Maak een oefenexamen van de volgende tekst: De persoonlijkheid wordt gevormd door de interactie van biologische, psychologische en situationele en processen, die allemaal in een context van sociaal-culturele en ontwikkelingsfactoren zijn ingebed.
Kenmerkende symptomen van persoonlijkheidsstoornissen zijn langdurig bestaande, pervasieve en rigide patronen van disadaptief gedrag, met een negatieve invloed op de interactie met de omgeving en een verhoogde kans op het vastlopen op belangrijke terreinen in het leven
De clusters:
Cluster A: excentriek
- Paranode
- Schizode
- Schizo typisch
Cluster B: dramatisch
- Borderline
- Narcistisch
- Histrionisch
- Antisociaal
Cluster C: angstig
- Ontwijkend
- Afhankelijk
- Dwangmatige
Symptomen borderline persoonlijkheidsstoornis:
Een borderline persoonlijkheidsstoornis kenmerkt zich door een reeks gedragsmatige, emotionele en persoonlijkheidskenmerken.
Bijvoorbeeld:
- Plotselinge stemmingswisselingen
- Gebrek aan een samenhangend zelfbeeld
- Onvoorspelbaar en impulsief gedrag
- Paranode ideen
- Dissociatieve symptomen
- Recidiverende sucidale gedragingen of automutilatie
- Verwoede pogingen om feitelijk of vermeende verlating te voorkomen
- Patroon van instabiele en intense persoonlijke relaties
Een patroon van instabiliteit van de interpersoonlijke relaties, het zelfbeeld en van affecten, en duidelijke impulsiviteit, beginnend op jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende contexten.
Symptomen antisociale persoonlijkheidsstoornis:
Een antisociale persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door antisociaal en onverantwoordelijk gedrag en door gebrek aan spijt van misdaden.
Rechten van anderen worden geschonden, sociale normen worden genegeerd en in sommige gevallen wordt de wet overtreden.
Bijvoorbeeld:
- Onvermogen zich te houden aan sociale normen en regels en aan de wet
- Bedrog en leugenachtigheid
- Impulsiviteit en niet goed vooruit kunnen plannen
- Agressiviteit of vijandigheid
- Roekeloze onverschilligheid
- Onverantwoordelijkheid
- Gebrek aan berouw
DSM-5
- Een patroon van gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen aanwezig vanaf de leeftijd van 15 jaar.
- De betrokkene is ten minste 18 jaar oud.
- Er zijn aanwijzingen voor een normoverschrijdende gedragsstoornis begonnen voor de leeftijd van 15 jaar.
- Het antisociale gedrag treedt niet uitsluitend op in het beloop van schizofrenie of een bipolaire stemmingsstoornis.
Etiologie persoonlijkheidsstoornissen:
Biologische factoren:
- Heftig temperament, waardoor vaak negatieve interactie met opvoeders
- Genetische bijdrage
- Afwijkingen in neurale netwerken tussen prefrontale cortex en limbisch systeem
- Bij antisociale persoonlijkheidsstoornis een verminderede emotionele reactiviteit, mogelijk verminderde reactie op autonome zenuwstelsel en soms een aangeboren onvermogen tot empathie
Psychosociale factoren:
- Chronische psychotraumatische stress
- Operante conditionering, niet hebben leren reageren op bekrachtiging (inconsistent, onvoorspelbaar of niet aanwezig geweest)
- Psychische problematiek bij opvoeders
- Bij BPS hechtingsproblematiek (verlatingsangst) en inconsistente opvoedingsstijl
- Bij APS hechtingsproblematiek, autoritaire (straffende) opvoedstijl en observationeel leren bij agressief gedrag
Prognose en beloop:
BPS:
- Begin in de adolescentie of op jongvolwassen leeftijd
- Psychotherapie blijkt tot positieve veranderingen te leiden
- Verloop is divers, patinten blijven behoorlijke mate van pathologie vertonen, maar ook zijn er patinten die minder impulsief en heftig reageren en gaan beter functioneren
- Overlijden aan sucide (schatting rond 10%), risico neemt af met ouder worden
- Levenslange gevoeligheid voor emotionele stabiliteit of sombere stemming bij patinten in remissie
APS:
- Begin in de adolescentie of op jongvolwassen leeftijd
- Psychotherapie blijkt tot positieve veranderingen te leiden
- Chronische stoornis, waarbij het antisociale en criminele gedrag meestal afneemt. De pathologische persoonlijkheidskenmerken egosme, manipulatie, gebrek aan empathie, schuldgevoel of spijt tegenover anderen lijken relatief stabiel
- Weinig tot geen ziekte besef
- Levenslange gevoeligheid voor emotionele stabiliteit of sombere stemming bij patinten in remissie
Gevolgen:
BPS:
Gevolgen voor algemeen functioneren in werk en relaties: opleiding niet afmaken, minder goede banen, arbeidsongeschikt raken, minder stabiele relaties, meer conflicten met partners, familie of vrienden
APS:
Gevolgen in algemene functioneren: zoals financile zorgen, opleiding niet afmaken, problemen op het werk, verslavingsproblematiek of in aanraking komen met justitie
Behandeling:
Medicatie bij bepaalde symptomen:
Symptoom Medicatie
Achterdocht of hallucinatoire belevingen Lage dosering antipsychotica
Impulsieve agressie, automutilatie en overmatige boosheid Anti-epileptica als stemmingsstabilisator
Heftige stemmingswisselingen of chronische ontstemming SSRI's en antipsychoticum
Psychotherapeutische behandeling in de vorm van schema-focused therapy
Doel: inzicht krijgen in de schema's die voor problemen zorgen, leren hoe de schema's te verzwakken en hoe andere, gezonde overtuigingen ingezet kunnen worden
Waarom automutilatie:
Zelfbeschadiging kan een manier zijn om:
- Heftige gevoelens te uiten
- Erger te voorkomen
- Weer iets te voelen
- Juist niets te voelen, geen emotionele pijn te hoeven voelen
- Jezelf te bewijzen, zelfcontrole uit te oefenen
- Jezelf te straffen
- Jezelf onaantrekkelijk te maken
- Aandacht en hulp te vragen voor onderliggende problemen
Week 5:
Wat is een eetstoornis?
- Abnormaal eetgedrag gekoppeld aan een preoccupatie met eigen gewicht of fysiek uiterlijk
- Ernstiger, langer en meer verstorend dan 'gewoon' lijnen
- Psychosociaal en/of lichamelijk functioneren raakt erdoor verstoort
Soorten eetstoornissen:
- Anorexia nervosa
- Boulimia nervosa
- Eetbuistoornis
Restrictief type: weinig eten, vaak veel bewegen
Purgerend type: braken/laxeren, soms eetbuien
Termen:
- Streefgewicht: lichaamsgewicht welk tijdens de opname bereikt moet worden
- Refeeding syndroom: scala aan complicaties als gevolg van metabole en functionele veranderingen na starten volledige voeding bij ondervoede patinten.
- Pijlgewicht: lichaamsgewicht op een moment waaraan de voortgang getoetst kan worden
Symptomen:
Anorexia nervosa:
- Centraal staat een onweerstaanbare drang om vermagering na te streven
- Het beperken van de energie-inname ten opzichte van de energiebehoefte, resulterend in een significant te laag lichaamsgewicht
- Grote angst om aan te komen
- Verstoorde beleving van het eigen lichaamsgewicht
- Gedurende ten minste 3 maanden
- Vaak lichamelijke bijverschijnselen zoals:
Hormonale verstoringen
Bradycardie
Hypotensie
Hypothermie
Boulimia nervosa:
- Centraal staan frequente, terugkerende eetbuien met recidiverende pogingen om eetbuien te compenseren, zoals braken opwekken, vasten, laxeren of excessief bewegen
- Gedurende 3 maanden, minstens een keer per week
- De lichaamsvorm en het lichaamsgewicht hebben een onevenredig grote invloed op het oordeel over zichzelf
Eetbuien:
- Vind plaats in een afzonderlijke tijdsperiode
- Een hoeveelheid voedsel eten die veel groter is dan die de meeste mensen binnen dezelfde tijd onder vergelijkbare omstandigheden zouden eten
- Het gevoel tijdens de eetbui geen controle te hebben over het eten
Lichamelijke bijverschijnselen bij purgeren:
- Hypokalimie
- Oesofagitis
- Maagdilatatie en maagbloeding
Etiologie eetstoornis:
Kwetsbaarheid:
- Lichamelijk:
Erfelijkheid geschat op 60% bij anorexia
- Psychisch:
Bij anorexia: rigide denkstijl, dwangmatigheid
Bij boulimia: overgewicht in jeugd, negatief zelfbeeld, veeleisendheid
Eetbuien: moeite met hanteren van negatieve emoties, impulsiviteit
- Sociaal:
Slankheidsideaal
Hoge verwachtingen in de maatschappij
Uitlokkende factoren:
- Problemen in gezin
- Gepest worden
- Trauma
- Andere stressoren
Onderhoudende factoren:
- Lichamelijk:
Verstoring van hongergevoel
- Psychisch:
Weinig zelfvertrouwen
Inadequate coping
Rigide denkwijze
Fysieke toestand
Vertekend lichaamsbeeld
e.v.t. comorbiditeit
Verpleegkundige attitude:
- Oprechte interesse
- Empathie
- Geduld
- Respect
- Begin: directe houding
- Later: meer op aftand
meerkeuze vragen. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag