Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Wat is een prikkel?
Een waarneembare verandering die een reactie bij een organisme veroorzaakt.
Wat is de prikkeldrempel en hoe benvloedt deze de waarneming van een prikkel?
De laagste intensiteit waarbij een prikkel nog waarneembaar is. Onder de drempel geen reactie; boven de drempel wordt de prikkel waargenomen.
Wat is een prikkelfilter? Geef een voorbeeld.
Mechanisme in de hersenen dat onbelangrijke prikkels wegfiltert.
Voorbeeld: achtergrondgeluiden tijdens de les worden genegeerd.
Wat is gewenning? Geef een voorbeeld.
Verminderd reageren op een langdurige of herhaalde prikkel.
Voorbeeld: na een tijdje ruik je de geur van een klas niet meer.
Een diagram van prikkelsterkte in functie van tijd kunnen interpreteren.
Piek boven de prikkeldrempel reactie; constant onder de drempel geen reactie.
Een diagram kunnen opstellen aan de hand van een gegeven situatie.
Situatie beschrijven prikkelsterkte uitzetten op y-as, tijd op x-as, drempel aangeven.
Verschil tussen inwendige en uitwendige prikkel + voorbeelden.
Uitwendig: afkomstig uit omgeving, bvb. kou, droogte.
Inwendig: afkomstig uit het lichaam, bvb. honger, dorst.
Verschil chemische en fysische prikkel + voorbeelden.
Chemisch: stoffen die reageren, bvb. geur, smaak, weefselbeschadiging.
Fysisch: veranderingen in kracht of energie, bvb. licht, geluid, druk, temperatuur.
Functie van receptoren in een organisme.
Registreren prikkels en zetten deze om in signalen voor het regelsysteem.
Soorten receptoren, locatie en wat ze registreren.
| Receptor | Locatie | Registratie |
|-----------|--------|------------|
| Fotoreceptor | Oog | Licht |
| Fonoreceptor | Oor | Geluid |
| Evenwichtsreceptor | Oor | Evenwicht |
| Mechanoreceptor | Huid, tong, inwendige organen | Druk, aanraking |
| Thermoreceptor | Huid | Temperatuur |
| Chemoreceptor | Tong, neus, bloed | Smaak, geur, samenstelling bloed |
Wat wordt bedoeld met conductor in een regelsysteem?
Leidt informatie van receptor naar effector.
Geef 2 soorten conductoren.
Zenuwstelsel: elektrische signalen via neuronen.
Hormonaal systeem: hormonen via bloed.
Twee soorten effectoren + specifieke acties.
Spieren: bewegen, samentrekken of ontspannen.
Klieren: afscheiding van hormonen, enzymen of andere stoffen.
Algemeen schema van het regelsysteem:
Prikkel Receptor Conductor Effector Reactie
Wat is secretie?
Afgifte van nuttige stoffen door klieren (bvb. hormonen, enzymen).
Wat is excretie?
Uitscheiding van afvalstoffen (bvb. zweet, urine).
Gegeven klier: excretie of secretie?
Secretie nuttig product (traanklier, speekselklier)
Excretie afvalproduct (zweetklier)
Verschil exocriene vs endocriene klieren:
Exocrien: product naar buiten of holte via afvoerbuis.
Endocrien: hormoon naar bloed, effect op andere organen, geen afvoerbuis.
Drie voorbeelden exocriene klieren + product + functie:
| Klier | Product | Functie |
|-------|--------|---------|
| Traanklier | Traanvocht | Oog vochtig en beschermd |
| Zweetklier | Zweet | Afkoeling + afvalstoffen verwijderen |
| Maagwandklier | Maagsap | Vertering eiwitten, bacterin doden |
Klier met dubbele functie en waarom.
Zweetklier koeling + afvalstoffen uitscheiden
Worden klierproducten altijd in gespecialiseerde klier geproduceerd?
Nee, sommige kliercellen verspreid in organen, bvb. maagwand.
Stoffen door endocriene klieren via bloed =?
Hormonen (signaalstoffen).
Drie voorbeelden endocriene klieren + functie:
| Klier | Functie |
|-------|---------|
| Schildklier | Groei en stofwisseling via thyroxine |
| Hypofyse | Stuurt andere klieren aan, groeihormoon, oxytocine, prolactine |
| Bijnieren | Stresshormonen: adrenaline, cortisol |
Hormonen hypofyse voor aansturing andere organen:
TSH, ACTH, FSH, LH
Twee endocriene klieren niet door hypofyse aangestuurd + functie:
Alvleesklier: bloedsuikerregulatie (insuline, glucagon)
Bijniermerg: stressreacties (adrenaline)
Belangrijkste rol exocriene klieren in regelsysteem:
Reageren direct op prikkel (effectorfunctie).
Belangrijkste rol endocriene klieren:
Cordinatie via hormonen sturen andere organen (conductorfunctie).
Exocriene klieren op figuur kunnen aanduiden: traanklier, zweetklier, speekselklier, maagwandklier
Endocriene klieren op figuur kunnen aanduiden: schildklier, hypofyse, bijnieren, alvleesklier (endocriene eilandjes), zwezerik
Belangrijke klieren: product + functie:
| Klier | Product | Functie |
|-------|--------|---------|
| Hypofyse | Groeihormoon | Groei weefsels |
| Schildklier | Thyroxine | Groei & stofwisseling |
| Bijnier | Adrenaline | Stressreactie, energie |
| Alvleesklier | Insuline | Bloedsuiker dalen |
Feedbacksysteem voor dynamisch evenwicht:
Negatief: teveel product rem niveau normaliseert
Positief: product stimuleert verder bvb. ween tijdens bevalling
Homeostase + belang:
Handhaven stabiel inwendig milieu optimale werking enzymen, bloeddruk, bloedsuiker, temperatuur
Eilandjes van Langerhans:
In alvleesklier, bevatten beta-cellen meten glucose, produceren insuline/glucagon
Glucoseregeling:
Te hoog insuline glucose naar cellen/glycogeen
Te laag glucagon glycogeen glucose
Feedbacksysteem systematisch weergeven:
Sensor meet info naar hersenen of klier hormoon/signal effector product rem/stimulatie sensor
Hormoonhuishouding bij paarden, katten, honden:
Honden: te veel cortisol Cushing, te weinig Addison
Katten: hyperthyreodie gewichtsverlies, hyperactiviteit
Paarden: PPID stressreacties, afgenomen weerstand
Leerstof oefenen: gebruik vragen 136 als oefening met bovenstaande antwoordenNoem alle onderdelen van het spijsverteringsstelsel en beschrijf kort hun functie.
| Onderdeel | Functie |
|-----------|---------|
| Mond | Mechanisch kauwen, speeksel met amylase start afbraak zetmeel |
| Slokdarm | Transport van voedsel naar maag |
| Maag | Opslag voedsel, mengen met maagsap, begin eiwitvertering |
| Dunne darm | Chemische vertering + opname voedingsstoffen |
| Dikke darm | Water opnemen, feces vormen |
| Blinde darm | Bacterile vertering van ruwe celstoffen |
| Lever | Galproductie vetemulsie |
| Galblaas | Opslag en afgifte gal |
| Alvleesklier | Enzymproductie koolhydraten, eiwitten, vetten afbreken |
| Speekselklieren | Speekselproductie amylase voor zetmeelafbraak |
| Rectum / anus | Opslag en uitscheiding van feces |
Organen van het spijsverteringsstelsel kunnen benoemen op tekening
Belangrijke organen: mond, slokdarm, maag, dunne darm, blinde darm, dikke darm, rectum, lever, galblaas, alvleesklier.
Wat zijn enzymen en welke rol spelen ze in het spijsverteringsproces?
Enzymen zijn eiwitten die chemische reacties versnellen (biokatalysatoren) zonder zelf verbruikt te worden.
Rol: voedingsstoffen afbreken tot kleinere bouwstenen die door de darmwand kunnen worden opgenomen.
Welke soorten enzymen zijn er?
Verteringsenzymen: breken voedsel af in het maag-darmkanaal.
Stofwisselingsenzymen: actief in cellen, organen en bloed.
Specifieke voorbeelden: amylase, lipase, peptidase/protease, maltase, lactase, sacharase.
Hoe worden enzymen aangemaakt?
Door spijsverteringsklieren: speekselklieren, maagsapklieren, alvleesklier, darmsapklieren.
Sommige enzymen in cellen of organen.
Hoe werken enzymen?
Sleutel-slotmodel: enzym past precies bij substraat tijdelijk enzym-substraatcomplex substraat verandert product ontstaat enzym blijft onveranderd.
Werking optimaal bij juiste pH en temperatuur; bij >50C denaturatie.
Belangrijke enzymen per orgaan en functie:
| Orgaan | Enzym | Functie |
|--------|------|---------|
| Speeksel | Amylase | Zetmeel maltose glucose |
| Maag | Pepsine | Eiwitten kleinere peptiden |
| Alvleesklier | Amylase | Koolhydraten glucose |
| Alvleesklier | Lipase | Vetten glycerol + vetzuren |
| Alvleesklier | Protease | Eiwitten aminozuren |
| Dunne darm | Maltase | Maltose glucose |
| Dunne darm | Lactase | Lactose glucose + galactose |
| Dunne darm | Sacharase | Sacharose glucose + fructose |
Waarom bevat maagsap zoutzuur (HCl) en effect op enzymwerking?
HCl zuurtegraad verlagen (pH ~2).
Effect: denaturatie van eiwitten makkelijker afbreekbaar voor pepsine.
Pepsine werkt optimaal bij zuur milieu.
Rol van darmplooien, darmvlokken (villi) en microvilli in opname:
Verhogen opname-oppervlak efficintere opname voedingsstoffen.
Darmplooien villi microvilli: transport naar bloed/lymfe.
Welke voedingsstoffen kunnen direct door darmwand, welke eerst afgebroken:
Direct: water, vitaminen, mineralen
Eerst afgebroken: koolhydraten, eiwitten, vetten glucose, aminozuren, glycerol + vetzuren
Voordelen groot opname-oppervlak in dunne darm:
Maximale opname van voedingsstoffen
Snellere transport van bouwstenen naar bloed/lymfe
Hoe komen verteringsproducten in het bloed? Weg van moleculen:
Afgebroken voedingsstoffen darmvlok microvilli haarvaten (voor koolhydraten & aminozuren)
Vetproducten lymfevaten bloed via ductus thoracicus
Wat is resorptie en waarom actief proces in dunne darm?
Resorptie: opname van voedingsstoffen in bloed/lymfe.
Actief proces: sommige stoffen tegen concentratiegradint in opgenomen, vereist energie.. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag