Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: amyamina - 2 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Les 8
Zwangerschapsdiabetes, oftewel diabetes gravidarum is een tijdelijke vorm van diabetes mellitus die alleen optreedt tijdens de zwangerschap.
Riscofactoren voor het ontwikkelen van zwangerschapsdiabetes zijn onder andere:
- Een gestoorde glucose intolerantie
- Obesitas
- Surinaams hindoestaanse, Turkse of Marokkaanse afkomst
- Zwangerschapsdiabetes tijdens een eerdere zwangerschap
- Een baby met een hoog geboortegewicht
- Diabetes in de familie
- Polycysteus-ovariumsyndroom in combinatie met overgewicht
Symptomen: Meestal verloopt zwangerschapsdiabetes zonder symptomen. Sommige zwangere vertonen tekenen van hyperglykemie, zoals polyurie en vermoeidheid. Vaak schrijven zwangere deze klachten echter toe aan de zwangerschap zelf.
Diagnostiek: De diagnose wordt gesteld door de bloedglucosehalte te meten, hiervoor gelden dezelfde criteria als bij DM1 en DM2. Bij een hoog risico of een verdenking op zwangerschapsdiabetes wordt ook wel een orale glucosetolerantietest gedaan. Hierbij wordt gekeken hoe het bloedglucosegehalte reageert na het drinken van een standaardsuikeroplossing.
Behandeling: Meestal lukt het om de glucosespiegel weer te laten dalen door het volgen van een dieet en te zorgen voor meer lichaamsbeweging. Soms is behandeling met insuline.
Complicaties: De gevolgen voor de foetus zijn onder andere macrosomie (grote en zware baby), een verhoogde kans op complicaties bij de bevalling en het optreden van hypoglykemie na de geboorte. Bij de zwangere is er tijdens de zwangerschap een verhoogde kans op hypertensie en pre-eclampsie. Vanwege deze complicaties wordt een zwangere met zwangerschapsdiabetes verwezen naar een gynaecoloog voor begeleiding van de rest van de zwangerschap en de bevalling. Na de bevalling verdwijnt de zwangerschapsdiabetes spontaan, maar de helft van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes ontwikkelt na 5-10 jaar DM2.
Pre-eclampsie en HELLP: Bij ongeveer 5-10 procent van alle zwangere treedt gedurende de zwangerschap een stijging van de tensie op. Een normale diastolische tensie voor een zwangere ligt onder 90 mm HG. De systolische bloeddruk is in veel gevallen constant gedurende de gehele zwangerschap. Het is echter heel normaal als de tensie vanaf de start van de zwangerschap daalt tot ongeveer de 20ste week. Daarna stijgt het meestal weer, tot uiteindelijk de 28ste week een normaal niveau wordt bereikt. De diastolische bloeddruk daalt vanaf het tweede trimester. Bij een tensie vanaf 140 mm HG systolisch of 90 mm HG diastolisch is er sprake van een verhoogde tensie. Een te hoge bloeddruk kan problemen opleveren voor de zwangere en/of het ongeboren kind.
De diagnose pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging), wordt gesteld als er sprake is van hypertensie en eiwit in de urine. Ook neemt het gewicht toe van de vrouw, omdat ze veel vocht vasthouden. Ook heeft ze last van misselijkheid, braken, hoofdpijn en concentratieproblemen.
De oorzaak van pre-eclampsie is nog niet precies bekend. We weten dat mogelijke erfelijke factoren, stoornissen in het immuunsysteem, de placenta en de ingroei daarvan in de uterus een rol spelen in het ontstaan ervan. Ook is de kans groter bij zwangere vrouwen op een aandoening met diabetes, vaatziekten, nierziekten en hypertensie voor de zwangerschap.
De placenta ontwikkelt zich bij pre-eclampsie onvoldoende, en daardoor is er onder andere onvoldoende transport door de placenta 2van zuurstof en voedingsstoffen naar het kind. De groei blijft daardoor achter.
Bij een verergering van het beeld kunnen stuipen optreden bij de zwangere. Dit is een eclampsie. Het is een ernstig en in sommige gevallen levensbedreigend ziektebeeld, waarbij opname in een ziekenhuis en acute zorg noodzakelijk.
Een geval van pre-eclampsie kan verder verslechteren en leiden tot het HELLP-syndroom. HELLP staat voor hemolysis, elevated liver enzymes and low platelets. HELLP kan overigens ook ontstaan zonder voorafgaande pre-eclampsie. Bij de zwangere is er sprake van een verhoogde afbraak van erytrocyten, een tekort aan trombocyten en een gestoorde leverfunctie. Het tekort aan trombocyten veroorzaakt stollingsstoornissen. Bij eclampsie en het HELLP-syndroom wordt de bevalling zo snel mogelijk ingeleid, zodat het ziekteproces kan worden gestopt.
Een prolaps is een verzakking van een of meer van de volgende organen: uterus, blaas en het rectum. Een prolaps komt voornamelijk voor op oudere leeftijd.
Risicofactoren: Een verhoogd risico op uterusprolaps hangt samen met vaginale bevalling, een hogere leeftijd, overgewicht, een fysiek zwaar beroep en genetische aanleg.
Etiologie: De bekkenbodemspieren worden zwakker bij het ouder worden. Zwakkere bekkenbodemspieren kunnen ook optreden bij overgewicht, een fysiek zwaar beroep of langdurig veel hoesten. Tijdens een vaginale bevalling kunnen zenuwen beschadigen en kan het bindweefsel uitrekken. Zwak bindweefsel kan ook aangeboren zijn.
Pathofysiologie: De bekkenbodemspieren en bindweefsel houden de organen in het kleine bekken op hun plaats. Wanneer de bekkenbodemspieren en het bindweefsel zwakker worden, zullen de organen in het kleine bekken beneden zakken. Bij de ernstigere vormen kunnen de organen ook naar buiten verzakken.
Symptomen: Afhankelijk van welke organen zijn verzakt, kunnen er mictie, defecatie problemen en/of problemen bij het vrijen zijn. Andere symptomen zijn een vol gevoel in de vagina, problemen met zitten en fietsen of pijn.
Diagnostiek en behandeling: Meestal wordt de diagnose door de arts gesteld na anamnese en lichamelijk onderzoek. Soms wordt er nog een echo gemaakt. Prolaps kan worden behandeld met bekkenbodemfysiotherapie, een vaginaal ingebracht pessarium of een operatie. De keuze hangt af van de soort en de ernst van de prolaps.
Complicaties: Bijwerkingen van het pessarium zijn veranderde vaginale afscheiding, vaginale irritatie, drukplekken en verergering van urine-incontinentie. Het pessarium moet daarom iedere paar maanden gecontroleerd worden. Dit gebeurt meestal bij de huisarts. Een operatie geeft een verhoogde kans op s tressincontinentie.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document