Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: luvo - 2 jaren geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Dementie is geen ziekte op zich, maar een klinisch syndroom veroorzaakt door verschillende ziekten, gekenmerkt door geheugenverlies, verlies van orintatie en gedragsverandering. Dementie is een verzamelnaam voor een 30-tal ziekten.

Dementie wordt ook beschreven in het DSM 5 (psychiatrische classificatiesysteem) en wordt gerangschikt onder psycho-organische stoornissen, delier en amnetisch syndroom.

Het is een chronische, progressieve en onomkeerbare achteruitgang van het psychisch functioneren met diverse lichamelijke, sociale en maatschappelijke gevolgen. Hoewel vaak gericht op ouderen boven de 65 jaar, stijgt het aantal jongdementiepatinten.
Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen werkt aan projecten zoals MONUMENT om mantelzorgers te ondersteunen, zodat mensen met dementie langer thuis kunnen blijven wonen. Bij de zorg voor mensen met dementie moet rekening gehouden worden met hun individuele en diverse behoeften. Het is belangrijk om respectvolle taal te gebruiken, zoals 'personen met dementie' of personen die dementie hebben.
Dementie van het Alzheimertype
De meest voorkomende vorm van dementie is dementie van het Alzheimertype. Bij Alzheimerdementie ontstaan er in de hersenen seniele plaques (kleine hoopjes eiwit tussen de hersencellen) en tangles (eiwitknopen). Deze 'hoopjes en knopen' kunnen worden beschouwd als eiwitophopingen die de hersenfunctie verstoren. Naarmate de ziekte vordert, sterven hersencellen af, wat leidt tot een geleidelijke afname van de communicatie tussen de hersenen en het lichaam.
De belangrijkste risicofactor voor Alzheimerdementie is leeftijd. Boven de leeftijd van 65 jaar lijdt ongeveer 6 procent van de mensen aan Alzheimerdementie, terwijl dit percentage boven de leeftijd van 85 jaar stijgt naar 30 procent.
Andere risicofactoren zijn:
Leeftijd: De prevalentie neemt toe met de leeftijd.
Genetische factoren: Familiaire geschiedenis van Alzheimer verhoogt het risico.
Geslacht: Vrouwen boven de 70 jaar hebben 2 tot 3 keer meer kans op Alzheimer dan mannen van dezelfde leeftijd.
Hersenletsel: Mensen met hersenbeschadiging zijn vatbaarder.
Depressie: Een ernstige depressie op oudere leeftijd verhoogt het risico.
Syndroom van Down: Veel mensen met het syndroom van Down ontwikkelen Alzheimer.
Er zijn ook beschermende factoren die het risico op Alzheimerdementie kunnen verminderen:
Hogere opleiding: Mensen met een hogere opleiding hebben minder kans om de ziekte te krijgen.
Reumamiddelen: Langdurig gebruik van ontstekingsremmende middelen door reumapatinten vermindert het risico.
Gezonde levensstijl: Regelmatige lichaamsbeweging, laag stressniveau, normale bloeddruk en cholesterol, beperkte vleesconsumptie, niet roken, en sociale contacten.
Voedingsstoffen: Alles wat goed is voor hart en bloedvaten, is ook goed voor de hersenen.
Meertaligheid: Beheersing van meerdere talen.
Hersengymnastiek: Activiteiten zoals dansen, muziekinstrumenten spelen en lezen.
Alzheimerdementie verloopt sluipend en over meerdere jaren. In de beginfase zijn de symptomen vaak subtiel, zoals vergeetachtigheid en lichte persoonlijkheidsveranderingen. Naarmate de ziekte vordert, worden de cognitieve stoornissen ernstiger en benvloeden ze taalgebruik, probleemoplossend vermogen, het verwerven van nieuwe vaardigheden, abstract denken en oordeelsvermogen. Daarnaast kunnen er veranderingen in de persoonlijkheid optreden, zoals sociale afzondering en angst. Het besef van de eigen problemen neemt af in het verdere verloop van de ziekte.
De diagnose van Alzheimerdementie is vaak een waarschijnlijkheidsdiagnose of uitsluitingsdiagnose. Dit betekent dat andere aandoeningen die vergelijkbare symptomen kunnen veroorzaken, eerst moeten worden uitgesloten. De diagnose kan met 100% zekerheid pas na overlijden door autopsie op de hersenen worden bevestigd.
Er is momenteel geen geneesmiddel voor de ziekte van Alzheimer, hoewel er diverse hoopgevende onderzoeken gaande zijn. Er bestaan wel medicijnen die de symptomen kunnen verlichten en de progressie van de ziekte lijken te vertragen.
Vasculaire dementie
Vasculaire dementie omvat alle vormen van dementie die verband houden met bloedvatproblemen en doorbloedingsstoornissen in de hersenen. De meest bekende vorm is multi-infarct dementie (MID), waarbij vele kleine infarcten in de hersenen zuurstofgebrek veroorzaken. Hierdoor sterven zenuwcellen op verschillende plaatsen in de hersenen af.
Vasculaire dementie verloopt vaak bruusker en wisselender dan Alzheimerdementie. Het verloop lijkt meer op een 'springprocessie' dan op een geleidelijke afdaling. Mensen met vasculaire dementie kunnen afwisselend enkele uren of dagen redelijk functioneren en dan weer enkele uren of dagen veel slechter. Deze schoksgewijze achteruitgang is kenmerkend.
Bij iedere bloedtoevoerafsluiting gaat een deel van de hersenen plotseling achteruit, en dit kan telkens weer een ander gebied raken, afhankelijk van waar de beroerte of verminderde bloedtoevoer plaatsvindt. Dit kan soms ook lijken op epileptische aanvallen.
De symptomen omvatten:
Problemen met taal
Stoornissen van waarneming en handelingen
Moeilijkheden met geplande activiteiten
Motorische uitvalsverschijnselen zoals eenzijdig krachtsverlies of verlammingen
Aantasting van spraak
Stoornissen van de zintuigen
In tegenstelling tot Alzheimerdementie, behouden mensen met vasculaire dementie vaak langer hun ziektebesef en geheugen. Dit bewustzijn van hun achteruitgang kan emotioneel pijnlijk zijn. Bijkomende psychische problemen zoals depressie, emotionele labiliteit, angst of hallucinaties komen vaak voor.
Er zijn nog weinig behandelmogelijkheden voor vasculaire dementie, maar preventie, zorg en begeleiding krijgen veel aandacht. Preventie richt zich op een gezonde levensstijl en de behandeling van onderliggende aandoeningen zoals diabetes en hoge bloeddruk, die de vasculaire problemen veroorzaken.
Frontale kwabdementie
Frontale kwabdementie, ook bekend als fronto-temporale degeneratie (FTD), is een verzamelterm voor verschillende aandoeningen die het voorste deel van de hersenen aantasten. Deze aandoeningen kunnen zich op zeer uiteenlopende manieren manifesteren.
Een specifieke vorm van fronto-temporale degeneratie is de ziekte van Pick, waarbij onder de microscoop karakteristieke afwijkingen in de zenuwcellen zichtbaar zijn.
Bij frontale kwabdementie is voornamelijk het voorste gedeelte van de hersenen aangetast. Dit deel van de hersenen speelt een cruciale rol in de regulatie van gedrag. Daarom staan gedrags- en persoonlijkheidsveranderingen bij deze aandoening op de voorgrond. Geheugenstoornissen komen meestal pas in een later stadium voor. Hierdoor wordt frontale kwabdementie in de beginfase vaak verward met andere psychiatrische aandoeningen (zoals depressie en hallucinaties). De diagnose kan hierdoor jaren op zich laten wachten, mede doordat de ziekte vaak optreedt bij relatief jonge mensen, tussen de 45 en 60 jaar.
In grote lijnen zijn er twee hoofdtypen van fronto-temporale degeneratie:
1. Primaire Progressieve Afasie (PPA): Deze vorm wordt gekenmerkt door problemen met taal, waarbij mensen voornamelijk moeite hebben met het vinden van woorden.
2. Opvallende veranderingen in karakter, gedrag en persoonlijkheid op.
De belangrijkste kenmerken van frontale kwabdementie zijn:
Ontremming: Ongepast gedrag naar de omgeving, zoals schelden of vijandig gedrag.
Verlies van Initiatief of Overdreven Enthousiasme: Gebrek aan initiatief of juist overdreven actief en enthousiast gedrag.
Rusteloosheid: Voortdurend heen en weer lopen of andere tekenen van rusteloosheid.
Veranderd Eetpatroon: Overmatig eten of andere veranderingen in eetgedrag.
Minder Spontaan Spreken: Vermijden van gesprekken, korte antwoorden geven of moeite hebben met spontane spraak.
Deze kenmerken kunnen sterk variren tussen individuen, wat bijdraagt aan de complexiteit van de diagnose en behandeling van frontale kwabdementie.
Parkinsondementie en Lewy body-dementie
Parkinsondementie en Lewy Body-dementie worden vaak als verwante aandoeningen beschouwd omdat deskundigen het erover eens zijn dat ze hoofdzakelijk dezelfde ziekte vertegenwoordigen. Het verschil tussen beide ligt in het tijdstip waarop de dementie optreedt:
Lewy Body-dementie: Dementie treedt op binnen het eerste jaar na de diagnose van de ziekte van Parkinson.
Parkinsondementie: Dementie treedt later op na de diagnose van de ziekte van Parkinson.
De ziekte van Parkinson is een stoornis in de verbinding tussen de hersenen en de spieren, vooral gekenmerkt door motorische afwijkingen zoals tremor, stijfheid, voorovergebogen houding en traagheid. Naast deze motorische symptomen ervaren veel mensen met Parkinson subtiele cognitieve stoornissen. Bij ongeveer een kwart van de personen met Parkinson zijn deze cognitieve stoornissen, zoals traag denken en spreken en woordvindingsproblemen, zo ernstig dat men spreekt van Parkinsondementie.
Bij zowel Parkinsondementie als Lewy Body-dementie komen bij ongeveer de helft van de mensen psychiatrische symptomen voor, met name visuele en/of auditieve hallucinaties.
4.2 Diagnostisch onderzoek
Naast medische screenings zoals een MRI, zijn er diverse tests beschikbaar om een globale indruk te krijgen van het cognitief functioneren van ouderen. Huisartsen en specialisten gebruiken vaak de volgende screeningsinstrumenten:
MMSE (Mini-Mental State Examination)
De MMSE is een veelgebruikte test die twintig items bevat. De te behalen scores variren van nul tot dertig punten, waarbij een hogere score wijst op beter cognitief functioneren. De vragen in de MMSE zijn gegroepeerd in zeven categorien, die elk een ander domein van cognitief functioneren representeren, zoals:
o Orintatie in de tijd (vijf punten)
o Ruimtelijke orintatie (vijf punten)
o Het registreren van drie woorden (drie punten)
o Concentratie en rekenen (vijf punten)
o Het herinneren van drie woorden (drie punten)
o Taal (acht punten)
o Visueel inzicht (een punt)
Het resultaat van de MMSE is een momentopname; de uitkomst kan verschillen afhankelijk van het tijdstip van de dag waarop de test wordt afgenomen (bijvoorbeeld 's morgens versus 's avonds).
Kloktekentest
IQCODE (Informant Questionnaire for Cognitive Decline in the Elderly)
OLD (Observatielijst voor Vroege Symptomen van Dementie)
4.3 Prevalentie
Dementie komt voornamelijk voor bij mensen ouder dan 65 jaar, maar er is steeds meer aandacht voor jongdementie, dat optreedt vr de leeftijd van 65 jaar. Ongeveer 10% van de mensen met dementie heeft jongdementie.
o Wereldwijd: Momenteel zijn er naar schatting 36 miljoen mensen met dementie. De WHO verwacht dat dit aantal tegen 2050 zal stijgen tot 115 miljoen.
o Vlaanderen: Momenteel zijn er ongeveer 122.000 mensen met dementie, en dit aantal zal naar verwachting met 25% stijgen tegen 2030.
Verdeling van Soorten Dementie bij Mensen Boven 65 Jaar:
Ziekte van Alzheimer: 55%
Vasculaire Dementie: 15%
Mengvorm van Alzheimer en Vasculaire Dementie: 15%
Andere Ziekten (zoals de ziekte van Parkinson, de ziekte van Pick, en het Korsakov-syndroom): 15%
4.4 Ondersteuning op verschillende levensdomeinen
Binnen het werkveld vinden we volgende diensten en voorzieningen terug:
Ambulante (thuis-)begeleiding
Dienstencentra, serviceflats
Centra voor dagverzorging (CDV)
Centrum voor kortverblijf
Woonzorgcentra (WZC)
Expertisecentrum Dementie Vlaanderen
Bij de zorg voor personen met dementie spelen mantelzorgers en referentiepersonen dementie een cruciale rol:
1. Mantelzorgers zijn vaak familieleden of vrienden die hun naaste met dementie thuis verzorgen vanwege praktische, financile, of persoonlijke redenen. Hoewel een affectieve band met de zorgbehoevende gebruikelijk is, is dit niet vereist. Mantelzorgers kunnen erkend worden en mantelzorgverlof aanvragen, maar mantelzorg blijft geen beroep.

Er worden vier rollen onderscheiden binnen mantelzorgnetwerken: cordinerend, zorgend, assisterend, en juridisch/financieel.

2. Een referentiepersoon dementie is een professionele hulpverlener die binnen de zorgsector de kwaliteit van de zorg en begeleiding voor personen met dementie en hun omgeving bevordert. Zij fungeren als ambassadeurs en vakinhoudelijke mentoren rond dementie, bieden ondersteuning, advies, en coaching aan collegas, en adviseren de organisatie over goede dementiezorg. Om referentiepersoon dementie te worden, is een opleiding bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen vereist.
4.5 Ortho-agogische vraag en aanbod
In dit hoofdstuk richten we ons op de vragen en kenmerken van personen met dementie, maar erkennen ook de noden van hun omgeving. Partners en kinderen van mensen met dementie ervaren vaak eenzaamheid en machteloosheid. Hoewel er tot nu toe weinig aandacht was voor het welzijn van deze context, zoals intimiteit in partnerrelaties, begint dit langzaam te veranderen. Ook personen met dementie en een migratieachtergrond krijgen te weinig aandacht, wat uitdagingen oplevert bij de diagnose en ondersteuning binnen hun zorgnetwerk.
Bijvoorbeeld: Huis Perrekes is een organisatie, een good practice, in het werken met mensen met dementie. Zij trachten op allerlei manieren om de context zoveel mogelijk te betrekken. Zij bieden thuiszorg, kort verblijf en langdurig verblijf.
4.6 Dementieproces
Dementie is een progressieve aandoening waarbij de symptomen geleidelijk erger worden, hoewel het verloop sterk kan variren per persoon. Afhankelijk van de oorzaak kan dementie langzaam, sprongsgewijs of snel verlopen. Ondanks de verschillende oorzaken, vertonen de diverse vormen van dementie vergelijkbare stadia. De kenmerken van deze stadia zijn niet uniform voor iedereen en kunnen in verschillende mate en in verschillende stadia voorkomen. Hierdoor is het moeilijk exact te bepalen in welk stadium iemand zich bevindt en wanneer die overgang plaatsvindt.
Twee dementiewetten
Dementie kent een breed scala aan ziekteverschijnselen, wat het lastig maakt om het veranderende ziektebeeld te begrijpen. BUIJSSEN maakt dit inzichtelijk met twee 'dementiewetten': de wet van de 'gestoorde inprenting' en de wet van het 'oprollend geheugen'.
Wet van de Gestoorde Inprenting: Deze wet beschrijft hoe personen met dementie moeite hebben om informatie van het korte naar het lange termijngeheugen te transporteren.
Directe gevolgen hiervan zijn:
Desorintatie in onbekende omgevingen en tijd
Steeds dezelfde vragen stellen
Snel de draad kwijtraken en recente gebeurtenissen niet kunnen herinneren
Geen nieuwe informatie kunnen leren en spullen kwijtraken
Desorintatie met nieuwe personen en vergeten van afspraken
Snel wisselen van stemmingen
Deze problemen leiden tot:
Contacten vermijden en zich terugtrekken
Verlies van initiatief
Faade opbouwen door liegen of ontwijken van antwoorden
Ontkennen van vergeetachtigheid
Afhankelijke of claimende houding
Agressiviteit, depressiviteit en achterdocht
Hamsteren en lichamelijke onrust ('ijsberen')
Overmatig eten, drinken of roken
Wet van het Oprollend Geheugen: Deze wet beschrijft het afbrokkelen van het lange termijngeheugen van achter naar voren. Het geheugen kan worden gezien als een plank met dagboeken, waarbij eerst het meest recente dagboek verdwijnt en dan de eerdere.
Gevolgen zijn:
Verlies van instrumentele vaardigheden zoals koffiezetten, stofzuigen en autorijden
Geheugenverlies voor gebeurtenissen uit latere en vroegere levensfasen, zoals eigen pensionering
Verlies van sociale vaardigheden en fatsoensnormen (decorumverlies)
Woordvindingsproblemen, verkleining van woordenschat en afasie
Desorintatie met bekende personen, zoals kinderen en partners niet meer herkennen
'Tot leven wekken' van overleden personen
Verlies van zelfzorgvaardigheden zoals aankleden, wassen, gebitsverzorging en toiletgang
Persoonlijkheidsverandering en achteruitgang in intellectueel functioneren
De stadia van dementie
Voorstadium of het bedreigde ik
Het belangrijkste kenmerk van dementie is de verstoring van het recente geheugen. In vroege stadia lijkt dit op verstrooidheid, zoals het niet kunnen terugvinden van voorwerpen of het herhalen van vragen. Complexere taken zoals koken en huishoudelijke klussen worden moeilijk. Hoewel de persoon zich bewust is van het vergeten en fouten maken, wil hij dit nog niet toegeven en gebruikt camouflagetechnieken zoals weglachen, negeren of excuses verzinnen. In dit voorstadium komen gevoelens van ontkenning, rouw, verdriet en irritatie vaak voor. Pas wanneer er duidelijke stoornissen zijn in het sociaal functioneren, wordt er van dementie gesproken.
Kenmerken:
Verstrooidheid
Ingewikkelde huishoudelijke taken worden moeilijk (organiseren)
Laat steken vallen
Hij is zich bewust van dit probleem
Twijfelt aan eigen functioneren, bang voor verlies mogelijkheden
Trots, niet willen toegeven dat je verward bent
Angst
Gevolg: controle proberen herwinnen
Camoufleren van vergeetachtigheid en verwardheid
Ervaart verlies, voelt bedreigend aan, rouwgevoelens
Vermijdt contacten, meer afstandelijk
Beginnende dementie of het verdwaalde ik
Mensen die de diagnose dementie krijgen, bevinden zich meestal in de fase van beginnende dementie en hebben het voorstadium al onopgemerkt doorlopen. Het horen van deze diagnose heeft een enorme impact op zowel de persoon zelf als hun omgeving. In deze fase, ook wel de 'begeleidingsbehoevende fase' genoemd, heeft de persoon met dementie veel ondersteuning nodig bij dagelijkse handelingen (bv aankleden en telefoneren). Vergeten wordt steeds gebruikelijker, wat kan leiden tot conflicten met de omgeving die anders over de realiteit denkt. De persoon met dementie wordt angstig en zoekt houvast in voorwerpen, situaties, personen of rituelen, wat kan leiden tot impulsief en onvoorspelbaar gedrag en toenemende isolatie.
Stemmingswisselingen zijn frequent, met plotselinge overgangen van huilen naar vrolijkheid. Mensen met beginnende dementie hebben nog momenten van inzicht in hun ziekte, wat vaak emotioneel zwaar valt. Woede, agressie, angst, en apathie komen veel voor, en bestaande karaktertrekken kunnen versterkt worden. Soms veranderen persoonlijkheden drastisch, vooral bij fronto-temporale dementie. Om geheugenverlies te camoufleren, vullen mensen vaak leegtes op met verzinsels, een proces dat confabuleren wordt genoemd. Zinloos herhalen van woorden of handelingen, ook wel persevereren genoemd, komt soms ook voor.
In een vroeg stadium benvloedt dementie ook de motorische vaardigheden; personen hebben minder evenwicht en lopen voorzichtiger. Naarmate dementie vordert, neemt de mobiliteit af, wat invloed heeft op andere domeinen zoals voeding en sociaal isolement.
Kenmerken:
Oprollend geheugen, begint veel te vergeten
Spraakproblemen
Dagelijkse handelingen worden moeilijker
Gedragsveranderingen: tegenovergestelde gedrag (gesloten -> open), bestaande karaktertrekken uitvergroot (zorgzaam -> overbezorgd), vnl. bij fronto-temporale dementie
Nood aan dagelijkse begeleiding
Regelmatig verdwaald in tijd, ruimte
Confabuleren
Perseveren
Regelmatig verdwaald in eigen levensgeschiedenis
Zoekt houvast, door rituelen, verzamelwoede
Matige dementie of het verborgen ik
In dit stadium van dementie neemt het geheugenverlies toe, worden zinnen vaak herhaald, en verergert de desorintatie in tijd en ruimte. Het opslaan van nieuwe informatie lukt helemaal niet meer, wat leidt tot apathie en verminderde activiteit. De persoon met dementie heeft steeds meer zorg nodig en is afhankelijker van anderen voor het vervullen van zijn behoeften, daarom wordt dit de 'verzorgingsbehoevende fase' genoemd.
De persoon leeft steeds meer in zijn herinneringen, waarbij heden en verleden door elkaar lopen. Dit kan pijnlijke ervaringen en onverwerkte thema's naar boven brengen. Het wordt onmogelijk om een duidelijk beeld van de werkelijkheid te vormen, en mensen met dementie vergeten steeds meer wat ze vergeten zijn, wat soms tot meer rust leidt dan bij beginnende dementie.
Contact blijft mogelijk, maar op een andere manier. Hoewel herkenning moeilijker wordt, blijft de essentie van samen zijn met dierbaren belangrijk. In deze fase neemt het verlies van decorum toe, waarbij de persoon waarden en normen vergeet, wat confronterend kan zijn voor de omgeving. Het verlies van maatschappelijke regels en schaamte heeft te maken met het verdwijnen van de link tussen ratio en emoties. Gevoelens die een goed werkend geheugen nodig hebben, zoals hoop en schuld, verdwijnen steeds meer.
Kenmerken:
Geheugenverlies neemt toe, in het verleden leven
Desorintatie in tijd en ruimte, tijdsbesef gaat wegvallen
Apathisch
Wegvallen van herkenning personen
Dwaalzucht - Bezigheidsdrang of net langdurig stil zijn
Onrustig, rusteloos gedrag, ook woede-buien, huilbuien zonder duidelijkheid kans op agressie
Hulpeloosheid
Verlies zelfcontrole, decorumverlies
Contact is nog mogelijk maar op maat
Begrijpt verbale communicatie moeilijk, wel contact
Ernstige dementie of het verzonken ik
In de laatste fase van dementie, de 'verplegingsbehoevende fase', verliest de persoon zijn persoonlijkheid volledig en wordt autonoom handelen onmogelijk. De afhankelijkheid van anderen neemt sterk toe, en alle intellectuele functies gaan verloren. Beweging wordt moeilijk, en onrust en agressie kunnen toenemen. De focus ligt op primaire fysieke behoeften zoals eten, drinken, rust, geborgenheid, warmte, en veiligheid.
In de eindfase wordt de persoon incontinent, hypertoon (met gespannen spieren en verkramping), en bedlegerig, wat leidt tot een vegetatieve toestand. Soms keert de zuigelingenreflex terug, zoals drinken uit een fles. Het overlijden is meestal het gevolg van secundaire oorzaken, zoals een longontsteking.
Kenmerken:
Autonoom handelen onmogelijk
Verlies van alle intellectuele functies
Primaire fysische behoeften
Incontinent, hypertoon en bedlegerig
Wat verdwijnt
Stoornissen in het korte termijn geheugen
Recente gebeurtenissen en nieuwe indrukken worden niet meer onthouden. Men raakt sneller de draad kwijt in hun handelingen, verliezen dingen en vergeet afspraken. Deze verstoring van de inprenting, ook wel de 'eerste dementiewet' genoemd, heeft gevolgen voor veel andere domeinen van het leven. Er is echter n uitzondering: als iets vaak herhaald wordt, kan inprenting of herinneren nog wel mogelijk zijn.
Stoornissen in het lange termijn geheugen
In een latere fase van dementie wordt het geheugen verder aangetast volgens de 'tweede dementiewet', ook wel 'het oprollend geheugen' genoemd. De dementerende persoon heeft dan moeite om gebeurtenissen uit het recente verleden te herinneren, waardoor herinneringen stelselmatig verdwijnen. Nieuwe informatie gaat het snelst verloren, terwijl informatie die al lang in het geheugen zit langer intact blijft. Belangrijke herinneringen met grote emotionele waarde of herkenbare patronen blijven soms langer, maar verdwijnen uiteindelijk ook. Dit oprollend geheugen kan ervoor zorgen dat mensen die in hun kindertijd een andere taal spraken, gesoleerd raken, zoals in een rust- en verzorgingstehuis omdat niemand hun moedertaal begrijpt.
Desorintatie in tijd en ruimte
Wanneer iemand niet meer weet waar hij woont, waar hij is, of waar de toiletten zich bevinden.
Dit kan leiden tot dwalen en weglopen. Door geheugenstoornissen verliezen mensen met dementie feiten en aanknopingspunten, waardoor ze niet meer weten welke dag, welk jaar of welk seizoen het is, en zelfs of het ochtend of avond is. Deze 'desorintatie in de tijd' leidt vaak tot nachtelijke onrust en slaapproblemen. Ongeveer 1/3 van de mensen met dementie ervaart slaapproblemen, zoals te vroeg naar bed willen, moeite met in slaap vallen, nachtelijk rondlopen, onrustig gedrag in bed, roepen, praten, zingen, en vroeg wakker worden. Deze problemen hebben gevolgen voor zowel de persoon met dementie als hun omgeving, zoals onveilige situaties en oververmoeidheid van de mantelzorger.
Desorintatie in persoon
De dementerende persoon herkent de voor hem bekende mensen niet meer. Deze stoornis treedt meestal op in een latere fase van dementie. Sommige mensen herkennen hun eigen spiegelbeeld niet meer en worden bang als ze naar zichzelf in de spiegel kijken.
Afasie
Afasie is een taalstoornis waarbij de dementerende niet meer kan benoemen wat hij ziet of hoort. Sommigen kunnen niet op simpele woorden komen, terwijl anderen wel nog goede zinnen kunnen vormen en hier gewoon veel tijd voor nodig hebben.
Apraxie
Dit is een onvermogen om doelgerichte praktische handelingen te kunnen uitvoeren (vlees snijden, zichzelf aankleden, een schaar gebruiken).
Agnosie
Een stoornis in het identificeren van voorwerpen, geluiden, geuren, enzovoort. Dit betekent dat iemand wel goed kan zien, ruiken, horen en voelen, maar de waarneming niet herkent. Bijvoorbeeld, iemand kan gas ruiken maar de geur niet als gas herkennen, waardoor de gaskraan niet wordt dichtgedraaid. Of iemand kan zichzelf niet herkennen, wat 'visuele agnosie' wordt genoemd.
Wat blijft
Gevoelens worden niet dement
Sommige zeer emotionele gebeurtenissen worden niet vergeten, en nieuwe emotionele ervaringen kunnen nog steeds worden ingeprent. Dit komt doordat het emotiecentrum dieper in de hersenen ligt en aanvankelijk minder door dementie wordt aangetast. Hoewel feiten worden vergeten, kan het bijbehorende gevoel soms nog worden herinnerd. Dit toont aan dat dementiewetten niet sluitend zijn en dat leren of herinneren nog mogelijk is. Naarmate dementie vordert, verdwijnen de complexere gevoelens wel en kan iemand zijn basisgevoelens minder goed uiten, hoewel ze nog steeds aanwezig zijn.
Het ervarende zelf
Ondanks iemand dement is, kan hij of zij nog steeds geluk ervaren. Het vasthouden van die geluksmomenten gaat minder goed. Mensen met dementie leven ook meer in het hier en nu, zonder afgeleid te worden door gisteren of morgen. Hoewel de zintuigen geleidelijk achteruitgaan, blijven ze wel functioneren.
Zelfbeeld
Ook personen met dementie zijn gevoelig voor wat anderen van hen denken. Het oordeel en de reactie vanuit de omgeving op hun diagnose is daarom ook erg belangrijk.
Intutie
Intutie wordt vaak omschreven als een directe perceptie van waarheid en feiten zonder tussenkomst van redeneervermogen. Personen met dementie vertrouwen steeds meer op hun intutie, omdat het vermogen om beredeneerde argumenten te gebruiken, afneemt. Intutie is een van onze vroegste, meest primitieve kwaliteiten, maar het is niet altijd correct. Zonder correctie van dit 'eerste gevoel' kunnen ongewenste situaties ontstaan.
Liefde en verbinding
Mensen met dementie hunkeren net als iedereen naar liefde, contact en verbinding. Volgens CHAPMAN is liefde niet enkel lichamelijk contact, hij onderscheidt nog vier andere talen van liefde:
1. Positieve woorden: een compliment of zeggen dat je iemand graag ziet
2. Samenzijn: het geven van volledige onverdeelde aandacht, een goed gesprek, samen tijd doorbrengen
3. Cadeaus geven: een kop koffie, een bloemetje, iets nieuws
4. Dienen: iemand ergens meehelpen, dekken van de tafel, boodschappen doen
Het doegeheugen
Het doegeheugen (impliciet geheugen) betreft vaardigheden die geen bewuste inspanning vergen, zoals dansen of het drinken van thee. Deze handelingen zijn zo vaak geoefend dat het weetgeheugen (declaratief geheugen) niet meer nodig is. Om deze vaardigheden zo lang mogelijk te behouden, is het belangrijk om de directe omgeving onveranderd te laten.
Bv, bij het vervangen van een kapotte magnetron is het beter om een identiek tweedehands apparaat te kiezen in plaats van een nieuw model met een ander bedieningspaneel. Ook bij een verhuizing naar een verzorgingstehuis kan het helpen om de kamer op dezelfde manier in te richten als thuis.
Tips
Motoriek
Fysiotherapie wordt vaak over het hoofd gezien bij mensen met dementie, hoewel het een grote meerwaarde kan bieden in persoonsversterkende zorg. Gerichte aandacht voor motoriek en mobiliteit kan een positieve invloed hebben op andere domeinen zoals cognitie, sociaal-emotionele ontwikkeling en slaappatronen.
Bv, een dagelijkse wandeling op een vast traject kan de verbinding tussen de persoon met dementie en de verzorger versterken. Aandacht voor zithouding kan neerslachtigheid verminderen.
Het is belangrijk om bekende vaardigheden zo lang mogelijk te behouden door huishoudelijke taken en dagelijkse activiteiten te ondersteunen. Kleine taken, zoals melk in de koffie doen of helpen bij het beleggen van een boterham, moeten aangemoedigd worden waar mogelijk. Deelopdrachten laten doen kunnen ook wenselijk zijn.
Orintatie
Tips en hulpmiddelen ter ondersteuning bij desorintatie in tijd, ruimte en persoon:
Bij het ontvangen van hulp van verschillende hulpverleners kan het handig zijn om in een schrift te noteren wanneer iedereen komt en is geweest. Zo weet de clint altijd wie er nog komt en wanneer.
Plaats tekeningen of foto's van bijvoorbeeld de wc/badkamer op de deur van deze ruimte om de orintatie te ondersteunen.
Hang een SOS-hangertje om de nek van de oudere persoon of stop belangrijke gegevens in de portefeuille.
In plaats van vragen te stellen, geef tijdens een gesprek spontaan zoveel mogelijk informatie om de orintatie te ondersteunen. Bijvoorbeeld: "Het is nu kwart voor twaalf, ik ruik het eten al" of "Ik ben ...".
Voor mensen met beginnende en matige dementie die de drang hebben om te dwalen of weg te lopen, kunnen GPS-systemen worden gebruikt als hulpmiddel.
Communicatie
Effectieve communicatie en ondersteuning zijn van essentieel belang bij de omgang met mensen met dementie. De relatie tussen verzorger en de persoon met dementie staat hierbij centraal, waarbij het geruststellen en een veilig gevoel geven prioritair zijn. Dit kan onder andere bereikt worden door herhalende vragen te verminderen, waarbij antwoorden op briefjes genoteerd kunnen worden en het veranderen van onderwerp wanneer de vraag herhaaldelijk terugkomt.
Het is belangrijk om mee te gaan in de beleving van de persoon met dementie en geen welles-nietes-discussies aan te gaan. Bevestiging van zijn of haar oordeel zonder jezelf te verloochenen draagt bij aan een gevoel van veiligheid en begrip. Bij verbale communicatie is het aan te raden om de aandacht van de persoon te vangen door oogcontact, naamgebruik en duidelijke zinnen. Het is ook belangrijk om in eenvoudige taal te spreken, betuttelende taal te vermijden en voldoende tijd te geven om de boodschap te begrijpen. Werk zo lang mogelijk vanuit de visie van Shared decision making of gezamenlijke besluitvorming.
Een aanpak in de gezondheidszorg waarbij zorgverleners en patinten samenwerken om beslissingen te nemen. Het omvat het delen van informatie en het betrekken van de patint bij het besluitvormingsproces, wat leidt tot zorg die beter aansluit op de behoeften en voorkeuren van de patint.
Naarmate de dementie vordert, wordt non-verbale communicatie steeds belangrijker. Houding, gezichtsuitdrukking en fysiek contact kunnen helpen om de communicatie te verbeteren. Empathie en begrip tonen voor de wereld van de persoon met dementie is cruciaal, waarbij het vermijden van confrontaties met de waarheid die verdriet of agressie kunnen veroorzaken van groot belang is.
Behoud van zelfredzaamheid is ook een belangrijk aspect. Het stimuleren van zelfstandigheid en zelfwaarde draagt bij aan het welzijn van de persoon met dementie. Humor kan een krachtig hulpmiddel zijn om emoties te verminderen, maar het is belangrijk om te voorkomen dat de persoon het gevoel krijgt uitgelachen te worden.
Deze tips zijn vooral van toepassing in de begin- en matige stadia van dementie. Bij ernstige dementie ligt de nadruk meer op verpleging en verzorging, waarbij aanraking en nabijheid belangrijk blijven.
Bij hallucinaties: geruststellend reageren zonder te beamen wat persoon ziet
Bij decorumverlies: rustig, duidelijk en geruststellend reageren
Bij confabuleren: niet verder confronteren, maar aanvullen waar nodig
Agressie
Een persoon met dementie kan snel van emoties wisselen, met gevoelens van onrust, angst, paniek, achterdocht en woede als veelvoorkomende reacties. Het is belangrijk om de oorzaak van deze gevoelsuitingen te achterhalen door observatie, zodat vergelijkbare situaties in de toekomst vermeden kunnen worden.
Vaak ontstaat agressie door het vragen van taken die te moeilijk zijn of het afpakken van iets wat de persoon nog zelf kan. Begeleiders die intensief voor de persoon zorgen, ervaren vaak het meeste met agressie te maken. Het is echter belangrijk om kalm te blijven en de persoon te kalmeren door veiligheid en troost te bieden. Het begrip voor de angsten en onzekerheden van de persoon met dementie is cruciaal. In de eindfase van dementie is respectvolle en comfortabele verzorging essentieel, aangezien de persoon vaak in zichzelf is teruggetrokken en plots contact tot hevig schrikken of agressief gedrag kan leiden.
Voeding
Zorg dat de dementerende in een rustige omgeving kan eten
Behandel hem als een volwassene tijdens het eten
Biedt voldoende tijd aan om te eten
Kijk na of de nodige medicatie genomen wordt
Serveer fingerfood
4.7 Methodieken en hulpmiddelen
Reality and Orientation Training (ROT)
Deze methodiek richt zich op het maximaal benutten van de intacte functies van mensen met beginnende dementie, om hen te stimuleren en te ondersteunen in het behouden van contact met de werkelijkheid.
Het doel is om achteruitgang te vertragen en de eigenwaarde te behouden. Dit wordt bereikt door herhaaldelijk juiste en realistische informatie over tijd, plaats, en personen aan te bieden. Groepstrainingen helpen om orintatie en vaardigheden te behouden. De persoon wordt als volwassen individu serieus genomen in het hier en nu.
Deze methode is vooral effectief in het beginstadium van dementie, wanneer er nog voldoende begrips- en inprentingsvermogen is. Het is ontstaan als reactie op de ontmenselijkende invloed van grote instituties en streeft naar een herkenbaar dag- en weekpatroon.
Reminiscentie
Afgeleid van het Latijnse "reminiscor" (herinneren), verwijst naar het plezierig ophalen van herinneringen. Deze methode waardeert het verleden als waardevol en benut het als toegang tot het deel van het geheugen dat bij dementerende personen het langst functioneel blijft. Reminiscentie-activiteiten kunnen individueel of in groep plaatsvinden. Voorwerpen kunnen herinneringen oproepen en gesprekken op gang brengen, zoals bij de techniek "Memoryhome", waar voorwerpen aan personen worden gekoppeld.
Deze benadering plaatst de begeleider in een luisterende rol, waardoor sociale interactie en gedeelde ervaringen in de groep worden gestimuleerd. Bij personen met dementie en een migratieachtergrond kan het ontbreken van een gedeelde collectieve geschiedenis een uitdaging zijn. Woonzorgcentra die cultuursensitieve zorg willen bieden, kunnen hierop inspelen door specifieke gewoonten en attributen te integreren.
Validation
Deze methodiek, een begeleidingsstijl, respecteert de belevingswereld van personen met matige tot ernstige dementie en zoekt naar de verborgen betekenis achter hun woorden en gebaren. Validation betekent 'waardering'. Het doel is stress te verlichten en de eigenwaarde van de persoon met dementie te herstellen, wat leidt tot innerlijke rust en betere contacten. In tegenstelling tot ROT (staan beide recht tegenover elkaar), wordt elk gedrag gezien als een betekenisvolle boodschap. Het is belangrijk om mee te gaan in de beleving van de persoon, zonder deze af te leiden of om te buigen.
De methodiek respecteert de persoon binnen zijn eigen belevingswereld, waarin hij vaak meer praat over herinneringen en in zijn eigen realiteit leeft. Orintatie naar onze wereld heeft weinig zin, omdat zijn eigen wereld zijn realiteit is. Belangrijk is te begrijpen wat de persoon vertelt en of zijn woorden uit herinneringen aan vroeger komen. Daarnaast is het belangrijk om voldoende tijd te nemen voor gesprekken over zijn gevoelens, en de levensgeschiedenis en gevoelswereld van de persoon te kennen om met respect te handelen.
Dementia Care Mapping (DCM)
DCM is een wetenschappelijk onderbouwde observatiemethode, ontworpen om het welbevinden en de kwaliteit van zorg voor mensen met dementie in kaart te brengen.
Vroegtijdige zorgplanning
Vroegtijdige zorgplanning betrekt mensen bij keuzes over hoe ze de rest van hun leven willen doorbrengen. Bij mensen met dementie is dit lastig vanwege cognitieve problemen, maar juist daarom is het belangrijk. Het vereist een zorgcultuur van 'praten over later'.
Hoewel deze cursus niet expliciet het levenseinde behandelt, is het belangrijk om te beseffen dat dit deel uitmaakt van het dementieproces. Voorbereidingen hiervoor, zoals afspraken over euthanasie of het vastleggen van wensen in een audio-opname, kunnen al in het vroege stadium van dementie plaatsvinden. Dit wordt ook wel 'advanced care planning' genoemd.
Overige
Contactclowns
Snoezel- of contacthonden
Muziekprojecten
Herinneringskoffer
ICT-innovaties
Technologische ontwikkelingen en domotica
4.8 Diverssensitieve begeleiding
Het laatste aspect van 'Ortho-agogische vraag en aanbod' benadrukt het belang van inzicht in politieke en maatschappelijke ontwikkelingen voor orthopedagogische begeleiders van personen met dementie. Begeleiders moeten rekening houden met bredere maatschappelijke processen, zoals kruispuntdenken en cultuursensitieve benaderingen, vooral in steden als Antwerpen en Brussel.
Het project Divers Elderly Care richt zich op het vergroten van kennis en goede praktijken rondom de zorg voor etnisch-culturele minderheden in de dementiezorg. Het rapport 'Is iedereen welkom?' van Saloua Berdai geeft inzicht in het bevorderen van diversiteit en cultuursensitiviteit in de ouderenzorg. Belangrijke principes voor cultuursensitieve zorg zijn duurzaam en doordacht beleid, leiderschap, divers samengestelde teams, kritisch reflectief werken, participatie van alle lagen binnen de organisatie en samenwerking met etnische gemeenschappen en experts.
De realisatie van cultuursensitieve zorg vereist een breed engagement van bestuur, directie, personeel en clinteel, evenals partnerschappen met etnische gemeenschappen en experts. Beleidsmakers spelen een cruciale rol in het creren van een ondersteunende context voor cultuursensitieve zorg, wat tijdens de COVID-19-pandemie extra belangrijk is gebleken. Het herdenken van ouderenzorg moet humaan, kwaliteitsvol en op maat zijn voor iedereen, met aandacht voor etnisch-culturele diversiteit.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 20.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document