Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Zijn niet zo voorspelbare dingen. Dit ontwikkelingsgebied is zo uniek
voor elk kind. Wij zoeken hoe knn we hiermee omgaan.
- Socio-emotionele ontwikkeling > GEEN voorspelbare stappen
- WEL kan er aangegeven worden hoe opvoeders hun invloed het best
uitoefenen en met welke ontwikkelingsgegevens ze in diverse
leeftijdsfasen rekening moeten houden.
- Peuter- en kleuterperiode:
- Ontwikkeling van het zelfbeeld
- Emotionele ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling
Hoe ontwikkeld dat zelfbeeld: Ontwikkeling van het zelfbesef
Emotionele : ontwikkeling zelfbeeld: geboren zonder zelfbeeld.
Evolueren van zelfbesef zelfbewustzijn naar een zelfbeeld
De 3 tot 4-jarige kleuters in de klas van juf Ellen zijn zich
nauwelijks bewust van zichzelf. Ze maken geen onderscheid tussen ik
en de anderen en zijn nog niet in staat tot zelfbeschrijving.
A) Bekijk het Videofragment
B) Is de bovenstaande bewering over de klas van juf Ellen correct?.
Vb:
Ik zie mijn handje maar ik weet niet van wie dit is. Stilletjes aan
komt dit van dit is mijn handje. Bewustzijn van eigen bestaan. Handje
tegen mobielen gissen en missen. Dat maakt lawaai als ik daar tegenkom
en zo kom er bewustzijn. D
Ik kan daartegen en aanraken komt iets later. to
Ik kom tegen blokkentoren en valt en dat maakt lawaai . ik wil invloed
hebben daarop
Mijn lichaam kan dingen doen in de ruimte
Tegen 2 jaar : aah ik kan ook reactie uitlokken. Impact op omgeving.
Stilletjes besef ik kan ook nee zeggen.
Ik beslis: ja of nee
Maar nog geen zelfbeeld op die leeftijd
Einde kleuterperiode krijgt men zelfbeeld.
Ik ben ik ik heb dit en dit als uiterlijke kenmerken abstract begrip.
Broek, kleur..
Ik kijk positief of negatief naar mezelf afhankelijk van hoe de
buitenwereld naar mij kijkt. Actie en interactie van andere daardoor
pos of neg zelfbeeld. Einde kleuter en in lagere begint dit
Hoe kom ik over? Wat denkt die? Ik ben sportief, benvloed door
omgeving. Ik mag nooit aan woord komen, ik ben niet belangrijk, ..
--
- 12 maanden:
bewustzijn van je eigen bestaan
- 18-24 maanden:
Kind wordt zich bewust van zijn eigen lichamelijke verschijning
GEVOLG?
Koppigheidsfase: Ik ben twee en ik zeg nee!
Zelfbesef = zelfbeeld?
- 3-5 jaar:
voorbeeld?
- Vanaf 6 jaar:
voorbeeld?
Wat kinderen zeggen over hun zelfbeeld is 1 aspect; er is ook een
diepere kant
- Negatief zelfbeeld
- Positief zelfbeeld
- Gebrekkig zelfbeeld
Benvloedende factoren?
B/ Emotionele ontwikkeling
Hechtingstheorieen ( kijken of dit hier past in ppt!!!
[][]Hechtingstheorie Bowlby
- Na de oorog: Na WOII: weeshuizen van Europa vol Alarmerende
reacties: agressie, apathie,
Maternal Deprivation Theory
- Moederliefde even belangrijk voor psychologische ontwikkeling
als eiwitten/ vitaminen voor de fysiek ontwikkeling
Hechtig? Duurzame affectieve band tussen 2 personen
Jonge kind verzorger: mama thuis in die periode en geeft eten
Link tussen gehechtheid en voeding? Les 2: 24oktober
Gestimuleerd worden, liefde, niet enkel eten : zie kids in weeshuis
zijn apathisch
Ook papa en grootouders hechtingen figuren niet enkel mama (
tijdsgeest-context
een verbroken moeder-kindrelatie in de eerste drie jaar vaak leidt
tot emotioneel teruggetrokken gedrag van het kind hechtingstheorie
op basis van studies naar jeugddelinquenten en zijn werk op de
school voor kinderen met afwijkend gedrag. Zijn vooronderstelling
is dat kinderen genetisch 'geprogrammeerd' zijn om zorg te
verkrijgen in de periode van kinderlijke hulpeloosheid. Dit doen
zij door bijvoorbeeld te huilen of nabijheid van vaste verzorgers
te zoeken. Volgens Bowlby hebben kinderen die gehechtheidsgedrag
vertonen meer kans op overleving en dus op nakomelingen. In
tegenstelling tot de destijds gangbare psychoanalytische theorie
dat gehechtheidsgedrag is gericht op voeding, bevordert het de
nabijheid tot de verzorger.^([4]) Door die nabijheid voelt het kind
zich veilig en kan het zijn omgeving gaan exploreren. Bowlby
concludeerde dat een langdurig afwezige band tussen moeder en kind
in de eerste drie levensjaren leidt tot een onomkeerbaar negatief
effect op de geestelijke gezondheid van het kind.^([2])Na kritiek
van andere:
^(Zijn hoofdconclusie blijft wel staan. Bowlby erkende ov
erigens dat ook andere opvoeders konden voorzien in een "moederlijke"
zorg,[7] hetgeen later werd bevestigd door andere onderzoekers. [5])
geleerd dat het verstandig is om huilende baby's niet te laten
huilen, maar te troosten. Door te huilen laten ze immers merken dat
ze behoefte hebben aan de nabijheid van hun verzorgers. In
de kinderopvang is de affectieve relatie tussen leidster en kind een
essentieel aandachtspunt geworden. Ook verklaart de theorie
dat ondervoede of mishandelde kinderen toch loyaal aan hun ouders
blijven. Ze zijn namelijk wel aan hen gehecht, hoewel in het geval
van mishandelde kinderen meestal niet veilig gehecht.^([2][5])
In het kader van zijn hechtingstheorie definieerde Bowlby ook de
term environment of evolutionary adaptedness, de omgevingsfactoren
waarin een bepaald gedrag evolutionair gezien tot stand is gekomen
door middel van adaptaties onder druk van de natuurlijke selectie.
Durven we relaties aangaan, durven we vertrouwen, zijn er
hechtingskwetsuren. WO
: film bulgarije
Nature nurture
Persoonlijk
Temperament gehechting( belang van sensitief, gevoelig voor wat zr
gebeurt)
Biologisch: Konrad Lorenz :
Hechtingstheorie bij eenden volgens Konrad Lorenz (1903-1989)
[Afbeelding met persoon, schoeisel, kleding, buitenshuis Automatisch
gegenereerde beschrijving] []
- Ethologische achtergrond jonge eendjes volgen de moedereend, piepen
en bek opensperren van jonge vogels,
> evolutionair bepaald
> duidelijke overlevingsfunctie.
Is de reactie van de verzorger ook genetisch bepaald? Ja: want
zorggedrag is instinctief! Overleving van de soort
Biologisch bekeken
Aanvankelijk
Een baby wordt, net zoals een dier, geboren met een aantal eigenschappen
die ervoor zorgen dat ouder(s) dichtbij blijven en het kind beschermen.
Cf poppenwinkel
Later
> affectieve band op basis van toenemende emotionele en cognitieve
vaardigheden van het kind op basis van een warme, gevoelige verzorging
hechtingsrelatie met eenden. Van kleins af aans krijg ik eten en
volgen ze. Vanuit een afhankelijkheid, voortbestaan dus biologisch.
Overleving.
Wij moeten zorgen voor de kleintjes anders kunnen ze niet
voortbestaan: begeleider
[Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, nummer Automatisch
gegenereerde beschrijving]
4-5j : fundamentele periode voor bouwstenen.
4m: niet zoveel gehechtheid wel afhankelijkheid. Herken geur ,stem;
geen voorkeuren
Voor 7m: positiever ,contenter begin hechting. Maar nog niet zo groot
protest maar wel voorkeuren
Vanaf 7maand : scheidingsangst, vreemdenangst: eenkennigheid ( vast
aan 1 persoon)
Ze denken die zijn weg en komen niet meer
Fase tot 4: stilletjes aan ze tot besef komen wel terug.
5-6jaar: meer verkennen, lopen op verkenning, maar enkel als je
vertrouwen hebt
Zie van slide hetzelfde in kader:
Gehechtheidsstadia
1/fase voor hechting
Herkennen geur en stem moeder, maar laten zich door elke volwassene
verzorgen
2/ Beginnende hechting
Positievere reactie op bekende verzorger
Nog geen protest bij onbekende verzorger
scheidingsangst_separation.mov
vreemdenangst_strangeranxi.mov
3/ scherp omlijnde hechting
Welk cognitief principe ligt aan de basis voor scheidingsangst?
Begin scheidingsangst en vroege objectpermanentie gaan hand in
hand: ouders blijven bestaan ook als ik ze niet meer zie!
4-5/ Stilaan wederkerige relatie
Stilaan inzicht in aan/afwezigheid verzorgers
[]Aapjes van harlow
mama aapten v mama met harnas en andere groep maar warmer aangekleed
2aapjes bij elkaar en angstsituatie uitgelokt. Babyaap kregen schrik,
collusie beide naar warle aapmama. Hechting is meer dan eten krijgen
op gemak voelen, veilig voelen
Hechting aapjes
Aangename fysiek contact > voedsel
Hier nazien bij wie dit is: eenden of vorige
Sociale ontwikkeling:
Leren door te imiteren. Hoe je als leerkracht gaan ze kijken hoe doe je
met ene kind en met andere. Als je rechtstaat, staan ze ook recht.
Ook tot te socialiseren. We eten samen, afspraken in de kring , waarde
en normen leven in groep , socio vaardigheden onbewust leren
Modeling: leerkracht is model maar ook leerling. Knn we rustig blijven
enzo
Mary Ainsworth: types van hechting: met experimenten Hechtingspatronen
- De vreemde situatie, 1978)
- Onderzoek bij 1-jarigen (hechtingspatroon invloed op
functioneren latere leeftijd)
- Aard van de gehechtheidsrelatie (kind opvoeder)
- Oorzaken en gevolgen van kwaliteit van de gehechtheid
- Hechtingspatroon is voorspeller voor sociaal en emotioneel
functioneren op latere leeftijd.
Kids1jaar: hoe relatie met opvoeder: wat is oorzaak en gevolg. Ze zag
dat niet elk kind op zelfde manier omging met moeder. Is een
voorspeller hoe je later gaat reageren in een relatie.
Vreemde situatie procedure:
1. Moeder en kind in vreemde omgeving
2. Onbekende (vreemde) komt ruimte binnen
3. Moeder verlaat ruimte, kind blijft achter met vreemde
4. Moeder komt weer binnen
5. Moeder verlaat vertrek, samen met vreemde. Kind blijft achter
6. Vreemde komt alleen binnen, moeder is afwezig
7. Moeder komt terug
er wordt veel gekeken op nr 4 en 7: als mama terug komt
Soms heel aanhankelijk, andere bleven verder spelen.
3soorten hechtingsstijl: p38 invullen in vakjes
1 exploreren. Als je er bent ga ik terug spelen. Veilige thuisbasis en
ik kan terug gaan spelen want ik kan op ontdekking. Deze kinderen knn
leren en tot ontwikkeling komen. Tot spel komen
2 a) angstig vermijdend: weinig reactie als ouder er is of niet.
Vermoede dat er ik moet mijn plan trekken. Weinig tijd om met elkaar
bezig te zijn. Hier moeilijker om tot spel komen
b) ambivalent: ik zie je terug en ga nooit meer weg. Ouder mag niet weg
Hier moeilijker om tot spel komen
3)gedesorinteerde: willen knuffel maar ook wegkijken. Tweestrijd is
aanwezig
- Veilige gehechtheid (B)
Exploratie en gehechtheidsgedrag is in evenwicht
Verzorger als veilige thuisbasis gaan op verkenning
60-70% van de kinderen
- Onveilige gehechtheid
- angstig-vermijdend gehecht (A)
weinig reactie als ouder er is of niet is
Reactie op een vreemde is ongeveer dezelfde als op
ouders
20% van de kinderen
- angstig-ambivalent gehecht (C)
klampen zich vast aan ouder, gaan niet uit op verkenning
10-15% van de kinderen
- Gedesorganiseerde en gedesorinteerde kinderen
- Ergste vorming van onveilige hechting!
Bij hereniging verward en tegengestelde gedragingen: bij
knuffelen kijken ze weg en nemen geen initiatief om met de ouder
mee te gaan
Vlak affect en glazige blik
5-10 procent van de kinderen
Hoe veilige hechting tot stand brengen als leerkracht?
Wel sensitief zijn proberen inspelen op noden van alle kids, duidelijk
kader aanbieden, maar er moeten routines zijn, structuur, consequent
zijn zorgt voor veiligheid.
Je moet het observeren, hangerig, komt niet tot spel
Ligt het aan het gedrag van het kind, reactie van de opvoeder of zijn
beiden even belangrijk?
afhankelijk van de manier waarop opvoeders reageren op de sociale
toenaderingspatronen van hun baby.
- Signalen snel en positief oppikken (SENSITIVITEIT)
Voorspelbaar zijn in gedrag (CONSEQUENT GEDRAG!)
Teder en bezorgd omgaan met het kind
Opgelet: te veel reageren is even nefast als te weinig!
Identiteitsontwikkeling: volgens Erikson ( 1902-1994)
Fase 1 (0-1j)
In de eerste levensfase van de baby is hij nog heel sterk afhankelijk
van zijn directe omgeving. Het is in deze fase belangrijk dat de baby
een gevoel van vertrouwen in zijn directe omgeving kan verwerven.
Vanuit het conflict tussen vertrouwen en wantrouwen ontwikkelt de
baby de vitale deugd hoop. Een negatieve uitkomst zal de realisering
van de taak in de volgende fase bemoeilijken. De
identiteitsontwikkeling zal ook belast worden daar de vitale deugd
hoop weinig of niet ontwikkeld werd. (dit geldt voor elke fase
uiteraard)
Fase 2 (1-3j)
In deze fase wilt de peuter autonomie verwerven. Hij beseft dat hij
een individu is en hij wilt zichzelf en zijn omgeving ontdekken,
exploreren. De crisis hier bestaat uit een botsing tussen de wil van
de peuter en de wil van de ouders. De peuter wil doen wat hij wilt
maar hij moet ook leren luisteren naar de wil en eisen van zijn
ouders. De peuter heeft op dit moment nood aan steun en begrenzing.
Indien de ouders dwangmatig en afkeurend te werk gaan met de peuter,
dan zal deze peuter gevoelens van schaamte en twijfel ontwikkelen.
Indien de peuter het conflict positief kan oplossen zal hij
wilskracht ontwikkelen. Hij heeft met andere woorden de moed en de
wil ontwikkeld om een individu te zijn.
Fase 3 (3-5j)
De peuter is nu een kleuter geworden. De kleuter is zeer actief,
nieuwsgierig en leergierig. Hij verkent zijn nieuwe mogelijkheden
(denk aan taal o.a.) in de steeds groter wordende wereld rondom hem
(=complexere omgeving). De kleuter moet in deze fase leren omgaan
met/verwerven van initiatief. De kleuter kan negatieve gevoelens van
schuld ontwikkelen als er vanuit de omgeving veel negatieve en
onduidelijke reacties komen op de initiatiefname van de kleuter. De
kleuter voelt zich schuldig omdat hij blijkbaar niet kan voldoen aan
de normen en wensen van zijn omgeving. De omgeving dient de kleuter
duidelijke grenzen te geven maar het dient de kleuter ook
experimenteerruimte te bieden. De kleuter moet ruimte krijgen om te
leren wat hij kan, om zichzelf te leren beheersen en zijn omgeving
doelgericht te benaderen. In deze fase zal de kleuter bij een
positieve uitkomst na het conflict de deugd doelgerichtheid
ontwikkelen.
Fase 4 (6-12j)
De kleuter is nu een lager schoolkind geworden. Het kind is heel
leergierig. Het kind wilt vanalles leren: zowel kennis als
vaardigheden. Het wilt constructiviteit of handvaardigheid verwerven.
Het kind prestaties kunnen leveren, opdrachten tot een goed einde
brengen, samen werken, zich meten met leeftijdsgenoten, enz. Als
omgeving dien je hiervoor de nodige ruimte te bieden. Het kind kan
echter gevoelens van minderwaardigheid verwerven als de ondernomen
acties niet goed of zelfs niet lukken. In deze fase vindt er dus een
conflict plaats tussen gevoelens van constructiviteit en
minderwaardigheid. Een positief resultaat zal leiden tot de
ontwikkeling van de deugd bekwaamheid. Het kind zal dan grote/sterke
self-efficacy hebben (geloof/vertrouwen in eigen kunnen).
[Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, nummer Automatisch
gegenereerde beschrijving]
Hij giet dit in 8fasen: we spreken enkel over fase3 en snel over fase 4
3) mag ik initiatief nemen versus moet ik volgen wat ze doen maar
eigenlijk wil ik experimenteren en initiatief nemen. Krijg ik deze
toestemming of niet. Mag ik vuil worden, andere manier van opgroeien van
identiteit. Krijg ik autonomie of niet
4) positief of negatief zelfbeeld; vertrouwen in uw mogelijkheden
5) wie ben ik , ga ik roken, wat doe ik om ergens bij te horen, ik wil
niet onderdoen maar wil ik dit wel
6) langere relatie aangaan: werken, dingen voor mezelf
7) als ik iets wil veranderen moet ik het nu doen. Andere job, ..
8) ik kijk naar men leven, ben ik tevreden met wat ik had in mijn leven,
moeilijk met oud te worden
Iedere fase heeft een uitdaging
Speciale situaties
- Adoptiekinderen
Emotioneel beschadigde kinderen
Reactieve hechtingsstoornis:
reacties zijn grillig en onderling sterk verschillend; varirend van
argwanend, terughoudend en afwijzend tot uiterst vrij en ongeremd
Sociale ontwikkeling
- De mens is in essentie een sociaal wezen.
Hoe merk je dat?
- Imitatiegedrag
Socialisatieproces
Modeling
Sociale ontwikkeling
- Basis sociaal functioneren: inleefvermogen in de gedachten en
gevoelens van iemand anders
Piaget: cognitief egocentrisme belemmert ontwikkeling empathie
Uit onderzoek: niet waar
Empathie ontwikkelen is verbonden aan ontwikkelen van theory of mind
-----------------------------------------------------------------------
De basis voor het sociaal functioneren is het inleefvermogen in de
gedachten en gevoelens van iemand anders.
-----------------------------------------------------------------------
Volgens Piaget zou het cognitief egocentrisme (verstoppertje spelen, ik
kan mij niet in jouw gezichtsveld verplaatsen) de ontwikkeling van
empathie (ik kan mij in jouw gevoelens en gedachten verplaatsen)
belemmeren. Uit onderzoek blijkt echter dat dit niet waar is.
Empathie ontwikkelen is verbonden aan het ontwikkelen van een theory of
mind: hebben jullie hier al van gehoord? Wie kan dit in zijn eigen
woorden nog eens uitleggen? (vraag aan studenten)
-----------------------------------------------------------------------
Theorie of mind: tong theorie John Flavell (1928)
[Afbeelding met persoon, rimpel, Bejaarde, Menselijk gezicht Automatisch
gegenereerde beschrijving]
WAT? Sociaal functioneren drijft op het vermogen om ons in te leven
in de gedachten en gevoelens van anderen
kennis en opvattingen over de mentale wereld
stelt je in staat om verklaringen te geven voor gedrag of denkwijze
van anderen
Door deze Theory of
mind kunnen kinderen
verklaringen geven voor het
gedrag en werkwijze van
anderen.
- 18-24 maanden:
- Kinderen beginnen te beseffen dat mensen kunnen denken; dat hun
gedragingen bedoelingen en betekenissen hebben
Kinderen maken nog regelmatig vergissingen
Groeiend empathisch vermogen
Vanaf 2 jaar:
- Kinderen beseffen dat anderen ook emoties hebben; kunnen erop
reageren; troosten;
Vanaf 3 jaar:
- Onderscheid tussen wat fysiek aanwezig is en wat we kunnen
bedenken
Iemand voor de gek houden; fantasiespel;
Veranderende aard van vriendschappen (voordien eerder toevallig;
nadien opzoeken van anderen waarmee het leuk spelen is; )
Rol leerkracht bij sociale (en emotionele) ontwikkeling
- Modeling:
voorleven van gedrag, normen en waarden
- Helpen ontwikkelen van Theory of Mind:
Door bijvoorbeeld bemiddelen in conflicten en verwoorden van gevoelens
van beide partijen
Te moeilijk voor 3jarige. Zich voorstellen dat de andere nog niet weet
Vanaf 4jaar. Komt dat stilletjes op gang. Hoe denk je dat het is als je
iets afneemt?
De positie van de andere. Dat perspectief knn ze nog niet innemen.
Leerkracht: moddelen het goede voorbeeld tonen, tijd voor maken als er
conflicten zijn. Handvaten geven vb bij elkaar slaan..
25/10
Vriendschap: soc emotionele ontw Pg24: belangrijk Pg25: ook voor examen
[Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, ontwerp Automatisch
gegenereerde beschrijving]
- Gevoelswezens: hevig, driftig, hele lichaam > zeer intens
Basigevoelens: blij, bang, boos, verdriet
Zelfbesef > zelfbeeld
Hechtingsgedrag neemt af > langer zonder gehechtheidsfiguur
Intern werkmodel (cf hechting Bowlby) > invloed op hoe nieuwe
gehechtsheidsrelaties worden aangegaan.
Fantastie vs realiteit
Rol van de opvoeder
Geduld
Signalen snel en positief oppikken (SENSITIVITEIT)
Voorspelbaar zijn in gedrag (CONSEQUENT GEDRAG!)
Teder en bezorgd omgaan met het kind
Modeling
Socialisering
In gesprek gaan
Begeleiden bij Theory of mind
Bewust zijn van je gedrag > imitatie
Evolutie in vriendschappen
Tot 3jaar: met wie ze veel spelen. Wat ze samen graag doen, vb blokken
spelen, je hebt een plezier en de dag erna kan dit helemaal anders zijn
3-5jaar: Goed en slecht. Inleven in andere. Hoe gedraag je u bij andere.
Moet je schuldig voelen, hoe gedraag je je in situaties. Niet wit/zwart
dus nadenken maar te moeilijk voor kleuters. Eigen belang aan de kant
zetten en rekening houden met andere. Materiaal delen.
Morele ontwikkeling
- Wat?
Innerlijk eigen maken van sociale normen
Leren naar de normen te gedragen
Ervaren van schuldgevoel
Begrijpen hoe je een ander kan helpen
Eigenbelang opzij zetten voor ander
Leren redeneren over morele problemen
Morele ontwikkeling
Kohlberg: morele dilemma van Kohlberg ( stelen apotheek)
- Moreel redeneren en oordelen verschillend tussen kinderen en
volwassenen
Theorie geformuleerd op basis van Piaget
Moreel redeneren beschrijven adhv morele
- 3 niveaus met telkens 2 stadia:
- Redeneren op preconventioneel niveau
Redeneren op conventioneel niveau
Redeneren op postconventioneel niveau
Elk stadium vraagt cognitieve vooruitgang
Stadium overslaan kan niet
Stadium niet bereiken kan wel
1.1 kenmerken van kleuters Pg 21-32
2. Ontwikkeling van jonge kinderen
2.3.3. persoonlijkheidsontwikkeling Pg 68- 77
SPELONTWIKKELINGEN
Voorvechter spel: Vygotsky: kleuter is de leidende activiteit (
betekenis -ontwikkelingskansen bieden( leren verliezen, lopen, bewegen,
samen spelen, groeien voor en kind
Ze leren al doende
, leren door te spelen, creren v zone v naaste ( is zo in spel
betrokken en net tikkeltje uitdagend maken en triggeren om een stapje
verder te gaan)
Wat is spel? Plezier, iets doen, iets leert, moeilijk te definiren
Alles wat vast is, waarvan het verloop voorspelbaar is, is een
activiteit en geen spel
Memorie is activiteit geen spel. Kapla is spel
KENMERKEN VOLGENS:
[]Kohnstamm 4 kenmerken:
Bezig zijn is al een doel op zich
Spelen is Actieve bezigheid
Plezier hebben
Kind is Vrijwillig bezig
Frea Janssen-Vos (7 kenmerken)
- Vrijwillige karakter
- Vrijheid van handelen
- Plezier
- Doelloosheid vs doelvrijheid
- Kinderen geven zelf betekenis aan materialen
- Kinderen maken eigen regels
- Spel is een open, flexibele act, met nadruk op het proces
Doelloos: zonder doel
Doelvrijheid: doelen aan koppelen maar je mag je eigen vormgeven aan die
doelen, eigen invulling
is spel bedreigd op school? Weinig middelen, tekort leerkracht, koala
test, minimum doelen, weinig tijd spel
dus kinderen minder ruimte om hun eigen ding te doen
Invloed soc culturele omgeving op geneigdheid v jonge kind op spelen?
Ouders zeggen, maak je kleren niet vuil; dan is omgeving dieren zet om
te spelen. Kind komt tuis met schone stoomboot, verfrommelt papier
thuis: direct in papiermand door ouders. Het moet altijd mooi zijn voor
de volwassenen
[Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype Automatisch gegenereerde
beschrijving]
voor examen vb voor
Hier d vb voor examen
spel onder het rode laken een dier juf gemotiveerd om hersenen te
triggeren, wat mag en niet goed en kwaad
emotionele ; mild zijn met straffen door enkel uitleg en terug een kans,
ze leren eruit; ordening is wit en zwart , goed en slecht op die
leeftijd, ik mag het tegen niemand zeggen, alleen aan twee ,
geheimzeggen, hond komt , durven aaien en naast de juf moed zoeken door
hand op haar been te zetten,
sociale: oefenen om te liegen over ik niet gedaan, moreel dilemma wie de
pop naar huis; onderhandelen en discussiren, hoe gaan we dat oplossen
zonder verdriet, ik mag het tegen niemand zeggen, alleen aan twee ,
geheimzeggen, hond komt ,
Situatie humor; eerst verbaasd en dan grappig en spelen met water
Intellectuele ontwikkeling uit het filmpje: niet kijken mar wel voelen,
regels mogen gebogen worden
waarde
oefenen analfabetisme emotioneel: je weet niet goed met situatie omgaan,
hoe moet ik mij gedragen met de olifant snoepjes eten is dat waar of
niet , fopje pop naar huis hoe goesting doordr, hoe moet ik nu wenen of
via reden komen tot oplossing.
Waarde v sociaal vlak; wie ben ik in de groep olifant onder dekken,
zeggen dat we gepiept hebben bescherm ik de groep. Ook spelen en in de
toren elkaar overmeesteren
Intellectuelen ontwikken
- Vb: 3j: aandacht op voorwerp
handelen
> 5j: sociale situatie, inleven in rollen
volgens Vygotsky: rollenspel
- Kinderen creren een denkbeeldige situatie
- In die situatie nemen ze rollen aan en handelen volgens die rollen
- Ze volgen regels die horen bij die rollen
Elkonin [Afbeelding met persoon, Menselijk gezicht, zwart-wit, rimpel
Automatisch gegenereerde beschrijving]
- rollenspel heeft volgende ontwikkelingsverloop: Leidende act. vanaf
3 tot bijna 8
1. Gerichtheid op emotionele relaties
2. Gerichtheid op de dingen
3. Gerichtheid op sociale relaties
4. Gerichtheid op culturele objecten
- Fasen(6): Moeilijk om bij iedere fase een leeftijd aan te geven
- Soms terugval fase bij nieuw spelmateriaal/spelonderwerpen
- Vorderingen op andere ontwikkelingsdomeinen invloed op
spelontwikkeling
- Stimulansen van de leerkracht
0. Handelen om te handelen
1. Manipulerend spel: Imiteren
Doen > mentale voorstelling
2. Eenvoudige, rolgebonden handelingen: met lepel pop eten geven
3. Eenvoudig rollenspel:
4. Uitgebreid rollenspel
5. Realistisch rollenspel
Welke vorm(en) van samenspelen kunnen de peuters en de jongste kleuters
nog niet?
Andere soorten spel in ontwikkelingsperspectief
-bewegingspel
-constructiespel
- gezelschapsspel
Vb: Sander en Roos rennen door de klas: Roos probeert boef Sander te
vangen die zojuist een ketting uit de huishoek heeft gestolen. Evert
komt Roos te hulp. De leerkracht houdt Sander tegen. Bent u de
politie? vraagt ze Evert. Evert knikt. Gaat u een bon schrijven,
agent? wil de leerkracht weten. Roos krijgt de ketting terug. je moet
naar de gevangenis, zegt ze tegen Sander. Misschien niet, zegt de
leerkracht, want hij heeft de ketting wel netjes teruggegeven.
Politieman Evert besluit alleen een boete te geven. het is vijf euro,
zegt hij. Sander maakt een betaalgebaar en loopt weg.
Rol van de leerkracht; Verrijken van spel, zonder inmenging
Voorbeeld: Kinderen zijn aan het spelen dat ze op vakantie gaan.
- 1/ de leerkracht vraagt: vertel eens wat jullie aan het spelen
zijn
- 2/ leerkracht zegt: jullie gaan op vakantie? Naar Turkije? Dat is
ver! Wanneer zijn jullie weer terug?
Voorwaarden om tot spelontwikkeling te komen (7)
- tijd
- Ruimte
- Vrijheid om met gekozen activiteit bezig te zijn
- Materiaal
- Spelthemas
- Veilig gevoel bij LK en groep
- Ondersteunende regels
Begeleiding tijdens het spel[Afbeelding met tekst, schermopname,
Lettertype Automatisch gegenereerde beschrijving]
]
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag