Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: reijrinkguusje - 3 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Verschillen bestuursrecht en andere rechtsgebieden

Je zit in het bestuursrecht wanneer
- n partij een overheidsorgaan is, en
- De partij handelt met openbaar gezag (autonome partijen)

De bestuursrechtelijke rechtsverhouding en deelnemers

Bestuursrechtelijke rechtsverhouding: dit is een juridische relatie tussen een bestuursorgaan en een burger en bedrijf, waarbij het bestuursorgaan een eenzijdig besluit kan nemen. De overheid staat hierbij niet gelijk aan de burger

Deelnemers bestuursrecht
- Bestuursorganen
o Gemeente
o Provincies
o Rijksoverheid
o Waterschappen
- Burgers
- Bedrijven/instellingen

Het algemeen belang: het belang van de samenleving als geheel, en niet van n persoon. (Bijv. volksgezondheid, milieu, openbare orde, leefbaarheid etc.)

Verhouding algemeen en bijzonder bestuursrecht

Algemeen bestuursrecht: bevat algemene regels die gelden voor alle bestuursorganen en alle besluiten. De regels zijn relevant voor alle delen van het bijzonder bestuursrecht. Deze regels zijn vooral vastgelegd in het Awb. Het zijn vooral procedurebepalingen

LET OP: de Awb heeft geen zelfstandige betekenis, altijd in samenhang met bijzondere wetgeving

Bijzonder bestuursrecht: bevat specifieke regels per beleidsterrein, zoals horeca, milieu of sociale zekerheid. Deze regelen een bepaald onderdeel van het algemeen belang (versnipperde structuur) en geven bestuursorganen beperkte doelgebonden bevoegdheden. Deze regels staan in afzonderlijke wetten zoals alcoholwet of participatiewet.

De verhouding is dat het algemeen bestuursrecht aanvullend en kaderstellend is voor het bijzonder bestuursrecht. Bijzondere wetten alleen af van het Awb. Als het uitdrukkelijk is geregeld.

Kenmerken bestuursrecht: formeel en materieel recht

Formeel bestuursrecht:
- Besluitvormingsrecht: beslistermijnen, bekendmaking besluiten
- Bestuursprocesrecht

Materieel bestuursrecht
- Inhoudelijke verhoudingen tussen burger en bestuur (rechten en plichten)
- Wetten waarin de bestuursbevoegdheden worden toegerekend en genormeerd

Geldende normstelling: het bestuursrechtelijk besluit wordt niet op basis van n regel genomen, maar op basis van meerder normen en niveaus

Bijvoorbeeld: voor een alcoholvergunning wordt er gekeken naar de alcoholwet, alcoholbesluit, APV van de gemeente, horecabeleid van de gemeente, Awb, en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De uiteindelijke beslissing ontstaat dus uit een samenhang van regels, dat is de geldende normstelling.



Opzoeken van algemeen en bijzonder bestuursrecht

Algemeen bestuursrecht Awb
- Hoofdstuk 1: inleidende bepalingen
o Begripsbepalingen
o Reikwijdte van Awb. (Basisregels van de wet)
- Hoofdstuk 2: verkeer tussen burgers en bestuursorganen (zorgvuldige communicatie, hulp, termijnen)
- Hoofdstuk 3: algemene bepalingen over besluiten
o Zorgvuldige voorbereiding
o Evenredigheidsbeginsel
o Motiveringsplicht
- Hoofdstuk 4: bijzondere bepalingen over besluiten
o Beleidsregels
o Subsidies
o Beschikkingen
- Hoofdstuk 5: handhaving
o Bestuursdwang
o Last onder dwangsom
o Bestuurlijke boete
- Hoofdstuk 6: algemene bepalingen over bezwaar en beroep (termijnen en ontvankelijkheid)
- Hoofdstuk 7: bezwaar (bezwaarschriftprocedures bij het bestuursorgaan)
- Hoofdstuk 8: beroep bij bestuursrechter (procedure bij de rechtbank)
- Hoofdstuk 9: klachtbehandeling (klachten over gedrag van bestuursorgaan)
- Hoofstuk 10: toezicht en delegatie
o Mandaat
o Delegatie
o Toezichtrelaties tussen bestuursorganen

Gelaagde structuur van het Awb.

- Zorgvuldige besluitvorming
Hoofdstuk 2: verkeer tussen bestuursorganen
Hoofdstuk 3: algemene bepalingen en besluiten
Hoofdstuk 4: bijzondere bepalingen en besluiten

- Rechtsbescherming
Hoofdstuk 6: algemene regels bezwaar en beroep
Hoofdstuk 7: bezwaar
Hoofdstuk 8: beroep bij de bestuursrechter
Hoofdstuk 9: klachtbehandeling


Beginsel wetmatigheid van bestuur:
Het bestuur mag alleen handelen als de wetgeven daar een specifieke bevoegdheid aan heeft verleend. De handeling moet een wettelijke grondslag hebben.
1. Het bestuur moet over op de wet gebaseerde bevoegdheden beschikken
2. Het bestuur mag niet in strijd met de wet handelen
3. De wetgever moet bestuursbevoegdheden duidelijk afbakenen en inhoudelijk begrenzen

Specialiteitsbeginsel:
Een overheid haar bevoegdheden alleen mag gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheden zijn gegeven. Als een wet een bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente) een bepaalde bevoegdheid geeft, dan mag die bevoegdheid niet worden gebruikt om andere, niet-bedoelde doelen te bereiken. Dit beschermd burgers tegen machtsmisbruik en zorgt voor rechtszekerheid. Een nadeel hiervan is dat het niet flexibel is voor de overheid en hierdoor kunnen procedures lang duren.

Hoe komt een bestuursorgaan aan de bevoegdheid?

Attributie: een bestuursbevoegdheid wordt gecreerd en wordt toegekend aan een bestuursorgaan en wordt dus een nieuwe bestuursbevoegdheid in het leven geroepen.

Delegatie: wanneer een bestuursorgaan een bevoegdheid overdraagt aan een ander bestuursorgaan, deze is nu zelf verantwoordelijk voor het uitoefenen van de bevoegdheid. Dit mag alleen volgens de voorschriften van de AWB en heeft een wettelijke grondslag nodig.

Mandaat: wanneer een bestuursorgaan een ambtenaar in de naam van het bestuursorgaan de bevoegdheid laat uitoefenen. Ook AWB geeft hier voorschriften aan. (Hoofdstuk 10)

Soorten bevoegdheden

Gebonden bevoegdheden: de wet geeft aan in welke gevallen het bestuursorgaan een besluit van een bepaalde strekking moet nemen.

Discretionaire bevoegdheden: het bestuursorgaan heeft een bepaalde mate van vrijheid om bevoegdheden uit de oefenen, hiervan zijn 2 varianten

Variant 1: beleidsvrijheid/ruimte
- Het bestuursorgaan moet een belangenafweging te maken, dit is te herkennen aan termen als; kan, is bevoegd/bevoegdheid

Variant 2: beoordelingsvrijheid
- De wetgever heeft aan het bestuursorgaan ruimte toegekend om te beoordelen of een bepaalde toepassingsvoorwaarden is voldaan. Dit is te herkennen aan termen als; naar het oordeel van/van oordeel zijn of subjectieve begrippen in de wet (waardeoordeel)


Besluit: Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Kan algemeen (voor iedereen/een groep) of specifiek (voor n persoon) zijn (APV, een beleidsregel of een vergunning)

Beschikking: Een besluit dat niet van algemene strekking is. Het is gericht op een of meer belanghebbenden (individueel of concreet). Altijd specifiek. (Een bouwvergunning, een besluit tot het toekennen van een subsidie of een last onder dwangsom)
Een besluit kan algemeen zijn (bijv. regels voor een hele gemeente), terwijl een beschikking altijd over een specifiek persoon of situatie gaat.Elke beschikking is een besluit, maar niet elk besluit is een beschikking (de beschikking is een subcategorie).


Besluit art 1:3 lid 1 awb

Rechtsvoorwaardes:
1V. schriftelijke: kenbaar door een door tekens leesbaar stuk
2V. beslissing van een: afgewogen beslismoment
3V. bestuursorgaan inhoudende een: art. 1.1 Awb. jo 123 Gw.
4V. publiekrechtelijke: publiekrechtelijke grondslag voor bijvoegdheid
5V. rechtshandeling: gericht op extern rechtsgevolg.

Beschikking art 1.3 lid 3 Awb.

Rechtsvoorwaardes:
V1. Besluit
V2. Niet van algemene strekking
V3. Inclusief afwijzing

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABB): dit zijn de regels die niet in wetten staan, maar die ervoor zorgen dat een bestuursorgaan op een eerlijke, zorgvuldige en transparante manier besluiten neemt. Ze vormen dus een soort richtlijn voor goed bestuur.

Functie van ABB bij besluitvorming en rechtsbescherming

- Normering: van overheidsbevoegdheid en wijze van uitoefening
Van belang bij totstandkoming en inhoud besluit
- Toetsingsgrond: bestuursrechter dit is is van belang bij beroep- en bezwaarprocedures

1. Bescherming van de burger: ze zorgen ervoor dat burgers rechtvaardig en eerlijk worden behandel. Bijv. zorgvuldigheidsbeginsel
2. Kwaliteit van besluiten: ze helpen dat besluiten logisch, begrijpelijk en onderbouwd zijn. Bijv. evenredigheidsbeginsel
3. Transparantie en begrijpelijkheid: ze zorgen ervoor dat het besluit duidelijk is en is gemotiveerd, zodat burgers weten waarom het besluit genomen is. Bijv. motiveringsbeginsel
4. Voorkomen van willekeur: ze zorgen ervoor dat bestuursorganen niet zomaar naar hun eigen inzicht beslissen. Bijv. verbod van dtournement de pouvoir.
5. Bevordering van vertrouwen in het bestuur: door de ABB weten burgers dat het bestuur betrouwbaar een eerlijk handelt.

De ABB sturen het bestuursorgaan bij het nemen van besluiten, zorgen voor rechtvaardige en zorgvuldige besluitvorming, en beschermen tegelijkertijd de belangen van burgers.

De ABB functioneren als toetsingskader bij rechtsbescherming, zodat burgers kunnen controleren en afdwingen dat bestuursorganen rechtvaardig, zorgvuldig en transparant handelen.


Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Zorgvuldigheidsbeginsel art 3:2 Awb: besluiten moeten zorgvuldig worden voorbereid. Het bestuursorgaan moet alle relevante feiten en belangen onderzoeken voordat het besluit wordt genomen. Wanneer er een aanvraag komt dan moet het bestuursorgaan de benodigde informatie verschaffen. Ook kan het zijn dat belanghebbende gehoord moeten worden of er moet advies worden gevraagd aan een deskundige.

Motiveringsbeginsel art. 3:46 Awb: een bestuursorgaan moet kunnen uitleggen waarom hij een bepaald beluit heeft genomen. Het besluit moet deugdelijk zij, het moet kenbaar zijn, dus terug te vinden in het besluit en draagkrachtig de burger moet kunnen begrijpen waarom het besluit is genomen. Ook moet de wettelijke grondslag verplicht benoemd moeten worden.

Verbod op dtournement de pouvoir art. 3:3 Awb: een besluit mag niet voor een ander doel worden gebruikt dan waarvoor het bevoegd is gegeven. Dit houdt verband met het specialiteitsbeginsel

Evenredigheidsbeginsel 3:4 Awb: lid 1 het bestuursorgaan is verplicht om de relevante belangen op een evenwichtige manier af te wegen. (Formeel beginsel

Lid 2 zegt iets over de uitkomst van de belangenafweging. De maatregel van het besluit mag niet zwaarder zijn dan nodig om het doel te bereiken. (Materieel beginsel)

Verbod van fairplay: het bestuursorgaan moet eerlijk spel spelen tegenover de burger en geen misleidende of oneerlijke proceshouding aannemen

Verbod van willekeur: de belangen moeten afgewogen worden door het bestuursorgaan. De rechter mag hierna niet zelf bepalen welke belangen het zwaarst wegen, want dan zou de rechter op de stoel van het bestuursorgaan gaan zitten. (Trias politica). Alleen als het echt niet door de beugel kan dan mag het anders niet.

Vertrouwensbeginsel: Als een burger gerechtvaardigd heeft vertrouwd op een toezegging of bestaande praktijk, moet de overheid dit vertrouwen respecteren, tenzij zwaarwegende redenen dit onmogelijk maken.

Wel moet er rekening gehouden worden met of er belangen van derden geschaad worden wanneer het beroep het vertrouwensbeginsel wordt gehonoreerd. Als laats is er een dispositievereisten dit houdt in of er is voortgebouwd op vertrouwen, nadelige positie.





Gelijkheidsbeginsel: Burgers moeten gelijk worden behandeld in gelijke situaties; er mag geen onderscheid worden gemaakt dat niet gerechtvaardigd is. Als er 2 gelijke partijen zijn dan kan er toch onderscheid gemaakt worden als daar een hele goede reden voor is (objectieve rechtvaardiging).


Gerechtvaardigd vertrouwen: om een beroep te doen op het vertrouwensbeginsel zal in de eerste plaats sprake moeten zijn van gerechtvaardigd vertrouwen. Het vertrouwen moet gerechtvaardigd zijn: de burger moet redelijkerwijs kunnen verwachten dat de toezegging of praktijk wordt gehandhaafd. Het vertrouwensbeginsel kan beperkt worden door zwaarwegende belangen van de overheid, bijvoorbeeld als veiligheid of gezondheid in het geding is.

Rechtszekerheidsbeginsel: Burgers moeten kunnen vertrouwen op duidelijke regels en besluiten. Besluiten mogen niet willekeurig veranderen.


Gevolgen van schending BBB
Wanneer de rechter een besluit vernietigt omdat het bestuursorgaan in strijd heeft gehandeld met een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dan moet het bestuursorgaan bij schending van beginsel de inhoud aanpassen en moet nieuw besluit nemen (materieel) en bij (formeel) dan moet het bestuursorgaan bij schending van beginsel, het proces aanpassen en kan besluit nemen.

Art. 3:4 belangenafweging

Plicht tot afweging van bij het besluit betrokken belangen
Plicht tot evenwichtige ofwel evenredige belangenafweging op basis van het zorgvuldigheidsbeginsel als onderdelen hiervan:
- Beginsel van minste pijn
- Het egalite-beginsel (gelijkheidsbeginsel)
- Evenredigheidsbeginsel
Het verbod op willenkeur.

Dit artikel geeft de opdracht aan het bestuur de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af te wegen. Dit maakt duidelijk welke belangen het in de belangenafweging moet betrekken en welke belangen het juist niet mee moet wegen.

Materiele Formele
Zorgvuldigheidsbeginsel Verbod van fair play
Plicht tot belangenafweging Detournement de puvoer
Motiveringsbeginsel Zorgvuldigheidsbeginsel
Rechtszekerheidsbeginsel Evenredigheidsbeginsel
Beginsel van minste pijn


Bestuursorgaan Art. 1:1 Awb:
A-organen: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld (openbaar lichaam). Hier moet eerst aan de 2 onderstreepte criteria getoetst worden via de volgende artikelen:

Orgaan: Gemeente, waterschappen, provincies en de staat zijn rechtspersonen volgens art. 2:1 BW.

Rechtspersoon krachtens publiekrecht: Art. 123 Gw. zegt dat gemeente, waterschappen, provincies en de staat krachtens bij publiekrecht zijn ingesteld volgens de wet.

B- organen: een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
Wordt er over openbaar gezag beschikt check bijzondere wet
Let op: uitzonderingen: lid 2 en 3 van 1:1 Awb

A-organen
Gemeente
Burgemeester
College van B&W
De raad





De staat
De regering
Ministers
Ministerraad
Staatssecretarissen
Staten-Generaal
Rechterlijke macht

Provincies
Provinciale staten
Gedeputeerde staten
Commissaris van de koning

Waterschappen
Het algemeen bestuur
Het dagelijks bestuur
De voorzitter


Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken art. 1:2 Awb.

- Direct belanghebbende: de geadresseerde van een besluit
- Derden-belanghebbende: wanneer je als derden belang hebt bij een besluit

Functies belanghebbende
- Rechtsbeschermingsfase: je hebt pas toegang tot rechtsbescherming als je belanghebbende bent. Bezwaar kan alleen maar gemaakt worden door belanghebbende.
- Besluitvormingsfase: alleen een belanghebbende kan een aanvraag doen tot een besluit. En een orgaan kan belanghebbende verplicht eerst horen voordat er een besluit wordt genomen.

Een bestuursorgaan kan dus alleen maar met een bepaald aantal mensen geconfronteerd worden, dit wordt dus beperkt doordat er eerst voldaan moet worden aan het criteria van belanghebbende.

Het begrip belanghebbende: dit is zo in de Awb. Gezet omdat het zorgt voor uniformiteit (in het hele land moet een belanghebbende aan dezelfde voorwaarden voldoen.

Art. 1:2 lid 2 bestuursorgaan als belanghebbende: het moet gaan om hun toevertrouwede belangen

Art. 1:2 lid 3 rechtspersonen als belanghebbende: wanneer ze opkomen voor algemene en collectieve belangen. Dan moet er worden voldaan aan het behartigen van hun doelstellingen. Je mag dus niet zomaar opkomen voor belangen die niet bij jou doelstellingen horen. Ook moet de rechtspersoon feitelijke werkzaamheden verrichten.


Belanghebbende als concurrent
Dan wordt er anders getoetst aan het persoonlijk belang. Je moet kunnen onderbouwen of je in hetzelfde verzorgingsgebied zit. En of er sprake is van hetzelfde soort marksegment


Derden-belanghebbende, opera criteria

Objectief belang: het belang moet meetbaar, objectief bepaalbaar, dus geen emotioneel belang (zoals geluidsoverlast)

Persoonlijk belang: je kunt op een duidelijke wijze onderscheiden van anderen
- Er is een nabijheids- en afstandscriterium en heb je uitzicht op, dan kun je wel belanghebbende zijn. Hier moet het gaan om gevolgen van enige betekenis. (Geluidsoverlast, milieuoverlast, stankoverlast etc.)

Eigen belang: je mag alleen opkomen voor je eigen belang, tenzij je iemand machtigt.

Rechtstreek belang: de gevolgen die je denkt te gaan ondervinden moeten direct worden veroorzaakt door het besluit. Er moet dus een oorzakelijk verband bestaan tussen de rechtsgevolgen van het genomen besluit en de mogelijke aantasting van jouw belang (causaal verband)

Actueel belang: het moet gaan om een gevolg dat direct zal of kan optreden na het besluit. Dus niet alleen een toekomstig belang of vrees.

Criteria voor een besluit (art. 1:3 lid 1 Awb)
- Schriftelijke
- Beslissing
- Bestuursorgaan (art. 1:1 Awb)
- Publiekrechtelijke
- Rechtshandeling

Beschikking
Om te toetsen of er sprake is van een beschikking toets je aan deze criteria:
1. Persoonscriterium: het besluit richt zich direct tot een bepaalde natuurlijke persoon, rechtspersoon of bestuursorgaan (specifiek individualiseerbaar). VB: subsidie
2. Zaakcriterium: het besluit richt zich in zijn werking tot een bepaalde zaak. De eigenschappen van die (individualiseerbare) zaak zijn bepalen. VB: een rijksmonument
Ook de afwijzing van een aanvraag tot een beschikking is een beschikking. (Toewijzing en afwijzing = een beschikking) art. 1:3 lid 2 Awb.
Bij BAS is alleen de toewijzing een besluit, de afwijzing dus niet. (Alleen toewijzing is een besluit)


Besluiten van algemene strekking die je moet kennen
Algemeen verbindende voorschriften (AVV)
Beleidsregels
Algemeen verbindende voorschriften (AVV)
Kenmerken van een AVV:
Vastgesteld op basis van een wettelijk voorschrift (legaliteit/wetmatigheid van bestuur)
Een publiekrechtelijke bevoegdheid om algemene regels tot stand te brengen die eenieder kunnen binden.
Deze regels werken naar buiten toe en binden de burger
Algemeen van aard. Het rechtsfeit is herhaalbaar (iedere keer als gebeurtenis plaatsvindt, is de regel van toepassing).
Voorbeeld: de APV is een AVV
Beleidsregels
Kenmerken van beleidsregels:
Het formuleren van beleidsregels kan nodig zijn als er sprake is van een discretionaire bevoegdheid. Dient de rechtszekerheid.
Het zijn regels met als doel het beleid te formuleren m.b.t hoe een al bestaande bestuursbevoegdheid zal worden uitgeoefend.
Het om een algemene regel bij besluit vastgesteld, niet zijnde een avv, omtrent
a. De afweging van belangen
b. De vaststelling van feiten of
c. De uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan
Bijzondere omstandigheden kunnen maken dat er wordt afgeweken (inherente afwijkingsbevoegdheid) art. 4:84 Awb

Stappenplan beschikking
Stap 1: art. 1:3 lid 1 Awb Is het een besluit?
Stap 2: art. 1:3 lid 2 Awb Is het een beschikking? (Toets je met het persoonscriterium)

Verschillen AVV en beleidsregels

Kenmerken Voorbeelden
Algemeen verbindende voorschriften (AVV) Regels die algemeen en herhaaldelijk gelden voor een onbepaalde groep AMvB
Ministeriele regeling of richtlijn
Ministeriele verordening
APV
Beleidsregels Regels die voor de uitoefening van een bestuursbevoegdheid Leidraad participatiewet
Handleiding
Richtlijn


Voorprocedure: wanneer burgers een geschil over een besluit kan voorleggen aan de rechter, zal eerst een bestuursrechtelijke voorprocedure gevolgd moeten worden, je hebt 2 soorten voorprocedures:
- Bezwaar
- Administratief beroep

Bezwaar: van bezwaar is sprake als een voorziening tegen een besluit kan worden gevraagd bij het orgaan dat dit besluit nam. Dit orgaan moet zijn eigen besluit dus opnieuw beoordelen. (Heroverwegen). Het bestuursorgaan neemt een nieuw besluit. Het bestuursorgaan toetst zowel of het besluit rechtmatigheid en doelmatig is. Ook is de heroverweging ex Nunc hoe de omstandigheden en feiten nu zijn.

Administratief beroep: komt in de praktijk minder voor, dit is wanneer als er beroep kan worden ingesteld bij een ander orgaan dan het primair besluitende orgaan. Na het doorlopen van administratief beroep kun je rechtstreeks in beroep bij de bestuursrechter kijk 7:1 sub a

De bestuursrechter beoordeelt het besluit in de regelex-tunc. (Naar het moment waarop de bestreden beslissing door het bestuursorgaan is genomen). Hierna moet het bestuursorgaan alsnog nieuw beoordelen.

Je kunt alleen in administratief beroep als een bijzondere wet dit voorschrijft. Is dit mogelijk dan volgt er geen bezwaarprocedure meer. Administratief beroep is uitzonderlijk en meestal wordt de normale bezwaarprocedure gevolgd.

Verschillen tussen bezwaar, administratief beroep en beroep bij de bestuursrechter:
- De beslissing op bezwaar en administratief beroep wordt genomen door een bestuursorgaan. Het bestuursorgaan moet politieke verantwoording afleggen aan het openbaar lichaam. Terwijl bij de bestuursrechter er sprake is van een onafhankelijke rechter. Een bestuursrechter toetst dus alleen de rechtmatigheid van een besluit en het recht. Het heroverwegende bestuursorgaan mag dus over meer beoordelen. Het mag de rechtmatigheid beoordelen maar ook zijn politieke oordeel laten meewegen in de heroverweging.
- Het heroverwegende bestuursorgaan neemt een nieuw besluit. Terwijl de bestuursrechter geen nieuw besluit kan nemen. Als de rechter het beroep gegrond verklaard, vernietigt hij het besluit van het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk. En vervolgens zal hij beoordelen of het mogelijk is om de rechtsgevolgen in stand te houden of hij neemt het besluit wat volgens hem het bestuursorgaan had moeten nemen. (Zelf in de zaak voorzien).
- De bestuursrechter beoordeelt het besluit in de regelex-tunc. (Naar het moment waarop de bestreden beslissing door het bestuursorgaan is genomen) en het bestuursorgaan toetst ex NUnc toetst het NU. Toets dus op de feiten en omstandigheden hoe ze nu gelden.

Bezwaarschriftprocedure

Eerst moet er bezwaar worden gemaakt tegen het besluit van het bestuursorgaan voordat je het kan aanvechten bij de bestuursrechter. (Beroep) Uitzonderingen staan in art. 7:1. Als deze uitzonderingen het geval zijn wordt bezwaar overgeslaan. Je mag pas in bezwaar als je in beroep mag kijk eerst naar art. 8:1 Awb.

Toegang tot bezwaarprocedure toetsingscriteria.
1. Het bestuursorgaan maakt een besluit art. 1:3 Awb
2. Het besluit moet appellabel zijn (beroep moet open staan en je moet kijken wat voor soort besluit het is) art. 8:3 Awb tot 8:5
3. De bezwaarmaker is belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb.
4. Er moet geen sprake zijn van administratief beroep in de bijzondere wet.

In het algemeen wordt dit binnen 6 weken afgerond vanaf de dag waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Als je bezwaar is afgewezen dan kun je mogelijk nog in beroep.

Beroep 8:1 wie mag er in beroep?
- De belanghebbende
- De belanghebbende kan alleen tegen een besluit beroep instellen bij de rechter. Het besluit moet appellabel zijn, er moet dus beroep open staan. Kijk hiervoor naar wat voor soort besluit het is.

Beroep 8:3 wanneer mag er geen beroep
- Bij algemeen bindende voorschriften of beleidsregel. Dit zijn besluiten waarbij je niet in hoger beroep kan. Deze zijn NIET appellabel.

Verschil bezwaarprocedure, voorbereidingsprocedure en klachtprocedure

Bezwaarschriftprocedure: besluiten laten heroverwegen door hetzelfde orgaan
Voorbereidingsprocedure: ter voorbereiding van een besluit, bijv. de gemeente wil een nieuw bestemmingsplan maken en burgers mogen hun mening geven. UOV. Hier wordt gewerkt met een conceptbesluit hier mag dan zienwijzen tegen worden gediend en dan volgt er een definitief besluit.
Klachtprocedure: bijv. wanneer een ambtenaar je onbeleefd behandelt kun je een klacht indienen. Het gaat over het gedrag van het bestuursorgaan.

Procedure Waar gaat het over? Doel
Bezwaarschriftprocedure Tegen een besluit van de overheid Besluit laten heroverwegen
Voorbereidingsprocedure Procedure vrdat een besluit wordt genomen Belanghebbenden kunnen hun mening geven
Klachtprocedure Over gedrag van een ambtenaar of bestuursorgaan Klacht laten onderzoeken

Functies van de bezwaarprocedure

1. Zeeffunctie: vermindering beroepen bij de rechter
2. Leerfunctie: bestuursorgaan kan leren van door het maken (en herstellen) van fouten
3. Recht beschermingsfunctie: waarborgen (hoorplicht, adviescommissie) laagdrempelig en gratis
4. Dossierfunctie: verduidelijking en aanvulling feiten, rijp voor deze bij rechter komt.


Ontvankelijkheidseisen bezwaarschrift, geld ook voor beroepsschrift

- Inhoud: art. 6:5 Awb jo 6:6
- Indieningstermijn: art. 6:7 Awb jo 6:11
- Aanvang termijn art. 6:8 Awb
- Ontvangst en verzendtheorie art. 6:9 awb.

Art. 6:9 wanneer op tijd?
Lid 1: ontvangsttheorie
Lid 2: verzendtheorie

Blz 521 albers boek staat voorbeeld over die termijnen uitrekenen.

Beginselen bestuursprocesrecht

1. Verbod van ultra petita (rechter mag niet buiten de beroepsgronden oordelen).
2. Verbod van reformatio in peius (appelant mag er niet slechter van worden door het beroep)
3. Verdedigingsbeginsel (hoor en wederhoor) 8:69 Awb lid 1
4. Ambsthalve aanvulling van rechtsgronden (de rechter moet de gronden van de appellant vertalen naar de juridische gronden. 8:68 lid 2.
Niet-lijdelijkheid van de rechter (rechter kan de feiten zelf aanvullen hij gaat dus actief opzoek naar feiten) 8:69 lid 3
5. Vrije bewijsleer (er zijn weinig regels over hoe of wie je bepaald bewijs kan laten leveren)

Bevoegdheid (competentie) bestuursrechter

Absolute competentie art. 8:6: welke rechter is bevoegd
- Eerste aanleg, uitgangspunt is de rechtbank
- Uitzonderingen:
Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (bijlage 2 Awb)
Ander wettelijk voorschrift bijv. bij wet mulder

Relatieve competentie 8:7: waar is de rechter gevestigd (arrondissement)
Stap 1: hoort het besluit bij de gemeente, provincie en waterschap? Zo ja,
- Zetelaanknoping, uitgangspunt is de rechtsbank binnen het rechtsgebied waarvan het bestuursorgaan zijn zetel heeft.

Stap 2 Zo nee?
Woonplaatsaanknoping, uitgangspunt dan is het arrondissement van de woonplaats van de indiener bevoegd
- Uitzonderingen
Bijlage awb, bij sommige besluiten is een bepaalde rechtbank altijd bevoegd.

Geen schorsende werking art. 6:16 Awb.
Het bezwaar of beroep schorst niet de werking van het besluit waartegen het is gericht, tenzij bij of krachten wettelijk voorschrift ander is bepaald. Het moment dat je in bezwaar of beroep gaat, dan blijft het besluit in kracht. Bijvoorbeeld jou buurman heeft een vergunning voor een schuur en deze wil hij tijdens dat het bezwaar loopt zijn schuur al gaan bouwen.

Een oplossing hiervoor is de voorlopige voorziening

Voorlopige voorziening 8:81
Zolang een bezwaar of beroepsprocedure loopt kun je vragen om de werking van een besluit tijdelijk te schorsen. Dat kan niet zomaar hiervoor heb je de connexiteitseis, dit betekend dat er er al een bezwaar of beroep moet lopen. Ook moet er sprake zijn van onverwijlde spoed, het is ernstig nodig dat de voorlopige voorziening nodig is.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document