
Europese korthaar
Siamees
Oosters korthaar
16 Biologie, voeding en voortplanting
Brits korthaar Europese korthaar
Siamees Oosters korthaar
De Brits korthaar is een stevige, compacte kat waar nog regelmatig Perzisch langhaar in wordt gefokt
om het goede type te behouden. De Brits korthaar heeft een rustig en aangenaam humeur. Het zijn ver-
draagzame en vriendelijke katten. De vacht van de Brit is kort, maar zeer dicht en zal dan ook wekelijks
goed moeten worden geborsteld.
De Europese en Amerikaanse kortharen zijn raskatten die erg op elkaar lijken. Ze lijken ook veel op de
gewone huis-, tuin- en keukenkat. Door selectief te fokken zijn deze rassen echte rassen geworden.
Het karakter van de kortharen is niet duidelijk te omschrijven.
De vacht is eenvoudig te verzorgen: n keer per week een borstelbeurt is voldoende. Bij de Brits kort-
haar is dit echt belangrijk, omdat deze een dikke ondervacht heeft. Als je deze te weinig borstelt, komen
er klitten in de ondervacht. Europese kortharen hebben geen dikke ondervacht.
Tijdens de rui moet je de kortharen vaker borstelen, om de losse haren uit de vacht te kammen.
Siamees
De Siamees is een zeer oud ras dat in Thailand, het vroegere Siam, al in de veertiende eeuw voorkwam.
Deze katten werden in de negentiende eeuw meegenomen naar West-Europa waar men begon met
fokken.
Tegenwoordig is de kop wigvormig en heeft de kat een zeer elegante
en lenige bouw. De ogen zijn nog helderblauw. De siamees heeft een
crmekleurige vacht met duidelijke points, dat zijn gekleurde lichaams-
uiteinden. De gekleurde lichaamsuiteinden zijn: de snuit, de oren, de
staart en de uiteinden van de poten. Deze points kunnen verschillende
kleuren hebben.
Het karakter van de Siamees is uitzonderlijk extrovert. Deze katten hou-
den van gezelschap en hebben er een hekel aan om alleen te worden
gelaten. Ze laten door hun luide stem duidelijk blijken dat ze er zijn.
Siamese kitten
Biologie, voeding en voortplanting 17
Katten met bijzondere vachten
Naast de katten met kortharige, langharige en halflangharige vachten, zijn er ook katten met speciale
vachttypen. Vaak zijn dit van oorsprong mutanten: foutjes van de natuur. Het gebeurt soms dat er in
een nestjes kittens n kitten is dat afwijkend is. Denk aan een bijzondere kleur, een afwijkende vacht of
geknikte oren. De eigenaren vonden die afwijking mooi en hebben daar een ras van gemaakt. Hiervoor
hebben ze andere rassen gebruikt en geprobeerd om de afwijking bij de jongen te blijven houden. Zo is
bijvoorbeeld de Devon rex ontstaan, een kat met een gekrulde vacht. Maar ook de Scottish fold, de kat
met omgevouwen oorpunten.
Van deze rasgroep moet je de volgende rassen kennen:
Devon rex
Scottish fold
Sphynx
Devon rex
De vacht van de Devon rex moet je voorzichtig verzorgen, omdat de vacht erg breekbaar is. Borstelen is
niet vaak nodig, omdat de Devon rex weinig haar heeft. Ook komt hij bijna niet in de rui.
Sommige Devons hebben last van wasachtige afscheidingen rond de nagels en in de huidplooien. Zulke
katten hebben elke twee weken een bad nodig.
Veel Devon rexen hebben last van veel oorsmeer. Daarom moet je de oren wekelijks schoonmaken. Niet
vaker, want juist door vaker schoonmaken gaat het oor meer oorsmeer aanmaken. Zwarte oorsmeer kan
wijzen op besmetting met mijten. Als je dit ziet bij een kat, dan moet je dat direct bij je leidinggevende
melden.
Scottish fold
De vacht van de Scottish fold heeft dezelfde verzorging nodig als die van kortharige katten. De Scottish
fold kan veel gezondheidsproblemen hebben. De gevouwen oren van dit ras is het gevolg van een ern-
stige aandoening aan het kraakbeen. Deze aandoening zorgt ook voor korte, misvormde poten, kreupel-
heid en een pijnlijke gewrichtsontsteking.
Sphynx
Ten slotte is er nog een ras dat bijna geen haar heeft, de sphynx. Het lijkt alsof deze kat helemaal geen
haar heeft, maar zijn huid is helemaal bedekt met fijne donshaartjes.
Deze katten hoeven niet geborsteld te worden, maar moeten wel regelmatig gewassen worden omdat
ze, in tegenstelling tot de harige katten, over hun hele lichaam transpireren. Ook produceren naaktkat-
ten veel talg. Het talg en het zweet blijven op de huid liggen, waardoor die vettig wordt. Daarom moet je
een sphynx regelmatig wassen, vaak is dit n keer per week nodig. Dit verschilt wel per kat, want de ene
sphynx maakt meer talg aan dan de andere. Dat geldt ook voor het zweten. Het is wel belangrijk dat je
niet te vaak wast, want hoe vaker je wast, hoe meer talg er aangemaakt wordt.
Gebruik voor het wassen een speciale kattenshampoo. Gebruik geen babyshampoo, dit is niet geschikt
om een kat er regelmatig mee te wassen.
18 Biologie, voeding en voortplanting
Sphynx
Niet alleen de huid van een naaktkat heeft verzorging nodig, ook de oren hebben aandacht nodig. Een
sphynx heeft namelijk meer oorsmeer dan de gemiddelde kat. Als je de huid van de kat gaat wassen,
is het dus raadzaam om ook zijn oren schoon te maken met een wattenstaaf. Dan is je kat helemaal
schoon. Als je dan ook nog even de nagels knipt, dan sla je twee vliegen in n klap. Al met al ben je dan
ongeveer een kwartier tot twintig minuten bezig met de verzorging van de naaktkat. Tot slot is het ook
belangrijk om naaktkatten in te smeren met zonnebrandcrme. De katten houden van in de zon liggen,
maar kunnen net als mensen verbranden. Smeer de kat daarom in met baby- of kinderzonnebrand-
crme. Zo bescherm je de huid van je kat het best.
1.5 Verzorging van honden en katten
1.5.1 Vachttypen bij honden
Een dagelijkse borstelbeurt is niet alleen goed voor de vacht, maar ook voor het contact tussen de ei-
genaar en de hond. Voor elk vachttype zijn er borstels en kammen verkrijgbaar. Hieronder worden de
verschillende vachttypen die bij honden voorkomen beschreven.
Korthaar
De dekharen zijn kort en er is nauwelijks ondervacht. Er is geen echte ruiperiode. De honden verliezen
het hele jaar door hun dekhaar.
Denk hierbij aan de dalmatir, de beagle en de rottweiler. De vachten van deze honden zijn gemakkelijk
te onderhouden. Met een rubberborstel of -matje kunnen de dode haren gemakkelijk verwijderd worden
en zal de vacht weer gaan glanzen.
Stokhaar
Er is sprake van een dubbele vacht: een zachte ondervacht met daarboven dekharen. Deze dekharen
kunnen kort zijn, zoals bij de labrador retriever. De dekharen kunnen ook middellang zijn (circa 6 cm),
zoals bij de Duitse herder, of lang (circa 6-10 cm), zoals bij de Newfoundlander. Deze vacht dien je te
borstelen en in de ruiperiode te ontwollen. Ontwollen wil zeggen dat je de losse haren uit de ondervacht
borstelt.
Ruwhaar
De vacht bestaat uit een wollige ondervacht met harde dekharen. Ongeveer twee keer per jaar vindt de
rui plaats. Nadat de ondervacht is vervangen, zullen de dekharen los gaan zitten. Meestal laten deze niet
spontaan los, maar moeten ze geplukt worden door een trimmer, die de dode haren verwijdert. Voor-
beelden van honden met een ruwharige vacht zijn de dashond ruwhaar, de schnauzer en de ruwharige
Jack Russell terrir.
Biologie, voeding en voortplanting 19
Langhaar
Langharige honden kunnen veel ondervacht hebben, zoals de Newfoundlander, of weinig ondervacht,
zoals de langharige Chihuahua. Honden met veel ondervacht hebben intensieve vachtverzorging nodig,
omdat er anders snel klitten ontstaan. Ze verharen het hele jaar door. Een langharige vacht met weinig
ondervacht is iets gemakkelijker te onderhouden, maar ook dit haar gaat snel klitten. Het haar moet dus
regelmatig gekamd en geknipt worden.
Krulhaar
Krulhaar bestaat uit spiraalvormige ondervacht. Het verhaart het hele jaar door, maar de losse haren
moeten eruit geborsteld worden, omdat ze anders in de vacht blijven zitten. Ze moeten regelmatig naar
de trimmer. De poedel heeft een krulvacht.
Vilthaar
Bij vilthaar zijn de dekharen en de onderharen gelijk van lengte. De vacht heeft een natuurlijke manier
van vervilten. Dit vachttype komt voor bij de puli.
Haarloos
De naakthonden hebben nagenoeg geen haar. Soms alleen wat op de kop, de poten en de staart. Een
voorbeeld is de Chinese naakthond.
1.5.2 Vachtverzorging bij honden
Wassen
Over het algemeen hoeven honden niet vaak gewassen te worden. Soms is een wasbeurt noodzake-
lijk, bijvoorbeeld als de hond erg vuil is, als hij geknipt moet worden of als hij naar een keuring moet.
Een hond moet gewassen worden met speciale hondenshampoo. Er zijn allerlei soorten shampoos en
crmespoelingen verkrijgbaar. Het is niet verstandig om shampoo te gebruiken die voor mensen is be-
stemd. De huid van de hond is gevoeliger dan die van de mens.
Als honden gewassen zijn, moeten ze gedroogd worden. Als de hond lang nat blijft, kan de huid gaan
smetten. Bij kortharige honden zal een droogbeurt met een handdoek vaak volstaan. Langharige honden
moeten gefhnd worden.
Borstelen en kammen
Het is belangrijk om de juiste kam of borstel te gebruiken. Een te fijne kam kan gaten in de vacht trekken,
een te grove kan klitten laten zitten. Kam of borstel de vacht in laagjes door. Op die manier wordt niet
alleen de bovenvacht, maar ook de ondervacht geborsteld. Werk rustig door. Let vooral op plaatsen als
de broek, de liezen en de oren, waar snel klitten ontstaan. Als er klitten in de vacht zitten, dan kunnen die
het beste eruit worden geknipt of geschoren. Ook kun je de klitten met de hand ontrafelen. Pas op met
het eruit trekken van de klitten; hierdoor kunnen gaten in de vacht worden getrokken.
Vlooienkammen zijn niet geschikt voor het doorkammen van de vacht. De tanden staan zo dicht bij el-
kaar, dat hiermee de vacht kapot kan worden getrokken. Ze zijn uitstekend geschikt om vlooien mee te
vangen, maar dan moet de vacht al klitvrij zijn.
Ogen en oren
Als een dier geborsteld wordt, kunnen ook de ogen en oren worden schoongemaakt. In de ooghoeken
hoopt zich soms vuil op. Dit kan met een vochtig watje worden schoongeveegd.
De oren moeten regelmatig gecontroleerd worden op vuil. Met lauwwarm water en een watje kun je
de oorschelp indien nodig schoonmaken. Reinig nooit met een wattenstaafje de gehoorgang. Op deze
20 Biologie, voeding en voortplanting
manier wordt het vuil alleen maar dieper de gehoorgang in geduwd. Is er veel bruin oorsmeer in de ge-
hoorgang, dan kan dit het beste door de dierenarts worden bekeken. Vaak wijst dit op een ontsteking of
op de aanwezigheid van oormijt.
Nagels
De nagels van honden groeien door, net als bij de mens. Deze moeten daarom regelmatig worden gecon-
troleerd. Bij honden die veel op straat lopen, slijten deze meestal vanzelf. Bij honden die veel liggen, oude-
re honden of honden die meestal op gras worden uitgelaten, is het soms nodig om de nagels te knippen.
Een gedeelte van de nagel is doorbloed. Als in dit doorbloede gedeelte geknipt wordt, kan de nagel gaan
bloeden. Dit is pijnlijk voor de hond. De hond zal zich een volgende keer lastiger laten knippen. Bij door-
zichtige nagels is het doorbloede deel (het leven) goed te zien. Bij donkergekleurde nagels is dit slecht te
zien.
Het gebit
Het gebit wordt het beste onderhouden als het minimaal n keer per week wordt gepoetst. Dit moet
dan wel van pup af worden aangeleerd. Er zijn speciale tandenborstels te koop. Een tandenborstel voor
kinderen met een kleine, fijne kop kan ook worden gebruikt. Daarnaast is er speciale hondentandpasta
in de handel, waaraan een leverextract is toegevoegd voor de smaak.
Sommige honden laten het poetsen slecht toe. Dan kun je in plaats van een tandenborstel een gaasje
gebruiken, dat je om een vinger windt en insmeert met een beetje tandpasta. Honden laten dit vaak be-
ter toe. De belangrijkste plekken om te poetsen zijn de hoektanden en de knipkiezen. Hier ontstaat de
meeste tandsteen.
Staat de hond het poetsen niet toe, dan is het belangrijk om de tanden en kiezen regelmatig te controle-
ren op tandsteen. Bij de dierenarts kan onder narcose tandsteen en aanslag worden verwijderd. Verder
zijn kauwproducten goed voor het gebit. Er zijn allerlei botten in de handel. Niet alle botten kunnen
worden gegeven. Kippenbotjes bijvoorbeeld versplinteren en kunnen in het maag-darmkanaal blijven
steken.
Geef ook geen mergpijpjes, die blijven in de kaak steken. Er zijn speciale kauwstaven die tandplaque en
tandsteen tegengaan. Tegenwoordig heeft de dierenarts speciaal voer dat preventief werkt tegen tand-
steen.
Uitlaten
Honden moeten minimaal drie vier keer per dag worden uitgelaten. Het beste is natuurlijk een lange
wandeling waarbij de hond los kan lopen. Hij kan dan niet alleen zijn behoefte, maar ook zijn energie
kwijt. Fietsen is voor veel honden een goed alternatief. Tegenwoordig zijn er allerlei hulpmiddelen in de
handel, waardoor het fietsen met honden fijner en veiliger wordt.
Ook zijn er allerlei sporten die je met honden kunt doen, zoals behendigheid, flyball en doggydance.
Bij asielen en dierenpensions is er vaak geen tijd om alle honden uit te laten. Daarom zijn er bij deze
bedrijven altijd speelvelden voor de honden beschikbaar. De honden gaan twee of drie keer per dag in
groepen naar buiten.
1.5.3 Vachtverzorging bij katten
Katten kunnen over het algemeen heel goed hun eigen vacht verzorgen. Toch zal het soms nodig zijn om
de kat te borstelen. Vaak borstelen voorkomt dat de kat veel haar binnenkrijgt, waardoor hij minder last
Biologie, voeding en voortplanting 21
van haarballen heeft. Bepaalde katten, zoals langhaar katten of oudere katten, moeten een intensievere
vachtverzorging krijgen. Zij kunnen hun eigen vacht meestal niet goed genoeg verzorgen. Als zij niet
geborsteld worden, krijgen zij nare klitten die dicht op de huid gaan zitten en lastig te verwijderen zijn.
Scheren is dan vaak nog de enige optie.
Borstelen is ook goed voor het contact tussen de kat en de eigenaar. Voor kortharige katten zijn er zachte
borstels met stompe rubberpunten in de handel. Ook rubberborstels zijn erg effectief voor het verwijde-
ren van dode haren. Voor langharige katten, zoals Perzen, zijn speciale kammen verkrijgbaar.
Ogen, oren, nagels en gebit bij katten
De verzorging van de ogen, oren en het gebit gaat op dezelfde manier als bij de hond. Vooral kortsche-
delige rassen als Perzen hebben meer verzorging nodig. Vaak hebben zij vuil bij de ogen en ook het gebit
is bij dit soort rassen een extra punt van aandacht.
Alleen als het strikt noodzakelijk is, kun je de nagels bij katten knippen. Katten hebben hun nagels nodig
om in bomen te klimmen en om zich te verdedigen. Het knippen kan worden gedaan met een speciaal
tangetje of met behulp van een nagelknipper.
1.6 Konijnen en knaagdieren
1.6.1 Konijnenrassen
Mensen hebben door selectief fokken verschillende dierenrassen gefokt. Ook bij konijnen zijn verschil-
lende rassen ontstaan.
Bij konijnen komt een grote variatie aan kleur, aftekening en beharing voor. In Nederland zijn er 58 konij-
nenrassen erkend. Deze rassen zijn in vijf categorien in te delen. De eerste vier categorien zijn op basis
van gewicht, de vijfde op basis van vachtstructuur.
1. Dwergrassen: gemiddeld 1 kilogram, zoals de kleurdwerg en het Pooltje;
2. Kleine rassen: ongeveer 1,5 tot 4 kilogram, zoals de Hollander en de Rus;
3. Middenrassen: ongeveer 3 tot 5 kilogram, zoals de Japanner en de Thuringer;
4. Grote rassen: zwaarder dan 5 kilogram, zoals de Vlaamse reus en de Franse hangoor;
5. Konijnen met een bijzondere vachtstructuur, zoals de rex en het Angorakonijn.
Om de konijnenrassen te leren, maak je gebruik van de afbeeldingen op konijnenrassen.nl. Kijk niet naar
de groepsindeling op deze site, want die is niet correct. De afbeeldingen zijn dat wel.
Dwergrassen
Van de dwergrassen moet je de volgende rassen kennen:
Kleurdwerg
Pool roodoog
Nederlandse hangoordwerg
De meeste kleine rassen en dwergrassen zijn puur voor het plezier van de mens gefokt. Meestal zijn deze
dieren gefokt door dwergkonijnen met grotere rassen te kruisen. Bij al deze dieren is in de fokkerij de
vachtkleur en het vachtpatroon uitgebreid beschreven in de standaard. Het gewicht van de dwergkleine
rassen ligt rond 1 kg.
22 Biologie, voeding en voortplanting
Kleurdwerg Halflangharige kleurdwerg
De kleurdwerg komt in allerlei kleuren en patronen voor. Ook zijn er kortharige, halflangharige en lang-
harige kleurdwergen. Kenmerkend voor alle kleurdwergen is hun bouw. Ze hebben een rond kopje met
korte oren (max. 6 cm lang) en een hele korte nek.
Het roodoog pooltje ziet er qua lichaamsbouw hetzelfde uit als de kleurdwerg, maar het pooltje is altijd
wit met rode ogen. Een volwassen pooltje weegt ongeveer 1 kg.
De Nederlandse hangoordwerg is populair als huisdier. Hij weegt ongeveer 1,5 kg en heeft hangoren. Het
ras komt in allerlei kleuren en patronen voor. Het is een levendig konijn met een vriendelijk karakter. Als
je de kop van het dier van de zijkant bekijken, loopt de neuslijn bol. Dat noemen we een ramsneus en
deze is kenmerkend voor de Nederlandse hangoordwerg.
Nederlandse hangoordwerg
Kleine rassen
De kleine rassen bij de konijnen omvat een grote groep van verschillende rassen. De meeste rassen we-
gen tussen 1,5 kg en 4 kg.
Van de kleine rassen moet je de volgende kennen:
Hollander
Rus
De Hollander komt oorspronkelijk niet uit Nederland, hoewel
je dat zou denken vanwege de naam. Het is een Engels ras.
Het ras is altijd kortharig en heeft altijd dezelfde aftekening.
Het achterlijf, een gedeelte van de kop en de oren zijn ge-
kleurd. De rest van het lichaam is altijd wit. Ook de uiteinden
van de achterpoten zijn wit. De gekleurde gedeelten kunnen
in veel verschillende kleuren voorkomen.
Hollander
Biologie, voeding en voortplanting 23
De Rus komt van oorsprong uit Engeland en dus niet uit Rusland. Dit ras heeft altijd dezelfde aftekening:
het dier is wit met gekleurde lichaamsuiteinden. Deze lichaamsuiteinden zijn de neus, de oren en de
poten. Deze gekleurde lichaamsuiteinden komen in allerlei kleuren voor, maar het meest zie je ze in het
zwart.
Kenmerkend voor de Rus is dat deze deels albino is. Alleen de uiteinden van de poten, oren en neus be-
vatten pigment. De ogen bevatten geen pigment, wat de rode kleur veroorzaakt.
Middenrassen
Dit is een grote groep rassen, die allemaal ongeveer 3 tot 5 kilogram wegen. Van deze groep moet je de
volgende rassen kennen:
Nieuw-Zeelander
Belgische haas
Pappilon
Witte Nieuw-Zeelander
Nog steeds worden sommige rassen speciaal voor het vlees gehouden. Konijnen als de witte Nieuw-
Zeelander worden hiervoor op grote schaal in stallen gehouden.
De Belgische haas is opvallend door zijn lichaamsbouw. Daarin lijkt het dier meer op een haas, maar het
is een konijn.
De pappilon heeft een bijzondere aftekening. Het dier is wit met een aantal gekleurde delen. De ge-
kleurde delen zijn:
een streep over de ruggengraat (aalstreep);
oren;
ringen om de ogen;
neus;
lint met gekleurde vlekjes op beide zijkanten van het lijf.
Grote rassen
Veel grote en middelgrote rassen zijn oorspronkelijk gefokt voor het vlees. Zo ook de Vlaamse reus. Dit is
het grootste konijnenras, hij kan wel 7 tot 8 kg wegen. Kenmerkend voor de Vlaamse reus zijn de brede
en lange oren.
Een ander bekend groot ras is de Franse hangoor. Het dier weegt tussen 5 en 7 kg. Het dier heeft hang-
oren en een ramsneus, wil zeggen dat de neuslijn bol loopt als je het dier van de zijkant bekijkt.
24 Biologie, voeding en voortplanting
Van de grote rassen moet je kennen:
Vlaamse reus
Franse hangoor
Vlaamse reus
Rassen met een bijzondere vachtstructuur
Er zijn ook konijnenrassen met een specifieke vacht. Van deze rasgroep moet je de volgende rassen ken-
nen:
Angora
Rex
Angora
Het bekendste konijn met een bijzondere vacht is het angorakonijn. Dit zeer oude konijnenras werd in
eerste instantie gehouden voor zijn vacht. Vroeger kwam de angora alleen in het wit voor.
Tegenwoordig bestaan er angoras met diverse kleuren en patronen. Nog steeds worden angoras om de
vacht gehouden, maar ze worden ook steeds meer als hobbydier gehouden.
Angora
Vachtverzorging angora
De zeer lange vacht groeit enkele centimeters per maand. De vacht moet iedere dag goed gekamd wor-
den met een grove en een fijne kam, en elke twee tot drie maanden geknipt of geschoren worden. Een
angora in volle vacht kan heel slecht tegen warmte en nattigheid; daarom moet vooral in de zomer de
vacht kort gehouden worden.
Biologie, voeding en voortplanting 25
Rex
De vacht van een rex voelt zeer zacht aan. De haren van de ondervacht en de dekharen zijn bij dit ras
even lang. Daardoor lijkt de vacht bijna op fluweel. Dit ras komt in verschillende kleuren voor.
Rex
1.6.2 Verzorging bij konijnen
Controleer ongeveer elke 2 3 maanden de lengte van de nagels. Doorgaans moeten de nagels 3 4
keer per jaar worden geknipt. Als de nagels van een konijn te lang worden, gaan ze kromgroeien of zelfs
krullen. Een konijn heeft aan de voorpoot vijf nagels, waarvan n nagel aan de binnenkant hoog op de
voorpoot zit. Vergeet niet om deze ook te knippen. Aan de achterpoot zitten vier nagels.
De nagels moeten worden geknipt met een speciale nageltang. Doe dit niet met een gewone schaar, de
nagel zal dan splijten.
Zorg ervoor dat je de nagel niet te ver afknipt. In de nagel lopen bloedvaten (ook wel het leven genoemd)
en als deze geraakt worden tijdens het knippen zal dit gaan bloeden. In lichtgekleurde nagels zijn de
bloedvaten goed te zien. Bij donkere nagels zijn de bloedvaten niet of nauwelijks te zien; knip daarom
maar een klein stukje van deze nagels, of laat iemand met ruime ervaring de nagels knippen.
Ga als volgt te werk bij het knippen van de nagels:
Neem het konijn op schoot.
Pak een pootje vlak boven de nagel vast. Let erop dat je het pootje niet te ver naar buiten trekt.
Kijk goed waar je het leven in de nagel ziet.
Zet de nageltang vr het leven rond de nagel.
Knip de nagel in n beweging.
Bij donkere nagels kan het handig zijn om eerst 1 of 2 keer druk op de nagel te geven om te kijken of het
konijn hierop reageert. Is dat niet het geval, dan kun je doorknippen.
1.6.3 Soorten knaagdieren
Knaagdieren worden steeds vaker als huisdier gehouden. Als dierverzorger zul je ze steeds vaker tegen-
komen. We bespreken enkele veel gehouden soorten.
Kleurmuizen
Muizen zijn actieve, ondernemende, nieuwsgierige en sociale diertjes. Meestal zijn ze, net als veel andere
knaagdieren, s avonds en s nachts actief. Soms laten ze zich ook overdag zien. Ze springen en klimmen
graag. Muizen zijn groepsdieren en moeten beslist met minimaal twee worden gehouden.
26 Biologie, voeding en voortplanting
Tegenwoordig worden kleurmuizen veel als laboratoriumdier gehouden. Daarnaast wordt dit diertje in
veel huishoudens als huisdier vertroeteld.
De kleurmuizen stammen af van de huismuis. Door gericht fokken en door mutaties zijn de diverse
kleuren, patronen en vachttypen van de kleurmuis ontstaan. Er worden nog steeds nieuwe kleuren en
patronen gefokt. Er zijn eenkleurige muizen, maar ook muizen met verschillende kleuren. Er zijn zelfs
siamees-achtige tekeningen bekend.
De meeste muizen hebben een normale beharing, gelijk aan die van de huismuis. Uit de normaalharige
muizen zijn de borstel-, satijn- en langharige muizen ontstaan. Dit komt door fokken en mutaties. Deze
muizen worden steeds populairder. Muizen met afwijkende vachttypen kunnen in alle kleuren en patro-
nen voorkomen.
Ratten
Tamme ratten stammen af van de bruine rat. De tamme ratten zijn over het algemeen rustig en vriende-
lijk van aard. Ratten zijn zeer intelligente dieren. Zij hebben veel uitdaging nodig, bijvoorbeeld in de vorm
van speeltjes en voeropdrachten (ze moeten zoeken naar hun voer).
Rat met een Japannertekening
Het zijn ook sociale dieren en ze moeten met minimaal n soortgenoot worden gehouden. Ook hebben
ze veel aandacht nodig.
Tamme ratten komen voor in diverse agoutikleuren. Agouti is een wildkleur. De vacht bestaat uit haren
die allemaal verschillende kleuren hebben (een ticking). Ook zijn er eenkleurige tamme ratten in diverse
kleuren. Daarnaast zijn er allerlei aftekeningen mogelijk. Er zijn bijvoorbeeld ratten met een siameespa-
troon, ratten met witte buiken en een bles en gevlekte ratten. De meeste ratten hebben een normaalbe-
haring. Bij deze beharing is de vacht glad en kortharig. De vacht is iets grover dan die van de muis. Er zijn
ook ratten met een rex- of satijnbeharing.
Gerbils
Gerbils zijn kleine diertjes die op muizen lijken. Maar gerbils hebben een behaarde staart en dat hebben
muizen niet. Deze diertjes worden ook wel woestijnratten genoemd. Ze zijn echter meer met hamsters
en woelmuizen verwant dan met ratten of kleurmuizen.
Biologie, voeding en voortplanting 27
Mongoolse gerbil
Er zijn verschillende soorten gerbils. De meeste soorten komen uit dorre gebieden in Azi. De bekendste
soort die als huisdier wordt gehouden, is de Mongoolse gerbil. Ze komen in allerlei kleuren en aftekenin-
gen voor.
Gerbils zijn monogaam, wat betekent dat ze hun hele leven bij dezelfde partner blijven. De dieren moe-
ten dus met zn tween worden gehouden. Wil je geen jongen, dan kun je ook twee vrouwtjes bij elkaar
houden. Twee mannetjes houden kan ook, bij voorkeur met twee broertjes uit hetzelfde nest.
Hamsters
Lange tijd was alleen de Syrische hamster bekend. Vanwege zijn goudbruine vachtkleur werd hij ook
wel goudhamster genoemd. Naast de Syrische hamster worden steeds meer andere rassen als huisdier
gehouden. Veel gehouden rassen zijn de verschillende dwerghamsters. Zo zijn er de Chinese en de Rus-
sische dwerghamster.
De Syrische hamster had oorspronkelijk een goud-agouti vacht met een witte buik en witte poten.
De meeste hamsters hebben een gladde, aaneengesloten vacht, maar ook bij hamsters komen tegen-
woordig verschillende vachttypen voor. Er zijn hamsters met een satijn- en rexvacht. Ook zijn er langhaar
hamsters bekend. De vacht van deze dieren moet je iedere dag borstelen, anders komen er snel klitten
in.
Hamsters zijn er in diverse kleurslagen. Hamsters met een lapjeskattenpatroon
Degoes
Degoes leven in Zuid-Amerika in grote groepen. Omdat deze diertjes graag springen en klimmen, werden
ze in de eerste instantie ingedeeld bij de eekhoornachtigen. Later bleek dat ze meer verwant waren met
de cavias. Degoes worden steeds meer als huisdier gehouden. Ze komen vooral voor in de oorspronke-
lijke wildkleur.
28 Biologie, voeding en voortplanting
Degoe
Degoes zijn overdag actief. Ze leven in groepen en zijn de hele dag aan het scharrelen. Ze hebben een
grote ruimte nodig om hun energie kwijt te kunnen. De dieren hebben dagelijks behoefte aan een zand-
bad. In de dierenspeciaalzaak is hiervoor chinchillazand te krijgen.
Als ze van jongs af aan worden opgevoed met veel aandacht van de verzorger, dan worden ze tam. Maar
degoes zijn geen knuffeldieren.
Deze dieren hebben een gevoelig spijsverteringsstelsel. Vooral suikerhoudende producten moet je niet
geven. Dat betekent dat ze ook geen fruit mogen.
Chinchillas
Deze diertjes zijn uitgesproken schemerdieren. Het zijn sociale dieren die in groepen leven. Ook in ge-
vangenschap mogen ze niet alleen worden gehouden.
Chinchillas zijn niet gedomesticeerd. Ze zijn echter wel tam te maken als ze van jongs af veel aandacht
van de mens krijgen. Het zijn echter geen knuffeldieren en hierdoor ook niet geschikt om door kleine
kinderen gehouden te worden.
Chinchillas klimmen graag. Het is dan ook belangrijk dat ze een hoge kooi hebben waarin ze voldoende
gelegenheid hebben om te klimmen en te knagen. Elke dag hebben ze behoefte aan een zandbad om
hun pels schoon te houden. Hiervoor is speciaal chinchillazand verkrijgbaar.
Chinchilla
Biologie, voeding en voortplanting 29
Cavias
Cavias worden al eeuwenlang als huisdier gehouden. Ze komen van oorsprong uit Zuid-Amerika, waar
ze gehouden worden voor hun vlees. Vanuit Zuid-Amerika werd dit dier door handelsreizigers mee naar
Europa genomen.
Cavias leven in de natuur in grote groepen. Als huisdier zullen ze dan ook gezelschap van andere cavias
moeten hebben. Mannelijke dieren kunnen intolerant zijn naar andere mannen, vrouwtjes kunnen bijna
altijd bij elkaar worden geplaatst.
De oorspronkelijke vachtkleur is de goud-agouti. Al in de achttiende eeuw waren er ook andere vacht-
kleuren bekend. Tegenwoordig zijn er veel verschillende vachtkleuren. Ook zijn er veel variteiten in de
vachtsoort. Hieronder vind je de belangrijkste variteiten van de cavia. Let op: bij cavias kennen we geen
rassen, maar variteiten.
Gladhaar
De gladharige cavia heeft zachte en glanzende haren, die helemaal glad liggen. Er komen geen kruinen
of rozetten voor in de vacht. De gladhaar komt voor in vele kleuren en aftekeningen.
Gladhaarcavias driekleurig
Borstelhaar
Borstelhaarcavias hebben op verschillende plekken op hun lijf kruinen. Ze hebben minimaal acht krui-
nen:
vier op hun lijf
twee op iedere heup
twee op de achterhand
Op de plek waar de uiteinden van de kruinen elkaar raken, vormen de stugge en halflange haren een
rechtopstaande kam. Borstelhaarcavias komen in allerlei kleuren voor.
Borstelcavias tweekleurig
30 Biologie, voeding en voortplanting
Langhaar (Peruvian)
De haren van een volwassen langhaarcavia zijn zon 20 tot 25cm lang. De beharing voelt zacht aan. De
vacht gaat vaak minder glanzen en voelt stugger aan als de dieren ouder worden. De dieren hebben een
rozet op hun neus, waardoor het haar als een pony naar voren valt, vaak tot ver over hun ogen. De lang-
haren komen in verschillende kleuren voor.
Langhaarcavias
Sheltie
De sheltie lijkt op de langhaar, maar heeft geen rozet op de kop. Daarom heeft de sheltie ook geen lange
pony; het haar groeit vanaf het hoofd naar achteren. Op de rug is zelden of nooit een scheiding te zien;
de vacht valt in zijn geheel naar achteren. Shelties komen in verschillende kleuren voor.
Sheltie
1.6.4 Vachtverzorging langharige en sheltie cavias
Langharige cavias moet je iedere dag borstelen. Dit kan met een kleine, zachte borstel van paardenhaar
of met een rolkam. Een rolkam heeft draaiende tanden, die makkelijk door de vacht glijdt. Vergeet bij de
vachtverzorging de beharing op de buik niet; deze beharing vervuilt snel. Verwijder eventuele bodem-
bedekking die in de vacht zit. Klitten moeten je voorzichtig uitkammen en als dat niet lukt, moet je deze
voorzichtig uit de vacht knippen. Verder mag je de vacht van de langharige cavia niet knippen.
1.6.5 Verzorging cavias
Controleer iedere 2 3 maanden de lengte van de nagels. Meestal moeten 3 4 keer per jaar de nagels
worden geknipt. Als de nagels van een cavia te lang worden, gaan ze kromgroeien of zelfs krullen. Een
cavia heeft aan de voorpoot vier tenen met nagels, aan de achterpoot zijn dit er drie.
De nagels moeten worden geknipt met een speciale nageltang. Doe dit niet met een gewone schaar,
want dan zal de nagel splijten. Zie verder bij verzorging konijnen.
Biologie, voeding en voortplanting 31
Hoofdstuk 2: De uiterlijke kenmerken van
dieren
2.1 Orintatie
Het eerste dat je ziet als je naar een dier kijkt, is de buitenkant, het exterieur. Als je goed naar de buiten-
kant kijkt, vertelt die een heleboel. Bijvoorbeeld met wat voor soort en ras je te maken hebt en of het een
mannetje of vrouwtje is. Zelfs over de gezondheid van een dier kun je informatie krijgen door naar de
buitenkant van een dier te kijken.
2.2 Anatomie
2.2.1 Overeenkomsten en verschillen
De bouw van alle zoogdieren is in grote lijnen hetzelfde. Of ze nou op vier poten lopen, zoals de hond, of
op twee benen, zoals de mens. Wanneer je zelf op handen en voeten gaat zitten, zul je zien dat je knien
op dezelfde plaats zitten als bij de hond, net als bijvoorbeeld je hals en oren. Zelfs vogels, reptielen en
amfibien vertonen veel overeenkomsten met zoogdieren. De vleugels van de vogel zijn qua bouw ver-
gelijkbaar met de voorpoten van de hond of de armen van de mens. Teken maar eens een skelet van een
vogel, waarbij je de vleugels vervangt door armen en de vogel een rechtopstaande houding heeft. Je kunt
dan goed zien hoeveel een vogel qua bouw werkelijk verschilt van de mens.
De bouw van verschillende zoogdieren, vogels en amfibien
2.2.2 Exterieur
Om spraakverwarring te voorkomen, is het belangrijk dat iedereen dezelfde woorden gebruikt voor de-
zelfde lichaamsdelen van een dier. Op de volgende afbeeldingen zie je de buitenkant van verschillende
dieren en hun lichaamsdelen. De buitenkant noem je het exterieur. Als je de onderdelen van de poten
van bijvoorbeeld de hond vergelijkt met de benen van de mens, dan bevindt de hak zich erg hoog. Dit
komt doordat de hond op de tenen staat. De middenvoetsbeentjes staan daardoor verticaal in plaats van
horizontaal, zoals bij de mens. De cavia heeft een gedrongen bouw, waardoor je benige lichaamsdelen,
zoals de schouders, moeilijk kunt herkennen zonder te voelen. Vogels lopen net als de mens op twee
poten/benen. De schouders van een vogel moet je zoeken in de vleugels.
32 Biologie, voeding en voortplanting
Anatomie van de hond
Namen van lichaamsdelen
en verenkleed:
1. bovensnavel
2. teugels
3. wenkbrauw
4. oogring
5. nek
6. schouders
7. rug
8. stuit
9. bovenstaartdekveren
10. staartpennen
11. onderstaartdekveren
12. handpennen
13. armpennen
14. loopbeen
15. teen
16. flank
17. vleugelstrepen
18. vleugelbocht
19. wang
20. baardstreep
21. kin
22. ondersnavel
Anatomie van de vogel
Anatomie van de cavia
Biologie, voeding en voortplanting 33
2.3 Van kop tot staart
2.3.1 De neus
Bij het beoordelen van het uiterlijk van een dier - het exterieur - bekijk je het dier van kop tot staart. Je be-
gint bij de neus. Zowel bij de hond als de kat als het konijn zijn er rassen met een kortere neus en rassen
met een langere neus. Dieren met een korte neus noem je brachyce phaal; dieren met een lange neus
dolichocephaal. Dieren met een korte neus hebben vaker problemen met de ademhaling dan dieren
met een lange neus, doordat er minder ruimte is voor het zeefbeen, de tong en het gehemelte.
2.3.2 De ogen
De ogen kunnen, net als bij de mens, verschillende vormen en kleuren hebben. Typisch zijn de vaak blau-
we ogen bij de husky, de trouwe bruine ogen van de labrador retriever en de smaragdgroene ogen bij
het kattenras Russisch blauw. Er zijn ook dieren die twee verschillende kleuren ogen hebben. Dit noem
je odd eyed. Vooral bij het paard komt het maanoog voor. De voorzijde van de iris (het regenboogvlies)
heeft dan geen pigment, waardoor de iris er blauw/wit uitziet.
Tot slot zijn er albinos. Dit zijn dieren die helemaal geen pigment hebben, niet in de vacht en niet in de
ogen. Door het ontbreken van pigment zijn de ogen rood. Je zit dit nogal eens bij witte konijnen.
Albino konijn
2.3.3 De oren
De oren kunnen rechtop staan of hangen. Bij sommige dieren staat het ene oor rechtop en hangt het
andere oor. Veel dieren met rechtopstaande oren worden geboren met hangende oren. Als het dier op-
groeit gaan de oren pas omhoog staan. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de Duitse herder. Vroeger werden de
oren van sommige hondenrassen met hangende oren gecoupeerd. Ze werden dan ingekort om ervoor te
zorgen dat de oren rechtop gingen staan. Een voorbeeld van een ras waarbij dat gebeurde is de dober-
mann pinscher. Sinds 2001 is het couperen van oren en staarten in Nederland verboden.
Er bestaan ook rassen met erfelijk afwijkende oorstanden, bijvoorbeeld het kattenras Scottish fold. De
oren krullen als gevolg van een kraakbeenafwijking. Er wordt bewust op deze afwijking gefokt. Maar er
mogen nooit twee ouderdieren met gevouwen oren worden gekruist, omdat de nakomelingen dan ook
aan andere botten kraakbeenafwijkingen krijgen
Kitten van het ras Scottish fold
34 Biologie, voeding en voortplanting
2.3.4 Schofthoogte
De grootte van een dier wordt meestal aangegeven in de schofthoogte. Dit is de hoogte van het dier,
gemeten van de schoft tot aan de grond. De schofthoogte wordt aangegeven in centimeter. Volgens de
rasstandaard heeft een golden retriever reu bijvoorbeeld een schofthoogte van 56 tot 61 cm. Een gol-
den retriever teefje hoort 51 tot 56 cm hoog te zijn.
Bepalen van de schofthoogte bij de hond
2.3.5 Houding en lichaamsbouw
Bij veel diersoorten zie je verschillen tussen de rassen in houding en lichaamsbouw. De natuurlijke hou-
ding van verschillende hondenrassen verschilt sterk. De Engelse bulldog bijvoorbeeld heeft een sterk
gedrongen lichaam, met korte, stevige poten. Een windhond heeft juist een heel ranke bouw met lange,
smalle poten. Wanneer je recht voor de kop of achter de staart van een hond gaat staan, dan hoor je de
poten in een rechte lijn te zien.
Afwijkingen hiervan noem je een afwijkende stand. Voorbeelden hiervan zijn:
wijde stand
nauwe stand
koehakkig/Franse stand
valgusstand
varusstand
Afwijkende pootstanden bij honden
Biologie, voeding en voortplanting 35
Ook in de hippische wereld is er veel aandacht voor de beenstanden. Bij de keuring van paarden en
ponys voor de verkoop en sport vormt de houding een belangrijk onderdeel.
2.3.6 Staart
Alle honden- en kattenrassen hebben van oorsprong een staart. Bij sommige rassen is de staart met het
ontwikkelen van het ras kleiner geworden en bij sommige rassen werd tot 2001 de staart gecoupeerd.
Dit laatste mag niet meer. Vooral bij de hond zie je veel verschillende staartdrachten, dat wil zeggen de
houding waarin de hond de staart houdt. Sommige honden dragen de staart naar beneden, zoals de
windhond. Andere dragen de staart in een krul op de rug, zoals de keeshond. Er zijn ook rassen waarbij
je de staart bijna niet meer ziet doordat deze als een soort varkensstaartje tegen het lijf zit gekruld, zoals
bij de Franse bulldog. Bij honden met een lange staart kan de staart korte haren hebben, zoals bij de
labrador retriever, of lange haren, zoals bij de golden retriever. Bij een staart met lange haren spreek je
ook wel over de vlag aan de staart.
2.4 Kleuren en aftekeningen
2.4.1 Oorsprong
Voor de uitleg van de oorsprong van kleuren dient de kat als voorbeeld. De oorspronkelijk vacht van de
kat bestond uit agoutihaar met gekleurde ringen en was bedoeld als camouflage in de natuur. Agouti-
haar is meestal licht aan de wortel met donkergekleurde haarpunten. Het patroon is vernoemd naar het
knaagdier de agouti, die haren heeft met gekleurde haarpunten. De eerste mutatie tot een egale kleur (of
non-agoutihaar) was vermoedelijk zwart. Deze mutatie zie je terug bij de zwarte panter. Er ontstonden
nog veel meer kleuren door mutaties, zoals rood en wit, maar ook variaties hierop, doordat de kleur als
het ware werd verdund bij het kruisen met katten met andere haarkleuren. Omdat de mens de kat in
huis nam, had deze huiskat geen camouflage meer nodig voor de jacht. Zo hebben de kleuren van de
huiskat zich dus steeds verder kunnen ontwikkelen. De genetische variaties zijn de basis voor de huidige
eindeloos grote variatie in vachtkleuren. Afhankelijk van het ras worden aan genetische overeenkom-
stige kleuren soms verschillende namen gegeven.
2.4.2 De rode kater
Sommige kleuren of kleurencombinaties zijn afhankelijk van het geslacht van de kat. De kleur van de
kat is namelijk gekoppeld aan het X-chromosoom. Een mannetje heeft maar n X-chromosoom en een
vrouwtje heeft twee X-chromosomen. Het feit dat katers maar n enkel X-chromosoom hebben, is de
reden dat je vaker rode katers ziet dan rode poezen. Een rode poes moet immers op beide X-chromoso-
men rood hebben om rood te zijn, en dat komt niet zo vaak voor. Meerkleurigheid komt in theorie juist
alleen bij vrouwelijke dieren voor, zoals de kleurencombinatie zwart en rood in mozaekpatroon (schild-
pad of tortie genoemd). Toch wordt er een heel enkele keer een schildpadkater geboren. Deze heeft dan
drie geslachtschromosomen, namelijk XXV. Deze katers zijn onvruchtbaar (steriel), omdat de mannelijke
geslachtsorganen zich niet geheel ontwikkelen. Een schildpadkat wordt een lapjeskat genoemd.
2.4.3 Kleuren
Gedomesticeerde diersoorten komen vaak in allerlei kleuren voor. Het gaat te ver om alle kleuren per
diersoort te bespreken. Als dierverzorger zul je bekend moeten zijn met de kleuren en variaties daarop
van de diersoorten waar je mee werkt. Veel kleuren zijn een verdunning van een oorspronkelijke kleur.
Dat wil zeggen dat er minder pigmentkorrels aanwezig zijn in de haren dan bij de basiskleur, waardoor
de haren veel lichter van kleur zijn. Veel voorkomende kleuren die je tegen kunt komen zijn:
36 Biologie, voeding en voortplanting
2.4.4 Aftekeningen
Lang niet alle dieren hebben een effen gekleurde vacht. Denk aan de strepen bij een zebra of de vlekken
bij een panter. Ook bij gedomesticeerde dieren komen veel variaties in aftekeningen voor.
Aftekeningen bij de hond
Bij de hond komen de volgende aftekeningen voor:
1. blue-merle
2. gestroomd/brindle;
3. sable (zwarte haarpunten op een lichtgekleurde hond);
4. black and tan;
5. (blauw)schimmel;
6. bont;
7. spots.
Google de verschillende vachten zodat je deze ook kunt zien op verschillende soorten honden.
1. wit;
2. blond;
3. rood (roodbruin);
4. crme (verdunde vorm van rood);
5. abrikoos (verdunde vorm van rood);
6. cinnamon (kaneelkleur, lichtbruin);
7. fawn (verdunde vorm van cinnamon);
8. chocoladebruin (donkerbruin);
9. lilac (bruingrijs, verdunning van
chocoladebruin);
10. zwart;
11. blauw (metaalachtige grijze kleur,
verdunde vorm van zwart).
12. Crme Tabby
Biologie, voeding en voortplanting 37
Merle syndroom
Bij diverse hondenrassen komen dieren met het merle patroon voor. Je ziet het bijvoorbeeld bij de bor-
der collie, de Shetland sheepdog en de Australian sheperd. De meest bekende variant is de blue merle,
maar ook red merle en sable merle komt voor. Het merle-gen zorgt voor een verdunning van de basis-
kleur van de hond, waardoor er een onregelmatig patroon met donkere en lichtere vlekken in de vacht
ontstaat. Als twee honden met het merle patroon worden gecombineerd voor de fokkerij, komt bij de
pups het merle syndroom voor. Veel van dep ups uit een dergelijke combinatie gaan al dood in de baar-
moeder. Worden er wel pups geboren, dan hebben ze vaak gezondheidsproblemen. De dieren zijn doof
en/of blind en zeer gevoelig voor zonlicht. In het kynologisch reglement van de Raad van Beheer is opge-
nomen dat het niet is toegestaan om twee honden te combineren die als kleur(variteit) een variant van
merle op de stamboom hebben staan.
Aftekeningen bij de kat
Bij de kat heb je vier basisvachtpatronen, namelijk:
1. tabby ticked;
2. tabby mackerel; ook wel cypers genoemd;
3. tabby blotched;
4. tabby spotted.
Teruggedrongen kleuren
Het basispatroon wordt benvloed door genen die de kleur terug kunnen dringen tot een deel van de
haren of een deel van de vacht. Als de kleur wordt teruggedrongen tot een deel van de haren zie je alleen
pigment in het eerste deel van de opgroeiende haar. De vachtpatronen waarbij het pigment alleen in het
eerste deel van de haren aanwezig is, worden met verschillende termen aangeduid:
1. shaded;
2. chinchilla;
3. smoke.
38 Biologie, voeding en voortplanting
Points
Als de kleur wordt teruggedrongen tot een deel van de vacht, zijn alleen de lichaamsuiteinden gekleurd.
Dat noem je het Himalayapatroon of Siamezenaftekening. De lichaamsdelen die wel kleur hebben, noem
je points, het Engelse woord voor punten. Het lichaam van de kat heeft een lichte kleur en de lichaams-
uiteinden hebben een andere kleur. Deze gekleurde lichaamsuiteinden noemen we ook wel points. De
kleur van deze katten benoem je naar de kleur van de points. Katten met een Himalayapatroon hebben
altijd blauwe ogen. De kittens worde eenkleurig geboren. Pas in de loop van het eerste levensjaar ontwik-
kelen de points zich. De oren kleuren van drie uur tot vier weken na de geboorte; het masker begint bij
de neus en breidt zich langzaam uit naar buiten.
Kleurencombinaties
Tot slot heb je nog kleurencombinaties. Kittens die bijvoorbeeld de witte kleur van de moeder gekregen
hebben en de zwarte kleur van de vader, worden wit met zwarte aftekeningen. Een bekend voorbeeld
van een kleurencombinatie is de schildpad of tortie. Dit zijn katten die de rode kleur van de vader hebben
gerfd en de zwarte kleur van de moeder.
Vrouwelijke kittens van deze kruising kunnen dan rood met zwart zijn. Wanneer n van beide ouders
ook witte aftekeningen heeft, kan er een driekleur kitten ontstaan. Omdat de rode kleur vrijwel altijd van
de vader komt en katertjes maar n X-chromosoom overerven, komt de kleurencombinatie tortie of
schildpad
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag