€ 3.99

Straf(proces)recht I - werkcollege 1 t/m 12 - 2016/2017

Dit document bevat de casusvragen en uitgebreide aantekeningen bij de werkcolleges van straf(proces)recht I. De casusvragen staan duidelijk uitgewerkt en ook de aantekeningen staan onder ieder college op een rijtje. Zelf heb ik veel profijt van deze aantekeningen gehad, dus ik hoop jullie ook. Veel leersucces!


Stel vragen over het document of bekijk de reacties (0)
Preview document (5 van de 121 pagina's)
Preview: Straf(proces)recht I - werkcollege 1 t/m 12 - 2016/2017 Preview: Straf(proces)recht I - werkcollege 1 t/m 12 - 2016/2017 Preview: Straf(proces)recht I - werkcollege 1 t/m 12 - 2016/2017 Preview: Straf(proces)recht I - werkcollege 1 t/m 12 - 2016/2017 Preview: Straf(proces)recht I - werkcollege 1 t/m 12 - 2016/2017

Download alle 121 pagina's voor € 3,99

Koop dit documentDocument in winkelwagen

Straf(proces)recht I werkcolleges 1 t/m 12 JUR-2STR1
Aantekeningen & opdrachten
Radboud Universiteit
Semester 1

Week 1: afbakening opsporing-controle, opsporing vs. controle
In de werkgroep is er aandacht voor de relatie tussen controle en opsporing, en het
aanwenden van elkaar (in tijd) opvolgende strafvorderlijke bevoegdheden dan wel
controlebevoegdheden. Bij dit laatste gaat het onder meer om voortgezette
toepassing van bevoegdheden en samenloop van klassieke en moderne
opsporingsmethoden alsmede van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke
bevoegdheden. In relatie tot het laatste komen preventief fouilleren en
cameratoezicht aan de orde.
Literatuur hoorcollege:
Corstens/Borgers:
p. 3-15 ( 1.1 t/m 1.4)
p. 19-21 ( 2.1)
p. 33-39 ( 2.8 t/m 2.9)
p. 87-105 ( 4.3 t/m 4.5)
p. 235-249 ( 8.1 t/m 8.3)
p. 281-304 ( 10.1 t/m 10.3) p. 411-421 ( 12.1 t/m 12.5)
Literatuur werkcollege:
Corstens/Borgers p. 281-303 ( 10.1 en 10.2) p. 345-355 ( 10.14 en 10.15)
Verplichte jurisprudentie:
Geweer (HR 02-12-1935, NJ 1936, 250)
Controle vs. opsporing (HR 21-11-2006, NJ 2006, 653)
Gillan and Quinton / UK (EHRM 12-01-2010, NJ 2010, 325)
Vragen ter voorbereiding van de werkgroep
1. Het begrip opsporing
Algemene vragen
1) Wat wordt volgens het Wetboek van Strafvordering verstaan onder
opsporing Opsporing markeert het beginpunt van de strafvordering in de zin van
art. 1 Sr. De wettelijke definitie van opsporing is te vinden in art. 132a Sv. Het valt
uiteen in 3 elementen: het onderzoek in verband met strafbare feiten, onder gezag
van de OvJ en met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen.
2) Wat is het verschil tussen controle- en opsporingsbevoegdheden

Controle ziet op het ontdekken van strafbare feiten. Bij controle is er geen sprake van
verdenking van een strafbaar feit. Bij de opsporing gaat het om het onderzoek in
verband met strafbare feiten.
2. Controle versus opsporing / voortgezette toepassing
Algemene vragen
1) Wat is het cruciale verschil tussen controle en opsporing Controle ziet op
het ontdekken van strafbare feiten. Bij controle is er geen sprake van verdenking van
een strafbaar feit. Bij de opsporing gaat het om het onderzoek in verband met
strafbare feiten.
2) Wat is het verschil tussen proactief en reactief optreden
* Wanneer het optreden plaatsvindt naar aanleiding van een aangifte of een ander
redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is gepleegd, spreekt men van reactief
optreden. Hierbij heeft de politie zich aanvankelijk afwachtend opgesteld. Zij is pas in
actie gekomen, nadat er een aangifte was gedaan of op andere wijze een redelijk
vermoeden van een gepleegd strafbaar feit tot stand was gekomen.
* Bij proactief optreden haalt de politie zelfstandig informatie naar boven. Bij delicten
zonder slachtoffer zal de politie er zelf opuit trekken om strafbare feiten te
constateren of om informatie over nog te plegen delicten te verzamelen.
alcoholcontrole in het verkeer.

3) Leg uit of er sprake is van voortgezette toepassing indien de op een
bepaalde wet gebaseerde controle in opsporing overgaat ingeval van de
ontdekking van een strafbare gedraging die onder het bereik van de
betreffende wet valt.
Er is sprake van voortgezette toepassing. Het is denkbaar dat inlichtingen die worden
verkregen op grond van controlebevoegdheden uit de AWR, aanleiding geven tot de
toepassing van opsporingsbevoegdheden die in de AWR zijn opgenomen.
Of de controle in opsporing overgaat

4) Beschrijf de feitelijke gang van zaken in het arrest Geweer (HR NJ 1936, 250)
en geeft aan wat de kern is van de beslissing van de Hoge Raad.
In deze zaak draait het om een opsporingsambtenaar die een keuken inspecteert in
het kader van de controle van de naleving van de Drankwet. In die keuken treft hij
een geweer aan, dat op grond van de Vuurwapenwet in beslag wordt genomen.
Deze inbeslagneming heeft naar het oordeel van de Hoge Raad rechtmatig
plaatsgevonden. Dit arrest maakt duidelijk dat voortgezette toepassing in principe
toelaatbaar is. (De voorwaarde is wel dat er geen misbruik gemaakt mag worden van
de wet. Bevoegdheden mogen niet worden toegepast voor een ander doel dan
waarvoor deze zijn gegeven).
5) Leg uit wat sfeercumulatie inhoudt en geef aan onder welke voorwaarden dit
is geoorloofd. Betrek in uw antwoord het arrest HR NJ 2006, 653.

Er is sprake van Sfeercumulatie als er een situatie ontstaat waarin
bestuursrechtelijke handhaving en strafvorderlijk optreden samenlopen. Deze
samenloop roept de vraag op in hoeverre de uitoefening van toezichtbevoegdheden
uit bijzondere wetten nog mogelijk is, indien reeds aanwijzingen bestaan of een
redelijk vermoeden bestaat dat een strafbare gedraging heeft plaatsgevonden.
(De Hoge Raad lijkt vrij snel te willen aannemen dat een bevoegdheid is ingezet voor
het doel waarvoor deze is gegeven.)
3. Cameratoezicht, preventief fouilleren en (ander) onderzoek op basis van
WWM
Algemene vragen
1) Wie komt de bevoegdheid toe om in een gebied cameratoezicht mogelijk te
maken De gemeenteraad artikel 151c lid 1 Gemeentewet: De raad kan bij
verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de
handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten tot plaatsing van vaste
camera.

2) Welke voorwaarden dienen bij het uitoefenen van deze bevoegdheid te
worden nageleefd Artikel 151c lid 1 Gemeentewet: de plaatsing van de camera
moet noodzakelijk zijn en in het belang van de handhaving van de openbare orde.
3) In hoeverre mag het cameratoezicht op grond van deze regeling worden
toegepast ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten
Artikel 151c lid 2 Gemeentewet
4) Geef aan wat preventief fouilleren inhoudt, in welke gevallen er gebruik van
kan worden gemaakt, wie daartoe dan bevoegd zijn en op welke wettelijke
bepalingen die bevoegdheden steunen.
Preventief fouilleren is fouilleren zonder dat er een verdenking tegen de persoon in
kwestie bestaat. artikel 52, derde lid Wet Wapens en Munitie.

5) Waarom zou het opnemen van bevoegdheden tot preventieve
onderzoekingen, zoals preventief fouilleren, in het Wetboek van Strafvordering
een systeembreuk opleveren Preventief fouilleren wijkt af van het uitgangspunt
dat burgers alleen gefouilleerd mogen worden in geval van verdenking in de zin van
art. 27 Sv.
6) Wat vindt u ervan dat totaal onverdachte personen aan de kleding kunnen
worden onderzocht en dat hun bagage kan worden doorzocht Formuleer
daarover argumenten, zowel voor als tegen, en op grond daarvan uw
standpunt.
7) Zijn de bevoegdheden inzake preventief fouilleren, zoals in de Nederlandse
wet geregeld, in overeenstemming met artikel 8 EVRM Betrek bij uw antwoord
het arrest Gillan and Quinton / Verenigd Koninkrijk (EHRM NJ 2010, 325)

Art 8 EVRM gaat over het hebben van een priv leven, respect voor priv leven,
familie enz.
Er moet dus worden gekeken of het preventief fouilleren in strijd is met het
respecteren van een priv leven.
Het EHRM vind dat preventief fouilleren in het openbaar een inbreuk maakt op het
priv leven (schending dus van art 8 EVRM).
Voorwerpen die worden onderzocht, kunnen persoonlijke informatie bevatten
waarvan de eigenaar niet wil dat zij blootgesteld worden in het openbaar. Het
nationale recht bevat een grondslag voor de preventieve fouilleringsbevoegdheden.
Het Hof heeft vastgesteld dat het criterium op basis waarvan een risicogebied wordt
aangewezen ontoereikend is (criterium is: wenselijkheid met het oog op een bepaald
doel). De geografische en temporele beperkingen die in de regeling zijn vervat,
bieden in feite amper beperkingen. Aanwijzing en bevestiging zijn wel onderworpen
aan rechterlijk toezicht, maar deze bevoegdheden zijn zo ruim dat moeilijk zal zijn
aan te tonen dat zij onrechtmatig zijn toegepast. Ook op het niveau van de
uitoefening van de preventieve bevoegdheden is de discretionaire bevoegdheid van
de politieagent te ruim. Toepassing is uitsluitend gebaseerd op de ingeving of de
professionele intutie van de desbetreffende agent. Agenten zijn daarbij niet verplicht
aan te tonen dat er sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. De enige
beperkende voorwaarde is dat de bevoegdheden worden uitgeoefend vanuit het doel
van het zoeken van voorwerpen die in verband met terrorisme zouden kunnen
worden gebruikt. Bij een zo brede discretionaire bevoegdheid bestaat een risico van
willekeur en een gevaar van discriminatoir handelen. Schending art. 8 EVRM.
8) Welke andere onderzoeksbevoegdheden kent de WWM naast het preventief
fouilleren In welk opzicht verschillen deze bevoegdheden van het preventief
fouilleren Betreft het hier controle- of opsporingsbevoegdheden
art 49 doorzoeking
art 50 openen verpakking
art 51 onderzoek vervoersmiddelen
art 52 inbeslagneming
verschil: zijn meer ingrijpend
dit zijn opsporingsbevoegdheden want er moet een redelijke aanwijzing zijn.
Casusvragen
Casusvraag I
Eddy, Anton en Jules houden zich bezig met afpersing van vastgoedhandelaren en bankiers.
Eddy en Anton ruzien al enige tijd over het leiderschap van de criminele bende. Op een dag
krijgen Eddy en Anton bij Anton thuis ruzie. De ruzie waar Jules ook bij is loopt volledig
uit de hand. In een opwelling schiet Eddy Anton dood. Meteen slaan Eddy en Jules op de
vlucht in de zwarte Mercedes van Eddy. Na een paar minuten komen ze in een
alcoholverkeerscontrole terecht. Op het moment dat Eddy moet blazen, ziet de verbalisant
een vuurwapen op de achterbank liggen. De verbalisant houdt Eddy op heterdaad aan voor
verboden wapenbezit (art. 26 WWM).
Zet gemotiveerd uiteen of de handelwijze van de verbalisant rechtmatig is.

Geweerarrest: Indien

een agent tijdens de rechtmatige uitoefening van
een bepaalde aan hem toegekende bevoegdheid wegens bepaalde
feiten en omstandigheden het redelijke vermoeden krijgt dat een ander
strafbaar feit wordt begaan, mag hij de aan hem toegekende
opsporingsbevoegdheden uitvoeren.
Eddy wordt aangehouden vanwege een alcoholcontrole. De verbalisant ontdekt een
vuurwapen, de regels omtrent vuurwapens zijn in een andere wet geregeld dan de wet op
grond waarvan Eddy is aangehouden. Op grond van voortgezette toepassing mag de agent
overgaan tot aanhouding vanwege de ontdekking van het vuurwapen. zie het
Geweerarrest:
Indien een agent tijdens de rechtmatige uitoefening van een bepaalde aan hem toegekende
bevoegdheid wegens bepaalde feiten en omstandigheden het redelijke vermoeden krijgt dat
een ander strafbaar feit wordt begaan, mag hij de aan hem toegekende
opsporingsbevoegdheden uitvoeren.
Door de vondst van het vuurwapen kan de agent het redelijke vermoeden krijgen dat een
ander strafbaar feit wordt begaan. En dus mag hij zijn opsporingsbevoegdheden uitvoeren.

Er is hier sprake van een sfeerovergang. De agenten beginnen met controle ontdekken
iets en dan schakelen ze over naar opsporing.
Voorwaarden:



Er moet voldaan zijn aan de voorwaarden van de bevoegdheden. er is sprake van
een alcoholcontrole uit de Wegenverkeerswet, art. 160 lid 5 WVW. Dat is de
controlebevoegdheid. we gaan ervanuit dat dit goed zit.
Opsporingsbevoegdheid: aanhouding op heterdaad. Grondslag bevoegdheid: art. 53
Sv.
o Door wie: iedereen dus ook opsporingsambtenaar
o Tegen wie: tegen verdachte, art. 27 Sv: is Eddy verdachte: redelijk
vermoeden van schuld aan strafbaar feit. Op grond van feiten en
omstandigheden. Strafbaar feit = verboden wapenbezit. Feiten en
omstandigheden = er ligt een vuurwapen op de achterbank. Dat zijn feiten en
omstandigheden die een redelijk vermoeden van schuld doen rijzen.
o Geval: bij ieder strafbaar feit.
o Grond: leiden naar plaats van verhoor.
aan vereiste uit Geweer-arrest is voldaan.
is er sprake van detournement de pouvoir Nee, er is sprake van puur
toeval. Ze deden die alcoholcontrole niet om een vuurwapen te vinden. Hier
dus niet aan de hand.

Casusvraag II
Pieter vervalst samen met enkele andere personen op grote schaal bankbiljetten (art.
208 Sr). In verschillende bedrijfspanden worden elke dag honderden eurobiljetten
gedrukt. De politie krijgt de organisatie van Pieter in beeld en start een
opsporingsonderzoek. De politie wil de bedrijfspanden van Pieter aan een onderzoek

Toon preview als tekst ▼
Reacties (0)

Plaats als eerste een vraag of opmerking over dit document.

€ 3,99

Koop dit documentDocument in winkelwagen
  • check Niet tevreden? Geld terug
  • check Document direct te downloaden
Specificaties
Verkoper
RechtenStudentRadboud
RechtenStudentRadboud

Aantal documenten: 4

Aanbevolen documenten
Inloggen via Facebook
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Aanmelden via Facebook
Registreren via e-mail
Aanmelden via Facebook
Winkelwagen

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer documenten!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer documenten!

[Inviter] geeft je €2,50 om samenvattingen te kopen

Bij Knoowy koop en verkoop je de beste studiedocumenten direct van studenten.
Upload ten minste één document, help andere studenten en krijg €2,50 tegoed.

Meld je aan en claim je tegoed