Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Hoofdstuk 2: De uiterlijke kenmerken van
dieren
2.1 Orintatie
Het eerste dat je ziet als je naar een dier kijkt, is de buitenkant, het exterieur. Als je goed naar de buiten-
kant kijkt, vertelt die een heleboel. Bijvoorbeeld met wat voor soort en ras je te maken hebt en of het een
mannetje of vrouwtje is. Zelfs over de gezondheid van een dier kun je informatie krijgen door naar de
buitenkant van een dier te kijken.
2.2 Anatomie
2.2.1 Overeenkomsten en verschillen
De bouw van alle zoogdieren is in grote lijnen hetzelfde. Of ze nou op vier poten lopen, zoals de hond, of
op twee benen, zoals de mens. Wanneer je zelf op handen en voeten gaat zitten, zul je zien dat je knien
op dezelfde plaats zitten als bij de hond, net als bijvoorbeeld je hals en oren. Zelfs vogels, reptielen en
amfibien vertonen veel overeenkomsten met zoogdieren. De vleugels van de vogel zijn qua bouw ver-
gelijkbaar met de voorpoten van de hond of de armen van de mens. Teken maar eens een skelet van een
vogel, waarbij je de vleugels vervangt door armen en de vogel een rechtopstaande houding heeft. Je kunt
dan goed zien hoeveel een vogel qua bouw werkelijk verschilt van de mens.
De bouw van verschillende zoogdieren, vogels en amfibien
2.2.2 Exterieur
Om spraakverwarring te voorkomen, is het belangrijk dat iedereen dezelfde woorden gebruikt voor de-
zelfde lichaamsdelen van een dier. Op de volgende afbeeldingen zie je de buitenkant van verschillende
dieren en hun lichaamsdelen. De buitenkant noem je het exterieur. Als je de onderdelen van de poten
van bijvoorbeeld de hond vergelijkt met de benen van de mens, dan bevindt de hak zich erg hoog. Dit
komt doordat de hond op de tenen staat. De middenvoetsbeentjes staan daardoor verticaal in plaats van
horizontaal, zoals bij de mens. De cavia heeft een gedrongen bouw, waardoor je benige lichaamsdelen,
zoals de schouders, moeilijk kunt herkennen zonder te voelen. Vogels lopen net als de mens op twee
poten/benen. De schouders van een vogel moet je zoeken in de vleugels.
32 Biologie, voeding en voortplanting
Anatomie van de hond
Namen van lichaamsdelen
en verenkleed:
1. bovensnavel
2. teugels
3. wenkbrauw
4. oogring
5. nek
6. schouders
7. rug
8. stuit
9. bovenstaartdekveren
10. staartpennen
11. onderstaartdekveren
12. handpennen
13. armpennen
14. loopbeen
15. teen
16. flank
17. vleugelstrepen
18. vleugelbocht
19. wang
20. baardstreep
21. kin
22. ondersnavel
Anatomie van de vogel
Anatomie van de cavia
Biologie, voeding en voortplanting 33
2.3 Van kop tot staart
2.3.1 De neus
Bij het beoordelen van het uiterlijk van een dier - het exterieur - bekijk je het dier van kop tot staart. Je be-
gint bij de neus. Zowel bij de hond als de kat als het konijn zijn er rassen met een kortere neus en rassen
met een langere neus. Dieren met een korte neus noem je brachyce phaal; dieren met een lange neus
dolichocephaal. Dieren met een korte neus hebben vaker problemen met de ademhaling dan dieren
met een lange neus, doordat er minder ruimte is voor het zeefbeen, de tong en het gehemelte.
2.3.2 De ogen
De ogen kunnen, net als bij de mens, verschillende vormen en kleuren hebben. Typisch zijn de vaak blau-
we ogen bij de husky, de trouwe bruine ogen van de labrador retriever en de smaragdgroene ogen bij
het kattenras Russisch blauw. Er zijn ook dieren die twee verschillende kleuren ogen hebben. Dit noem
je odd eyed. Vooral bij het paard komt het maanoog voor. De voorzijde van de iris (het regenboogvlies)
heeft dan geen pigment, waardoor de iris er blauw/wit uitziet.
Tot slot zijn er albinos. Dit zijn dieren die helemaal geen pigment hebben, niet in de vacht en niet in de
ogen. Door het ontbreken van pigment zijn de ogen rood. Je zit dit nogal eens bij witte konijnen.
Albino konijn
2.3.3 De oren
De oren kunnen rechtop staan of hangen. Bij sommige dieren staat het ene oor rechtop en hangt het
andere oor. Veel dieren met rechtopstaande oren worden geboren met hangende oren. Als het dier op-
groeit gaan de oren pas omhoog staan. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de Duitse herder. Vroeger werden de
oren van sommige hondenrassen met hangende oren gecoupeerd. Ze werden dan ingekort om ervoor te
zorgen dat de oren rechtop gingen staan. Een voorbeeld van een ras waarbij dat gebeurde is de dober-
mann pinscher. Sinds 2001 is het couperen van oren en staarten in Nederland verboden.
Er bestaan ook rassen met erfelijk afwijkende oorstanden, bijvoorbeeld het kattenras Scottish fold. De
oren krullen als gevolg van een kraakbeenafwijking. Er wordt bewust op deze afwijking gefokt. Maar er
mogen nooit twee ouderdieren met gevouwen oren worden gekruist, omdat de nakomelingen dan ook
aan andere botten kraakbeenafwijkingen krijgen
Kitten van het ras Scottish fold
34 Biologie, voeding en voortplanting
2.3.4 Schofthoogte
De grootte van een dier wordt meestal aangegeven in de schofthoogte. Dit is de hoogte van het dier,
gemeten van de schoft tot aan de grond. De schofthoogte wordt aangegeven in centimeter. Volgens de
rasstandaard heeft een golden retriever reu bijvoorbeeld een schofthoogte van 56 tot 61 cm. Een gol-
den retriever teefje hoort 51 tot 56 cm hoog te zijn.
Bepalen van de schofthoogte bij de hond
2.3.5 Houding en lichaamsbouw
Bij veel diersoorten zie je verschillen tussen de rassen in houding en lichaamsbouw. De natuurlijke hou-
ding van verschillende hondenrassen verschilt sterk. De Engelse bulldog bijvoorbeeld heeft een sterk
gedrongen lichaam, met korte, stevige poten. Een windhond heeft juist een heel ranke bouw met lange,
smalle poten. Wanneer je recht voor de kop of achter de staart van een hond gaat staan, dan hoor je de
poten in een rechte lijn te zien.
Afwijkingen hiervan noem je een afwijkende stand. Voorbeelden hiervan zijn:
wijde stand
nauwe stand
koehakkig/Franse stand
valgusstand
varusstand
Afwijkende pootstanden bij honden
Biologie, voeding en voortplanting 35
Ook in de hippische wereld is er veel aandacht voor de beenstanden. Bij de keuring van paarden en
ponys voor de verkoop en sport vormt de houding een belangrijk onderdeel.
2.3.6 Staart
Alle honden- en kattenrassen hebben van oorsprong een staart. Bij sommige rassen is de staart met het
ontwikkelen van het ras kleiner geworden en bij sommige rassen werd tot 2001 de staart gecoupeerd.
Dit laatste mag niet meer. Vooral bij de hond zie je veel verschillende staartdrachten, dat wil zeggen de
houding waarin de hond de staart houdt. Sommige honden dragen de staart naar beneden, zoals de
windhond. Andere dragen de staart in een krul op de rug, zoals de keeshond. Er zijn ook rassen waarbij
je de staart bijna niet meer ziet doordat deze als een soort varkensstaartje tegen het lijf zit gekruld, zoals
bij de Franse bulldog. Bij honden met een lange staart kan de staart korte haren hebben, zoals bij de
labrador retriever, of lange haren, zoals bij de golden retriever. Bij een staart met lange haren spreek je
ook wel over de vlag aan de staart.
2.4 Kleuren en aftekeningen
2.4.1 Oorsprong
Voor de uitleg van de oorsprong van kleuren dient de kat als voorbeeld. De oorspronkelijk vacht van de
kat bestond uit agoutihaar met gekleurde ringen en was bedoeld als camouflage in de natuur. Agouti-
haar is meestal licht aan de wortel met donkergekleurde haarpunten. Het patroon is vernoemd naar het
knaagdier de agouti, die haren heeft met gekleurde haarpunten. De eerste mutatie tot een egale kleur (of
non-agoutihaar) was vermoedelijk zwart. Deze mutatie zie je terug bij de zwarte panter. Er ontstonden
nog veel meer kleuren door mutaties, zoals rood en wit, maar ook variaties hierop, doordat de kleur als
het ware werd verdund bij het kruisen met katten met andere haarkleuren. Omdat de mens de kat in
huis nam, had deze huiskat geen camouflage meer nodig voor de jacht. Zo hebben de kleuren van de
huiskat zich dus steeds verder kunnen ontwikkelen. De genetische variaties zijn de basis voor de huidige
eindeloos grote variatie in vachtkleuren. Afhankelijk van het ras worden aan genetische overeenkom-
stige kleuren soms verschillende namen gegeven.
2.4.2 De rode kater
Sommige kleuren of kleurencombinaties zijn afhankelijk van het geslacht van de kat. De kleur van de
kat is namelijk gekoppeld aan het X-chromosoom. Een mannetje heeft maar n X-chromosoom en een
vrouwtje heeft twee X-chromosomen. Het feit dat katers maar n enkel X-chromosoom hebben, is de
reden dat je vaker rode katers ziet dan rode poezen. Een rode poes moet immers op beide X-chromoso-
men rood hebben om rood te zijn, en dat komt niet zo vaak voor. Meerkleurigheid komt in theorie juist
alleen bij vrouwelijke dieren voor, zoals de kleurencombinatie zwart en rood in mozaekpatroon (schild-
pad of tortie genoemd). Toch wordt er een heel enkele keer een schildpadkater geboren. Deze heeft dan
drie geslachtschromosomen, namelijk XXV. Deze katers zijn onvruchtbaar (steriel), omdat de mannelijke
geslachtsorganen zich niet geheel ontwikkelen. Een schildpadkat wordt een lapjeskat genoemd.
2.4.3 Kleuren
Gedomesticeerde diersoorten komen vaak in allerlei kleuren voor. Het gaat te ver om alle kleuren per
diersoort te bespreken. Als dierverzorger zul je bekend moeten zijn met de kleuren en variaties daarop
van de diersoorten waar je mee werkt. Veel kleuren zijn een verdunning van een oorspronkelijke kleur.
Dat wil zeggen dat er minder pigmentkorrels aanwezig zijn in de haren dan bij de basiskleur, waardoor
de haren veel lichter van kleur zijn. Veel voorkomende kleuren die je tegen kunt komen zijn:
36 Biologie, voeding en voortplanting
2.4.4 Aftekeningen
Lang niet alle dieren hebben een effen gekleurde vacht. Denk aan de strepen bij een zebra of de vlekken
bij een panter. Ook bij gedomesticeerde dieren komen veel variaties in aftekeningen voor.
Aftekeningen bij de hond
Bij de hond komen de volgende aftekeningen voor:
1. blue-merle
2. gestroomd/brindle;
3. sable (zwarte haarpunten op een lichtgekleurde hond);
4. black and tan;
5. (blauw)schimmel;
6. bont;
7. spots.
Google de verschillende vachten zodat je deze ook kunt zien op verschillende soorten honden.
1. wit;
2. blond;
3. rood (roodbruin);
4. crme (verdunde vorm van rood);
5. abrikoos (verdunde vorm van rood);
6. cinnamon (kaneelkleur, lichtbruin);
7. fawn (verdunde vorm van cinnamon);
8. chocoladebruin (donkerbruin);
9. lilac (bruingrijs, verdunning van
chocoladebruin);
10. zwart;
11. blauw (metaalachtige grijze kleur,
verdunde vorm van zwart).
12. Crme Tabby
Biologie, voeding en voortplanting 37
Merle syndroom
Bij diverse hondenrassen komen dieren met het merle patroon voor. Je ziet het bijvoorbeeld bij de bor-
der collie, de Shetland sheepdog en de Australian sheperd. De meest bekende variant is de blue merle,
maar ook red merle en sable merle komt voor. Het merle-gen zorgt voor een verdunning van de basis-
kleur van de hond, waardoor er een onregelmatig patroon met donkere en lichtere vlekken in de vacht
ontstaat. Als twee honden met het merle patroon worden gecombineerd voor de fokkerij, komt bij de
pups het merle syndroom voor. Veel van dep ups uit een dergelijke combinatie gaan al dood in de baar-
moeder. Worden er wel pups geboren, dan hebben ze vaak gezondheidsproblemen. De dieren zijn doof
en/of blind en zeer gevoelig voor zonlicht. In het kynologisch reglement van de Raad van Beheer is opge-
nomen dat het niet is toegestaan om twee honden te combineren die als kleur(variteit) een variant van
merle op de stamboom hebben staan.
Aftekeningen bij de kat
Bij de kat heb je vier basisvachtpatronen, namelijk:
1. tabby ticked;
2. tabby mackerel; ook wel cypers genoemd;
3. tabby blotched;
4. tabby spotted.
Teruggedrongen kleuren
Het basispatroon wordt benvloed door genen die de kleur terug kunnen dringen tot een deel van de
haren of een deel van de vacht. Als de kleur wordt teruggedrongen tot een deel van de haren zie je alleen
pigment in het eerste deel van de opgroeiende haar. De vachtpatronen waarbij het pigment alleen in het
eerste deel van de haren aanwezig is, worden met verschillende termen aangeduid:
1. shaded;
2. chinchilla;
3. smoke.
38 Biologie, voeding en voortplanting
Points
Als de kleur wordt teruggedrongen tot een deel van de vacht, zijn alleen de lichaamsuiteinden gekleurd.
Dat noem je het Himalayapatroon of Siamezenaftekening. De lichaamsdelen die wel kleur hebben, noem
je points, het Engelse woord voor punten. Het lichaam van de kat heeft een lichte kleur en de lichaams-
uiteinden hebben een andere kleur. Deze gekleurde lichaamsuiteinden noemen we ook wel points. De
kleur van deze katten benoem je naar de kleur van de points. Katten met een Himalayapatroon hebben
altijd blauwe ogen. De kittens worde eenkleurig geboren. Pas in de loop van het eerste levensjaar ontwik-
kelen de points zich. De oren kleuren van drie uur tot vier weken na de geboorte; het masker begint bij
de neus en breidt zich langzaam uit naar buiten.
Kleurencombinaties
Tot slot heb je nog kleurencombinaties. Kittens die bijvoorbeeld de witte kleur van de moeder gekregen
hebben en de zwarte kleur van de vader, worden wit met zwarte aftekeningen. Een bekend voorbeeld
van een kleurencombinatie is de schildpad of tortie. Dit zijn katten die de rode kleur van de vader hebben
gerfd en de zwarte kleur van de moeder.
Vrouwelijke kittens van deze kruising kunnen dan rood met zwart zijn. Wanneer n van beide ouders
ook witte aftekeningen heeft, kan er een driekleur kitten ontstaan. Omdat de rode kleur vrijwel altijd van
de vader komt en katertjes maar n X-chromosoom overerven, komt de kleurencombinatie tortie of
schildpad zelden voor bij katers.
Kleuren en aftekeningen bij de fret
Fretten komen in drie basisvarianten van kleur en aftekeningen voor:
Albino: bij de geboorte is de fret wit, maar door het huidvet wordt hij geler bij het ouder worden;
Wildkleur, deze lijkt het meest op de kleur en aftekening van de bunzing; de fret heeft een masker op de
kop en donkere poten en een donkere staart;
Sandy, een lichte variant van de wildkleur; de fret heeft meestal geen echte maskeraftekening op de kop.
Er bestaan veel meer variaties op deze kleuren en aftekeningen, met ieder hun eigen naam. Internati-
onaal is er geen eenduidigheid over deze benamingen; daarom wordt er hier niet dieper op ingegaan.
Aftekeningen bij het konijn
Bij het konijn bestaan er rassen die je herkent aan een typische aftekening. Bijvoorbeeld de Hollander (3),
waarbij het achterste helft van het lichaam gekleurd is en de voorste helft wit is. De kop heeft een witte
bles en is gekleurd over de ogen en oren. De voeten zijn wit. Andere opvallende rassen en kleuren zijn de
Lotharinger (1), de Japanner (2) en de witte van Hotot (4).
Biologie, voeding en voortplanting 39
Aftekeningen bij knaagdieren
Ook bij knaagdieren, zoals de rat, de muis, de cavia, de chinchilla en de hamster, kom je specifieke kleu-
ren en aftekeningen tegen. Denk bijvoorbeeld aan de Syrische hamster, die vaak goudhamster wordt
genoemd vanwege de typische vachtkleur van de in het wild gevangen Syrische hamsters.
Meer kleurvariaties kun je vinden in een encyclopedie voor knaagdieren of op het internet.
2.5 Geslachtsbepaling
2.5.1 Geslachtskenmerken
Of een dier een mannetje of een vrouwtje is, kun je zien aan de geslachtskenmerken. Bij veel dieren kun
je door het bekijken van de geslachtsorganen al op zeer jonge leeftijd het geslacht bepalen. De kenmer-
ken van een geslacht die al bij de geboorte zichtbaar zijn, noem je de primaire geslachtskenmerken. Bij-
voorbeeld de penis en de vulva. Bij sommige dieren is het niet mogelijk of heel moeilijk om op grond van
primaire geslachtskenmerken het geslacht vast te stellen. Je moet dan wachten totdat je de kenmerken
van een geslacht ziet die zich ontwikkelen as het dier volwassen wordt, de secundaire geslachtskenmer-
ken. Bijvoorbeeld de kleur, de grootte, de beharing en de vorm.
40 Biologie, voeding en voortplanting
Hond
Een reu is duidelijk te onderscheiden van een teef. De penis hangt in de voorhuid onder aan de buik. Ook
de beide testikels in het scrotum zijn duidelijk zichtbaar. De geslachtsorganen van een teef bevinden zich
in de bekkenholte. Aan de buitenkant is alleen de vulva te zien. Ook bij andere grotere zoogdieren zie je
een duidelijk onderscheid tussen beide geslachten.
Kat
Een poes kun je herkennen doordat de vulva dicht bij de anus ligt en de twee openingen soms met elkaar
verbonden lijken. Bij een kater zijn de testikels te vinden onder de anus. Onder de testikels ligt dan weer
de penis.
Fret
Een mannetjesfret (ram) heeft de penis op de buik, net als een reu. Die penis kun je voelen, omdat er een
penisbotje in zit. De testikels bevinden zich ent onder de anus. Tijdens het bronstseizoen zijn de testikels
veel groter dan buiten het bronstseizoen. Het bronstseizoen is in principe van maart tot september. Een
vrouwtjesfret (moertje) herken je aan de spleetvormige vulva die zich onder de anus bevindt. Tijdens het
bronstseizoen is de vulva sterk gezwollen.
Frettenmoertjes met depressie
Frettenmoertjes kennen een lange loopsheid die duurt van maart tot augustus. Moertjes die lang loops
zijn, omdat ze niet gedekt worden, lopen het risico om beenmergdepressie te ontwikkelen. Deze ontwik-
kelt zich onder invloed van oestrogenen, de vrouwelijke hormonen. Bij een beenmergdepressie produ-
ceert het beenmerg te weinig bloedcellen. Hierdoor wordt de fret gevoeliger voor infecties, krijgt bloed-
armoede en er kunnen (inwendige) bloedingen ontstaan. Een moertje met beenmergdepressie heeft een
gezwollen vulva met uitvloeiing, bleke slijmvliezen en een symmetrische kaalheid. Deze kaalheid komt
meestal voor bij de staart of op de buik, maar het kan ook op het hele lijf voorkomen. Bij een ernstige
beenmergdepressie wordt het moertje sloom, stopt met eten en kan zelfs sterven. Om beenmergde-
pressie te voorkomen, kunnen moertjes het beste worden gecastreerd op een leeftijd van zes tot acht
maanden, bij voorkeur voor of aan het begin van de loopsheid.
Knaagdieren
Bij alle kleine knaagdieren (denk aan de cavia, de muis, de rat de hamster, de chinchilla en de gerbil) kun
je het geslacht op dezelfde manier bepalen. Vaak zijn de testikels van de mannelijke dieren goed zicht-
baar. Als dit niet het geval is, kun je naar de afstand tussen de anus en de vagina kijken en die tussen de
anus en de penis. Bij de mannelijke dieren is de afstand tussen de anus en de penis groter dan de afstand
tussen de anus en de vagina bij vrouwtjes. Bij een caviabeertje is de afstand ongeveer 5 tot 10 millimeter;
bij een caviazeugje minder dan 5 millimeter. De vorm van de geslachtsopening is bij vrouwtjes Y-vormig
en bij mannetjes rond. Je kunt bij mannetjes ook de penis naar buiten laten komen. Dit doe je door met
je duim zachtjes op de buik boven de geslachtsopening te drukken.
Grote vogelsoorten
Bij een aantal grote vogelsoorten kun je het geslacht bepalen aan primaire geslachtskenmerken, zoals
de vorm van de cloaca. Bijvoorbeeld bij de gans. Bij de kip is het geslacht niet te zien aan de geslachtsor-
ganen, maar is er wel een duidelijk verschil in secundaire geslachtskenmerken tussen het mannetje en
het vrouwtje. Je bepaalt het geslacht van een kip aan de hand van de volgende vijf secundaire geslachts-
kenmerken:
1. Een haan is groter en grover gebouwd dan een hen.
2. Een haan heeft grotere kopversierselen: kinlellen, kam en oorlellen.
3. Een haan heeft soms sierbevedering: halsveren, zadelveren en sikkelveren.
Biologie, voeding en voortplanting 41
4. Hanen hebben sporen aan hun poten, hennen niet.
5. Hanen kraaien, kippen niet.
Volirevogels
Bij de meeste volirevogels is het geslacht niet gemakkelijk te bepalen. Bij sommige soorten is het man-
netje te herkennen aan zijn zangkwaliteiten. Bij grasparkieten geeft de kleur van de neusdoppen aan of
je te maken hebt met een man of een pop. In de tabel staat een aantal geslachtskenmerken van volire-
vogels.
Vogelsoort Man Vrouw (pop)
Fischers
dwergpapegaai
Geen duidelijke uiterlijke verschillen
Fijn van bouw
Geen duidelijke uiterlijke verschillen
Grof van bouw
Grotere ruimte tussen de legbeentjes
Gould amadine Fel paarse borst
Sterke kopkleuren
Lichtpaarse borst
Zwakke kopkleuren
Grasparkiet Donkerblauwe neusdoppen Bruine tot bijna witte neusdoppen
Japans meeuwtje Geen uiterlijke verschillen
Zingt zacht en danst tijdens de balts
Geen uiterlijke verschillen
Zingt niet
Mus papegaaitje Helblauwe stuit
Onderkant vleugels blauw
Groene stuit
Onderkant vleugels groen
Perzikkop
dwergpapegaai
Geen duidelijke uiterlijke verschillen
Fijn van bouw
Geen duidelijke uiterlijke verschillen
Grof van bouw
Grotere ruimte tussen de legbeentjes
Rijstvogel Donkerrode snavelbasis
Gesloten rode bril rondom het oog
Lichtrode snavelbasis
Rode bril rond het oog met wit
onderbroken
Splendid parkiet Rode borstvlek Geen rode borstvlek
Spitsstaart amadine Licht zilvergrijs aan de zijkant van de
kop
Volle zwarte bef
Blauwgrijs aan de zijkant van de kop
Kleine zwarte bef
Turkoisine parkiet Sterk blauw aan de kop
Totaal sterke kleuren
Minder blauw aan de kop
Totaal minder sterke kleuren
Valkparkiet Felgele kop
Helderoranje wangen
Onderkant staart zwart
Flauw gele kop
Lichtoranje wangen
Buitenste twee pennen onderkant
staart zijn geel gevlekt
Zangkanarie Geen duidelijke uiterlijke verschillen
Zingt
Geen duidelijke uiterlijke verschillen
Zingt niet
Zebravink Gekleurde wangen
Gekleurde zij
Borsttekening
Twee zwarte streepjes onder het oog
Zwartmasker
dwergpapegaai
Geen duidelijke uiterlijke verschillen
Fijn van bouw
Geen duidelijke uiterlijke verschillen
Grof van bouw
Grotere ruimte tussen de legbeentjes
DNA-onderzoek
Soms zijn er geen uiterlijke verschillen waar te nemen bij vogels, of zijn die verschillen zeer klein. In dat
geval kan er gebruik worden gemaakt van DNA-onderzoek.
42 Biologie, voeding en voortplanting
Reptielen en amfibien
Er bestaan zeer veel verschillende reptielen en amfibien. Bij sommige soorten kun je aan het uiterlijk
bepalen wat het geslacht is; soms is daar inwendig onderzoek voor nodig, zoals bij de slang.
Omgevingstemperatuur
Bij sommige reptielen is het mogelijk het geslacht van de jongen te benvloeden door de omgevingstem-
peratuur. Wanneer een vrouwtje zich in een warme omgeving bevindt, worden er vrouwtjes geboren, in
een koude omgeving mannetjes. Bij een meer gemiddelde temperatuur worden er zowel vrouwtjes als
mannetjes geboren. In de meeste gevallen is dat gewenst, omdat daardoor verdere voortplanting mo-
gelijk is. In de tabel staat een overzicht van de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke reptielen en
amfibien.
Reptielen en
amfibien
Man Vrouw
Agamen Kop meestal meer gekleurd Kop meestal minder gekleurd
Anolissen Grote keelwam
Grote kop
Kleine keelwam
Kleine kop
Boomkikkers Vaak donkergekleurde kwaakblazen Vaak minder donkergekleurde
kwaakblazen
Echte hagedissen
(Lacertidae)
Fermoraalporin (sporen) aan de
binnenkant van de achterpoten
Fermoraalporin afwezig
Landsalamanders Groot
In de paartijd dikke opgezwollen cloaca
Klein
Landschildpadden Hol buikschild
Lange, volle staart
Vlak buikschild
Korte staart
Leguanen
(Iguana iguana)
Dikke staartwortel
Hoge rugkam
Dikke kop
Grote kaakschilden
Dunne staartwortel
Lage rugkam
Dunne kop
Kleine kaakschilden
Padden Donkere kleuren aan de kwaakblaas
In de paartijd vergrote duimen
Minder donkere kleuren aan de
kwaakblaas
Rattenslangen
(Elaphidae)
Geleidelijk symmetrisch taps
toelopende staart
Niet geleidelijk symmetrisch taps
toelopende staart
Reuzenslangen
klauwtjes
Duidelijk zichtbare klauwtjes bij de
anale opening
Geen of zeer kleine klauwtjes bij de
anale opening
Waterkikkers Kwaakblazen opzij van de kop Kwaakblazen ontbreken
Vissen
Het onderscheid tussen mannelijke vissen en vrouwelijke vissen is soms heel gemakkelijk te zien, bij-
voorbeeld door verschillen in kleur. Het mannetje is over het algemeen kleurrijker dan het vrouwtje.
Bij karperachtigen, meervallen en dergelijke is er een opvallend verschil in lichaamsvorm. Vaak zijn de
vrouwelijke vissen wat voller en ook wat groter dan de mannelijke exemplaren.
Wist je dat?
Krijtbaars: een bijzonder visje. Ongeveer twee procent van alle vissoorten is tweeslachtig (hermafrodiet).
Hierbij heeft een organisme zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. De meeste tweeslach-
tige dieren wisselen maar n keer in hun leven van het ene geslacht naar het andere. Maar dat is voor
de krijtbaars (Serranus tortugarum) niet genoeg. Deze vis wisselt wel tot twintig keer per dag van rol
Biologie, voeding en voortplanting 43
met de partner en kan sperma en eieren tegelijk produceren. De vissen bevruchten zichzelf echter niet.
Waarom de vissen zo vaak wisselen van rol, is nog onbekend.
Secundaire geslachtskenmerken vissen
Andere kenmerken waaraan je vrouwtjes en mannetjesvissen kunt onderscheiden, zijn de verlengde
vinstralen van rug-, aars- en staartvin bij mannetjes en het verschil in vorm van de genitaal papil. Soms
is het onderscheid moeilijk of niet waarneembaar, zeker buiten de paaitijd. Is het geslachtsonderscheid
niet te zien op grond van genoemde kenmerken, dan kun je letten op paarvorming. Twee vissen die met
elkaar paren zullen een mannetje en een vrouwtje zijn. Wanneer je het paargedrag van een vissoort kent,
kun je bepalen welke vis het vrouwtje is en welke het mannetje.
Tropische vissen
Soort Geslachtsonderscheid
Goudvis Mannetje krijgt knobbeltjes op de kieuwdeksels.
Koikarper Mannetje krijgt knobbeltjes op de borstvinnen. Wijfje is wat dikker.
Dwergzonnebaars Mannetje wordt blauwzwart met kleine heldere blauwgroene vlekjes.
Bittervoorn Mannetje verandert van kleur. Wijfje krijgt veel langere legbuis.
Niet tropische vissen
Soort Geslachtsonderscheid
Neontetra De bouw van het wijfje is compacter.
Maanvis De geslachtspapil is bij de wijfjes dikker (=moeilijk te zien!)
Kempvis De vinnen van het mannetje zijn lang en sierlijk.
Guppy Mannetje: heeft een gonopodium (verlengde aarsvin).
Wijfje: groter en doffer van kleur.
Harnasmeerval Niet zichtbaar
44 Biologie, voeding en voortplanting
2.6 Samenvatting
De buitenkant van een dier nemen we het exterieur. Belangrijke onderdelen van het exterieur zijn de
schofthoogte, de houding en lichaamsbouw, kleur en aftekening en geslachtsbepaling. Bij sommige dier-
soorten, bijvoorbeeld honden, is ook de staartdracht van belang. De schofthoogte is de hoogte van het
dier, gemeten vanaf de grond tot schoft. De schoft is over het algemeen het hoogste punt van de rug.
Dieren kunnen enorm verschillen in houding en lichaamsbouw.
De meest voorkomende vachtkleuren bij zoogdieren zijn: wit, blond, rood (roodbruin), crme (verdunde
vorm van rood), abrikoos (verdunde vorm van rood), cinnamon (kaneelkleur, lichtbruin), fawn (verdunde
vorm van cinnamon), chocoladebruin (donkerbruin), lilac (bruingrijs, verdunning van chocoladebruin),
zwart, blauw (metaalachtige grijze kleur, verdunde vorm van zwart).
Naast deze basiskleuren zijn er veel verschillende patronen en combinaties van kleuren bekend. Afteke-
ningen zijn delen van het lichaam die anders gekleurd zijn dan de rest van het lichaam.
Of een dier mannelijk of vrouwelijk is, kun je zien aan geslachtskenmerken. Bij veel dieren kun je al op
zeer jonge leeftijd het geslacht bepalen. Primaire geslachtskenmerken zijn de kenmerken van het ge-
slacht die zelfs al bij de geboorte aanwezig zijn, onder ander de penis en de vulva. Secundaire geslachts-
kenmerken, bijvoorbeeld kleur, grootte en beharing ontwikkelen zich op latere leeftijd.
2.7 Begrippenlijst
Albino Dier dat helemaal geen pigment heeft, niet in de vacht en niet in de ogen.
Beertje Mannelijke cavia of mannelijk varken
Brachycephaal Met een korte neus
Bronstseizoen Paarseizoen
Cloaca Lichaamsopening waarop zowel de uiteinden van de darmen, de
urinewegen als de eileiders uitkomen
Couperen Inkorten van lichaamsdelen, bijvoorbeeld de staart of oren
Dolichocephaal Met een lange neus
Exterieur Buitenkant
Genitaal papil Uitwendig zichtbaar deel van de geslachtsorganen bij de vis
Himalayapatroon Vachtpatroon, waarbij de vachtkleur wordt teruggedrongen tot een deel
van de vacht, namelijk de lichaamsuiteinden; ook wel Siamezenaftekening
genoemd
Iris Regenboogvlies
Koehakkig Stand afwijking waarbij de hakken naar de middenlijn toe gedraaid staan;
ook wel Franse stand genoemd
Lapjeskat Vachtkleur bij katten met drie kleuren, ook wel tortie of schildpad
genoemd, of driekleurige kat
Maanoog Oog waarvan de voorzijde van de iris geen pigment heeft, waardoor de iris
er blauwwit uitziet
Masker Aftekening op de kop, bijvoorbeeld de zwarte strepen bij een bunzing of
wildkleur fret
Moertje Vrouwelijke fret
Biologie, voeding en voortplanting 45
Odd-eyed Met twee verschillende kleuren ogen
Paaitijd Tijd van het jaar dat vissen zich voortplanten
Points Engelse woord voor punten
Primaire
geslachtskenmerken
De kenmerken van een geslacht die direct bij de geboorte zichtbaar zijn
Ram Mannelijke fret of mannelijk konijn
Rammelaar Mannelijk konijn
Rasstandaard Eisen gesteld aan een ras, door de rasvereniging
Schoft Hoogste deel van de wervelkolom, ter hoogte van de schouder
Scrotum Balzak
Secundaire
geslachtskenmerken
Lichamelijke kenmerken die zich pas ontwikkelen als een dier volwassen
wordt, bijvoorbeeld de kleur, de grootte, de beharing en de vorm
Siamezenaftekening Vachtpatroon, waarbij de vachtkleur wordt teruggedrongen tot een deel
van de vacht, namelijk de lichaamsuiteinden; ook wel Himalayapatroon
genoemd
Staartdrachten De manier waarop de staart gehouden wordt, bijvoorbeeld omhoog of
recht naar achteren
Steriel Onvruchtbaar
Tortie Vachtkleur bij katten met de kleurencombinatie rood en zwart, ook wel
schildpad genoemd
Valgusstand Stand afwijking van een lichaamsdeel, waarbij het deel dat het verst
verwijderd is van de buik en de rug, naar buiten gedraaid staat,
bijvoorbeeld X-benen
Varusstand Stand afwijking van een lichaamsdeel, waarbij het deel dat het verst
verwijderd is van de buik en de rug, naar binnen gedraaid staat,
bijvoorbeeld O-benen
Verdunning Vachtkleur, waarbij er minder pigmentkorrels aanwezig zijn in de haren
dan bij de basiskleur, waardoor de haren lichter van kleur zijn
Vinstralen Vinsteun
Vlag aan de staart Een staart met lange haren
Voedster Vrouwelijk konijn
Zeefbeen Flinterdunne botuitsteeksels in de neus, waartussen heel veel holten
zitten, die zorgen dat de ingeademde lucht in de neus wordt verwarmd,
bevochtigd en gezuiverd wordt
Zeugje Vrouwelijke cavia of vrouwelijk varken. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag