€ 5.99

Hoorcollege Inleiding Burgerlijk Recht

Samenvatting van alle hoorcolleges van het vak Inleiding Burgerlijk Recht


Stel vragen over het document of bekijk de reacties (0)

Nieuw: Verdien geld door bijles te geven, scripties na te kijken, vertaalwerk te leveren, of help studenten op een andere manier. Bied studiehulp aan ›

Preview document (3 van de 29 pagina's)
Preview: Hoorcollege Inleiding Burgerlijk Recht Preview: Hoorcollege Inleiding Burgerlijk Recht Preview: Hoorcollege Inleiding Burgerlijk Recht

Download alle 29 pagina's voor € 5,99

Document in winkelwagen

HC 1
Goederen art 3:1 Bw
Zaken art 3:2 Bw
Onroerende zaken art 3:3 lid 1 Bw
Roerende zaken art 3:3 lid 2 Bw
Dieren zijn geen zaken, maar vallen wel onder de regels art 2a Bw
Dit staat op bladzijde 1 van hoofdstukken vermogensrecht.
Eigendom art 5:1 Bw
Bron van vorderingsrechten:
- Overeenkomst art 6:217 Bw
- Onrechtmatige daad art 6:162 Bw
- Zaakwaarneming art 6:198 Bw
- Onverschuldigde betaling art 6:203 Bw
- Ongerechtvaardigde verrijking art 6:212 Bw
Er is een verschil tussen (absolute rechten) eigendom en (relatieve rechten) vorderingsrechten
Eigendom (absolute rechten)
Relatie
Reikwijdte
Exclusiviteit

Persoon-goed
Jegens eenieder
Ja, gerechtigde bij uitsluiting van
anderen.

Gevolg

Recht blijft rusten, ook als het
goed in andere handen komt.

Vorderingsrechten (relatieve
rechten)
Persoon-persoon
Louter jegens de ander
Nee, derden behoeven zich in
beginsel niets aan te trekken
van relatief recht.
Recht geldt alleen tussen de
twee personen.

Erfdienstbaarheid art 5:70/71 Bw. Beperkte rechten zie art 3:8 Bw
Overeenkomst art 6:217 Bw (p,12-13)
Eisen geldige rechtshandeling art 3:33 Bw. Er is een wil vereist die op rechtsgevolg is gericht en die zich
door een verklaring heeft geopenbaard.
Bewijs ontbreken wil art 3:34 Bw. (p. 22-24)
Art 3:35 Bw: er was een verklaring/gedraging waaruit benadeelde meent dat gekkie wil wat hij verklaart.
Benadeelde mocht onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze menen dat gekkie wil wat hij
verklaart. Dit beschermt het vertrouwen.
Geldige overeenkomst art 6:217 BW
Geldige rechtshandeling: 3:33, 3:34, 3:35 Bw
Overeenkomst definitie:
- Meerzijdige rechtshandeling
- Rechtsgevolg ontstaat door aaneensluitende rechtshandelingen
- Bron van verbintenissen
Misverstand kan opgelost worden volgens de regels van art 3:35 Bw.

HC 2
Overeenkomst komt tot stand via art 6:217 Bw. Er is aanbod en aanvaarding nodig. Geldige
rechtshandeling:
- Art 3:33 Bw vereist wil en verklaring
- Art 3:35 Bw indien wil en verklaring niet sporen eventueel bescherming vertrouwen wederpartij.
Tussenpersoon T verricht in naam van achterman A een rechtshandeling, gericht op een overeenkomst
met wederpartij D, de derde.
A: Achterman, volmachtgever
T: tussenpersoon, gevolmachtigde
D: wederpartij, derde
Volmacht art 3:60 lid 1 Bw. Zodra je leest in naam van zit je bij volmacht. Boek 3 heb je hiervoor nodig.
Stel T handelde conform volmacht krachtens toereikende volmacht. Het gevolg staat in art 3:66 Bw.
Er komt een overeenkomst tot stand tussen A en D en de tussenpersoon valt er tussenuit.
Stel T handelt onbevoegd in naam van a zonder toereikende volmacht. De wil ontbreekt bij A dus er
komt geen overeenkomst tot stand tussen A en D. Tussen T en B komt geen overeenkomst tot stand. T
heeft geen wil en verklaring om zelf een overeenkomst tot stand te brengen. Er kan geen beroep op
vertrouwen gedaan worden, want T heeft aangegeven dat het op naam van A is. T staat wel in voor de
toereikendheid van haar volmacht art 3:70 Bw schade betalen die partij oploopt op grond van
overeenkomst.
Uitzonderingen:


Er komt een overeenkomst tot stand tussen A en D als de overeenkomst bekrachtigd wordt door A
art 3:69 Bw. Bekrachtiging gebeurt met terugwerkende kracht.


D nam aan en mocht onder de gegeven omstandigheden door toedoen van A redelijkerwijze
aannemen dat eer toereikende volmacht was verleend art 3:61 lid 2 Bw. Het gaat om toedoen van
de achterman.

Wilsgebreken
Probleem: er is een rechtshandeling. De wil is er, maar deze is gebrekkig gevormd onder invloed van
bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden art 3:44 Bw of dwaling art 6:228 Bw.
Dwaling: gebrekkig gevormde wil door verkeerde voorstelling van zaken.
- Onjuiste voorstelling van zaken
- Causaal verband dwaling en aangaan overeenkomst
- Er is sprake van:
* Onjuiste informatieverschaffing of
* Schending mededelingsplicht of
* Wederzijdse dwaling allebei onjuiste voorstelling
Je mag van de andere partij verwachten dat die goed voorbereid is. Wat weet jij van kennis van de andere
partij Komt neer op kennis, wat weet jij van juiste zaken als partij en weet jij hoe belangrijk het is voor de
andere partij.

Maria van Geest vs Engel Nederlof
De feiten
Nederlof verkoopt een tweedehandsauto aan Van Geest, maar vermeldt hier niet bij dat de auto bij een
ongeval betrokken is geweest. Na een tijd merkt Van Geest dat de auto gebreken vertoont. Van Geest
stelt dat Nederlof hem had moeten vertellen dat de auto bij een ongeval betrokken was geweest en dat
de auto derhalve gebreken is gaan vertonen. Van Geest beroept zich op dwaling en vordert vernietiging
van de koopovereenkomst. Nederlof stelt dat Van Geest zijn onderzoek plicht heeft verzaakt en dat hem
derhalve geen beroep op dwaling toekomt.
Rechtsvraag
Hoe verhouden de mededelings- en onderzoeksplicht zich tot elkaar bij een beroep op dwaling
Overweging
De Hoge Raad stelt dat een partij, indien deze zijn mededelingsplicht heeft verzaakt waardoor er een
onjuiste voorstelling van zaken bij de wederpartij is ontstaan, zich bij een beroep op dwaling van de
wederpartij, niet kan verweren door te zeggen dat de wederpartij zijn onderzoeksplicht heeft verzaakt. De
goede trouw verzet zich hier namelijk tegen, omdat de mededelingsplicht er juist is om onvoorzichtige
kopers te beschermen. Derhalve kan Nederlof in casu niet zeggen dat Van Geest zijn onderzoeksplicht
heeft verzaakt en dat deze daarom geen beroep op dwaling kan doen. Nederlof heeft zijn
mededelingsplicht verzaakt waardoor er bij Van Geest een onjuiste voorstelling van zaken is ontstaan.
Van Geest kan zich derhalve op dwaling beroepen.
Rechtsregel
De mededelingsplicht gaat boven de onderzoeksplicht.
Als partij A voor de totstandkoming van een overeenkomst aan wederpartij B bepaalde inlichtingen had
moeten geven om B voor dwaling te behoeden (A-mededelingsplicht), dan mag A B niet verwijten dat zij
zich beter had moeten voorbereiden op de overeenkomst. B kan beroep op dwaling doen en A heeft geen
verweer.
Waarom Wij willen de koper beschermen vanuit zijn onvoorzichtigheid en ondeskundigheid.
Geslaagd beroep dwaling maakt overeenkomst vernietigbaar art 6:228 lid 1 BW
Hoe Art 3:49-50 Bw.
Gevolg overeenkomst wordt geacht nooit bestaan te hebben art 3:53 Bw.

Toon preview als tekst ▼
Reacties (0)

Plaats als eerste een vraag of opmerking over dit document.

€ 5,99

Document in winkelwagen
  • check Niet tevreden? Geld terug
  • check Document direct te downloaden
Specificaties
Verkoper
srahim
srahim

Aantal documenten: 4

Aanbevolen documenten
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Aanmelden via Facebook
Winkelwagen

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer documenten!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer documenten!