Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: Daan26 - 1 jaar geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: HOOFDSTUK 7 - PERSPECTIVES ON DEVELOPMENT
1. De methoden die bij het bestuderen van de ontwikkeling worden gebruikt, waaronder: -
longitudinale, transversale en sequentiele ontwerpen
Ontwikkelingspsychologie = veranderingen in iemands gedrag over het hele leven.
Ontwikkeling = de veranderingen die iemand meemaakt gedurende zijn/haar leven. Welke
veranderingen normaal zijn op welke leeftijd is gelijk aan de norm. Normen beschrijven de
ontwikkeling als een geheel.
- Longitudinaal onderzoek = een onderzoeksdesign waarbij een groep individuele
mensen wordt bestudeerd over een langere tijd. Positief punt: veel informatie; negatief
punt: kost veel tijd en is duur.
- Cross-sectional onderzoek = onderzoeksmethode waarbij verschillende
representatieve groepen worden gekozen op een bepaalde eigenschap (bijv. leeftijd).
Gedownload door: daandrensma | [email protected]
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
912 per jaar
extra verdienen?
Stuvia - Koop en Verkoop de Beste Samenvattingen
Deze groepen ga je dan vergelijken. Positief punt: kost weinig tijd; negatief punt: geen
causale verbanden (je kijkt alleen naar dat ene punt, niet andere oorzaken die
wellicht meespelen). Confounding variabelen = de variabelen die worden overzien
bij het plannen van het onderzoek en die alleen worden gedentificeerd nadat de data is
verzameld.
- Sequential design = een combinatie van de twee methode (verschillende groepen over
langere tijd).
Bij ontwikkeling zijn er drie belangrijke onderwerpen om de veranderingen te interpreteren:
- Incontinuiteit = is de ontwikkeling continu of gaat het in bepaalde fases?
- Nature vs. Nurture = wat is de rol van erfelijkheid/omgevingsfactoren bij de
ontwikkeling?
- Model = het domein-specifieke model (bestudeert een of enkele functies van de
ontwikkeling) of het domein-generale model (bestudeert meerdere of alle functies)?
2. Kwesties die centraal staan in de studie van ontwikkeling, waaronder: - continuiteit versus
discontinuiteit van ontwikkelingsprocessen; - algemeenheid versus specificiteit in
ontwikkelingsmodellen; - de rol van erfelijkheid en omgeving
Continuity = verandering in ontwikkeling verloopt via een continu proces in plaats van een
aantal aparte fases. Stages = ontwikkeling vindt plaats in verschillende fases met duidelijke
grenzen, elk gedrag in een ander stadium heeft andere onderliggende processen.
Is er een theorie die alle aspecten van ontwikkeling weergeeft of zijn er verschillende
theorien nodig voor verschillende aspecten van ontwikkeling?
- Domein-General Model = theorie die bestaat uit een aantal principes die meerdere
(eventueel alle) aspecten van gedrag verklaren.
- Domein-Specific Model = theorie die zich maar op een aspectie (functie) van gedrag
richt. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat andere aspecten van gedrag andere
onderliggen processen hebben en hiervoor hebben zij ook andere theoretische
verklaringen nodig.
3 principes voor alle concepten van de cognitieve ontwikkeling:
- Equilibration = er moest een balans zijn tussen onze omgeving en onze mentale
structuren die we gebruiken om onze omgeving weer te geven.
- Assimilation = nieuwe ervaringen in onze huidige cognitieve schemas passen.
- Accomodation = onze cognitieve schemas aanpassen door nieuwe informatie. Je past
dus je denkpatroon aan.
Bijv. een kind kent alleen een kat. Het ziet een tijger. Bij assimilatie zal het kind zeggen: dit
is ook een kat. Bij accommodatie zal het kind zeggen: oke er bestaan dus katten maar er
bestaan ook tijgers.
Animism = de neiging van kleine kinderen om menselijke eigenschappen aan objecten toe te
schrijven. Egocentrism = het idee van een klein kind dat zijn/haar beeld van de wereld de
enige mogelijkheid is.
Gedownload door: daandrensma | [email protected]
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
912 per jaar
extra verdienen?
Stuvia - Koop en Verkoop de Beste Samenvattingen
De nativist view = dat de ontwikkeling is gebaseerd op erfelijkheid. De empiricist view = dat
het gebaseerd is op omgevingsfactoren. Samenhang op verschillende manieren:
- Reaction range = het genotype uit zich in het fenotype en in hoeverre dit gebeurd
wordt bepaald door de omgeving. De reaction range van het genotype geeft de grens
aan van in hoeverre de omgeving invloed kan hebben op het fenotype.
- Epigenetic effects = bij de ontwikkeling wordt bepaald door de omgeving welke
genen tot uiting komen en welke niet. Er is geen sprake van een verandering of
mutatie, de genen zijn er wel maar niet alle komen tot uiting. De samenhang
(interactie) tussen erfelijkheid en de omgeving begint al vanaf de bevruchting. In
sommige gevallen lijkt het alsof de samenhang tussen erfelijkheid en omgeving erg
klein is.
- Maturation = verwijst naar een proces in de ontwikkeling waarbij het lijkt alsof de
omgeving geen invloed uitoefent, alsof het alleen door de genen komt, bijv. diepte
zien of lopen.
3. Basisbegrippen van persoonlijkheid
Binding (Mary Ainsworth) bij babys =
- Securely attached (babys die de verzorger als thuisbasis zagen en vanaf daar de
wereld gingen ontdekken).
- Ambivalenty attached (inconsequentie bij de reacties van de verzorger zorgt voor
bangige babys.
- Avoidantly attached ( babys die vaak boos zijn, geen aandacht krijgen en geen
comfort zoeken bij de verzorger).
Persoonlijkheid = de patronen in gedrag die in het karakter van iemand liggen. Deze
patronen zijn consistent bij bepaalde gebeurtenissen en over een bepaalde tijd.
Trait = karaktereigenschap van iemand, die consistent aanwezig is.
Implicit personality theory = cognitieve schemas over menselijk gedrag die wij gebruiken
om het gedrag van anderen te interpreteren. Deze schemas benvloeden onze sociale relaties.
Dit is consistent gedrag vergelijken tussen individuen. 3 belangrijke vragen:
- Incontinuteit = is de ontwikkeling continu of gaat het in bepaalde fases?
- Nature vs. Nurture = wat is de rol van erfelijkheid/omgevingsfactoren bij de
ontwikkeling?
- Model = het domein-specifieke model (bestudeert een of enkele functies van de
ontwikkeling) of het domein-generale model (bestudeert meerdere of alle functies)?
4. Hoe persoonlijkheidsontwikkeling wordt beschouwd door: - de biologische benadering; -
de behavioristische benadering; - de cognitieve benadering; - de psychodynamische
benadering; - de humanistische benadering
Biological approach benadrukt sterk de rol van erfelijkheid en psychosociale structuren in
het vormen van gedrag. De neiging om de focus te leggen op die aspecten van persoonlijkheid
die geassocieerd worden met temperament = biologische tendensen, zoals emotionaliteit, die
verondersteld worden dat ze bepaald zijn door erfelijkheid.
Gedownload door: daandrensma | [email protected]
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
912 per jaar
extra verdienen?
Stuvia - Koop en Verkoop de Beste Samenvattingen
- Natuurlijke invloeden zoals erfelijkheid voeren de boventoon.
Over de ontwikkeling is geen duidelijk beeld over (dis)continuteit, het verschilt soms.
Het domein specifieke model geeft de beste ontwikkeling van de mens weer.
Behaviorist approach al ons gedrag is gedetermineerd door ervaringen (history of
reinforcement), gebaseerd op principes van klassieke of operante ontwikkelingen. Ze zien
veranderingen in gedrag als een continu proces. Grootste probleem is de vraag hoe het komt
dat ons gedrag consistent is. Namelijk, alle principes van learning lijken te impliceren dat
verandering consistent is.
- Persoonlijke ontwikkeling komt door omgevingsfactoren (nurture).
- De ontwikkeling is een continu proces en gedrag is consistent.
- Het domein-generale model geeft het beste de ontwikkeling van de mens weer.
Cognitive approach waarom we geloven in het concept persoonlijkheid als een factor dat
de actuele gedragsconsistentie promoot. Sociale perceptie = een studie naar sociale aspecten
van perceptie. Cognitieve sociale leertheorie = theorie die beweert dat gedrag geleerd kan
worden door het observeren van mensen, en dat gedrag wordt bemiddeld door cognitief
schema.
- Ontwikkeling door omgevingsfactoren.
- De ontwikkeling is een continu proces.
- Een algemeen model geeft het beste de ontwikkeling van de mens weer (niet per
domein specifiek).
