Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: Rezwana - 2 jaren geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Toetsmatrijs integrale kennistoets periode 4
VBS5&6 beroepssituatie 5 en 6
1. kan de anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel uitleggen Het zenuwstelsel voert drie belangrijke functies uit:
1. het meet het interne en externe milieu
2. integreert informatie van de zintuigen
3. cordineert gewilde en ongewilde reacties van vele andere orgaanstelsels Het zenuwstelsel kan anatomisch gezien in twee delen worden verdeeld:
1. het centrale zenuwstelsel (CZS) bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Het CZS integreert en cordineert de verwerking van sensorische informatie en het doorgeven van impulsen naar spieren. Alle communicatie tussen het CZS en de rest van het lichaam vindt plaats via het perifere zenuwstelsel
2. het perifere zenuwstelsel (PZS) bestaat uit al het overige zenuwweefsel. Je kan het PZS onderverdelen in het afferente en efferente deel. Het afferente deel geleid sensorische informatie vanuit receptoren in weefsels en organen naar het CZS toe. Receptoren zijn sensorische structuren die veranderingen in de omgeving waarnemen. Het efferente deel geleid motorische opdrachten vanuit het CZS naar spieren en klieren. Deze doelorganen en weefsels reageren hierop en worden effectoren genoemd. Het efferente deel valt weer te verdelen in het somatische zenuwstelsel (SZS) en het autonome zenuwstelsel (AZS). Het somatische zenuwstelsel reguleert skelet spiercontracties. Dit kunnen bewuste bewegingen zijn of reflexen. Het autonome zenuwstelsel reguleert onbewust het gladde spierweefsel, hartspierweefsel, kliersecretie en vetweefsel. Het parasympathische gedeelte hiervan vertraagt bepaalde functies en treedt op in rust.
Het sympatische zenuwstelsel versnelt juist bepaalde lichaamsfuncties.
Het zenuwstelsel bestaat uit al het zenuwweefsel in het lichaam. Zenuwweefsel bestaat uit neuronen en neuroglia. Neuronen zijn de basiseenheden van het zenuwstelsel. De neuroglia is het steunweefsel van het zenuwstelsel bestaande uit een netwerk van vertakte cellen, de
neurogliacellen. Neuronen kunnen elektrische signalen geleiden. Neuroglia zorgen ervoor dat de neuronen goed hun werk kunnen doen.
Elektrische signalen gaan vanaf de dendriet, over het cellichaam naar de axon en naar de synapsknoop.
Elke levende cel in het lichaam heeft een membraanpotentiaal van -70 mV. Ook zenuwcellen hebben een membraanpotentiaal van -70mV. De K+-concentratie is in de cel hoger dan de concentratie buiten de cel. Ook Na+ is ongelijk verdeeld binnen en buiten de cel.
Stuvia - Koop en Verkoop de Beste Samenvattingen
Door deze concentratieverschillen diffunderen de Na+ en de K+ met het concentratieverschil mee. K+ zal naar buiten diffunderen en Na+ zal naar binnen diffunderen. Maar omdat het concentratieverschil van K+ groter is dan het concentratieverschil van Na+ zal K+ sneller naar buiten diffunderen dan Na+ naar binnen. Hierdoor zal er per tijdseenheid een netto uitstroom van positief geladen K+ ionen zijn, en zullen er relatief veel negatief geladen Cl- en negatief geladen stoffen achterblijven in het cytoplasma. Door bovengenoemde diffusieprocessen is de binnenkant van het membraan negatief geladen ten opzichte van de buitenkant van de membraan. Dit membraanpotentiaal bedraagt ongeveer -70mV. De membraanpotentiaal is gebaseerd op de verschillende diffusie snelheden van Na+ naar binnen en K+ naar buiten. Naar buiten gediffundeerde K+ ionen en naar binnen gediffundeerde Na+ ionen worden door de natrium-kaliumpomp terug getransporteerd, zodat de concentratieverschillen gehandhaafd blijven en de membraanpotentiaal blijft bestaan. Dit is actief transport, omdat de ionen tegen het concentratie verval heen getransporteerd moeten worden. Als er geen impuls over de zenuwcel gaat, zijn de natrium-kaliumpompen gesloten. De cel zorgt er dan voor dat het rustpotentiaal (-70mV) stabiel blijft.
Een impuls is een elektrische lading die zich over de axonen en dendrieten verplaatst:
1. impuls komt binnen via het dendriet
2. dendriet geeft het impuls door aan het cellichaam
3. cellichaam beoordeeld of er een actiepotentiaal plaatsvindt
4. natrium komt binnen stromen, dit moet een drempelwaarden tussen de -50 en -60mV bereiken
5. actiepotentiaal wordt bereikt en er vindt depolarisatie plaats, het impuls wordt doorgegeven
6. de binnenkant van de cel is positief geladen (+30mV)
7. repolarisatie, de cel gaat zich weer naar het rustpotentiaal herstellen door kalium naar buiten te laten
Een synaps is een plaats waar een neuron met een andere cel communiceert. In het zenuwstelsel verplaats informatie zich van de ene naar de andere in de vorm van actiepotentialen langs ionen. Deze elektrische signalen worden impulsen genoemd. Aan het einde van een axon leidt zon actiepotentiaal tot de overdracht van informatie naar een ander neuron of een effector. Informatieoverdracht vindt plaats doordat de synapsknop neurotransmitters afgeeft. Tussen het axon-uiteinde van de ene cel en de dendriet van de andere cel bevindt zich de synapsspleet. Het axon geeft neurotransmitters af in de synapsspleet, deze binden zich vervolgens aan receptoren van het dendriet van het volgende neuron. Er zijn twee soorten neurotransmitters:
- stimulerend: acetylcholine, norepinefrine
- remmend: dopamine, serotonine en GABA
Het hersenvlies bestaat uit verschillende lagen. De buitenste laag van het hersenvlies is de duramater, deze zit aan de bovenkant vergroeid aan het bot. Tussen het dura mater van het ruggenmerg en de wanden van het wervelkanaal ligt de epidurale ruimte. De epidurale ruimte bevat weefselvloeistof en bloedvaten.

Onder de dura mater ligt de arachnoidea (spinnenwebvlies). Dit is een web van collagene en elastische vezels. Tussen de arachnoidea en het dura mater ligt de subdurale ruimte. In de subdurale ruimte bevindt zich lymfevocht waardoor wrijving tussen beide lagen wordt verminderd. Onder het spinnenwebvlies bevindt zich de subarachnodale ruimte. Hierin bevindt zich het cerebrospinale vloeistof. Dit werkt als schokbreker en bevat opgeloste gassen, voedingsstoffen, chemische signaalstoffen en afvalstoffen. Het pia mater is het zachte hersenvlies, dit zit direct op je hersenen. Bloedvaten die de hersenen en ruggenmerg van zuurstof voorzien lopen langs de oppervlakte van de pia mater in de subarachnodale ruimte. De pia mater is sterk doorbloed. De grote bloedvaten lopen verdeeld over de oppervlakte om de hersenschors van zuurstof en voedingsstoffen te voorzien. Hersenventrikels zijn interne holtes gevuld met cerebrospinale vloeistof, ook wel liquor of hersenvocht genoemd. Hersenvocht voert afvalstoffen af en zorgt ervoor dat hormonen op de juiste plek komen. De ventrikels moeten dus met elkaar in verbinding zijn. Dit doen de aquaductus cerebri en het centrale kanaal.
De functies van het cerebrospinale vloeistof zijn: schokbreker, ondersteunt het gewicht van de hersenen en ondersteunt de circulatie van voedingsstoffen, hormonen en afvalstoffen. Het liquor wordt aangemaakt in plexus choreodeus in het vierde hersenventrikel. Een netwerk van doorlaatbare haarvaten en ependymcellen produceren en geven het
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 15.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document