Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 1: Dorsaal
Naar de rug toe, aan de rugzijde gelegen
2: Ventraal
Naar de buik toe, aan de buikzijde gelegen
3: Mediaan
Vanaf de zijkant gerekend in het midden ('middenlijn')
4: Mediaal
Vanaf de zijkant gerekend naar het midden toe
5: Lateraal
Naar de zijkant toe, aan de zijkant gelegen
6: Craniaal
Aan/richting de kant van de schedel
7: Caudaal
Aan/ricting de kant van de staart
8: Rostraal
Aan/richting de voorzijde van de kop ('craniaal' wordt gebruikt wanneer over
het hele dier gesproken wordt; wanneer het al duidelijk is dat et om een
afwijking aan de kop gaat, kan ook 'rostraal' gebruikt worden om de voorzijde
aan de snuit aan te geven)
9: Oraal
Op de mond betrekking hebbend of aan de mondzijde gelegen
10: Nasaal
in of bij de neusstreek gelegen of daarop betrekking hebbend
11: Proximaal
Het dichtst bij het centrum van het lichaam (romp) gelegen
12: Distaal
Het verst bij het centrum van het lichaam gelegen; aan het uiteinde
13: thoracaal
M.b.t. de borstkas
14: Abdominaal
M.b.t. de buikholte
15: Cervicaal
M.b.t. de hals
16: Spinaal
M.b.t. de wervelkolom
17: Lumbaal
M.b.t. de lendenen
18: Systemisch
Van het hele lichaam
19: Constrictie
Vernauwing (door samenknijping)
20: Dilatatie
Verwijding
21: Contractie
Samentrekking (bv van een spier)
22: -itis
Ontsteking, bv. Hepatitis, endocarditis, uvetis.
23: Congenitaal
Aangeboren
24: -pathie
Ziekte of afwijking van, bv. enteropatie (aantasting van de dunne darm),
neuropathie (zenuwaandoening), cardio-myopathie (ziekte aan de hartspier)
25: anorexie
Niet meer eten
26: Adipsie
Niet meer drinken
27: Feline
M.b.t. de kat
28: Canine
M.b.t. de hond
29: Humaan
M.b.t. de mens
30: Hernia
Uitstulping van een orgaan of weefsel naar een plek waarbuiten het in eerste
instantie lag.
31: Trauma
Beschadiging, verwonding (kan zijn cemisch, mechanisch, psychologisch ...)
32: Corpus alienum (mv. corpora aliena)
Vreemd voorwerp
33: Immunodeficint
Te zwakke afweer; tekort aan functionele afweercellen
34: Auto-immuun
afweer tegen de lichaamseigen cellen gericht
35: anafylaxe
heftige systemische allergische reactie
36: intoxicatie
vergiftiging
37: atopie
allergie tegen ingeademde allergenen
38: deficintie
een tekort (bv. calciumdeficintie - tekort aan kalk)
39: Peracuut
zeer snel optredend (ziekteverschijnselen)
40: acuut
snel optredend (ziekteverschijnselen)
41: Chronisch
langdurig (ziekteverschijnselen)
42: Klinisch
zichtbare ziekteverschijnselen bij aanwezigheid van een ziekte of aandoening
43: hematoom
bloeduitstorting, bloedophoping
44: cyste
omkapselde holte, gevuld met vocht
45: sepsis
infectie van het bloed met toxineproducerende bacterin.
46: ulcus
zweer
47: ruptuur
scheur
48: nucleus
kern
49: stenose
vernauwing
50: occlusie
aansluiting van twee bewegende delen op elkaar (bv. occlusie van de kaak).
Betekend ook wel 'verstopping' (bv. arterile occlusie, verstopping van een
bloedvat)
51: obstructie
afsluiting, verstopping
52: ectopisch
weefsel dat zich op een andere plek bevindt dan gebruikelijk (bv. ectopische
ureter)
53: ablatio
loslating
54: malocclusie
verkeerde aansluiting van 2 bewegende delen op elkaar (bv. malocclusie
van de kaak)
55: Externa
buitenste
56: Interna
Binnenste
57: Mono
M.b.t. 1 object (bv. monoparese, verzwakking van 1 poot)
58: poly
M.b.t. meerdere objecten (bv. polyartritis, gewrichtontsteking van meerdere
gewrichten)
59: auscultatie
beluisteren
60: percussie
bekloppen
61: palpatie
betasten, aftasten, bevoelen
62: Insufficintie
tekortschieten, tekortkomen (bv. mitralisinsufficintie, het tekortschieten van
de linkerav-klep in het hart)
63: -tomie
openen (bv. laparotomie, het openen van de buik)
64: -scopie
bekijken (bv. endoscopie)
65: Maligne
Kwaadaardig
66: Beninge
goedaardig
67: extractie
iets weghalen of ergens uithalen (bv. extractie van een tand)
68: resorptie
eropname
69: arterie
slagader
70: vasculair
m.b.t. de bloedvaten
71: vene
ader
72: nervus
zenuw
73: musculus
spier
74: glandula
klier
75: hyper-/hypoplasie
groei of krimp van weefsel door groei of krimp van celaantal
76: Hyper-/hypotrofie
Groei of krimp van weefsel door groei of krimp van celgrootte
77: dysplasie
afwijkende vorming van weefsel
78: aplasie
afwezige vorming van weefsel
79: ischemie
gebrek aan bloedvoorziening van een weefsel
80: necrose
afsterven van weefsel
81: ductus
buis, kanaal
82: serosa
Lichaamsvlies, bekledend weefsel van de interne organen. Bestaat uit
endotheel.
83: mucosa
slijmvlies
84: neoplasie
nieuwvorming; kanker
85: -megalie
vergroting, bv. van een orgaan (splenomegalie - miltvergroting).
86: degeneratie
afbraak, achteruigang
87: oedeem
vochtophoping
88: purulent
met pus gepaard gaand
89: HemoMet bloed gepaard gaand (bv. hemoabdomen).
90: HydroMet waterig vocht gepaard gaand (bv. hydrothorax)
91: ChyloMet lymfe gepaard gaand (bv. chylothorax)
92: PyoMet pus gepaard gaand (bv. pyothorax)
93: PneumoMet lucht gepaard gaand (bv. pneumomediast, lucht in et mediastinum)
94: Liquomet vocht gepaard gaand (bv. liquothorax). het vocht kan bloed, pus, chylus
of waterig vocht zijn.
95: Fibrosering
verbindweefseling
96: prolaps
verzakking, uitzakking
97: tumor
zwelling
98: Cerebrum
grote hersenen
99: Cerebellum
kleine hersenen
100: Miose (miosis)
kleine pupillen
101: Mydriase (mydriasis)
verwijde pupillen
102: cornea
hoornvlies
103: uvea
druifvlies ('uvea' is echter de meest gebruikte term)
104: Retina
netvlies
105: visus
het zicht
106: orofarynx
gedeelte van de farynx (slokdarmhoofd) dat in de mondholte ligt.
107: Nasofarynx
Gedeelte van de farynx dat in de neusholte ligt
108: Brachycefaal
kortsnuitig
109: Metacefaal
'normale' snuit, gemiddelde lengte
110: Dolichocefaal
langsnuitig
111: sopor
sloom, met milde prikkels te wekken
112: stupor
zeer sloom, alleen met sterke prikkels te wekken
113: coma
niet wakker te maken
114: hydrocefalus
waterhoofd
115: infarct
Verhindering van bloedtoevoer naar een bepaald weefsel; weefsel erachter
sterft af (bv. hartinfarct, herseninfarct)
116: aura, ictus, post-ictaal
Stadia ven epileptiforme aanval
117: ataxie
'dronkenmansgang', afwijkende proprioceptie (het vermogen van het
lichaam om de positie, beweging en kracht van de spieren en gewrichten te
voelen en te beheersen)
118: Vestibulair
M.b.t. het evenwichtsorgaan
119: Scapula
Schouderblad
120: Humerus
Opperarmbeen
121: Radius
spaakbeen
122: ulna
ellepijp
123: Carpus
polsgewricht
124: Metacarpalia
middenandsbeenderen
125: digiti
vingers of tenen
126: acetabulum
heupkom
127: femur
dijbeen
128: tibia
scheenbeen
129: fibula
kuitbeen
130: tarsus
enkelgewricht
131: metatarsalia
middenvoetsbeentjes
132: patella
knieschijf
133: synovia
gewrichtsvloeistof
134: sternum
borstbeen
135: vertebrae
wervels
136: cervicaal
M.b.t. de hals
137: thoracaal
M.b.t. de thorax
138: lumbaal
M.b.t. de lendenen
139: sacraal
M.b.t. het bekken
140: Caudaal (als in 'vertebrae caudales')
M.b.t. de staart
141: atlas
eerste halswervel
142: axis
tweede halswervel
143: os (mv. ossa)
bot
144: ligamentum
bindweefselstreng, verbinding tussen twee elementen. Vaak aanwezig in
gewrichten
145: pelvis
bekken
146: extensor
strekker
147: flexor
buiger
148: costaal
M.b.t. de ribben
149: parese
verzwakking, verslapping
150: paralyse
verlamming
151: atrofie
vermindering van weefselmassa door krimp celgrootte; spieratrofie = afname
van spiermassa
152: fractuur
breuk
153: fissuur
kloof; breuklijn zonder verplaatsing van botdelen
154: epidermis
opperhuid, buitenste laag
155: dermis
lederhuid
156: subcutis
onderhuid, onderste huidlaag
157: dermatofytose
schimmelinfectie van de huid
158: pruritis
jeuk
159: alopecia
kaal
160: erytheem
roodheid
161: endocrien
klierproduct wordt naar het bloed afgevoerd (product=hormonen)
162: exocrien
klierproduct wordt via een buizensysteem afgevoerd, vaak naar 'buiten; (huid,
maag-darmkanaal)
163: cortex
schors
164: medulla
merg
165: erytrocyt
rode bloedcel
166: leukocyt
witte bloedcel
167: trombocyt
bloedplaatje
168: reticulocyt
jonge, onvolwassen rode bloedcel
169: trombus
stolsel
170: atrium
boezem
171: ventrikel
kamer
172: septum
scheidingswand
173: pericard
hartzakje
174: mediastinum
structuur in de borstholte, omgeven door losmazig bindweefsel, die slokdarm,
trachea, zenuwen, ductus thoracicus, thymus, lymfeknopen, hart en vaten
omvat. Buiten het mediastinum zijn de pleura en longen aanwezig.
175: Tachycardie, Bradycardie
snelle hartslag, trage hartslag
176: anemie
bloedarmoede; tekort aan functionele rode bloedcellen
177: hemorragische diathese
verhoogde bloedingsneiging
178: aritmie
ritmestoornis
179: cyanose
ernstig zuurstoftekort in de weefsels, zichtbaar door een blauwverkleuring van
de slijmvliezen
180: planum nasale
neusspiegel
181: epistaxis
bloedneus
182: conchae
neusschelpen
183: farynx
keelholte
184: larynx
strottenhoofd
185: epiglottis
strotklepje
186: trachea - bronchus, bronchioli - alveoli (ev. alveolus)
luchtpijp - grote en kleine luchtwegvertakkingen - functionele longeenheid
187: pleura
bedekkend vlies van de borstkas; longvlies (pleura viscelaris) en borstvlies
(pleura parietalis)
188: dyspneu
ademnood
189: apneu
afwezige ademhaling
190: stridor
bijgeluid bij de ademhaling
191: Oesophagus
slokdarm
192: maxilla
bovenkaak
193: mandibula
onderkaak
194: sphincter
circulaire (rondom) spierlaag die kan vernauwen en daardoor een orgaan
afsluit
195: palatum
gehemelte
196: - durum
hard
197: - molle
zacht
198: incisiva
snijtand
199: caninus
hoektand
200: premolares
'voor' kies
201: molares
('echte') kies
202: cardia
ingang van de maag. NB: betekent ook 'hart'
203: pyloris
uitgang van de maag
204: mesenterium
darmscheil; vlies dat de darmen omgeeft. onderdeel van het peritoneum
205: omentum
onderdeel van het peritoneum dat als een los net inde buikholte hangt en
diverse organen omgeeft
206: peritoneum
buikvlies
207: emesis
braken
208: nausea
misselijkheid
209: duodenum
twaalfvingerige darm; onderdeel van de dunne darm
210: jejunum
'nuchtere darm', onderdeel van de dunne darm
211: ileum
'kronkeldarm', onderdeel van de dunne darm. overgang naar de dikke darm
212: caecum
blindedarm, overgang naar dikke darm
213: colon
'karteldarm', onderdeel van de dikke darm
214: rectum
'endeldarm', onderdeel van de dikke darm
215: anus
kringspier, uitmonding van de endeldarm
216: defaecatie
het zich ontlasten
217: - feces
ontlasting
218: flatulentie
winderigheid
219: pancreas
alvleesklier
220: hepat(o)-
M.b.t. de lever (bv. hepatitis, leverontsteking)
221: bilair
M.b.t. de galwegen (bv. hepatobilair systeem, systeem van lever en
galwegen)
222: tenesmus
het overmatig persen op de ontlasting
223: volvulus/torsie
draaiing. (van een orgaan)
224: obstipatie
verstopping, verhinderde passage van darminhoud
225: dysbacteriose
afwijkende groei van de darmflora (bacterin inde darm)
226: icterus
geelzucht
227: lipidose
vervetting (bv. van de lever)
228: nefros
nier
229: renaal
M.b.t. de nier
230: ureter
urineleider
231: cystis
blaas
232: urethera
plasbuis
233: glomerulus
structuur van vaatkluwen, omgeven door het kapsel van bowman, waar
voorurine wordt geproduceerd
234: tubulus
buis
235: pyelum
bekken
236: nefron
functionele niereenheid (= glomerulus + tubuli)
237: polyurie
overmatig plassen (totale volume) (= geen pollakisurie = verhoogde
frequentie van urineren)
238: polydipsie
overmatig drinken
239: mictie
het plassen
240: -urie
M.b.t. de urine
241: strangurie
moeite met plassen, persen op het plassen
242: pollakisurie
verhoogde frequentie van urineren, vaker plassen
243: urolithiasis
aanwezigheid van stenen in blaas en/of urinewegen ('urolith' =
blaas/urinewegsteen)
244: dyssynergie
afwijkende afstemming tussen twee functionele delen (bv. blaasspier en
blaassfincter)
245: testis (testes)
bal
246: epidydimis
bijbal
247: scrotum
balzak
248: tunica
kapsel, onmanteling
249: preputium
voorhuid
250: ovaria
eierstok
251: uterus
baarmoeder
252: cervix
baarmoederhals
253: partus
bevalling
254: abortus
afbreken van dracht
255: dystocia
afwijkende en/of moeizame bevalling
256: neonaat
nieuwgeborene, pasgeborene
257: graviditeit
dracht
258: hypo- (thermie, -tensie, -xie)
te weinig/te lage (te lage temperatuur, te lage bloeddruk, te weinig zuurstof)
259: Hyper- (thermie, -tensie)
te veel/ te hoge (te hoge temperatuur, te hoge bloeddruk)
260: normo- (tensie, -thermie)
normaal, zoals het hoort (normale bloeddruk, normale temperatuur). binnen
referentie.
261: Tachy- (-cardie, -pneu)
hoog aantal (te hoge hartslag, te hoge ademhalingsfrequentie)
262: brady- (-cardie, -pneu)
laag aantal (laag hartslag, lage ademhalingsfrequentie)
263: Kanalisatie: VRIJ
zonder recept verkrijgbaar, in bv. dierenwinkels, dierenartspraktijken,
apotheek of vergunninghouders. eigenaar, dierverzorger, dierenassistent of
dierenarts mag het geven. (oorreinigers, voedingssuplementen).
264: Kanalisatie: URA
Uitsluiten op recept af te leveren. recept mag worden uitgeschreven worden
door een dierenarts en afgeleverd door een dierenarts zelf. de apotheek of
een vergunninghouder (bv. een webshop). toediening mag door eigenaar
zelf plaatsvinden, of door dierverzorger, dierenartsassistente of dierenarts.
(ontwormingsmiddelen, antiparasitica)
265: Kanalisatie: UDA
Uitsluitend door dierenarts af te leveren (op recept). dierenarts schrijft recept
uit. dierenarts en geregistreerde apotheken mogen de middelen afleveren.
Toediening mag door eigenaar zelf plaatsvinden, of door dierenverzorger,
dierenartsassistente of dierenarts. (pijnstillers, antibiotica voor
gezelschapsdieren)
266: kanalisatie:UDD
Uitsluitend door dierenarts toe te dienen. Dierenarts schrijft recept uit en moet
het middel zelf toe passen. (antibiotica voor de veehouderij, anesthetica). De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag