Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: Chazebroek - 2 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Samenvatting Toetstermen mediation theorietoets Deel 2
Gebruikte boeken:
Handboek Mediation, 7e druk
Juridische aspecten van mediation, 5e druk
Beroepsvaardigheden en interventietechnieken van de mediator, 8e druk

3.4 Eindterm: Beroepsvaardigheden en interventies
De kandidaat dient over voldoende theoretische kennis te beschikken van de beroepsvaardigheden van een mediator.
Toetstermen:
3.4.1 De kandidaat kan de competenties van een bekwaam mediator omschrijven:
Kennis
Wat moet de mediator weten?
Theoretische en conceptuele kennis over:
Mediation als sociaal besluitvormingsproces
( autonomie, gezamenlijke besluitvorming)
Conflictdynamiek en escalatie
Emoties in conflict
Communicatieprocessen (verbaal, non-verbaal, metacommunicatie)
Macht en machtsverschillen
Rol, positie en grenzen van de mediator
Vaardigheden
Kernvaardigheden van de mediator:
Actief en open luisteren
Spiegelen
Parafraseren
Gevoelsreflectie
Samenvatten
Vraagtechnieken (open, verdiepende, reflectieve vragen)
Procesinterventies (metacommunicatie)
Structureren van gesprek en besluitvorming
Attitude
Houding van een bekwaam mediator:
Open, niet-oordelend
Empathisch, maar niet partijdig
Respect voor autonomie van deelnemers
Stressbestendig
Reflectief en zelfkritisch
Bescheiden (geen redder)
Neutraliteit en onpartijdigheid bewaken
Verdraagt onzekerheid en ambiguteit





3.4.2 De kandidaat kan de taken van een bekwaam mediator omschrijven:
(Beroepsvaardigheden, hoofdstuk 1.3.2)
Een bekwaam mediator vervult vijf hoofdtaken. Deze lopen voortdurend door elkaar heen en keren in elke mediation terug.
Werkrelatie opbouwen
Wat houdt dit in?
De mediator bouwt een professionele, neutrale en veilige werkrelatie op met alle deelnemers.
Waarom is dit belangrijk?
Zonder vertrouwen:
Worden procesopmerkingen afgewezen
Ontstaat weerstand
Sluiten deelnemers zich af
Hoe doet de mediator dit?
Open en onbevooroordeelde houding
Respectvolle communicatie
Transparantie over rol en werkwijze
Gelijkwaardigheid naar alle partijen
Deelnemers motiveren
Wat houdt dit in?
De mediator helpt deelnemers hun motivatie en regie terug te vinden.
Waarom nodig?
Deelnemers:
Voelen zich vaak machteloos
Twijfelen aan het nut van mediation
Zitten vast in defensieve patronen
Hoe motiveert de mediator?
Door hoop en perspectief te bieden
Door successen te benoemen
Door ruimte te geven aan twijfels
Door deelnemers weer eigenaar te maken van het proces
Communicatie reguleren
Wat houdt dit in?
De mediator bewaakt de kwaliteit van de communicatie tussen de deelnemers.
Wat doet de mediator concreet?
Escalatie afremmen
Helpen emoties te reguleren
Gesprek weer mogelijk maken
Meta-communicatie inzetten (procesopmerkingen)
Voorbeeld:
Ik merk dat jullie elkaar steeds onderbreken. Wat gebeurt er tussen jullie op dat moment?
Mediationproces reguleren
Wat houdt dit in?
De mediator zorgt voor structuur in een vaak chaotisch proces.
Kenmerken van mediationproces
Niet-lineair
Emotioneel
Veel heen-en-weer
Rol van de mediator
Focus houden op de taak
Onderwerpen ordenen
Tempo bewaken
Overgangen markeren (samenvatten, afronden)
Inhoud (conflictkwesties) behandelen.
Wat houdt dit in?
De mediator begeleidt partijen bij het verkennen en bespreken van het conflict zelf.
Taken hierbij
Conflictverhalen laten vertellen
Onderliggende belangen blootleggen
Opties en oplossingen verkennen
Besluitvorming begeleiden
*Altijd zonder zelf oplossingen op te leggen.

Samenhang tussen de taken
De vijf taken:
Zijn geen vaste stappen
Lopen door elkaar
Krijgen wisselend accent afhankelijk van situatie
Een bekwaam mediator:
Schakelt voortdurend tussen inhoud en proces
Weet wanneer sturen nodig is en wanneer loslaten
Houdt steeds de zelfbeschikking van deelnemers centraal

3.4.3 De kandidaat kan het begrip interveniren definiren en de kenmerken benoemen.
(Handboek blz. 427 t/m 430)
Definitie
Interveniren is het doelgericht ingrijpen door de mediator in het mediationproces, met als doel het gesprek, de communicatie, de besluitvorming of het onderhandelingsproces tussen partijen te ondersteunen. Het gaat om een reeks bewuste, op de situatie afgestemde handelingen, waarbij de mediator technieken inzet om het proces constructief te laten verlopen. Interveniren is dus niet mechanisch, maar vraagt om sociale vaardigheid, timing en aanpassing aan de specifieke behoeften van het moment.
Kenmerken van interveniren
Het bestaat uit samenhangende, doelgerichte handelingen
- De mediator kiest interventies op basis van haar mediationbenadering en doelen.
- Interventies moeten passen bij wat de situatie vraagt.
- Het is geen trucendoos: technieken moeten bewust, gentegreerd en in de juiste volgorde worden toegepast.
Het ingrijpen vindt plaats binnen een spanningsveld van autonomie en afhankelijkheid
- De mediator moet de autonomie van partijen respecteren: zij blijven eigenaar van hun conflict en besluiten.
- Tegelijk zijn partijen afhankelijk van de mediator om hun proces te structureren en vooruit te helpen.
- Een goede interventie helpt partijen op weg znder hun regie over te nemen.
Interventies verschillen wezenlijk van macht-gestuurde of expertrelaties
In tegenstelling tot een:
- rechter (die besluiten oplegt), of
- expert (die inhoud adviseert),
heeft een mediator geen beslissende macht en geen inhoudelijke autoriteit.
De kracht van interveniren ligt in procesbegeleiding, niet in inhoudelijke oplossingen aandragen.
Paternalisme vormt een risico
- De mediator moet waken voor het nemen van beslissingen voor het eigen bestwil van partijen.
- Paternalisme gaat in tegen zelfbeschikking, een kernprincipe van mediation.
- Alleen in uitzonderlijke gevallen kan enige sturing passend zijn, maar altijd met behoud van keuzevrijheid.
Interventies moeten autonomie ondersteunen
- De mediator moet partijen helpen zelf keuzes te maken, niet voor hen besluiten.
- Dit betekent dat interventies gericht zijn op:
o het helder maken van opties,
o het verduidelijken van het besluitvormingsproces,
o en het versterken van het zelfvertrouwen en eigenaarschap van partijen.
Drie basisvereisten bepalen of interventies kunnen slagen
Wil interveniren effectief zijn, moeten de volgende voorwaarden aanwezig zijn:
a. Valide en open informatie
Zonder eerlijke en volledige informatie kunnen partijen geen goede beslissingen nemen.
De mediator moet veilige communicatie bevorderen, omdat escalatie anders tot informatievervorming leidt.
b. Vrije, op informatie gebaseerde keuzes
Interventies mogen geen dwang, manipulatie of druk bevatten.
De mediator moet ruimte creren voor authentieke en vrijwillige besluitvorming.
c. Betrokkenheid en commitment
Partijen moeten intern gemotiveerd zijn om achter hun beslissingen te staan.
De mediator moet het tempo bewaken: te veel haast vermindert betrokkenheid en keuze-eigenaarschap.

3.4.4 De kandidaat kan het verschil definiren tussen het inhouds- en het betrekkingsniveau (procesniveau) in het communicatieproces.
(Beroepsvaardigheden, hoofdstuk 1.3.1)
In communicatie en zeker in conflictsituaties spelen altijd twee niveaus tegelijk een rol: het inhoudsniveau en het betrekkingsniveau (procesniveau). Een bekwaam mediator kan deze twee onderscheiden en weet wanneer hij op welk niveau moet interveniren.
Inhoudsniveau
Wat is het?
Het inhoudsniveau gaat over wat er wordt gezegd. Het betreft:
Feiten en gebeurtenissen
Argumenten en standpunten
Concrete conflictkwesties
Voorstellen en beslissingen
Dit is de woordelijke inhoud van de communicatie.
Voorbeeld
Je was te laat bij de overdracht.
Ik wil dat de omgangsregeling verandert.
Dit zijn uitspraken over de inhoud van het conflict.
Rol van de mediator op inhoudsniveau
De mediator helpt partijen om:
De conflictkwesties helder te krijgen
Relevante onderwerpen te benoemen
Voorstellen te onderzoeken
Besluiten te nemen

Betrekkingsniveau (procesniveau)
Wat is het?
Het betrekkingsniveau gaat over hoe er wordt gecommuniceerd en wat dit zegt over de relatie tussen de deelnemers. Het betreft:
Toon, timing en woordkeuze
Non-verbaal gedrag (houding, oogcontact)
Reacties op elkaar (domineren, ontwijken, aanvallen)
De sfeer en dynamiek van het gesprek
Dit niveau laat zien hoe deelnemers zich tot elkaar verhouden.
Voorbeeld
Wat zeg je dat kattig.
Je luistert nooit.
Deze uitspraken gaan niet over de inhoud, maar over de relatie en machtsverhoudingen.
Rol van de mediator op procesniveau
De mediator:
Observeert het communicatiepatroon
Benoemt wat zij ziet gebeuren in het hier-en-nu
Nodigt partijen uit om te reflecteren op hun interactie
Helpt het proces veiliger en constructiever te maken
Dit gebeurt via procesopmerkingen (metacommunicatie).

Belangrijk onderscheid
Op inhoudsniveau proberen partijen vaak hun gelijk te halen.
Als het gesprek vastloopt, escaleert of emotioneel wordt, is meestal het procesniveau de sleutel.
*Een mediation faalt vaak niet op de inhoud, maar op de manier waarop daarover wordt gecommuniceerd.

3.4.5 De kandidaat kan de onderstaande vaardigheden en gesprekstechnieken benoemen, uitleggen en weet wanneer en hoe deze moeten worden toegepast:
(Beroepsvaardigheden, hoofdstuk 2)
De mediator beschikt over verschillende gesprekstechnieken om communicatie te sturen, verdiepen en veilig te houden. Deze technieken worden bewust ingezet, afhankelijk van het moment in het gesprek, het doel van de interventie en de emotionele lading.




Open en actief luisteren
Wat is het?
Open en actief luisteren betekent onbevooroordeeld, aandachtig en betrokken luisteren naar wat de ander zegt, zowel verbaal als non-verbaal. Het gaat niet alleen om horen, maar om begrijpen.
Hoe werkt het?
- Volledige aandacht voor de spreker
- Geen oordeel of snelle oplossingen
- Letten op woorden, toon, emoties en lichaamstaal
- Non-verbaal laten zien dat je luistert (oogcontact, knikken, houding)
- Verbaal ondersteunen met korte aanmoedigingen (hm, ja, ik hoor je)
Ook het laten vallen van stilte hoort hierbij: stilte biedt ruimte voor reflectie en verdieping.
Wanneer toepassen?
- Aan het begin van een gesprek
- Bij emoties of spanningen
- Wanneer iemand zijn verhaal kwijt wil
- Als basis voor alle andere gesprekstechnieken
Reflecteren of spiegelen
Wat is het?
Spiegelen (of reflecteren) is het letterlijk herhalen van kernwoorden of zinsdelen die de spreker gebruikt, vooral emotioneel beladen woorden.
Hoe werkt het?
De mediator gebruikt het taalgebruik van de spreker zelf, zonder toe te voegen of te verzachten.
Voorbeeld: Clint: Ik voel me totaal genegeerd. Mediator: Totaal genegeerd?
Dit zet de boodschap in de schijnwerpers en nodigt uit tot verdere toelichting.
Wanneer toepassen?
- Bij sterke emoties
- Wanneer iets belangrijk lijkt voor de spreker
- Om iemand zich gehoord te laten voelen
- Om verdieping te stimuleren
Parafraseren
Wat is het?
Parafraseren is het in eigen woorden samenvatten van de kern van wat iemand net heeft gezegd, gericht op inhoud en betekenis.
Hoe werkt het?
De mediator checkt of zij de ander goed begrijpt:
Als ik je goed begrijp, zeg je dat
Wat ik je hoor zeggen is
De focus ligt op waar het schuurt, wat onduidelijk is of waar onzekerheid zit.
Wanneer toepassen?
Na een langere uitleg
Om helderheid te creren
Om te controleren of je iemand goed begrepen hebt
Om het gesprek te verdiepen zonder te sturen



Samenvatten
Wat is het?
Samenvatten is het overzichtelijk weergeven van wat er in een langere periode is gezegd, vaak door beide gesprekspartners.
Hoe werkt het?
- Structureren van hoofdpunten
- Benoemen waar overeenstemming en verschil zit
- Richt zich tot beide deelnemers
- Wordt afgesloten met een check (Klopt dit zo?)
Wanneer toepassen?
- Bij het afronden van een onderwerp
- Bij vastlopen van het gesprek
- Bij overgang naar een nieuw thema
- Aan het einde of begin van een gesprek
Positief heretiketteren; neutraliseren, normaliseren, gemeenschappelijk maken
Wat is het?
Positief heretiketteren is het op een andere, constructievere manier benoemen van gedrag of een situatie, zonder het te ontkennen.
Vormen
- Neutraliseren: emotioneel beladen taal omzetten naar neutrale formuleringen
- Normaliseren: laten zien dat een reactie begrijpelijk is
- Gemeenschappelijk maken: een verwijt omzetten naar een gedeeld probleem
- Onvervulde behoefte benoemen: kritiek herformuleren als behoefte
Voorbeeld:
Hij luistert nooit Je hebt behoefte om gehoord te worden.
Wanneer toepassen?
- Bij beschuldigingen of escalatie
- Wanneer vaststaande negatieve frames het gesprek blokkeren
- Als partijen open staan voor een ander perspectief
Soorten vragen, zoals; open en gesloten, reflectief, lineair, circulair, hypothetisch, oplossingsgericht, suggestief, confronterend
Open vragen
- Geven ruimte voor uitleg en verdieping.
Voorbeeld: Wat maakt dit voor jou zo lastig?
- Toepassen wanneer: je wilt verkennen en begrijpen.
Gesloten vragen
- Vragen met beperkt antwoord (ja/nee).
Voorbeeld: Klopt dat?
- Toepassen wanneer: je wilt checken of afronden.
Reflectieve vragen
- Zetten aan tot nadenken over gevoelens, gedrag of doelen.
Voorbeeld: Wat betekent dit voor jou?
- Toepassen wanneer: bewustwording gewenst is.
Lineaire vragen
- Zoeken oorzaak-gevolg.
Voorbeeld: Wat gebeurde er daarna?
- Toepassen wanneer: feiten moeten worden verduidelijkt.
Circulaire vragen
- Laten invloed en interactiepatronen zien.
Voorbeeld: Wat doet dit gedrag met de ander?
- Toepassen wanneer: wederkerigheid zichtbaar maken.
Hypothetische vragen
- Gaan over denkbeeldige situaties.
Voorbeeld: Stel dat dit is opgelost, wat is er anders?
- Toepassen wanneer: nieuwe perspectieven of opties nodig zijn.
Oplossingsgerichte vragen
- Richten zich op wat al werkt en de gewenste toekomst.
Voorbeeld: Wanneer gaat het wl beter?
- Toepassen wanneer: beweging en hoop nodig zijn.
Suggestieve vragen
- Bevatten een richtinggevend element.
Voorbeeld: Vind je ook niet dat?
- Voorzichtig gebruiken, kan weerstand oproepen.
Confronterende vragen
- Leggen een discrepantie bloot tussen woorden en gedrag.
Voorbeeld: Je zegt dat het je niets doet, maar ik zie emotie.
- Toepassen wanneer: relatie en vertrouwen voldoende sterk zijn

3.4.6 De kandidaat moet kunnen aangeven welke interventies de mediator toepast en op welke wijze de mediator deze toepast in de onderstaande situaties:
Emoties in de mediation
Interventies:
Gevoelsreflectie (benoemen en verdiepen van emoties)
Normaliseren van emoties (zonder bagatelliseren)
Procesopmerkingen over de emotionele dynamiek
Stilte laten vallen
Metacommunicatie
Reguleren van emotional flooding
Veiligheid bewaken (grens stellen)
Doel: emoties toelaten, hanteren en functioneel maken, niet onderdrukken
Impasses en vastzittende situaties in de mediation
Interventies:
Procesopmerking over stagnatie (We zitten vast)
Expliciteren van twijfel, weerstand of motivatie
Terugleggen van regie bij deelnemers
Herstructureren van het gesprek
Samenvatten en herijken
Eventueel tempo verlagen of pauzeren
Vragen naar betekenis van de impasse
Belangrijk:
Geen probleem oplossen voor partijen
Geen overhaaste oplossingsdruk
Machtsverschillen in de mediation
Interventies:
Structureren van spreektijd en tempo
Bewaken van veiligheid
Caucus (afzonderlijk gesprek)
Faciliteren van toegang tot informatie en advies
Procesinterventies bij intimidatie of druk
Normaliseren zonder legitimeren
Melding en beindiging bij (dreiging van) geweld
Belangrijk uitgangspunt:
Geen machtsneutraliteit bij onveiligheid
Autonomie staat voorop, maar kent grenzen

3.4.7 De kandidaat kan de vastgelopen patronen herkennen en weet hoe ze moeten worden gehanteerd:
(Beroepsvaardigheden hoofdstuk 4.1.6)
Symmetrisch escalatiepatroon
Herkennen
De kandidaat herkent een symmetrisch escalatiepatroon wanneer:
beide partijen vergelijkbaar gedrag laten zien;
beschuldigingen worden beantwoord met tegenbeschuldigingen;
klachten, eisen of kritiek elkaar versterken;
het conflict steeds verder verhardt.
Typische signalen:
Ja, maar jij doet dat ook altijd
stemverheffing, interrupties
generalisaties (altijd, nooit)
strijd om gelijk, macht of controle
Begrijpen
De kandidaat kan uitleggen dat:
partijen elkaars gedrag spiegelen;
iedere reactie de volgende escalatie uitlokt;
oorzaak en gevolg niet eenduidig zijn (circulaire dynamiek);
wantrouwen en negativiteit zichzelf bevestigen.
Hanteren (interventies)
De kandidaat weet dat een mediator:
het patroon benoembaar maakt (procesopmerking);
niet inhoudelijk partij kiest;
herstelpogingen herkent en versterkt;
de focus verlegt van competitie naar coperatie;
vertrouwen en erkenning stimuleert.
Eis- en terugtrekpatroon
Herkennen
De kandidaat herkent dit patroon wanneer:
de ene partij dringt aan, klaagt, eist of confronteert;
de andere partij zich terugtrekt, ontwijkt of zwijgt;
meer druk leidt tot meer terugtrekking, en omgekeerd.
Typische signalen:
We moeten hier NU over praten
wegkijken, stilvallen, niet reageren
emotioneel ongelijk tempo tussen partijen
gevoelens van machteloosheid en frustratie
Begrijpen
De kandidaat kan uitleggen dat:
het gedrag complementair is (verschillend maar samenhangend);
het patroon circulair is (beide reacties houden elkaar in stand);
het vaak samenhangt met verschillen in:
o macht,
o behoefte aan verandering,
o behoefte aan autonomie of nabijheid.
Hanteren (interventies)
De kandidaat weet dat een mediator:
beide posities gelijkwaardig maakt;
voorkomt dat n partij gaat domineren;
het patroon expliciet bespreekbaar kan maken;
ruimte biedt aan achterliggende behoeften en emoties;
veiligheid creert zodat terugtrekken niet nodig blijft.
Ruziemodel interpunctie (circulaire causaliteit)
Herkennen
De kandidaat herkent interpunctie wanneer:
partijen een verschillende oorzaak aanwijzen voor hetzelfde conflict;
ieder vindt dat de ander begonnen is;
partijen hun eigen gedrag rechtvaardigen als reactie op de ander.
Typische uitspraken:
Ik trek me terug omdat zij altijd zeurt
Ik zeur omdat hij nooit reageert
Begrijpen
De kandidaat kan uitleggen dat:
conflicten circulair verlopen, niet lineair;
iedere partij zijn eigen startpunt markeert (interpunctie);
deze betekenisverlening het conflict vastzet;
oorzaak en gevolg niet objectief vast te stellen zijn.
Hanteren (interventies)
De kandidaat weet dat een mediator:
geen schuldvraag stelt;
helpt het patroon als geheel te zien;
het gesprek verschuift van wie begon naar wat gebeurt er tussen jullie;
reflectie op het proces stimuleert (metacommunicatie).

3.4.8 De kandidaat kan de caucus binnen mediation:
Beschrijven en de essenties benoemen;
Aangeven hoe er met de geheimhouding moet worden omgegaan;
Bekend zijn met de condities onder welke de caucus kan worden gebruikt.
(Handboek blz. 458 t/m 461)
Definitie: Caucus is een privgesprek, de mediator spreekt 1 persoon/partij afzonderlijk van de ander. Het kan formeel worden ingezet of informeel ontstaan.
Geheimhouding: Een caucus is vertrouwelijk tenzij anders is afgesproken. Tijdens gezamenlijke gesprekken kan er wel aan de parijen gevraagd worden of ze iets willen delen uit de caucus.
Kernfuncties:
Ademruimte/uitlaatklep;
Ruimte voor creactiviteit;
Ondersteuning zwakkere partijen;
Realiteittoetsing (mediator kan meedenken, als klankbord fungeren, haalbaarheid van oplossingen bespreken);
Interne tegenstellingen bespreken (spanningen binnen n partij).
Condities:
Communicatie gezamenlijk loopt niet goed;
Kwestie blijkt te complex voor gezamenlijke bespreking;
Hoog opgelopen emoties;
De procedure stokt en verkeerd in impasse.
Nadelen (voor mediator):
Gevaar neutraliteit/verstoren van werkrelatie;
Wantrouwen van de andere partij wordt vergroot;
Partijen worden afhankelijk van de mediator;
Autonomie van de partijen loopt gevaar.





























3.5 Eindterm: Ethiek en beroepsregels
De kandidaat dient zich bewust te zijn van zijn bijzondere positie als mediator en derhalve op de hoogte te zijn van de gangbare ethische uitgangspunten en van de beroepsregels en het klacht- en tuchtrecht dat op zijn beroepsmatige functioneren van toepassing is.
Toetstermen:
3.5.1 De kandidaat is op de hoogte en heeft kennis van de achtergronden van onderstaande principes voor professioneel ethisch handelen:
(Handboek, hoofdstuk 17)
De kandidaat is op de hoogte van de achtergronden van de kernprincipes die richting geven aan professioneel en ethisch handelen van mediators. Deze principes zijn vastgelegd in de MfN gedragsregels en vormen samen het morele kompas van de mediator. Zij hangen onderling samen en kunnen in de praktijk met elkaar botsen, wat leidt tot ethische dilemmas.
Autonomie van partijen van de deelnemers
Achtergrond en betekenis
Partijautonomie betekent dat partijen vrijwillig deelnemen aan mediation en zelf verantwoordelijkheid dragen voor de inhoud en de uitkomst van het conflict. De mediator stuurt het proces, maar niet de inhoud.
Belang
Onderscheidt mediation van rechtspraak en arbitrage.
Versterkt eigenaarschap en draagvlak voor oplossingen.
Toepassing in de praktijk
De mediator doet geen uitspraak over wie gelijk heeft.
Geeft geen (ongevraagd) advies over inhoudelijke keuzes.
Toetst commitment en vrijwilligheid.
Respecteert keuzes van partijen, ook als zij die onverstandig acht.
Dilemma: Autonomie kan botsen met competentie, bijvoorbeeld als de mediator weet dat een gekozen oplossing waarschijnlijk zal mislukken.
Onpartijdigheid (geen favoritisme, bias of vooroordeel)
Achtergrond en betekenis
Onpartijdigheid verwijst naar de houding en het gedrag van de mediator: zij is er voor alle partijen zonder favoritisme, bias of vooroordeel.
Belang
Bevordert vertrouwen.
Voorkomt het gevoel bij partijen dat de mediator aan n kant staat.
Toepassing in de praktijk
Gelijke aandacht en spreektijd.
Transparantie over contact met partijen.
Geen eigen oplossingsrichtingen aandragen.
Voorkomen van de schijn van partijdigheid.
Let op De schijn van partijdigheid kan al ontstaan door kleine signalen (toon, timing, lichaamstaal).
Onafhankelijkheid, vermijden van belangenverstrengeling;
Achtergrond en betekenis
Onafhankelijkheid gaat over de positie van de mediator: zij heeft geen belang bij de uitkomst van de mediation.
Belang
Waarborgt betrouwbaarheid en legitimiteit van het proces.
Beschermt partijen tegen benvloeding door externe belangen.
Toepassing in de praktijk
Geen mediation bij persoonlijke, zakelijke of familiale banden.
Openheid bij mogelijke twijfel over onafhankelijkheid.
Alertheid bij:
o doorverwijzers
o mediationproviders
o interne mediators
Indien nodig: terugtrekken of niet aannemen van de zaak.
Competentie (handelen binnen eigen competentie), toewijding, efficintie en deskundigheid
Achtergrond en betekenis
De mediator handelt binnen haar eigen bekwaamheid en zorgt voor een zorgvuldige en professionele begeleiding van het proces.
Competentie omvat
Kennis van communicatie, conflictdynamiek en onderhandeling.
Mediationvaardigheden en interventietechnieken.
Juridisch-technische vaardigheden (overeenkomst, vaststelling).
Persoonlijke kwaliteiten: empathie, evenwicht, flexibiliteit.
Toepassing in de praktijk
Alleen zaken aannemen die passen bij eigen deskundigheid.
Permanente educatie en intervisie.
Transparant zijn over (in)houdelijke expertise.
Vertrouwelijkheid, geheimhouding;
Achtergrond en betekenis
Alles wat de mediator in de uitoefening van haar beroep verneemt, is vertrouwelijk. Dit is essentieel voor openheid en veiligheid.
Wettelijke basis
Artikel 272 Wetboek van Strafrecht.
Verankerd in MfN gedragsregels.
Toepassing in de praktijk
Geldt voor:
o losse gesprekken (ook vr start)
o caucus
o plenaire bijeenkomsten
Geen informatie aan derden zonder instemming van lle partijen.
Geheimhoudingsverklaringen voor betrokken derden.
Alleen neutrale beindigingsmelding toegestaan.
Uitzondering Bij (dreiging van) ernstige strafbare feiten kan geheimhouding worden doorbroken.
Adverteren en acquisitie
Achtergrond en betekenis
Adverteren en acquisitie hebben betrekking op hoe een mediator zich presenteert naar buiten toe en hoe zij clinten werft. Hierbij staan integriteit, transparantie en deskundigheid centraal. De mediator mag zich zichtbaar maken op de markt, maar niet op een misleidende of onzorgvuldige manier.
Belang
Beschermt (potentile) clinten tegen onjuiste verwachtingen
Waarborgt vertrouwen in de beroepsgroep
Voorkomt dat mediation wordt ingezet vanuit eigenbelang in plaats van partijbelang
Normen voor professioneel handelen
De mediator:
geeft juiste, duidelijke en controleerbare informatie over:
o opleiding en registratie
o ervaring en specialisaties
o werkwijze en kosten
overdrijft haar deskundigheid niet en suggereert geen garanties op succes;
maakt geen gebruik van ongepaste druk, misleiding of angst om clinten te werven;
gebruikt titels (zoals mediator, MfN registermediator) alleen als zij daartoe gerechtigd is;
vermijdt acquisitie die de onafhankelijkheid of onpartijdigheid kan ondermijnen (bijvoorbeeld afhankelijkheid van vaste verwijzers).
Relatie met andere kernwaarden
Integriteit: eerlijkheid en betrouwbaarheid in zelfpresentatie
Transparantie: helderheid over rol, mogelijkheden en grenzen
Onafhankelijkheid: geen acquisitie die leidt tot belangenverstrengeling
Verdeling van de kosten tussen partijen en het berekenen van het eigen honorarium
Achtergrond en betekenis
Dit principe ziet op de financile aspecten van mediation. De mediator heeft hierin een dubbel belang:
zij moet eerlijk en professioneel omgaan met haar eigen beloning;
n zij moet voorkomen dat kosten het proces of de machtsbalans tussen partijen benvloeden.
Belang
Bevordert gelijkwaardigheid tussen partijen
Voorkomt conflicten en klachten achteraf
Ondersteunt vertrouwen in het mediationproces
Verdeling van de kosten
De mediator maakt vooraf duidelijke afspraken over:
o het uurtarief of vaste prijs;
o bijkomende kosten (btw, locatie, reistijd);
o de verdeling van kosten tussen partijen (bijvoorbeeld 50/50 of anders).
De mediator bewaakt dat de kostenverdeling vrijwillig en transparant tot stand komt.
Zij dwingt geen kostenafspraken af en respecteert de autonomie van partijen.
Berekenen van het eigen honorarium
De mediator:
declareert uitsluitend werk dat daadwerkelijk is verricht;
brengt geen kosten in rekening die niet vooraf zijn afgesproken;
ontvangt geen verborgen vergoedingen of provisies via derden;
accepteert geen extra betalingen die strijdig zijn met gedragsregels (bijvoorbeeld bij toevoegingszaken);
voorkomt dat financieel eigenbelang invloed heeft op de duur of inhoud van de mediation.
Relatie met andere kernwaarden
Transparantie: helderheid over tarieven en facturatie
Integriteit: eerlijk declareren en geen misbruik maken van positie
Onafhankelijkheid: geen financile prikkels die het handelen sturen
Partijautonomie: partijen bepalen zelf of zij akkoord gaan met kostenafspraken
Integriteit
Achtergrond en betekenis
Integriteit is de overkoepelende kernwaarde: handelen zoals van een behoorlijk mediator mag worden verwacht.
Belang
Voorwaarde voor vertrouwen van partijen n samenleving.
Fundament onder alle andere kernwaarden.
Toepassing in de praktijk
Naleven van professionele en maatschappelijke normen.
Morele moed tonen bij druk van buitenaf.
Correct gedrag, ook buiten de mediation om.
Meewerken aan klachten- en tuchtrechtprocedures.
Transparantie
Achtergrond en betekenis
Transparantie betekent dat de mediator duidelijk en open communiceert over haar rol, het proces en de spelregels.
Belang
Voorkomt misverstanden en klachten.
Versterkt vertrouwen.
Toepassing in de praktijk
Heldere uitleg over:
o de mediationrol
o het proces en werkwijze
o kosten en honorarium
o omgang met communicatie buiten de tafel
Extra transparantie vereist bij rolwisseling (bv. coach/mediator).

3.5.2 De kandidaat is op de hoogte en heeft kennis van de algemeen aanvaarde beroepsregels. De kandidaat:
Kent de MfN- gedragsregels
De MfN gedragsregels vormen in Nederland de meest gangbare en algemeen aanvaarde beroepsregels voor mediators. Ze zijn:
Normstellend voor professioneel handelen
Bindend voor MfN registermediators
Richtgevend ook voor niet geregistreerde mediators (via tuchtrecht en civiele toetsing)
De kern van de MfN gedragsregels bestaat uit de volgende kernwaarden:
Integriteit
Transparantie
Partijautonomie
Onafhankelijkheid
Onpartijdigheid
Vertrouwelijkheid
Competentie
Daarnaast bevatten ze regels over:
Werkwijze van de mediator
Schriftelijke mediationovereenkomst
Tarief en kosten
Klacht- en tuchtrecht
Is op de hoogte van het bestaan van de beroepsregels van andere, voor mediation relevante, instituten
De kandidaat moet weten dat naast de MfN ook andere beroepsorganisaties eigen gedrags- en beroepsregels hanteren, o.a.:
vFAS (familiemediators/advocaten)
IMI (International Mediation Institute)
CEDR (internationaal)
NIP (psychologen die als mediator werken)
Advocatenorde (bij advocaat mediators)
Het gaat hier niet om detaillistische kennis, maar om:
het bestaan
het belang
het feit dat meerdere regimes tegelijk kunnen gelden
Is op de hoogte van welke beroepsregels wanneer van toepassing zijn voor zijn eigen professionele handelen
MfN registermediator
MfN gedragsregels altijd van toepassing
STM tuchtrecht van toepassing
Mediator met tweede beroep
Bijv. advocaat mediator:
o MfN gedragsregels
o Advocatenwet + gedragsregels advocatuur
Beide regimes kunnen parallel gelden
Niet MfN mediator
Geen MfN tuchtrecht
Wl:
o Civiel recht (zorgplicht)
o Professionele normen uit vakgebied
o Algemene mediatie normen (redelijk bekwaam mediator)
Rolwisseling
Regels gelden per rol
Rolwisseling moet:
o expliciet
o transparant
o schriftelijk vastgelegd

3.5.3 De kandidaat is op de hoogte en heeft kennis van de geldende klachtenregeling. De kandidaat:
(Juridische aspecten, hoofdstuk 9)
Kent de MfN- klachtenregeling
De MfN hanteert een eigen klachtenregeling voor MfN-registermediators. Deze regeling is bedoeld om klachten laagdrempelig, onafhankelijk en informeel te behandelen. Het doel is niet om juridisch gelijk vast te stellen, maar om te komen tot oplossing van de klacht.
Belangrijke kenmerken van de MfN-klachtenregeling:
Van toepassing op MfN-registermediators, mits zij hebben gehandeld in die hoedanigheid;
Behandeling door een onafhankelijke klachtbehandelaar, aangewezen door het MfN;
Geen bindende uitspraak en geen sancties mogelijk;
Gericht op herstel en oplossing, in lijn met mediationgedachte;
Kosten van de klachtbehandeling worden gedragen door het MfN-register;
Termijn voor indienen klacht: binnen 12 maanden na beindiging van de mediation (niet fataal);
Klachtbehandeling duurt maximaal 6 weken, met een eenmalige verlenging van maximaal 4 weken;
Klacht wordt vertrouwelijk behandeld; er geldt een strikte geheimhoudingsplicht;
De klachtenregeling geldt als voorportaal van het tuchtrecht, maar is niet verplicht: een klager mag ook direct naar de tuchtcommissie.
Na afsluiting van de klachtbehandeling:
ontvangt de klager informatie over de mogelijkheid om binnen 18 maanden na beindiging van de mediation een klacht in te dienen bij de Stichting Tuchtrechtspraak Mediators.
Is op de hoogte van het bestaan van de klachtenregelingen van andere, voor mediation relevante, instituten
Naast de MfN bestaan er andere klachtenregelingen, afhankelijk van de hoedanigheid en aansluiting van de mediator:
vfAS (Vereniging van familierecht Advocaten Scheidingsmediators)
Heeft een eigen klachtenregeling;
Klacht wordt eerst geprobeerd op te lossen via mediation;
Lukt dit niet, dan behandeling door de Stichting Tuchtrecht Scheidingsbemiddeling (STS);
MfN neemt klachten tegen vfAS-leden in beginsel niet zelf in behandeling.
IMI (International Mediation Institute)
Heeft een eigen Code of Professional Conduct;
Klachtprocedure in vier stappen: discussion, mediation, professional conduct assessment, appeal board.
Advocaat-mediators
Klachten kunnen ook worden ingediend bij de Geschillencommissie Advocatuur;
Deze commissie oordeelt over kwaliteit van dienstverlening n financile geschillen;
De commissie acht zich bevoegd, omdat de advocaat zijn hoedanigheid van advocaat niet verliest bij mediation.
Psycholoog-mediators (NIP)
Geen aparte klachtenregeling voor mediation;
Wel een algemene tuchtrechtelijke klachtenprocedure via het College van Toezicht;
Als de psycholoog tevens MfN-geregistreerd is, geldt k het MfN-klacht- en tuchtrecht.
Andere beroepsgroepen
Notarissen, accountants en advocaten blijven ook als mediator onder hun eigen tuchtrecht vallen.
Is op de hoogte van welke klachtenregeling wanneer van toepassing is
Welke klachtenregeling geldt, hangt af van:
1. De registratie of aansluiting van de mediator
2. De hoedanigheid waarin de mediator is opgetreden
Samengevat:
MfN-registermediator MfN-klachtenregeling
vfAS-lid vfAS-klachtenregeling
IMI-gecertificeerd IMI-procedure
Advocaten, notarissen, accountants, psychologen ook eigen beroepsklachtrecht
Meerdere regelingen kunnen naast elkaar toepasbaar zijn
De klager hoeft geen onderscheid te maken tussen hoedanigheden, tenzij dit expliciet is uitgesloten in de mediationovereenkomst.

3.5.4 De kandidaat is op de hoogte en heeft kennis van het reglement van de Stichting Tuchtrechtspraak Mediators.
(Juridische aspecten, hoofdstuk 9)
De kandidaat:
Kent het reglement van de Stichting
De Stichting Tuchtrechtspraak Mediators (STM) is een onafhankelijke stichting die het tuchtrecht uitoefent over MfN-registermediators. Het reglement (laatst aangepast in april 2021) vormt de basis voor deze tuchtrechtspraak.
MfN-gedragsregels bepalen expliciet dat MfN-registermediators zijn onderworpen aan dit tuchtrecht.
Is op de hoogte van de (beroeps)procedure
Eerste aanleg Tuchtcommissie
Iedereen met belang (partijen, MfN, aangesloten instituten) kan een klacht indienen;
Klacht hoeft juridisch niet exact te zijn geformuleerd;
Voorzitter toetst ontvankelijkheid (termijnen, hoedanigheid mediator, eerdere klachtenprocedure);
Zitting is besloten;
Mediator kan verweerschrift indienen en zich laten bijstaan;
Binnen 10 weken na zitting volgt een gemotiveerde beslissing.
Hoger beroep College van Beroep
Binnen 4 weken na verzending uitspraak;
Volledige herbeoordeling;
Uitspraak eveneens binnen 10 weken na zitting;
Beroep schorst werking van maatregel, tenzij uitvoerbaar bij voorraad.
Weet welke maatregelen er door de Tuchtcommissie en het College van Beroep kunnen worden opgelegd
Bij een gegronde klacht kunnen de Tuchtcommissie en het College van Beroep de volgende maatregelen opleggen:
Waarschuwing
Berisping
(Voorwaardelijke) schorsing van registratie (max. 1 jaar)
(Voorwaardelijke) doorhaling van registratie
Bijkomende maatregel: openbaarmaking
Niet mogelijk:
Schadevergoeding
Kostenveroordeling
Terugbetaling declaraties
Een klacht kan ook gegrond worden verklaard zonder oplegging van een maatregel.
Is op de hoogte van het bestaan van tuchtrechtspraak van andere, voor mediation relevante, beroepsgroepen
Mediators met een andere beroepsachtergrond blijven in beginsel ook vallen onder het tuchtrecht van die beroepsgroep:
Advocaten advocatentuchtrecht
Notarissen notarieel tuchtrecht
Accountants accountants-tuchtrecht
Psychologen NIP-toezicht
Rechtspraak bevestigt:
Mediation behoort tot de beroepsuitoefening;
Ook optreden in een andere hoedanigheid ontslaat niet van tuchtrecht;
Ne bis in idem kan dubbele behandeling beperken, maar sluit dit niet uit.
Is op de hoogte van welk tuchtrecht wanneer van toepassing is
Samenvattend:
MfN-registermediator STM
Mediator met dubbele beroepsrol mogelijk meerdere tuchtrechters
Tuchtrecht kan parallel van toepassing zijn
Civiele aansprakelijkheid staat los van tuchtrecht
Tuchtrechtelijke veroordeling leidt niet automatisch tot civiele aansprakelijkheid



















3.6 Eindterm: Juridische aspecten in de mediation
De kandidaat dient kennis te hebben van de belangrijkste juridische aspecten van mediation als instrument en van het functioneren als mediator. De kandidaat is op de hoogte van het juridische kader van mediation.
Toetstermen:
3.6.1 De kandidaat is op de hoogte van de beroepsaansprakelijkheid van de mediator.
(Juridische aspecten, 8.1)
Met beroepsaansprakelijkheid wordt bedoeld aansprakelijkheid voor vermogensschade of ander nadeel dat is toegebracht aan derden als gevolg van fouten die bij de uitoefening van een vrij beroep zijn begaan. Mediator valt onder vrij beroep.

3.6.2 De kandidaat is op de hoogte van de juridische consequenties van de verplichting tot vertrouwelijkheid die voor de mediator geldt en van het verschoningsrecht:
(Juridische aspecten, hoofdstuk 6)
de kandidaat is op de hoogte (van het ontbreken) van het verschoningsrecht voor de mediator, hoe daarmee om te gaan en de eventuele ontwikkeling op dit gebied
De mediator heeft gn functioneel verschoningsrecht in Nederland (art. 165 lid 2 Rv is niet op hem van toepassing).
De Hoge Raad (10 april 2009) heeft bevestigd dat een mediator niet behoort tot de groep verschoningsgerechtigden (arts, advocaten, notarissen, geestelijken).
Incidenteel verschoningsrecht
Hoewel een mediator geen structureel verschoningsrecht heeft, kan hij:
een incidenteel beroep doen op verschoning.
Dit houdt in dat de mediator de rechter kan verzoeken bepaalde vragen niet te hoeven beantwoorden op grond van de geheimhoudingsplicht.
De rechter maakt dan een belangenafweging tussen:
o waarheidsvinding
o vertrouwelijkheid van mediation
Ontwikkelingen
In de literatuur is herhaaldelijk gepleit voor toekenning van een verschoningsrecht voor mediators, vanwege de cruciale rol van vertrouwelijkheid.
De Hoge Raad heeft echter geen functioneel verschoningsrecht aangenomen.
Alleen internationale mediators (op basis van de EU mediationrichtlijn en de implementatiewet) hebben wl een verschoningsrecht, mits vertrouwelijkheid contractueel is overeengekomen.
de kandidaat is op de hoogte van het verschoningsrecht van andere, voor mediation relevante, beroepsgroepen
Advocaten
Artsen
Notarissen
Geestelijken
Aanverwanten zoals:
o juridisch medewerker rechtshulp
o verplegers
o reclasseringsambtenaren
Deze beroepen vallen wl onder art. 165 lid 2 Rv.
Relevant voor mediation:
Een advocaat-mediator kan geen beroep doen op zijn advocaat verschoningsrecht in zijn rol als mediator.
Alleen wanneer informatie uitsluitend in zijn hoedanigheid van advocaat is toevertrouwd, kan hij zich daar nog op beroepen.
In mediationtoestand is dit in de praktijk vrijwel nooit het geval.
De mediator kan aangeven wanneer wel/niet een beroep kan worden gedaan op het verschoningsrecht
Wel mogelijk
Een mediator kan zich beroepen op incidenteel verschoningsrecht, wanneer:
de informatie onder de mediation geheimhouding valt;
het gaat om feiten die partijen onderling ter vrije beschikking staan;
doorbreking van geheimhouding het mediationproces zou schaden;
het maatschappelijk belang van vertrouwelijkheid zwaarder weegt dan waarheidsvinding.
Niet mogelijk
Een beroep op verschoningsrecht is niet mogelijk wanneer:
de mediator wordt bevraagd over feiten waarvan het recht gevolgen verbindt die niet ter vrije bepaling van partijen staan
(bijvoorbeeld familierechtelijke statuskwesties);
er sprake is van (dreigende) misdrijven waarop een meldplicht of meldrecht van toepassing is (art. 7.6 a/b MfN-reglement);
de informatie geheel losstaat van mediation of buiten de geheimhouding valt;
de mediator ook een ander beroep uitoefent en de informatie niet aan hem in die andere functie is toevertrouwd (bijv. advocaat mediator kan zich niet beroepen op advocaat verschoningsrecht voor mediationinformatie).
Internationale uitzondering
In grensoverschrijdende mediations op grond van de EU mediationrichtlijn kan een mediator wel een formeel verschoningsrecht hebben, mits vertrouwelijkheid uitdrukkelijk is overeengekomen.

3.6.3 De kandidaat kan aangeven wat een mediationclausule is, waarbij men die kan gebruiken en welke juridische betekenis een dergelijke clausule heeft.
(Juridische aspecten, hoofdstuk 4.2)
Wat is een mediationclausule?
Een mediationclausule is een schriftelijke afspraak tussen partijen waarin zij vastleggen dat zij, indien er een geschil ontstaat, eerst zullen proberen dit geschil op te lossen met behulp van mediation, voordat een partij een gerechtelijke procedure start.
De mediationclausule:
wordt vaak opgenomen in een overeenkomst tussen partijen of in de algemene voorwaarden;
ziet op toekomstige geschillen;
bevat meestal ook afspraken over:
o de mediator of de wijze van benoeming;
o het toepasselijke mediationreglement (zoals het MfN mediationreglement);
o de verdeling van de kosten;
o wat volgt als mediation niet tot een oplossing leidt (bijvoorbeeld rechter, arbitrage of bindend advies).

Wanneer kan (en wordt) een mediationclausule gebruikt?
Een mediationclausule kan worden gebruikt:
voorafgaand aan een mogelijk geschil, dus bij het sluiten van een overeenkomst;
vooral in contractuele relaties, zoals:
o commercile overeenkomsten;
o samenwerkingsovereenkomsten;
o distributie of franchiseovereenkomsten;
o arbeidsovereenkomsten;
als onderdeel van een bredere geschillenbeslechtingsclausule.
Het doel is:
het vooraf sturen van conflictoplossing;
het bevorderen van een minnelijke oplossing;
het voorkomen of uitstellen van escalatie naar de rechter.
Een zorgvuldige en duidelijke formulering vergroot de kans dat partijen zich feitelijk aan de clausule houden en dat de rechter hier betekenis aan toekent.
Wat is de juridische betekenis van een mediationclausule?
De juridische betekenis van een mediationclausule is beperkt, vanwege het vrijwillige karakter van mediation.
Niet afdwingbaar
Op grond van vaste rechtspraak met name het arrest van de Hoge Raad van 20 januari 2006 geldt dat:
partijen niet kunnen worden gedwongen om aan mediation mee te werken;
partijen hun medewerking aan mediation te allen tijde mogen weigeren of beindigen, ook als zij vooraf een mediationclausule zijn overeengekomen.
Daarom leidt het niet nakomen van een mediationclausule in beginsel:
niet tot niet ontvankelijkheid van de vordering;
niet tot onbevoegdheid van de rechter.
De mediationclausule is geen arbitragebeding en ook geen bindend adviesbeding, omdat bij mediation geen beslissing door een derde wordt genomen.
Wel betekenis in de procedure
Hoewel een mediationclausule niet afdwingbaar is, kan zij wel juridische betekenis hebben:
de rechter kan de clausule meewegen bij de beoordeling van het procesgedrag van partijen;
de rechter kan partijen (opnieuw) verwijzen naar mediation;
de rechter kan een partij die de mediationclausule negeert, kritisch benaderen als sprake is van een onaanvaardbare doorkruising van een lopend mediationtraject.
Ook kan de mediationclausule:
dienen als aanzet voor een verwijzing naar mediation tijdens een comparitie;
bijdragen aan het oordeel dat van partijen verwacht mocht worden dat zij eerst mediation zouden proberen.

3.6.4 De kandidaat heeft kennis van de juridische aspecten van de mediationovereenkomst:
De kandidaat kan de functie benoemen
De mediationovereenkomst heeft drie kernfuncties:
1. Toegangspoort tot mediation
o Formele start van het mediationproces.
o Zonder overeenkomst geen duidelijke juridische kaders.
2. Vastleggen van spelregels
o Regelt hoe partijen onderhandelen, niet wat de uitkomst moet zijn.
o Geen resultaatsverplichting inspanningsovereenkomst.
3. Juridische basis voor rechten en plichten
o Tussen partijen onderling.
o Tussen partijen en mediator.
Juridisch karakter:
Meerpartijenovereenkomst
Overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW)
Tussen partijen onderling: vergelijkbaar met een letter of intent.
De kandidaat kan de essentile onderdelen benoemen die in een mediationovereenkomst worden geregeld (inhoud)
Essentile onderdelen die juridisch moeten worden geregeld:
1. Partijen
o Wie zijn juridisch partij?
o Eventuele vertegenwoordigers, mandatologie.
2. Mediator
o Naam, rol, onafhankelijkheid, onpartijdigheid.
3. Omschrijving van het geschil / de kwestie
o Mag globaal zijn, maar voldoende afgebakend.
4. Opdracht aan de mediator
o Procesbegeleiding (geen beslissingsmacht).
5. Vrijwilligheid
o Deelname en voortzetting zijn vrijwillig.
o Stoppen kan altijd.
6. Inspanningsverplichting van partijen
o Bereidheid tot overleg, luisteren, constructief handelen.
7. Vertrouwelijkheid / geheimhouding
o Voor partijen, mediator n derden.
o Vaak als bewijsovereenkomst (art. 7:900 lid 3 BW jo. 153 Rv).
8. Kosten en honorarium
o Uurtarief of vast bedrag.
o Verdeling kosten.
o Eventuele mediationtoevoeging.
9. Toepasselijk reglement
o Meestal: MfN-mediationreglement.
10. Beindiging van de mediation
Door mediator of partij, schriftelijk
De kandidaat weet aan welke vorm de mediationovereenkomst dient te voldoen en welke reglementen er eventueel op van toepassing zijn
Vorm
Wettelijk: vormvrij
Praktijk & MfN: schriftelijk verplicht
MfN-verplichting
Schriftelijke mediationovereenkomst vereist
Moet vertrouwelijkheid en vrijwilligheid bevatten
Niet naleven = tuchtrechtelijk verwijtbaar
Reglementen
MfN-mediationreglement (algemene voorwaarden)
MfN-gedragsregels
STM-reglement (tuchtrecht)
Reglementen = algemene voorwaarden
Partijen moeten ze vooraf kunnen inzien
Anders: bedingen vernietigbaar
De kandidaat bezit de noodzakelijke kennis over de juridische aspecten van de mediationovereenkomst; inspanningsverplichting, vrijwilligheid, vertrouwelijkheid en verschoningsrecht
Inspanningsverplichting
Partijen doen hun best, geen garantie op resultaat.
Geen aansprakelijkheid voor mislukte mediation.
Vrijwilligheid
Deelname vrijwillig.
Voortzetting altijd vrijwillig.
Beindiging op ieder moment mogelijk.
Vertrouwelijkheid
Contractueel vastgelegd.
Afwijking van wettelijk bewijsrecht mogelijk.
Mediator moet derden geheimhouding opleggen.
Verschoningsrecht
Mediator heeft gn algemeen verschoningsrecht
Alleen bij:
o Grensoverschrijdende mediation (EU-richtlijn)
o Of indien mediator tevens verschoningsgerechtigd beroep uitoefent (bv. advocaat beperkt).
De kandidaat kan de juridische positie van de deelnemers, hun vertegenwoordiger(s) en/of adviseurs, de mediator en overigen benoemen
Partijen
Gebonden aan overeenkomst.
Geheimhoudingsplicht.
Beslissingsbevoegd.
Vertegenwoordigers
Moeten over mandaat beschikken.
Binden achterban alleen binnen mandaat.
Adviseurs (advocaten, deskundigen)
Raadgevend, niet beslissend.
Geheimhouding (bij voorkeur expliciet laten tekenen).
Mediator
Opdrachtnemer (art. 7:400 BW).
Zorgplicht: redelijk bekwaam en redelijk handelend mediator.
Aansprakelijk bij ernstige normschending.
Derden
Alleen betrokken met toestemming.
Geheimhouding verplicht.
De kandidaat kent de verplichtingen voor hem/haar als opdrachtnemer die voortvloeien uit een mediationovereenkomst.
Op grond van art. 7:401 BW:
Zorg van een goed opdrachtnemer
Transparantie over rol en werkwijze
Informed consent
Dossierplicht
Geheimhouding (ook premediation)
Naleving MfN-gedragsregels
Schending civielrechtelijke aansprakelijkheid n/of tuchtrecht.

3.6.5 De kandidaat heeft kennis van de juridische aspecten van tussentijdse verslagen en afspraken:
(Juridische aspecten, hoofdstuk 7)
De kandidaat is in staat het belang/de doelen van een tussentijds verslag aan te geven; verduidelijken en bevorderen van de voortgang van het proces; het eventueel vastleggen van tussentijdse afspraken
Structureren en verduidelijken
Bevorderen voortgang
Vastleggen van werkafspraken
Voorkomen van misverstanden
De kandidaat kan de rol van de mediator bij de tussentijdse verslagen beschrijven
Stelt verslagen neutraal op
Geen oordeel of interpretatie
Maakt onderscheid tussen:
o Werkafspraken niet bindend
o Deelafspraken mogelijk bindend
De kandidaat kan aangeven dat bij afspraak tussen partijen voor of tijdens de mediation tussentijdse verslagen bindend zijn, ook als er geen vaststellingsovereenkomst tot stand komt
Alleen bindend indien:
o Schriftelijk vastgelegd
o Door partijen ondertekend
o Expliciet afgesproken dat zij blijven gelden
Geldig k als:
o Geen vaststellingsovereenkomst volgt
o Mediation mislukt
De kandidaat weet hoe in die situatie kan worden omgegaan met vertrouwelijkheid
Vallen in beginsel onder geheimhouding
Uitzondering:
o Als expliciet afgesproken dat ze gebruikt mogen worden
Mediator moet bewust begeleiden bij statuskeuze

3.6.6 De kandidaat kent alternatieve vormen van het afsluiten van een mediation:
(Juridische aspecten, hoofdstuk 5)
De kandidaat kan de alternatieven omschrijven voor de afsluiting van een mediation zonder schriftelijke vaststellingsovereenkomst; partijen kunnen, zonder mediator, in goed overleg verder onderhandelen, het maken van een lijst met afspraken, handdruk
Alternatieven:
Partijen onderhandelen zelfstandig verder
Afsprakenlijst
Mondelinge afspraak
Handdruk
Juridisch:
Minder bewijsbaar
Minder afdwingbaar
Verhoogd risico op vervolgconflict
De kandidaat is op de hoogte van het belang van een beendigingsbericht
Schriftelijke bevestiging: mediation is beindigd
Neutraal geformuleerd
Geen inhoud, geen schuldvraag
Belangrijk voor:
o Verwijzers
o Verjaring
o Duidelijkheid einde vertrouwelijkheidstraject

3.6.7 De kandidaat heeft kennis van de juridische condities waaraan een vaststellingsovereenkomst moet voldoen:
(Juridische aspecten, hoofdstuk 7)
De kandidaat kent de definitie van de vaststellingsovereenkomst conform het Burgerlijk Wetboek, titel 15 boek 7, artikelen 900 t/m 906
Artikel 7:900 lid 1 BW bepaalt:
Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen, ter beindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken.
Kernpunten:
Er moet sprake zijn van een onzekerheid of geschil (subjectieve onzekerheid is voldoende);
De overeenkomst is gericht op beindiging of voorkoming daarvan;
Partijen stellen zelf hun rechtsverhouding vast;
Die vaststelling geldt ook als zij afwijkt van de eerdere rechtstoestand;
De vaststelling kan:
o door partijen gezamenlijk worden vastgesteld;
o door een derde worden vastgesteld (art. 7:900 lid 2 BW);
De vaststellingsovereenkomst kan tevens een bewijsovereenkomst zijn (lid 3).
In mediation:
De vaststellingsovereenkomst is de gebruikelijke vorm om volledige overeenstemming vast te leggen;
Niet elke overeenkomst na mediation kwalificeert als vaststellingsovereenkomst.
De kandidaat is in staat de onderwerpen in een vaststellingovereenkomst te benoemen; partijen, considerans, omschrijving geschil, onderhandelingsresultaat, financile aspecten, nadere rechtshandelingen, geheimhoudingsplicht/communicatie naar buiten, beindiging eventuele procedures, executoriale titel, vernietiging of ontbinding overeenkomst, inzet externe deskundigen, geschillenregeling
Een vaststellingsovereenkomst bevat doorgaans de volgende onderwerpen:
Partijen: juiste namen, adressen en rechtsvormen.
Considerans: de overwegingen die tot de afspraken hebben geleid (belangen, onzekerheden, context).
Omschrijving van het geschil: duidelijke afbakening waarover partijen het oneens waren.
Onderhandelingsresultaat: concrete afspraken die het geschil beindigen.
Financile aspecten: betalingen, verrekeningen, termijnen, kosten.
Nadere rechtshandelingen: handelingen die nodig zijn om afspraken juridisch te effectueren (bijvoorbeeld notarile akte).
Geheimhouding / communicatie naar buiten: of en wat openbaar mag worden gemaakt.
Beindiging van eventuele procedures: intrekking van lopende zaken en kostenafspraken.
Executoriale titel: afspraken over notarile vastlegging of rechterlijke bekrachtiging.
Vernietiging of ontbinding: uitsluiting of beperking daarvan.
Inzet externe deskundigen: juridisch, financieel of ander advies.
Geschillenregeling: wat partijen doen bij een nieuw conflict over de uitvoering.
De kandidaat kan de onderlinge juridische positie van partijen die een vaststellingsovereenkomst sluiten verklaren
Partijen die een vaststellingsovereenkomst sluiten:
zijn gelijkwaardige contractspartijen;
binden zich over en weer aan het overeengekomen resultaat;
vervangen met de vaststellingsovereenkomst hun eerdere rechtstoestand;
kunnen elkaar houden aan nakoming van de afspraken.
Na ondertekening:
kunnen partijen in beginsel niet terugvallen op het oorspronkelijke geschil;
is finale kwijting mogelijk, mits het geschil goed is afgebakend;
blijven bestaande rechten van derden onaangetast.
De kandidaat kan de formuleringen in de vaststellingsovereenkomst beoordelen op basis van het principe dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat er conflicten kunnen ontstaan vanwege gebruikte formuleringen (nduidig en allesomvattend)
De kandidaat kan beoordelen of bepalingen:
concreet en ondubbelzinnig zijn geformuleerd;
niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn;
duidelijk vastleggen wie wat, wanneer en hoe moet doen;
expliciet maken wat wel en niet onder de afspraken valt.
Heldere formuleringen:
verminderen de kans op interpretatiegeschillen;
voorkomen dat vertrouwelijkheid later moet worden doorbroken;
ondersteunen afdwingbaarheid en rechtszekerheid.
De considerans speelt hierbij een belangrijke rol bij de uitleg van de overeenkomst.
De kandidaat bezit de noodzakelijke kennis over het feit dat er bij vaststellingsovereenkomsten soms nadere rechtshandelingen noodzakelijk kunnen zijn. De kandidaat kan aangeven wanneer dit het geval is
Soms is een vaststellingsovereenkomst alleen onvoldoende om de afgesproken rechtsgevolgen tot stand te brengen.
Dit is het geval wanneer:
de wet vormvereisten stelt (bijvoorbeeld notarile akte);
sprake is van overdracht van onroerend goed, aandelen of bepaalde rechten;
een bestuursorgaan nog een formeel besluit moet nemen.
Op grond van artikel 7:901 BW zijn partijen verplicht mee te werken aan deze nadere handelingen. Soms is n verklaring voldoende; in andere gevallen is een aparte rechtshandeling nodig.
De kandidaat kan afspraken c.q. overeenkomsten herkennen die niet rechtsgeldig tussen de deelnemers in een mediation kunnen worden gemaakt
Niet rechtsgeldig zijn afspraken:
over onderwerpen die niet ter vrije beschikking van partijen staan, zoals:
o huwelijk;
o erkenning van een kind;
o voogdij;
die in strijd zijn met:
o dwingend recht zonder onzekerheid of geschil;
o de goede zeden of openbare orde;
o strafrecht of bestuursrecht.
Hoewel art. 7:902 BW afwijking van dwingend recht soms toestaat, mag dit niet bewust en niet onbeperkt.
De kandidaat weet in welk geval een vaststellingsovereenkomst wettelijk verplicht moet worden ingeschreven in een register
De vaststellingsovereenkomst zelf hoeft in beginsel niet te worden ingeschreven.
Inschrijving is wel wettelijk vereist wanneer:
de uitvoering van de afspraken dit verlangt, zoals bij:
o overdracht van onroerend goed (Kadaster);
o vestiging van beperkte rechten;
een notarile akte wordt gebruikt om executoriale kracht te verkrijgen.
De inschrijvingsplicht ziet dus op de uitvoerende rechtshandeling, niet op de vaststellingsovereenkomst als zodanig.

3.6.8 De kandidaat kan aangeven wat de essentie van een executoriale titel is bij een vaststellingsovereenkomst.
(Juridische aspecten, hoofdstuk 7.1)
De essentie van een executoriale titel bij een vaststellingsovereenkomst is dat daarmee de nakoming van de afspraken direct en gedwongen kan worden afgedwongen, zonder dat eerst een nieuwe gerechtelijke procedure nodig is.
Een gewone vaststellingsovereenkomst heeft gn executoriale kracht. Dit betekent dat:
als een partij haar verplichtingen niet nakomt,
de andere partij eerst naar de rechter moet om nakoming te vorderen.
Wanneer een vaststellingsovereenkomst wl is voorzien van een executoriale titel:
kan een deurwaarder onmiddellijk executiemaatregelen treffen, zoals beslaglegging;
is een aparte procedure tot nakoming in principe overbodig.
Kort gezegd:
de executoriale titel maakt het verschil tussen vrijwillige nakoming en directe afdwingbaarheid.

3.6.9 De kandidaat kan beschrijven op welke wijze een executoriale titel voor een vaststellingsovereenkomst kan worden verkregen:
(Juridische aspecten, hoofdstuk 7.1)
Via een notarile akte
Een executoriale titel kan worden verkregen door de vaststellingsovereenkomst vast te leggen in een notarile akte.
Een notarile akte is een authentieke akte;
Op grond van artikel 430 lid 1 Rv is deze direct uitvoerbaar;
Bij niet nakoming kan een deurwaarder zonder rechterlijke tussenkomst tot executie overgaan.
De notaris werkt hier in beginsel aan mee, tenzij:
de inhoud in strijd is met het recht of de openbare orde;
sprake is van een kennelijk ongeoorloofd doel of gevolg;
er andere zwaarwegende redenen zijn om medewerking te weigeren.
Bij mediation tijdens een gerechtelijke procedure; opneming in een vonnis, beschikking of proces verbaal en arbitraal vonnis.
Wanneer mediation plaatsvindt tijdens een lopende gerechtelijke procedure, kan de vaststellingsovereenkomst executoriale kracht krijgen door:
opname in een vonnis;
opname in een beschikking; of
vastlegging in een proces verbaal, bijvoorbeeld van een comparitie.
Met name:
een proces verbaal van comparitie waarin een schikking is vastgelegd,
heeft executoriale kracht.
De afspraken moeten daarbij:
voldoende concreet en duidelijk zijn;
daadwerkelijk uitvoerbaar zijn door een deurwaarder.
Vage formuleringen zijn niet geschikt voor executie.
Een executoriale titel kan ook worden verkregen via een arbitraal (schikkings)vonnis.
Partijen kunnen na het bereiken van overeenstemming afspreken dat de vaststellingsovereenkomst wordt vastgelegd in een arbitraal vonnis;
Een arbitraal vonnis heeft executoriale kracht;
Deze route vereist een zorgvuldige vastlegging van de rolwisseling en een nieuwe opdracht aan de arbiter.
Deze mogelijkheid wordt genoemd, maar wordt in de praktijk weinig toegepast.

3.6.10 De kandidaat kan de kernelementen benoemen wanneer in een vaststellingsovereenkomst afgeweken mag worden van het dwingend recht:
(Juridische aspecten, hoofdstuk 7)
In geval van een geschil of een onzekerheid
Doel van de vaststellingsovereenkomst.
Op vermogensrechtelijk gebied
Bijvoorbeeld:
o Arbeidsrechtelijke afwikkeling
o Financile geschillen
Niet: strafrecht, bestuursrechtelijk kernbesluit
Niet in strijd met de openbare orde of goede zeden
Bewuste overtreding van dwingend recht = meestal nietig
Onbewuste afwijking kan soms wl standhouden
Wettelijke basis: art. 7:902 BW
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 25.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document