Schrijf een samenvatting over het onderwerp: 1.3.2 bandkeramiekers
In Midden Europa ontstaat een cultuur van landbouwers die genoemd is naar hun aardewerk de bandkeramische cultuur. Vanuit midden Europa verplaats deze cultuur zich in een periode van 100 tot 150 jaar over een afstand van ongeveer 1000 km in noordwestelijke richting. Omstreeks 5300 voor Christus vestigen bandkeramiekers zich in het huidige Zuid Limburg. De nederzettingen worden Om tot op heden onverklaarbare redenen omstreeks 4900 voor Christus verlaten. Deze eerste boeren trekken naar een lssplateau tussen de Maas en de geleenbeek een gebied van 50 km waar nu de plaatsen Sittard Elsloo Stein en beek liggen. Klimaat aldaar is iets warmer en vochtiger dan nu de zomers zijn langer en warmer de winters minder koud, maar natter. Het plateau bestaat uit een flinke laag lss, waarop dichte bossen vooral Linden maar ook wel eens een iep met aan de rand de hazelaar en sleedoorn groeien. Het plateau is omgeven door beek en rivierdalen met een meer afwisselend bos els eik es esdoorn en iep. De eerste boeren vestigden zich op de grens van het plateau met de dalen. Zij stichtten hun dorpen met daarbij de akkers op het plateau en halen water uit de dalen. In totaal zijn er in Nederland op 28 plaatsen woon sporen van deze eerste boeren gevonden. De bandkeramiekers bouwen lagen rechthoekige huizen waarvan de plattegronden teruggevonden zijn dankzij de verkleuringen In de grond. De lengte varieert tussen de 20 en de 30 m de breedte tussen de 5 en 7 m bij de start omvat een nederzetting ongeveer 5 boerderijen laat de uitgebreid tot 15 20. De agrarische levenswijze is door bandkeramiekers naar het huidige Nederland gebracht ruim 4 eeuwen lang wordt op vrijwel dezelfde wijze landbouw bedreven van groot belang is de grondsoort lss, Vruchtbaar en gemakkelijk te bewerken. In de nabijheid van de boerderijen worden delen van het bos omgehakt om plaats te maken voor tijdelijke akkers hier verbouwen de bandkeramiek eens graansoorten als Emmen en eenkoorn erwten en linzen hun voedsel is voor gemiddeld 65% plantaardig het v vooral runderen maar ook varkens schapen en geiten graast zomers een eind buiten de dorpen. In andere seizoenen loopt het vee op de akkers of In de bossen het vee is vooral bedoeld voor de vleesproductie Maar de bandkeramiekers jagen en verzamelen ook nog dat bewijzen de botten en de stuifmeelkorrels die gevonden zijn In de afvalkuilen naast de boerderijen. Voor het omhakken van de bomen worden dissels gebruikt voor de bewerking van de akker graafstokken en hakken, Voor de oogst vuurstenen sikkels en voor het malen van het graan maalstenen men jaagt met pijlen met driehoekige pijl spitsen. De meeste grondstoffen vinden de bandkeramiekers In de directe omgeving hout en leem. Vuurstenen komen uit de hellingen In de buurt van het huidige rijckholt daar wordt later omstreeks 3800 voor Christus In de vuursteenmijn voor het eerst vuursteen gewonnen. De belangrijkste cultuuruiting van de bandkeramiekers vormen hun bolvormige potten met versieringen In de vorm van banden. Het oudst gevonden grafveld in het huidige Nederland is het bandkeramische grafveld Dat is opgegraven bij Elsloo. Dit grafveld wijst op nadenken over het leven na de dood Er zijn zowel bijgezette doden als gecremeerde doden aangetroffen. De graven bevatten grafgiften In de vorm van potten voor voedsel potten en gebruiksvoorwerpen deze giften wijzen op het idee van een reis naar een leven na de dood.
1.3.3 hunebedbouwers
de Jager verzamelaars in het westen want huidige Nederland worden naar vindplaatsen van hun nederzettingen genoemd zo'n 4000 voor Christus de swifterband Mensen en zo'n 3000 voor Christus de Vlaardingen Mensen. Opgravingen hebben uitgewezen dat deze Jager verzamelaars steeds langer in hun basiskamp verblijven en dat zij ook veehouder en al beschikken over kleine akkertjes. De eerste echte agrarische samenleving ten noorden van de grote rivieren is die van de hunebedbouwers met als kerngebied de huidige provincie Drenthe 3400 tot 2850 voor Christus zij zijn genoemd naar de uitste monumenten waarover Nederland beschikt de hunebedden. Het woord hunebed komt voor het eerst voor In de 17e eeuw er wordt dan ook wel gesproken van steenhopen of Steenbergen hust slaat mogelijkerwijs op huijnen of reuzen die is voor de bouwers zijn aangezien een andere schrijfwijzen is hunebed verwijzend naar de hypothese dat de hunen de bouwers zijn. Een andere naam voor de cultuur van de hunebedbouwers is de trechterbeker cultuur. Deze naam verwijst naar een kenmerkende vorm van een veelvuldig voorkomende pot de trechterbeker. De cultuur van de hunebedbouwers heeft een groot verspreidingsgebied zuid Scandinavi Polen Noord Duitsland en Noord Nederland. De cultuur is vermoedelijk gentroduceerd vanuit zuid Scandinavi en Noord Duitsland en heeft zich lokaal verder ontwikkeld. De hunebedden zijn gebouwd In de periode 3400 voor Christus tot 3200 voor Christus. Daarnaast zijn ze nog ruime tijd zeker wel tot 2000 voor Christus als grafkamers in gebruik. Omstreeks 2850 voor Christus verdwijnt binnen de cultuur een groot aantal oude tradities waaronder de trechterbeker voor vanaf dat moment wordt de cultuur de standvoetbeker cultuur genoemd. De hunebedbouwers woonden op de zandgronden van het Drents plateau de bodem is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd toen het noordelijk deel van het huidige Nederland bedekt was met ijs. Uit deze tijd stamt de vorming van de Hondsrug en de loop van de rivieren en beken. als herinneringen aan deze tijd is Drenthe bezaaid met door het uit Scandinavi aangevoerde stenen de zwerfkeien het klimaat is nog steeds iets warmer dan nu de zandgronden zijn begroeid met een open bos vooral bestaand uit eik en beuk maar er groeien ook hazelaars lijsterbes iep Linde en els. Rondom de zandgronden bevinden zich veenmoerassen de belangrijkste overblijfselen van de hunebedbouwers zijn de hunebedden in het Drentse zandgrond zijn weinig sporen van de hunebedbouwers bewaard gebleven de meeste vondsten komen uit de hunebedden en uit het veengebied. Er zijn verschillende locaties van nederzettingen van hunebedbouwers in Drenthe bekend er wordt uitgegaan van kleine nederzettingen van 3 huizen met zo'n 20 bewoners Maar de woningen van de hunebedbouwers hebben anders dan bij de bandkeramiekers geen sporen achtergelaten in het Drentse zandgronden gegevens over de woningen zijn afkomstig van opgravingen in Duitsland waaronder meer bij Flogeln een duidelijke huisplattegrond gevonden is op grond van deze plattegrond is een reconstructie gemaakt. Hunebedbouwers leggen rond hun huizen akkers aan die veroverd worden op het bos bomen worden omgehakt met een geslepen stenen bijl de bodem wordt in brand gestoken zodat een vruchtbare aslaag ontstaat naast de Graaf stok kende de hunebedbouwers ook een soort ploeg het eer getouw, dat de grond losmaakt waarna er gezaaid kan worden. Als de bodem uitgeput is worden de nieuwe akkers aangelegd de hunebedbouwers verbouwen vooral emmer en gerst maar ook eekhoorn vlas en peulvruchten daarnaast houden ze runderen schapen en geiten deze dieren leveren vlees en als bijproducten huiden botten pezen en hoorns. Het belang van het rund blijkt uit het feit dat in het veen geofferde horens gevonden zijn. Ossen worden gebruikt voor het trekken van het eer getal en vermoedelijk ook van wagens het Facebook voedsel op de braakliggende akkers en zorgt zo voor bemesting en langs de bosranden bladeren de vele trapeziumvormige pijlpunten die gevonden zijn bewijzen dat er nog steeds gejaagd wordt ook vissen en verzamelen gebeurt nog steeds maar duidelijk is dat de akkerbouw het meeste voedsel oplevert. Op de wandplaat van jouke nijman gemaakt voor het geschiedenisonderwijs is een nederzetting van de hunebedbouwers geconstrueerd. Veel gebruiksvoorwerpen zijn van vuursteen Het gaat om import vuursteen uit Denemarken en helgoland en dan vuursteen dat na de ijstijden in Drenthe achtergebleven is van vuursteen worden onder meer bijlen mesjes schrobbers en pijlpunten gemaakt de bodemvondsten wijst op handelscontacten met Scandinavi hoogerland Noord Duitsland bohemen en de noordelijke Franse kust vuurstenen bijlen barnsteen koperen sieraden git kralen en donkerrode vuursteen knollen. In het veen zijn wegen van boomstammetjes gevonden en ook een houten wiel de veenwegen overbruggen het veenmoeras tussen de zandgronden. De hunebedbouwers maken vrij versierd aardewerk in verschillende vormen zij beschikken niet over een draaischijf. De potten worden opgebouwd uit rolletjes klei naast rechter bekers zijn er emmers kommen schalen kruiken kraag hals flesjes en lepels met een holle Steel. Dit aardewerk kregen de doden In de hunebedden nee gevuld met voedsel in het hunebed van Havelte zijn 660 bekers en schade gevonden in het hunebed van het rouwen zo'n 400 en in een hunebed in het Duitse emelen maar liefst 1200. Deze zijn gevonden te midden van andere grafgiften als bijlen en pijlpunten. Naast het aardewerk en dan vooral de trechterbeker zijn de hunebedden zelf de belangrijkste cultuuruiting van grote zwerfstenen wordt een plattegrond van draagstenen met een gladde binnenkant opgebouwd waar over heen de deksteen In de komen in het hunebed worden keien vloer gelegd de orintering van het hunebed is veelal oost west met ingang aan de zuidkant het hunebed is afgedekt met een dekheuvel waarbij vermoedelijk de bovenkant van de dekstenen nog net zichtbaar blijft aan de voet van de dekheuvel staan kransstenen. In het hunebed dat afgesloten kan worden met een steen of een deur worden de doden met hun geschenken bijgezet. Het hunebed wordt tegenwoordig niet meer gezien Als het graf voor de hele dorpsgemeenschap geschat wordt dat wel de helft van de doden begraven is buiten de hunebedden. Maar wie zijn er dan wel In de hunebedden begraven? Gaat het om een exclusieve groep hunebedbouwers om opperhoofden een sluitend antwoord op deze vraag is nog niet gevonden hunebedden zijn vermoedelijk meer dan Alleen maar grafkamers het zijn rituelen centra waar contact onderhouden wordt met de voorouders ook worden ze wel beschouwd als merktekens voor een territorium. Al deze aspecten van het dagelijks leven van de hunebedbouwers zijn in beeld gebracht in het museum het hunebedden centrum in borger. Hunebedden vormen een onderdeel van de megalithische cultuur die zich vanaf 4600 voor Christus in het westen van Europa manifesteert In Spanje Portugal Ierland en Groot Brittanni Noordwest Frankrijk en het Nederlands Duits hunebedden gebied tot deze cultuur horen onder meer de zonnetempel stonehenge in Engeland de rijen stenen in het Franse carnac en de vele dolmens (steengraven). Lange tijd is gedacht dat deze bouwwerken van een megalithische cultuur naar het voorbeeld van de piramide in Egypte gebouwd zijn maar meer nauwkeuriger dateringen hebben uitgewezen dat de megalithische cultuur ouder is dan de Egyptische piramiden. In het huidige Nederland zijn er nog 54 hunebedden 52 in Drenthe en twee in Groningen vrijwel alles zijn eigendom van het rijk of van de provincie Drenthe Er zijn er veel meer geweest maar In de loop van de tijd zijn die stenen van hunebedden gebruikt voor versterking van de zeedijken en voor de aanleg van wegen. De Drentse hunebedden zijn vanaf 17 34 door een resolutie van de Drentse Staten beschermd maar bij voortduring wordt het oudste cultureel erfgoed van Nederland bedreigd door klimpartijen op de stenen of door vuurtjes die onder de stenen gestookt worden een intrigerend aspect van de cultuur van de hunebedbouwers zijn de offers die teruggevonden zijn in het veen bijna potten met voedsel en botten van dieren en zelfs van mensen.
1.3.4 latere bewoners van de lage landen tot de komst van de Romeinen
na de bandkeramiekers en hunebedbouwers woonden In de lage landen Mensen die eveneens op grond van specifieke bodemvondsten een naam krijgen of genoemd worden naar een vindplaats. Ongeveer in dezelfde tijd Als de hunebedbouwers leven In de kuststrook van 3000 tot 2700 voor Christus Mensen van de Vlaardingen cultuur het zijn landbouwers die ook jagen en vissen zij woonden in rechthoekige houten huizen op strandwallen hun cultuur is genoemd naar de belangrijkste vindplaats van de nederzetting het huidige Vlaardingen maar ook op andere plaatsen langs de kust zijn bewoningssporen van deze cultuur gevonden. Nieuwe bewoners komen omstreeks 3000 voor Christus uit Oost Europa naar de lage landen zij hebben de naam strijd hamer of standvoetbeker volk gekregen het zijn vooral veeboeren die zich vestigen in Noord en Midden Nederland. Ongeveer 2300 voor Christus begint de bloeitijd van een ander beker voor de klokbeker Mensen die vooral in Midden en West Nederland wonen nieuwe ontwikkelingen zijn het gebruik van massief eikenhouten wagenwielen en de import van koperen voorwerpen uit centraal Europa. Van koper wordt overgeschakeld op brons bestaan uit 90% koper en 10% tin brons is sterker dan kopen en dus beter geschikt voor bijlen dolken en sikkels maar ook wel voor armbanden en kleding spelden zo maakt de steentijd plaats voor de bronstijd die voor de lage landen duurde van 2100 tot 700 voor Christus voor web van brons of de grondstoffen ervoor moet gemporteerd worden dit wijst op een levendige handel in Europa het maken van bronzen voorwerpen vereist specifieke vakkennis en specifiek gereedschap zo ontstaat er een gespecialiseerd ambacht de bronsgieter zulke specialisten onder meer uit Ierland trekken door Europa. In de bodemvondsten van voorwerpen vanaf 700 voor Christus In de lage landen overheersen ijzer voorwerpen uit de ijzertijd van 700 tot 50 voor Christus ijzer is op verschillende plaatsen in Europa te vinden zelfs Als het moeras ijzer erts In de lage landen. Het is moeilijker te bewerken dan kopen en tin. Tijdens de ijzertijd verlaten bewoners Drenthe en ze vestigen zich op de kwelders In de Fries Groningse kleien streek de kwelders vormen een Natuurlijk weidegebied dat ruimte en voedsel biedt daar houden de bewoners v en verbouwen ze gewassen die geschikt zijn voor de zoute grond onder meer gerst vlas en tuinbonen. Omdat delen van het land geregeld overstromen zorgen de bewoners voor verhogingen waarop ze hun boerderijen bouwen zo ontstaan in het landschap terpen of Wierden eerst voor een boerderij en later uitgroeiend een dorpsterp In Noord Nederland zijn zo'n 2000 terpen geweest een groot aantal ervan is In de 19e eeuw afgegraven vanwege de vruchtbare grond. De terpen tijd in Noord Nederland duurt tot ongeveer 1100 na Christus daarna wordt door de aanleg van dijken het land voor het eerst beschermd tegen de zee. Tegen het einde van de ijzertijd het begin van de historie wonen In de lage landen germaanse volken zoals in het noorden de Friezen en in het Oosten de tubanten. In het zuiden vestigden zich kelten een volk met een eigen taal het keltisch de kelten waren goed in het bewerken van ijzer een exact jaartal voor het einde van de prehistorie is niet voor ieder gebied geven zodra er geschriften zijn die We kunnen lezen eindigt de prehistorie en begint de historie voor de lage landen is het einde van de prehistorie vastgelegd op ongeveer 50 voor Christus vanwege de vermelding van de lage landen in Romeinse geschriften uit die tijd. De tijd van jagers en boeren gaat dat over In de tijd van Grieken en Romeinen.
. De tekst moet geschreven zijn op het niveau van de Universiteit. De tekst moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. De tekst moet in 2000 woorden geschreven zijn. De stijl van de tekst moet zijn: geen voorkeur.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag