Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: lsnijder - 9 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Europees bestuur (de bestuurlijke kaart van de Europese Unie boek H2 t/m 5, H8, H10 t/m 15)
Les 1) Instellingen en besluiten

Europese Unie
- Een statenverband tussen 27 landen.
- een samenwerking op veel terreinen (bijv. landbouw, handel en milieu).
- (vooral) Unidentified Political Object (UPO) waar elk lidstaat een andere betekenis aan kan geven.

Het begon als de EGKS om de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland te bezweren. Kolen en staal zijn de productiefactoren voor oorlog. Samenwerkingen daaromheen verkleint de kans dat landen elkaar aanvallen.
Daarna is dit doorgegroeid met interne markt als belangrijkste pijler (inmiddels samenwerking op tal van terreinen).

Frankrijk en EU
- Waren voorzitter van de Europese Raad in 2022.
- Doelstellingen van Europese Raad zijn het beschermen van Europese buitengrenzen, versterking defensiebeleid, EU dichterbij de burger brengen en bestrijden werkloosheid/ banen creren.
- Volgens Frankrijk is de Unie meer dan een economisch samenwerkingsverband, Frankrijk wilt ook politieke samenwerking op tal van gebieden.
- Fransen regelmatig pleiten voor inter-gouvernmenteel karakter.

Nederland en EU
- Nederland vooral veel baat van economische samenwerking (ook altijd de hand van de Britten).
- De laatste jaren wel geneigd richting politieke samenwerking, maar wel vaak vanuit NO, veeleisend richting zuidelijke landen, nettobetaler.
- Door de Brexit verdwijnt een belangrijke Nederlandse bondgenoot op verschillende Europese dossiers.
- De Britten hadden een belangrijke stem als het ging om verdieping van de interne markt, handelsbeleid, verkleining van het EU-budget en het afremmen van de centraliserende reflexen van de Europese Commissie.

Letland en EU
- Voor de Letten betekent de EU vooral veiligheid t.o.v. Rusland.
- Ook kansen om te ontwikkelen.
- Hun lidmaatschap heeft ook welvaart gebracht door de vele EU-subsidies.

Institutionele structuur
Bestaat uit:
1. Europese Raad
2. Europese Commissie
3. Europees Parlement
4. Raad van de Europese Unie

Een manier om de structuur van de Europese Unie te begrijpen aan de hand van twee begrippen:
- Intergouvernementalisme = regeringen hebben de touwtjes in handen.
dit is het geval bij de Europese Raad en de Raad van de Europese Unie.
- Supranationalisme = boven het nationale niveau, wordt de rol van regeringen beperkt door instellingen die niet bij een land horen.
dit is het geval bij de Europese Commissie of het Europees Parlement.

1. Europese Raad
- De machtigste Europese instelling: deze bestaat uit de staatshoofden van de 27 lidstaten.
- Zorgt voor politieke sturing en handelen bij acute crisissituaties.
- Geen wetgeving aan mogen nemen, bepalen ze wel de algemene politieke beleidslijnen (agendavorming, soft law).
- Ze stemmen op basis van unanimiteit.
- Besluiten van ER zijn zogenoemde conclusies van het voorzitterschap, maar worden als Soft Law altijd gerespecteerd.
- Charles Michel = voorzitter.
- Komen twee keer jaar bij elkaar (verder in de zogenoemde buitengewone bijeenkomsten).


2. Europese Commissie
- Supranationale instelling die de belangen van de gehele Unie vertegenwoordigt.
- Supranationale instelling = zij de belangen van alle lidstaten vertegenwoordigt.
- Het bestaat uit een college van commissarissen ; Ursula van der Leyen = voorzitter.
- Voorzitter sluit ook aan bij de vergaderingen van Europees Parlement.
- Ook kent de Europese Commissie een ambtelijk apparaat van DGs, diensten en agentschappen.
- De commissie heeft taken op het gebied van beleidsvorming, controle en bestuur (uitvoering).
- Op veel beleidsterreinen heeft de commissie het exclusieve recht van initiatief: alleen zij mogen dan met wetsvoorstellen komen.
- Ze zijn verantwoordelijk voor controle/handhaving van Europese regels (inbreukprocedure <- instrument).



3. Europese Parlement
- Ook een supranationale instelling die de belangen van de gehele Unie vertegenwoordigt.
- EP = Europese volksvertegenwoordiging. Elke vijf jaar verkiezingen voor. Dit zijn zogenoemde second-order verkiezingen.
- Controletaak: EP kan hele EC ( Europese Commissie) naar huis sturen.
- Het EP heeft drie hoofdtaken: wetgeving, begroting en controle.
- Het EP is een medewetgevende macht, maar mag zelf geen voorstellen doen.
- Europese parlementsleden kunnen in een spagaat terechtkomen.
- 720 leden.
- Worden gekozen door de mensen en komen dus op voor de belangen van de inwoners van de EU.


4. Raad van de Europese Unie
- De Raad van de Europese Unie, ofwel de Raad, ofwel de Raad van Ministers bestaat uit vertegenwoordigers van lidstaten die bevoegd zijn om besluiten te nemen: ministers of staatsecretarissen. (vakministers).
- Afhankelijk van het onderwerp komen zij in een van de tien raadsformaties bijeen: van algemene zaken tot landbouw en visserij.
- Ze stemmen op basis van unanimiteit of gekwalificeerde meerderheid.
- Initiatief vanuit Nlse minister rondom EGKS. Intergouvernementeel tegenwicht ten opzichte van de voorloper van de EC.
- Taken -> cordinatie en delegatie.

Coreper
- Permanente vertegenwoordiging (PVs) landen (comit van nationale ambassadeurs).
- Onderdeel van organisatie van de Raad.
- Coreper 1 en 2.
- Hoogste ambtelijke niveau waarop Europese voorstellen worden besproken.

Coreper 1 plaatsvervangers van PVs. bereiden de andere Raadsformaties voor.
Coreper 2 (belangrijkste) PVs zelf zitting. Buigen zich over alle institutionele, financile en juridische zaken die de EU aangaan. Bereidt ook Raad AZ en Raad BuZa voor.

Besluitvorming
Gewone procedure
De EC doet een voorstel
Europese Commissie (27 eurocommissarissen)

Raad van de Europese Unie Europees Parlement
(27 vakministers) (705 leden)
RvdEU en EP stemmen op basis van (gekwalificeerde) meerderheid. Beide akkoord: voorstel aangenomen.

1e ronde:
- EP standpunt & amendementen aannemen.
- Als Raad eens is met EP dan aangenomen (Raad stemt op basis van gekwalificeerde meerderheid).
- Raad niet eens met EP? Dan eigen standpunt & amendementen (unanimiteit).

2e ronde:
- Voorstel weer langs EP en Raad.
- Als EP standpunt Raad goedkeurt dan voorstel aangenomen.
- EP kan ook weer amendementen op standpunt Raad aannemen.
- Daarna geeft EC aan welke amendementen zij aanvaardbaar vinden en welke niet.
- Als EP en Raad eens zijn in tweede lezing dan aangenomen. Raad besluit ook hier met gekwalificeerde meerderheid (behalve onaanvaardbare amendementen, dan unanimiteit).
- Als EP en Raad niet eens zijn dan patstelling. Dan bemiddelingscomit (vertegenwoordigers EP en Raad).


Bijzondere procedure (voorbeeld)
De EC doet een voorstel
Europese Commissie
(27 eurocommissarissen)

Raad van de Europese Unie Europees Parlement
(27 vakministers) (705 leden)
Raad beslist op basis van unanimiteit. Europees Parlement mag niet meebeslissen.
- 27 onderwerpen o.a. operationele samenwerking politiekorpsen, BTW, sociale zekerheid, ontslagrecht, medezeggenschap, de begroting en buitenlandbeleid.


VEU = verdrag van de Europese Unie.
- De Europese Raad beslist over de aanpassing hiervan


Hoe is het gesteld met de Europese democratie? vraag oefenen

Europees bestuur (de bestuurlijke kaart van de Europese Unie boek H8, H10, H11 en H14)
Les 2) Europees beleid en democratie

Europese beleidsterreinen = gebieden waarop de Europese Unie actief beleid ontwikkelt en regels opstelt.
Geheel Europees Richting Europese samenwerking Nauwelijks Europees
- Migratie
- Interne markt
- Milieu
- Landbouw
- Voedselveiligheid - Defensie
- Politie en justitie - Onderwijs
- Sociale zekerheid
- Gezondheid en sport


Redenen om beleid Europees op te pakken =

- Wanneer nationale maatregelen niet voldoende zijn om een probleem effectief aan te pakken.
- Wanneer cordinatie tussen landen noodzakelijk is.
- Wanneer gezamenlijke voordelen en invloed belangrijk zijn.
Redenen om beleid NIET Europees op te pakken =

- Lokale kennis en maatwerk belangrijk zijn.
- Nationale soevereiniteit zwaar weegt.
- De Europese cordinatie meer kosten en complexiteit dan voordeel oplevert.

Europees milieubeleid
- In 1973 nam de Raad het eerste milieuactieprogramma aan, opgesteld door de commissie.
- Reden vrees voor handelsbelemmeringen wanneer bepaalde lidstaten strengere eisen zouden stellen.
- Inmiddels is de gewone wetgevingsprocedure van toepassing op het gros van de besluiten.
- De Europese Unie regelt onder andere normen voor luchtkwaliteit en natuurbeheer, wilt vervuiling in rivieren terugdringen en onderhandelt over mondiale verdragen.
- Discussie: effectief milieubeleid valt of staat met handhaving. De Europese Unie kan besluiten tot straffen.

Legitimiteit
- In een (vertegenwoordigende) democratie geven burgers macht uit handen aan een politieke elite.
- Legitimiteit betekent dat de handelingen van deze machthebbers worden geaccepteerd door degenen over wie macht wordt uitgeoefend.
- Bij de Europese Unie worden enkele problemen geconstateerd op het gebied van legitimiteit.
Legitimiteitsproblemen
- Geen daadwerkelijk Europese verkiezingen: je kunt alleen stemmen op een kandidaat van een nationale partij.
- Uitslag van verkiezingen heeft weinig invloed op de vraag wie het vervolgens voor het zeggen krijgen (uitzondering politieke kleur commissievoorzitter).
- Complexe en voor velen ondoorzichtige Europese besluitvorming.


Democratisch tekort
- Debat over legitimiteit is gekoppeld aan het debat over het zogenoemde democratisch tekort. Ook dit kent een aantal aspecten.
Europees niveau
- heeft het EP minder rechten dan de meeste nationale parlementen.
- kan het EP alleen de Commissie in zijn geheel ontslaan.
Nationaal niveau
- Vanuit nationale parlementen geringe controle op wat hun ministers besluiten in Brussel. (vergadering achter gesloten deuren).

- democratisch tekort (Cuyvers 2020) de auteur van het artikel definieert democratie als volgt:
de invloed die je hebt als burger om beleidsbepalers te kiezen, maal (x) ..
de invloed die deze beleidsbepalers hebben op het uiteindelijke beleid en de effecten daarvan.

- Wanneer verantwoordelijkheden overgaan van het nationale naar het supranationale niveau betekent het dat een verlies van invloed van burgers en dus een democratisch tekort op het eerste gedeelte van de democratische formule.
- Het tweede gedeelte zijn volksvertegenwoordigers juist beter in staat om invloed te hebben op het beleid en daadwerkelijk verandering aan te brengen omdat je als individueel land in deze globaliserende wereld veel minder invloed hebt.
- Cuyvers stelt dus dat wanneer met het democratisch tekort wilt verbeteren men zich vooral op de invloed van inwoners en volksvertegenwoordigers moet richten.
(door de rol van nationale parlementen binnen de EU groter te maken en verschillende levels van lidmaatschap aan te bieden).






Europees bestuur (Praktisch Europees Recht, vierde druk paragraaf 3.1 t/m 3/5 beschikbaar via Brightspace en kennisclips)
Les 3) Rechtsbronnen en doorwerking

Rechtsbronnen = oorsprongen of basis van het recht. De plaatsen waar wetten, regels of normen vandaan komen die juridisch bindend zijn.
Acquis communautaire
Er is een normen hirarchie (een volgorde van rechtsbronnen, sommige rechtsbronnen zijn dus belangrijker en sommige minder belangrijk)
De rechtsbronnen in Europa (van hoog naar laag, belangrijkste bovenaan) =
- Alles moet in lijn staan met wat er boven zich staat (de verordeningen moeten in lijn zijn met de grondrechten).
1. VEU, VwEU & het Handvest van de grondrechten. (kunnen alleen gewijzigd worden door oprichters, lidstaten). Primaire Europees recht

(Geeft recht om secundaire EU recht te maken)
2. Richtlijnen, verordeningen en besluiten gemaakt door EU-instellingen. Secundair Europees recht

(regelgeving opgesteld door een EU-instelling)
3. Jurisprudentie HvJ-EU. Secundair Europees recht

4. Nationaal recht. Secundair Europees recht


Secundair EU-recht = de uitvoeringsregels die op basis van primair-recht worden vastgesteld door EU-instellingen.
Primair EU-recht = de grondslag van het Europees-recht. De basisregels van de Europese Unie. Dit bestaat uit verdragen en sommige fundamentele besluiten.

Doorwerking van de EU-recht = Eu instellingen regelgeving maken wilt niet zeggen dat wij er gelijk iets van merken als lidstaten. De werking van EU recht in lidstaten is verschillend, afhankelijk van verordeningen, richtlijn, besluit.
- Rechtstreekse werking/directe werking.






Werking? Waarom? Horizontaal of verticaal?
Verdragen Rechtstreekse werking is afhankelijk van strekking artikel. - Bepalingen uit EU-verdragen kunnen rechtstreekse werking hebben als ze voldoende duidelijk, onvoorwaardelijk en nauwkeurig zijn.

- niet elk verdragsartikel werkt rechtstreeks, het hangt af van de inhoud. - Kunnen zowel verticaal als horizontaal werken.
- Je kan ze inzetten tegen de overheid, maar ook tegen een burger.

Verordeningen Rechtstreekse werking. - Altijd rechtstreekse werking. Verordeningen zijn algemeen verbindend en rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten.

- Burgers en bedrijven kunnen er direct een beroep op doen. - Zowel verticale als horizontale werking.
- Je kunt het inzetten tegen de overheid, maar ook burger.

Richtlijnen Geen rechtstreekse werking, tenzij. - Moeten eerst door de lidstaat worden omgezet in nationale wetgeving (door eerste en tweede kamer).

- Normaal geen rechtstreekse werking, tenzij aan die voorwaarde is voldaan. - Alleen verticale werking. Burger beroepen tegen de overheid.
Besluiten Rechtstreekse werking voor adressanten. - Besluiten zijn bindend, maar alleen voor geadresseerden (bijv. lidstaat of een bedrijf).

- Voor die adressanten hebben besluiten rechtstreekse werking. - Kunnen verticale en horizontale werking.

Horizontale werking = wel gelijkwaardig (burger burger)
Verticale werking = niet gelijk waardig (overheid burger)






Europees bestuur (readers economische integratie en interne markt)
Les 4) interne markt

internationale handel
waarom drijven landen handel met elkaar?
- een land heeft te weinig grondstoffen
- een land bezig onvoldoende technische kennis op bepaalde goederen te produceren
- de ingevoerde goederen ontbreken op de binnenlandse markt
- de ingevoerde goederen zijn van betere kwaliteit
- de goederen worden in eigen land te duur geproduceerd, bijvoorbeeld wegens hoge loonkosten of gebrek aan scholing.

Comparatieve kostenverschillen = het verschil in de relatieve productiekosten van goederen tussen landen.
Comparatief voordeel:
Voorbeeld: Ghana en Nederland kunnen kiezen tussen het maken van spijkerbroeken of antennes. In 40 uur kan een arbeider in Ghana 20 broeken of 2 antennes maken, terwijl een arbeider in Nederland 40 broeken of antennes produceert. Nederland is in beide producten efficinter en heeft dus een absoluut voordeel.
Handel draait om comparatief voordeel: wie kan een product maken tegen de laagste relatieve kosten? In Ghana kost 1 broek 0,1 antenne (2/20), in Nederland 0,25 antenne (1/4).
Ghana is dus relatief beter in broeken. Voor antennes zijn de kosten omgekeerd. Ghana offert 10 broeken per antenne op Nederland slechts 4. Nederland is dus relatief beter in antennes.
Specialisatie is dan logisch: Ghana maakt broeken, Nederland antennes. Om te profiteren moet de ruilverhouding (terms of trade) liggen tussen de relatieve kosten van beide landen: tussen 4 en 10 broeken per antenne.
Stel dat ze afspreken 1 antenne = 8 broeken, dan kunnen beide landen na ruil, meer krijgen dan ze zelf zouden kunnen produceren.
De conclusie: ook als een land in alles beter is, is handel voordelig zolang de landen zich specialiseren in het product waarin ze een comparatief voordeel hebben en ruilen tegen een verhouding die tussen hun opportuniteitskosten ligt.

Stappenplan comparatief voordeel:
1. Lees de productiecijfers: hoeveel maakt elk land per 40 uur?
2. Bereken opportuniteitskosten: hoeveel van product A moet je opgeven om 1 van product B te maken?
3. Vergelijk: het land met de laagste kosten heeft het comparatief voordeel in dat product.
4. Specialisatie & handel: laat elk land het product maken waarin het comparatief voordeel heeft, en kies een ruilverhouding die tussen beide opportuniteitskosten ligt dan winnen beide landen.

Vrijhandel in de EU is economisch gunstig
- het leidt tot specialisatie en daardoor tot kostenbesparingen
- het zorgt voor nieuwe afzetmarkten (schaalvergroting)
- alle deelnemende landen profiteren
- biedt een grotere keuze voor consumenten, namelijk meer goederen voor een lagere prijs.
Landen die samenwerken en voor hun welvaart afhankelijk zijn van elkaar, gaan geen oorlog voeren.

- Protectionisme beschermt producenten, maar leidt tot hogere prijzen en tegenmaatregelen; alleen bij een infant industry wordt het als geldig gezien.

Maatregel direct de prijs van een product benvloeden dan spreken we van tarifaire maatregelen.
Twee voorbeelden hiervan: invoerheffingen + exportsubsidies.
Alle andere maatregelen zijn non-tarifair:
- invoerquotum, -contingent of importverbod
- kwaliteitseisen
- administratieve voorschriften (douane)
Handelsakkoorden zijn in de eerste plaats gericht op het verlagen van invoertarieven, maar uiteindelijk zouden alle belemmerende maatregelen moeten verdwijnen.

Economische integratie = landen gaan stap voor stap nauwer samenwerken op economisch gebied. Elke stap haalt meer handelsbarrires weg en vergroot samenwerking.
Stappen van integratie:
1. Geen integratie ieder land eigen invoertarieven.
2. Vrijhandelszone geen invoerrechten onderling, maar elk land eigen buitentarief.
3. Douane-unie geen invoerrechten onderling en gemeenschappelijke buitentarief.
4. Gemeenschappelijke markt vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal.
5. Economische unie gemeenschappelijk economisch beleid en vaak gezamenlijke munt.
6. Politieke unie gezamenlijke regering/beleid.
Elke stap = meer samenwerking en minder grenzen.


Europese economische integratie
1957 EEG
1968 Douane-unie
1979 Cassis de Dijon arrest
- principe van wederzijdse erkenning.
1986 Europese Akte:
- interne markt 1 jan. 1993
- vier vrijheden
1992 Verdrag van Maastricht
- EU
- Naar de Euro (2002)

Euro
Het hebben van een gemeenschappelijke munt heeft verschillende voordelen namelijk:
- geen transactiekosten
- een meer transparante markt
- geen koersrisico
Samenwerken betekent het inleveren van een stuk autonomie (geen eigen monetair beleid) en het verlies van een stuk culturele identiteit.

Vier vrijheden:
- vrij verkeer van goederen
- vrij verkeer van diensten
- vrij verkeer van kapitaal
- vrij verkeerd van personen (Schengen)
Lang niet alles geregeld: bijvoorbeeld een Nederlandse notaris kan niet zomaar een kantoor openen in Duitsland of een Nederlandse elektricien kan niet aan de slag in Frankrijk.












Europees bestuur (bestuurlijke kaart van de Europese Unie par. 6.1 en 6.2, kennisclips)
Les 5) rechtsbescherming

1. Verhouding nationaal recht en EU-recht?
- Eu-recht gaat voor nationaal recht (voorrangsbeginsel)
- Nationale rechters moeten EU-recht toepassen, ook als dit botst met nationale regels.
- EU-recht werkt direct: burgers kunnen zich er in nationale rechtszaken op beroepen (mits de bepaling voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk is).

2. Welke rechters mogen EU-recht toepassen?
- Alle nationale rechters (dus rechtbank, hof, Hoge Raad)
- Zij moeten EU-recht toepassen alsof het nationaal recht is.

3. Naar welke rechter moet je?
- Eerst naar de nationale rechter die past EU-recht toe.
- Als er twijfel is over uitleg van EU-recht nationale rechter kan (of moet) vragen stellen aan het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) via de prejudicile procedure.


Procedure bij het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU)
1. Prejudicile procedure
- nationale rechter stelt een vraag over uitleg of geldigheid van EU-recht.
- partijen; nationale rechter (stelt de vraag), HvJ-EU (geeft bindend antwoord).
- burgers/bedrijven kunnen dit dus alleen via nationale rechter aanhangig maken.

2. Inbreukprocedure
- Europese Commissie klaagt een lidstaat aan omdat die EU-recht niet goed naleeft.
- partijen; Europese Commissie <-> lidstaat.
- soms kan ook een andere lidstaat een klacht indienen tegen een lidstaat.

3. Nietigverklaringsberoep
- lidstaten, Raad, Commissie of Parlement vragen het HvJ-EU om een EU-besluit/regel ongeldig te verklaren.
- bedrijven of burgers mogen dit alleen doen als een besluit specifiek op hen gericht is.

4. Beroeps wegens nalaten (actio carentiae)
- HvJ-EU kan instellingen (bijv. Commissie, Raad, Parlement) dwingen in actie te komen als ze dat onterecht niet doen.

5. Schadevergoedingsactie
- burgers/bedrijven kunnen schadevergoeding eisen van de EU als een instelling fout maakt bij toepassing van EU-recht.

- nationale rechters passen EU-recht toe.
- Eu-recht gaat voor nationaal recht.
- Belangrijkste procedure; prejudicile vragen uitleg door HvJ-EU.
Europees bestuur
Les 6) Eu in de wereld

Geopolitiek
- de diplomatiek, politiek of militaire strijd om geografische ruimte, invloed en macht.
- deze strijd wordt gevormd door een steeds wisselende verdeling van economische, politieke en militaire macht over natiestaten en niet-statelijke actoren.
- in deze verdeling zijn een aantal trends aan te merken.
Voorbeelden:
1. Herschikking van de internationale orde: opkomst van China richting de grootste wereldeconomie.
2. Gaat gepaard met spanningen zoals VS, China, Rusland.
3. Heropleving van isolationisme en protectionisme.

EU als grootmacht
- Economische macht = EU is wereldspeler door export/import, maar vooral door regels en standaarden die wereldwijd impact hebben. (bijv.-> airbags in autos).
- Politieke samenwerking = beperkt; nauwelijks op terreinen als sociale zekerheid, zorg (uitzondering corona) en onderwijs (alleen standaarden).
- Militaire samenwerking = lidstaten hebben weinig slagkracht; alleen VK heeft nog een serieuze krijgsmacht. Samenwerking met VK neemt toe door Oekrane.

Handelsbeleid
- Doel bij oprichting (EEG, 1957) = economische voorspoed en vrede in Europa.
- Vormen =
Unilateraal; EU beslist alleen.
Bilateraal; handelsakkoorden met een partij (bijv.-> CETA).
Plurilateraal; met groep landen over specifiek thema.
multilateraal; binnen WTO, onderhandeld door de Europese Commissie.
- Besluitvorming = mandaat van Raad --> onderhandelingen --> ratificatie (unanimiteit vereist bij vrijhandelsakkoorden).

EU als market power
- Vanaf jaren80 actiever handelsbeleid, onder andere door behind-the-border obstakels en interne markt.

Ontwikkelingssamenwerking
- Instrumenten;
preferentile handelsrelaties.
directe financile en technische steun.
- Uitdagingen;
balans tussen aan ex-kolonin en meest hulpbehoevende landen.
kritiek op preferentile behandeling.
ontwikkelingsbeleid moet sporten met bredere externe betrekkingen.

Buitenlandbeleid Europese Unie
- Doelstellingen; EU als belangrijke speler presenteren (waarden waar zij zelf voor staan vergroten), stabiliteit in buurlanden vergroten, internationale vrede en veiligheid vergroten en terrorisme bestrijden.
- Instrumenten; verkiezingswaarnemingsmissies en economische en financile sancties.
- Partnerinstrument (PI) = steun voor belangenbehartiging. Maar ook militaire en civiele missies.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document