€ 4.99

Overzicht jurisprudentie Inleiding Straf- en Strafprocesrecht Maastricht Universiteit (rechtsgeleerdheid)

Overzicht jurisprudentie Inleiding Straf- en Strafprocesrecht Maastricht Universiteit (rechtsgeleerdheid) alle jurisprudentie die relevant zijn.


Stel vragen over het document of bekijk de reacties (0)
Preview document (2 van de 27 pagina's)
Preview: Overzicht jurisprudentie Inleiding Straf- en Strafprocesrecht Maastricht Universiteit (rechtsgeleerdheid) Preview: Overzicht jurisprudentie Inleiding Straf- en Strafprocesrecht Maastricht Universiteit (rechtsgeleerdheid)

Download alle 27 pagina's voor € 4,99

Koop dit documentDocument in winkelwagen

Overzicht jurisprudentie Inleiding Straf- en Strafprocesrecht
BIJEENKOMST 1
BIJEENKOMST 2
Gerechtshof Amsterdam 3 juni 1977, NJ 1978, 601 (Hollende kleurling)
Diep in de nacht loopt een kleurling versneld door een buurt in het centrum van Amsterdam die
slecht bekend staat. Twee surveillerende agenten zien de kleurling uit de richting van het cafe
Caribian Nights komen. Dit caf staat bekend als een verzamelplaats van handelaren en gebruikers
van verdovende middelen. Dit wetende vermoedt agent A dat verdovende middelen bij zich heeft.
Door dit vermoeden houdt hij samen met agent B de verdachte aan om hem te fouilleren. Agent A
merkt verder op dat de verdachte zijn linkerhand constant in zijn jaszak houdt, ook voor de
aanhouding. Doordat de kleurling zijn hand voortdurend verbergt in zijn jaszak vermoedt agent A dat
hij in die jaszak verdovende middelen heeft zitten. De twee agenten houden hem vervolgens staande
op verdenking van het opzettelijk bezitten van verdovende middelen. De verdachte verzet zich tegen
overbrenging naar het politiebureau. In de tussentijd had de verdachte zijn linkerhand uit zijn linker
jaszak gehaald. Hieruit viel een wikkel van zilverpapier op de grond, die naar later bleek herone
bevatte. De verdachte werd door het OM vervolgd voor het in bezit hebben van herone en het
verzetten tijdens zijn arrestatie.
Rechtsvraag Is het bewijs, namelijk het heronebezit, rechtmatig verkregen
Overweging
Het hof overweegt dat de enkele omstandigheid dat een kleuring hard uit de richting van een als
verzamelplaats van handelaren en gebruikers van drugs bekend staand caf komt lopen, niet
voldoende is om te spreken van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bedoeld als
in artikel 27 WvSv of van ernstige bezwaren. De kleuring mocht niet als 'verdachte' worden
aangemerkt. Hierdoor was het staande houden en het onderzoek aan de kleding door de agenten
niet rechtmatig. Doordat het bewijsmateriaal niet op rechtmatige wijze verkregen is volgt vrijspraak
op grond van gebrek aan bewijs.
Rechtsregel De enkele omstandigheid dat iemand uit de richting van een caf komt rennen dat
bekend staat als verzamelplaats voor handelaren en gebruikers in verdovende middelen levert niet
een redelijk vermoeden van enig strafbaar feit als bedoeld in artikel 27 Sv op.

HR 14 januari 1975, NJ 1975, 207 (Ruimte)
De jongerensocieteit 'Ruimte' staat er bij de politie om bekend dat er verdovende middelen worden
gebruikt en verhandeld. Bij een politie-inval wordt de verdachte door een agent aangewezen en
vervolgens gefouilleerd waarbij hennep in zijn kleding wordt aangetroffen. De verdachte beroept zich
op de omstandigheid dat de fouillering onrechtmatig heeft plaatsgevonden omdat er geen sprake
zou zijn geweest van 'ernstige bezwaren' in de zin van artikel 56 Sv.
Rechtsvraag Is er sprake van onrechtmatig verkregen bewijs wegens het ontbreken van 'ernstige
bezwaren' in de zin van artikel 56 Sv
Overweging
Het hof stelt dat er in casu sprake was van voldoende ernstige bezwaren in de zin van art. 56 Sv. Dit
omdat de agenten wisten dat er in jongerencentrum op grote schaal verdovende middelen werden
gebruikt en verhandeld en omdat de agent die de verdachte had aangewezen veel ervaring op dit
gebied had. De Hoge Raad sluit stelt dat het hof op deze gronden inderdaad kon beslissen dat er

sprake was van ernstige bezwaren. In casu was de verdachte derhalve rechtmatig gefouilleerd en was
het bewijsmateriaal rechtmatig verkregen
Rechtsregel De ervaring en kennis van agenten kan er voor zorgen dat er voldoende ernstige
bezwaren tegen een aangehouden verdachte bestaan.
HR 6 december 1983, NJ 1984, 442 (Damrak)
Op het Damrak in Amsterdam zien rechercheurs twee getinte mannen die met twee blanke mannen
een gesprek voeren, waarna de blanke mannen in een auto met een Duits kenteken stappen. De
rechercheurs vermoeden dat het om een drugsdeal gaat en lopen richting de vier mannen. De blanke
mannen in de auto worden door de rechercheurs aangehouden. De getinte mannen ontkomen aan
de aanhouding door weg te rennen. In de auto treffen de rechercheurs herone en hasj aan.
Rechtsvraag Bestond er tegenover de betrokkenen een redelijk vermoeden van schuld waardoor
zij als verdachten in de zin van artikel 27 Sv mochten worden aangemerkt, en is derhalve het
bewijsmateriaal rechtmatig verkregen
Overweging
Het hof oordeelt dat er gelet op de ervaring van de agenten en de bekendheid van de locatie voor
drugsdeals een redelijk vermoeden van schuld, zoals bepaald in art. 27 Sv, uit de zaak kan worden
afgeleid. Doordat er een redelijk vermoeden van schuld aanwezig was is het bewijsmateriaal
rechtmatig verkregen. De Hoge Raad sluit zich bij het oordeel van het hof aan en stelt dat er in casu
sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. De Hoge Raad nam in haar overweging mee dat
de aanhouding pas plaatsvond nadat de rechercheurs de getinte mannen zagen wegrennen,
waardoor het vermoeden van schuld werd vergroot.
Rechtsregel In dit arrest stelt de Hoge Raad dat de agenten in casu gezien hun ervaring
betreffende drugsdeals van een redelijk vermoeden van schuld, zoals genoemd in art. 27 Sv,
mochten uitgaan.
Gerechtshof s-Hertogenbosch 31 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2115 (Verdenking Opiumwet)
Relevante overwegingen:
Er is weliswaar sprake van ernstige vormverzuimen, maar die verzuimen (inspecteur politie niet
geslaagd voor examen om als hulp-OvJ op te treden en daardoor ook bevoegd om te bepalen dat de
verdachte aan het lichaam moest worden onderzocht) dat doelbewust of met grove
veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van
zijn zaak tekort is gedaan. Van een daadwerkelijke benadeling van de verdachte is niet gebleken. Het
Hof stelt vast dat het bewijsmateriaal door het hiervoor geconstateerde vormverzuim is verkregen.
Ook de inverzekeringstelling van de verdachte is onrechtmatig. Dit levert een schending op van art. 8
EVRM (eerbiediging van de lichamelijke integriteit, persoonlijke levenssfeer, huisrecht etc.). Er is
geen sprake van zodanige schending van de belangen van de verdachte dat daarmee zijn recht op
een eerlijk proces is tekort gedaan, zodat van bewijsuitsluiting op deze grond geen sprake is.
Voorts is door het hof niet gebleken dat het geconstateerde vormverzuim zozeer bij herhaling
voorkomt dat het structureel karakter hiervan vaststaat, zodat evenmin op deze grond
bewijsuitsluiting aan de orde is.
Het hof is van oordeel dat onder genoemde omstandigheden weliswaar belangrijke strafvorderlijke
voorschriften zijn geschonden, maar dat er geen sprake is van een belangrijk (strafvorderlijk)
voorschrift of rechtsbeginsel dat in aanzienlijke mate is geschonden nu van een daadwerkelijke

Toon preview als tekst ▼
Reacties (0)

Plaats als eerste een vraag of opmerking over dit document.

Inloggen via Facebook
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Aanmelden via Facebook
Registreren via e-mail
Aanmelden via Facebook
Winkelwagen

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer documenten!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer documenten!

[Inviter] geeft je €2,50 om samenvattingen te kopen

Bij Knoowy koop en verkoop je de beste studiedocumenten direct van studenten.
Upload ten minste één document, help andere studenten en krijg €2,50 tegoed.

Meld je aan en claim je tegoed