Psychodynamic approach al ons gedrag is gemotiveerd door aangeboren driften, wiens
manier van uitdrukken verandert in de loop van de ontwikkeling. Deze veranderingen in
expressie van de driften worden gedefinieerd in de seksueel ontwikkelingsfase. Fases van
ontwikkeling: oral, anal, phallic, latent en genital. Componenten van persoonlijkheid: id, ego
en superego, die dynamisch interacteren met het directe gedrag.
- Zowel erfelijkheid als omgeving zijn erg belangrijk (interactionisme).
- Discontinuteit kenmerkt de ontwikkeling van persoonlijkheid.
- Een algemeen model geeft het beste de ontwikkeling van de mens weer (niet per
domein).
Humanistic approach Rogers zegt dat al onze groei en ontwikkeling wordt gemotiveerd
door actualizing tendency, een biologisch gebaseerde drift om je potentie te bereiken. Echter
zijn primaire factoren die het proces van groei benvloeden cognitief en experimenteel. In
Rogers theorie van persoonlijkheid staat dat elk persoon op het punt komt dat ze hun eigen
self en ideal self moeten definiren.
- Erfelijkheid en omgeving zijn beide belangrijk (interactionisme).
- Continuteit kenmerkt de ontwikkeling van persoonlijkheid.
- Een algemeen model geeft het beste de ontwikkeling van de mens weer (niet per
domein).
5. Hoe de ontwikkeling van genderrollen wordt bekeken door elk van de vijf benaderingen
Gedownload door: daandrensma | [email protected]
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
912 per jaar
extra verdienen?
Stuvia - Koop en Verkoop de Beste Samenvattingen
Genderrollen = gedragspatronen die gepast zijn voor een bepaalde sekse. Dit is per cultuur
verschillend en hangt af van wat je wordt aangeleerd.
Biological approach De fysieke verschillende mbt gender komen door genen. De
uitkomst van de genetische patronen (XY en XX) hangen af van hormonen. Hierdoor
ontwikkelen de verschillende sekse eigenschappen. Het heeft te maken met de aanwezigheid
of afwezigheid van androgenen = mannelijke hormomen, met masculiene eigenschappen
(testosteron). Genderrollen komen dus door biologische/evolutionaire processen. Ook cultuur
en cognitieve processen benvloeden gedrag. Gender identity = het geloof van iemand dat hij
een man of vrouw is, hierdoor gedraagt hij/zij zich hiernaar.
Behaviorist approach Verschillen tussen individuen komen door geschiedenis in hun
reinforcement. Vanaf hun geboorte worden jongens en meisjes anders behandeld. Het gender
gedrag is aangeleerd en niet aangeboren. Verschil per cultuur en verschil per individu komt
hiermee overeen. Verklaringen waar genderrollen oorspronkelijk vandaan komen:
- Kleine biologische verschillen zijn in de loop van de tijd ontstaan door verschillen in
reinforcement. Het patroon is willekeurig, de een reageert anders dan de ander. De
eerste verklaring klopt, er zijn biologische verschillen. De tweede verklaring ligt
minder voor de hand, doordat het niet duidelijk is hoe willekeurige reinforcement zal
resulteren in verschillen per sekse.
Cognitive approach individuen hebben een mentaal schema wat hen zegt wat gepast
gedrag is voor hun sekse. Gender schema = cognitieve weergave die een individus kennis
van culturele normen voor mannelijk of vrouwelijk gedrag organiseert. Gedrag van anderen
zorgt voor voorbeeld die men wil imiteren, door sociale learning. Het laat niet zien waardoor
overeenkomsten tussen verschillende culturen in genderrollen komen (biologisch).
Psychodynamic approach het oedipal conflict speelt mee bij genderrollen. Dit omdat
bijv. de zoon als defence mechanism identificatie gebruikt. Hij gaat zijn vaders gedrag
gebruiken als model voor zijn eigen gedrag. Het proces van identificatie zorgt voor de
genderrol van de jongen. De afwezigheid van een ouders (met dezelfde sekse) zorgt voor
problemen met ontwikkeling van genderrollen. Het identificatie proces van Freud gaat vooral
om nervositeit en angst.
Humanistic approach genderrollen ontstaan door de conditional positive regard die een
kind ontvangt. Ouders en anderen hebben verwachtingen mbt genderrollen bij het
ontwikkelen van conditions of worth. Het individu zal gaan voldoen aan die verwachtingen
van gepast gedrag. Het draait hier dus eigenlijk om leren en om ervaring. . De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document